Lijst dood en rouwverwerking


Stein Knap en het mysterie van de parallelle universums - Christopher Edge

Geplaatst 29 mei 2017 04:25 door susan *   [ 29 mei 2017 04:25 bijgewerkt ]


Na de uitvaartdienst voor zijn moeder die aan kanker overleed vraagt Stein aan zijn vader hoe de dominee kan weten dat zijn moeder nu in de hemel is. ‘Ik bedoel, geloof jij in de hemel?’ Steins vader begint over atomen en deeltjes. Niet zo vreemd want hij is een wetenschapper, evenals Steins overleden moeder. Steins vader vertelt dat er kwantumfysici zijn die denken dat er parallelle universums bestaan. De theorie is dat telkens als er in de wereld een keuze wordt gemaakt de wereld zich deelt. Zo ontstaan er aan de lopende band nieuwe parallelle werelden waar elke mogelijkheid ook daadwerkelijk plaats vindt. Stein bedenkt dat er dan ook een parallel universum moet zijn waar zijn moeder nog leeft en hij wil daar naartoe. 
Het kost wat moeite om uit te vinden hoe dat moet, maar door gebruik te maken van de speciale laptop van zijn moeder en een rotte banaan lukt het hem naar parallelle werelden te reizen. Hij vindt er zichzelf in verschillende versies, maar waar is zijn moeder? 

Stein Knap en het mysterie van de parallelle universums is een originele uitwerking van een aantal veel voorkomende thema’s in de literatuur, zoals de vraag of een geliefd persoon na zijn of haar dood ‘nog ergens is’ of de opdracht om na het verlies van een dierbare een manier te vinden om daar mee om te gaan. De Britse schrijver Christopher Edge kiest een originele ingang om over deze thema’s te schrijven door rouwverwerking aan wetenschap te koppelen. Stein zoekt het niet in geloof of magie, maar wil door middel van logisch nadenken een mogelijkheid vinden om zijn moeder terug te zien. Voor de lezer betekent dit noodzakelijkerwijs een korte inleiding in de kwantummechanica. Het boek is echter geen verkapte cursus natuurkunde, hoofdthema blijft de rouwverwerking. 
Tijdens de reis door diverse parallelle werelden maakt Stein van alles mee. Het verloopt allemaal niet zoals hij verwacht, maar toch helpen de ervaringen hem om uiteindelijk beter met het verlies van zijn moeder om te kunnen gaan. Hij komt tot de conclusie dat er geen vaste regels zijn die je volgt als je rouwt: ‘het enige wat je kunt doen is hopen dat je erdoorheen komt. Wel ontdekt hij dat het makkelijker is als je het niet alleen hoeft te doen en uiteindelijk brengt het verdriet Stein, zijn vader en zijn opa dichter bij elkaar. 
Verdriet en rouw zijn geen vrolijke onderwerpen, maar Edge heeft geen zwaar en deprimerend boek geschreven. Stein, die de verteller van het verhaal is, is een nuchtere jongen die graag relativeert en daarin heel grappig kan zijn. Bovendien is het verhaal avontuurlijk, want ook de lezer is benieuwd wat Stein op zijn reis door de parallelle werelden allemaal zal tegenkomen. Edge heeft in zijn verhaal een mooie balans gevonden tussen wetenschappelijke informatie, het beschrijven van diep gevoeld verdriet en een avontuurlijke reis. 
In Engeland is het boek genomineerd voor Carnegie Medal 2017, een prestigieuze Britse kinderboekenprijs. 

Stein Knap en het mysterie van de parallelle universums is een avontuurlijk goed geschreven verhaal waar op lichte toon moeilijke thema’s besproken worden. Een mooi boek dat uitnodigt na te denken over wetenschap, over liefde, over vriendschap en over wat het leven de moeite waard maakt. 

Stein Knap en het mysterie van de parallelle universums 
Christopher Edge (vertaald door Nan Lenders) 

Meis & Maas,     € 12,95

Doodgewoon - Bette Westera

Geplaatst 23 mei 2017 02:12 door susan *   [ 23 mei 2017 02:13 bijgewerkt ]


Soms komt er een boek binnen waarvan je direct ondersteboven bent. Doodgewoon van Bette Westera en Sylvia Weve is zo´n boek. Een prachtig boek vol gedichten en illustraties die lijken te gaan over de dood, maar toch vooral het leven beschrijven. 

Het gewaagde thema is divers uitgewerkt. Natuurlijk zijn er gedichten waar de pijn van het verlies prachtig onder woorden wordt gebracht, maar het gaat over veel meer. Westera stelt bijvoorbeeld de vraag hoe het leven zou zijn als je niet kon sterven:´Als je nou eens niet kon sterven,/ was vakantie dan nog fijn?/ Zou je je nog steeds verheugen/ op dat reisje met de trein?´/ 
Of het gaat over de angst voor de dood: ´Ik wil je graag iets vragen, Dood./ Mag ik even op je schoot?/ Even maar. Ik ben nog klein/ en vraag me af hoe het zal zijn/ om dichter naar je toe te leven./´ 
Grafspreuken ontbreken niet en die zijn, zoals gebruikelijk in dit genre, grappig:´Deze rups werd nooit een vlinder. Jammer weer een vlinder minder´. 
Verschillende gedichten gaan niet direct over sterven en rouw, maar over onderwerpen die geassocieerd worden met de dood, zoals het gedicht Hospice:´Het huis staat in een doodgewone straat./ Hij komt erlangs als hij naar judo gaat./ Een donkerbruine voordeur met een bel, maar zonder namen./ Er gaan ook mensen levend in en uit,/ met lege handen, tranen, bloemen, fruit./ Een huis in een gewone straat, met zeven brede ramen.´/ 
Westera maakt ook gedichten waarin het omgaan met de dood vanuit andere culturen aan de orde komt, waaronder het ontroerende gedicht Narayama waarin de zoon huilend zijn oude moeder de berg op draagt waar hij haar zal achterlaten om te sterven. 
Westera´s gedichten zijn vaak vergeleken met het werk van Annie M.G. Schmidt. Dat is een voor de hand liggende vergelijking omdat beide dames hun gevoel voor ritme en humor met elkaar delen. Ook in Doodgewoon staan gedichten die voor deze vergelijking in aanmerking komen, zoals het gedicht Vaas:´Ze eet. Hij staat er net een uur./ Ze vond hem eigenlijk te duur,/ die vaas. Maar ach, hij past bij de gordijnen./ Precies hetzelfde donkerrood./ Te duur voor Jan. Maar Jan is dood- /het zijn nu echt háár centen, niet de zijne.´/ 
Toch maakt Westera zich in deze bundel definitief los van Schmidt. De gedichten in Doodgewoon laten een grote diversiteit zien, zowel in onderwerpkeuze als in rijmschema´s en alles klopt. Wellicht komen daarom de gedichten die gaan over het definitieve van de dood, de oneerlijkheid ervan en over het gemis van degene die je lief hebt zo binnen. Het zijn gedichten die spreken van ´de leegste stoel die er bestaat´, of een lange litanie van alle situaties waarin de overledene wordt gemist, of de hartverscheurend rouwkaart waarin alle troost vergeefs lijkt, of de pijn om het verlies van het kindje dat te vroeg geboren werd. 

Sylvia Weve, die een Gouden Penseel kreeg voor een ander boek dat ze samen met Westera maakte (Aan de kant, ik ben je oma niet!) vindt zichzelf wederom opnieuw uit. Haar stijl blijft weliswaar herkenbaar maar is toch vernieuwend. Het kleurpalet is divers, al domineren de bruin/rode tinten. Vaak zijn de illustraties verrassend, zoals een hinkelbaan waar vanaf de zeven de getallen zijn door gekruist bij een gedicht over een vroege dood, of haar versie van magere Hein, of de speelse illustratie van een wereld zonder dood, een stadsgezicht dat grote overeenkomsten vertoont met de illustratie bij het gedicht Zonder jou waarop te zien is dat de wereld ´zonder jou´ gewoon door raast. 
Omdat het boek soms halve bladzijden heeft kan Weve spelen met overgangen naar een nieuwe pagina. Dat doet ze briljant, zo blijkt onder de illustratie van de hinkelbaan het graf van een rups te liggen. Ook verbindt ze door middel van haar illustraties gedichten aan elkaar, zoals het gedicht Nooit meer is voor altijd met het gedicht Beter niet dat gaat over´zeven dingen die je beter niet kunt zeggen tegen iemand die een tijdje terug zijn vader heeft verloren´. Weve is origineel, bijvoorbeeld op de prachtige illustratie waar de jas van oma nog overduidelijk haar vingerafdruk draagt of de dansende spullen van een erfenis. 
Het laatste gedicht, dat nog gevolgd wordt door een uitleg over onderwerpen die in het boek aan de orde komen, is een opgewekt gedicht. Kleurige insecten zoemen rond een grafsteen in een vrolijke omgeving:´Hier lig ik dan,/ begraven in een grazig stukje groen,/ en denk wat ik al eerder dacht:/ de dood is goed te doen.´/ 

Wat mij betreft is Doodgewoon het mooiste boek van 2014, een boek om (jezelf) cadeau te doen. 

Het boek won de Woutertje Pieterse Prijs 2015. De jury zegt over het boek:´Gedichten en illustraties die niet alleen het thema van de dood behandelen maar dat levensgrote thema te lijf gaan, omarmen, op afstand houden, waarde geven en meester maken, allemaal tegelijk in één boek.´
Doodgewoon kreeg ook een Zilveren Griffel. Uit het juryrapport: ´Bette Westera heeft met Doodgewoon een schitterende, ongekend rijke bundel doodslyriek geschreven, waar verdriet, verwondering, opstandigheid, berusting en woede onder woorden worden gebracht.´
Sylvia Weve kreeg van de Penseeljury een Vlag en Wimpel. Uit het juryrapport: ´Krachtig is het woord  dat het werk van Weve het best samenvat.´

Doodgewoon 
Bette Westera (tekst) en Sylvia Weve (ill) 


Gottmer, 2014     € 19,95 

Siens hemel - Bibi Dumon Tak

Geplaatst 6 jan. 2017 03:37 door susan *   [ 6 jan. 2017 03:37 bijgewerkt ]


Het boek opent met een donkere wolk, gevolgd door een donkere bladzijde met een eenvoudige tekening van een hond in een mand:´Er stonden zwarte wolken aan de hemel toen Sien vertrok. De lucht rommelde. De regen trommelde. Maar wij hoorden alleen hoe Siens laatste, allerlaatste adem over de rand van de mand woei´. 
In Siens hemel verwoorden en verbeelden Bibi Dumon Tak en Annemarie van Haeringen de vragen en emoties rond het overlijden van een geliefd huisdier. Sien is de hond van Klein Broertje en hij stelt vragen over de dood. Die vragen worden zo goed mogelijk beantwoord door de vertellers van het verhaal die worden aangeduid met´wij´. Deze bijzondere vorm levert een intiem verhaal op waarin hoop en vertrouwen klinkt dat Sien verder leeft op een mooie fijne plek. 
    Als Sien overleden is wordt ze in de regen begraven. Klein Broertje geeft haar een bal mee voor als ze wil spelen in de hemel. 
In huis wordt Sien gemist. Niemand weet wat er moet gebeuren met de riem, de mand en de etensbak. Er wordt troost gezocht bij elkaar. Zou Sien nu ook slapen? Is er in de hemel wel een zee waarin ze kan zwemmen en zijn er wel genoeg takken om stuk te bijten? 
De volgende dag wordt de familie anders wakker,´ Niet door een kwispelende staart die tegen de deken sloeg, maar door de zon die in kamer scheen.´ Ze lopen naar buiten en daar hoort Klein Broertje geblaf.´We deden net of we luisterden. We deden het voor Klein Broertje, om aardig te zijn. Om een beetje met hem mee te doen. En toen we ons gezicht naar de lucht toe keerden hoorden wij het ook. Echt. We hoorden geblaf. Het kwam rechtstreeks vanuit de heldere blauwe hemel.´ 

De prachtige goed gekozen woorden van Dumon Tak worden in beeld gevangen en aangevuld door Van Haeringen. In het begin zijn de pagina´s zwart, maar het zwart wordt langzaam teruggedrongen door kleur. Eerst zijn dat donkere kleuren die bladzijde na bladzijde lichter worden. Het zwart neemt langzaam de vorm aan van Sien. Als we de hond goed kunnen zien wordt zijn omgeving opgevuld met tekeningetjes van fijne hondendingen: worsten, gevulde etensbakken, wegrennende kippen en vluchtende postbodes. Op de laatste bladzijde zit Sien op een wolk in het hemelsblauw, omringd door andere wolken met hemelse honden. Een troostrijk beeld. 

Siens hemel is een troostboek waarin met prachtige woorden en beelden het verdriet om de dood van een huisdier verzacht wordt. 

Siens hemel 
Bibi Dumon Tak (tekst) en Annemarie van Haeringen (illustraties) 

Querido, 2016     € 12,50


De Witte Ruimte - Michaël Boele van Hensbroek

Geplaatst 11 jan. 2016 03:19 door susan *   [ 11 jan. 2016 03:19 bijgewerkt ]


De veertienjarige Janneke staat in de rij en wordt gemaand door te lopen. Ze heeft geen idee waar ze is. Dat wordt pas duidelijk als ze aan de beurt is en van harte welkom wordt geheten in de wereld die begint nadat je bent overleden. Janneke is in de ´Witte Ruimte´ en daar kan ze uitproberen waar ze naar haar dood uiteindelijk naar toe wil. Ze krijgt een ring met twee stenen die haar toegang geeft tot de hemel, de hel, de sterrenvlucht, het niets of reïncarnatie. Janneke begint haar avontuur met een kortstondige reïncarnatie als konijn en dat gaat bijna fout. Als ze terugkeert naar de Witte Ruimte vindt Janneke een leeftijdgenote, Shiva, afkomstig uit India. De meisjes worden vriendinnen. Shiva vertelt over Pieter, ook een leeftijdgenoot, die onverwacht besloot in de sterrenvlucht te blijven. De meisjes vragen zich af of dit wel vrijwillig gebeurde. Ze besluiten op onderzoek uit te gaan. 

Michaël Boele van Hensbroek is kinderarts en hij verzon dit verhaal voor zijn eigen kinderen. Maar het verhaal bleef hangen en hij besloot het op te schrijven. Het is een goed doordacht verhaal met oog voor detail. Zo wordt gaandeweg duidelijk hoe lang je in de Witte Ruimte mag blijven, hoe het komt dat taalverschillen geen rol spelen, dat je als volwassenen niet zomaar naar de hemel kunt en dat het reilen en zeilen in de Witte Ruimte veel lijkt op het runnen van een modern bedrijf met de bijbehorende problemen als werkdruk en werknemers die niet goed functioneren. Gelukkig maar dat alles niet perfect functioneert, want anders was er geen verhaal. Zo doen de meisjes onderzoek naar Pieters plotselinge verdwijning, zetten ze een reddingsoperatie op touw, krijgen ze problemen in de hel en vinden ze een illegale weg in de hemel. Ook besluit Janneke, tegen het advies van haar vrienden in, op droomdate te gaan. Daar heeft ze eenmalig de mogelijkheid om via een droom contact te maken met haar familie. 
Boele van Hensbroek beschrijft ook Jannekes rouwproces. Eerst wil ze niet aan de achterblijvers denken en eigenlijk ook niet weten hoe ze gestoven is, maar gaandeweg zet ze zich hiermee uiteen met een verrassende afloop. 
Het verhaal is westers georiënteerd, ondanks dat een van de hoofdpersonen uit India komt. Boele van Hensbroek lijkt niet veel aandacht te hebben besteed aan Shiva´s Hindoestaanse achtergrond. Zo laat hij haar zeggen dat ze naar een hindoegodin is vernoemd, maar Shiva is een god. Ook laat hij Shiva aan Janneke vragen wat de hemel is omdat zij dat begrip niet zou kennen, maar ook het hindoeïsme kent zijn vorm van hemel en hel. 
Boele van Hensbroek is een verhalenverteller en het boek leest dan ook makkelijk weg. Hier en daar had hij vaker van het show don´t tell- principe gebruik kunnen maken, maar echt storend is dit niet. 

De Witte Ruimte is een spannend verhaal gesitueerd in een unieke setting. Het boek nodigt uit om over de dood en wat daarna komt na te denken en te praten. 

De Witte Ruimte 
Michaël Boele van Hensbroek 

Schrijverspunt, 2015     € 19,95

Engel van hier en daar - Adrienne de Jonghe-Rouleau

Geplaatst 19 jun. 2015 05:27 door susan *   [ 19 jun. 2015 05:27 bijgewerkt ]


Adrienne de Jonghe-Rouleau verloor haar zevenjarige dochter Christine aan een zeldzame vorm van kinderkanker. Twee maanden later overleed haar oudtante Stien, de tante waar Christine naar was vernoemd. Zij werd negenennegentig. Beide vinden we terug in het boek Engel van hier en daar
Het verhaal begint niet bij Christines ziekte en ook niet bij haar geboorte, maar in de periode daarvoor. We zien Chrisje, een engeltje met vleugels, op een wolk met een verrekijker naar beneden turen. Ze ontdekt ´iets ronds met lichtjes´, Chrisje heeft nog nooit zoiets moois gezien. Haar beste vriendin Stien, ´een oude ziel´, legt haar uit dat ze naar de aarde kijkt. Hoe langer Chrisje kijkt des te meer mooie dingen ziet ze: het blauw van het water, het groen van de bossen, het geel van het zand, huizen en piepkleine mensen. Ze wil ernaartoe, maar Stien zegt dat haar tijd nog niet is gekomen. Dan ontdekt Chrisje een lieve papa en mama ´en wel drie zusjes´. Dit is het gezin waar ze bij hoort. Voor vertrek levert Chrisje haar vleugeltjes in en krijgt ze van Stien een rugzakje met alles erin wat ze nodig heeft op aarde: een schrift vol uitdagingen en een flink pakket talenten om alle problemen aan te kunnen. 
Chrisje is gelukkig op aarde en in het gezin. Maar na zes fijne jaren wordt ze ziek. Ze vecht tegen ´die stomme ziekte´ maar hoe goed Chrisje en de dokters ook hun best doen, de ziekte gaat niet over. Op een nacht droomt Chrisje van Stien, mama en papa. Alle drie zeggen ze dat de tijd is gekomen om te gaan. 
Chrisje wordt door twee engeltje meegenomen en met gejuich begroet door Stien en de andere engeltjes:`Daar is ze weer´. Ze krijgt haar vleugeltjes terug. Chrisje heeft haar rugzak van de aarde meegenomen. Als de mensen haar missen laat ze iets van de liefde, warmte en herinneringen aan alle mooie dingen die ze heeft meegemaakt naar beneden dwarrelen: dan kan iedereen haar liefde weer even voelen. 

Het verhaal van Chrisje wordt in korte zinnen verteld en ondersteund met de heldere tekeningen van Sabine Wisman. Chrisje, Stien, de engeltjes en de familieleden zijn in enkele lijnen neergezet. Wisman gebruikt kleuren vooral om accenten te leggen. Turkooizen en roze zijn de belangrijkste steunkleuren. De speelse vormgeving geeft het boek, ondanks zijn zware onderwerp, iets lichts. 

Adrienne de Jonghe-Rouleau maakte een troostrijk boek dat vooral mensen zal aanspreken die het leven op aarde als onderbreking van het eeuwige leven elders zien en erop vertrouwen dat de overledenen met de levenden verbonden blijven. 

Engel van hier en daar 
Adrienne de Jonghe-Rouleau (tekst) en Sabine Wisman (ill) 

Ploegsma, 2015     € 12,99

Mols hoop - Kristina Van Remoortel

Geplaatst 1 sep. 2014 02:41 door susan *   [ 1 sep. 2014 02:41 bijgewerkt ]


Hond steekt zijn neus in de lucht en snuift de geuren van de boerderij op:´Hoe hoog Hond zijn snuit ook in de wolken steekt, hij ruikt Boer niet. Niet meer´. 
Als Hond een ronde over de boerderij maakt merkt hij dat meer dieren Boer missen. Sinds Boer weg is legt Kip geen eieren meer, zwoegt Hengst met ´norse hoeven´ van´s morgens vroeg tot ´s avonds laat en moeder Schaap wiegt haar kind troostend heen en weer omdat het gemis van Boer de tranen doet rollen. 
De varkens Big en Beer maken ondertussen pret in de modder:´ “Missen jullie Boer dan niet?” vraagt Hond. “ Wij hadden gewoon pret...” knorren Big en Beer beteuterd.´ 
Hond zoekt de bank onder de wilg op, het bankje waar Boer graag zat. Hond wil net als het lammetje getroost worden, maar hij durft het niet te vragen. Dan komt ineens de aarde omhoog en verschijnt Mol.´Wat ruikt die lente 
hie-haa- heerlijk´ roept hij. Hond draait zijn hoofd de andere kant op en Mol begrijpt dat.´”Ik mis Boer ook”, fluistert hij. “ Als ik aan hem denk, kom ik hiernaartoe. Ik graaf mezelf naar boven en kijk naar de bank. Dan is Boer weer even bij me. Dat troost mij.”´ Hond ziet dan dat er rond de bank wel twintig hoopjes aarde liggen en hij begrijpt dat ook Mol Boer heel erg mist. Mol beaamt dat en hij verdwijnt weer onder de grond. 
Hond steekt zijn neus in de lucht.´Hij ruikt de klaverbloemen en zoekt de zwaluwen. Ze vliegen hoog in de lucht. Morgen wordt het vast mooi weer.´ 

Het prentenboek Mols hoop laat zien dat ieder op zijn eigen manier met het gemis van een geliefde omgaat: de een trekt zich terug, een ander moet huilen, weer een ander gaat heel hard werken of zoekt afleiding. Hond ontdekt dat Mol Boer net als hij erg mist en troost vindt op de plek waar Boer graag kwam. Blijkbaar vrolijkt dit Hond op, want als Mol weg is ruikt hij dat er´mooi weer´ in de lucht hangt. 
Het taalgebruik van de Vlaamse debutant Kristina Van Remoortel is mooi. Ze wisselt dialoog en beschrijvingen soepel af en laat veel ruimte om zelf emoties in te vullen. Bijvoorbeeld over de pret die de varkens maken. In de tekst wordt verwezen naar het gemis (´Het hemd van Boer hangt niet aan de waslijn´) maar Hond verwoordt geen verwijt. 
Het boek geeft allerlei aanknopingspunten om met kleuters de praten over het feit dat er vele manieren zijn om met gemis en verdriet om te gaan. Ook het einde van het verhaal laat ruimte voor eigen interpretatie. Troost het Hond dat Mol net als hij vaak naar dezelfde plek komt om aan Boer te denken, of troost het Hond dat Mol begreep dat hij Boer zo mist? 
De illustraties van Helen van Vliet zijn kleurrijk. Het is duidelijk lente in het boek, het jonge groen is alom vertegenwoordigd. In haar kenmerkende stijl vol zwierige lijnen zet ze de dieren neer. De gezichtsuitdrukkingen vullen de tekst aan. Zo zien we bijvoorbeeld het kleine varkentje geïrriteerd naar Hond kijken en je hoort hem denken´mag ik soms geen plezier meer hebben omdat Boer weg is?´. Zo geven ook de illustraties tal van mogelijkheden tot gesprek. Sommige kleuters zullen echter wel teleurgesteld zijn dat er slecht vijftien van de twintig molshopen te zien zijn. 

Mols hoop is een goede aanvulling op de rouwverwerkingsboeken voor kinderen. Dit prentenboek geeft volop mogelijkheden voor gesprek. De mooie zinnen en de warme illustraties doen recht aan het gevoel dat bij een gesprek over de pijn van gemis alleen mooie woorden en mooie illustraties passen. 

Mols hoop 
Kristina Van Remoortel (tekst) en Helen van Vliet (ill) 

De Vier Windstreken, 2014         € 13,95

Ik had je nog zoveel willen zeggen - Martine van Nieuwenhuyzen

Geplaatst 9 mrt. 2014 06:19 door susan *   [ 9 mrt. 2014 06:19 bijgewerkt ]


´Maatje, de beste vriend van Das is dood.´ Zo begint het prentenboek Ik had je nog zoveel willen zeggen. Op de illustratie zien we de begrafenis. Een klein kistje, met bloemen omhuld, staat op de rug van een hertje. Verdrietig kijken verschillende dieren toe, waaronder Das. Thuis zit Das verdrietig aan de keukentafel.´Maatje, waar ben je?´ roept hij zachtjes. Maar ook als hij hard roept blijft het stil. Das vraagt zich af waar Maatje is en of Maatje luistert. Hij besluit een brief te sturen waarin hij schrijft dat hij Maatje mist. Hij geeft de brief aan Roodborstje want misschien is Maatje boven in de lucht en kan het roodborstje de brief afgeven:´´Boven is heel groot´, zegt Roodborstje,´maar ik zal hem zoeken, en als ik moe ben, geef ik jouw brief mee met de wind. De wind weet alles, die komt overal´. Das twijfelt of het kleine roodborstje Maatje wel kan vinden in die grote lucht. Hij besluit meer brieven te schijven,´brieven die spreken van het grote gemis´, en stuurt deze met ballonnen de lucht in. Das is nog niet uitgeschreven, er volgen meer brieven zoals deze:´Lief Maatje, Soms hoor ik je. Als ik mij dan omdraai, mis ik je.´ Hij vouwt er bootjes van die hij ´met de stroom´ meegeeft. 
En dan wordt Das boos:´Hij trapt tegen een boom. Hij is boos op de stroom en de wind die de brieven ver weg brengen.´Ik wil je niet ver weg, ik wil je hier bij mij.´, roept hij naar Maatje. ´Mijn Maatje zou blijven in het bos waar hij zo van hield.´´ 
Das wil Maatje nog zoveel vragen. Hij schrijft zijn vragen op nieuwe briefjes en spijkert deze aan de bomen in het bos:´Ben je ver weg, of juist dichtbij?´en´Waar ligt het geheime recept van jouw appeltaart?´ De dieren in het bos lezen de briefjes en sommige geven antwoord of schrijven er iets bij:´Het is gek om Das alleen te zien lopen´,´Ik wil Das graag helpen maar ik weet niet hoe´,´Ik heb het recept! Kom je een keertje proeven?´ 
Das is moe. Hij heeft alles gezegd wat hij wilde zeggen. Hij schrijft nog één keer een briefje:´Lief Maatje, Ik heb je gezocht vandaag. Zocht je mij ook? Ik ben op onze plek. Das´ 
Onder de sterrenhemel op de lievelingsplek van Das en Maatje kijkt hij omhoog.´Hij denkt aan Maatje en zwijgt ... En opeens voelt hij zich niet meer zo alleen.´ 

Martine van Nieuwenhuyzen heeft een prachtig prentenboek gemaakt over het gemis van je maatje bij overlijden. De vragen van Das zijn vragen die velen stellen, vragen waar vaak geen antwoord op is. Dat Das zijn brieven aan de wind en het water toevertrouwd is niet zo vreemd, veel mensen doen dit ook. Prachtig is het moment dat de boosheid de overhand krijgt. Boosheid hoort in een rouwproces en het is goed dat dit ook aan de orde komt in een prentenboek over rouw. Indirect is dit het begin van enige troost. Zodra Das openlijk zijn vragen stelt ontstaat er ruimte voor anderen om zijn rouw te delen. Van Nieuwenhuyzen geeft daar drie mooie voorbeelden van: de omstander die niet weet wat hij moet zeggen, de achterblijvers die herinneringen delen en ´meelijden´ en de praktische hulp.´s Nachts, op de speciale plek van Das en Maatje, is Maatje ineens heel dichtbij. Ook de lezer kan Maatje zien, tussen de sterren. 

De kaft van het prentenboek oogt somber, maar de meeste illustraties in het boek zijn dat niet. Maatje wordt begraven op een mooie lentedag, het lege sombere huis wordt wat opgefleurd door een rood tafelkleed en zodra Das buiten komt wordt hij omringd door de zachte groene tinten in de natuur. Van Nieuwenhuyzen tekent op subtiele wijze de gemoedstoestanden van Das, zij laat daarmee ruimte aan de kijker zelf in te vullen wat Das op dat moment in het verhaal denkt en voelt. 
Van Nieuwenhuyzen heeft een toegankelijke tekenstijl en mooi kleurgebruik. Ook weet ze de pen soepel te hanteren. Met precies genoeg woorden vangt ze de vragen en emoties die normaal zijn in een rouwperiode. 
Het boek is heel geschikt om met kinderen over rouw en gemis te praten. Ook volwassenen zullen zich herkennen in Das en zijn worsteling te aanvaarden dat Maatje voor altijd op een plek is waar geen vragen meer beantwoord kunnen worden. 

Ik had je nog zoveel willen zeggen 
Martine van Nieuwenhuyzen 

Levendig Uitgever, 2013     € 14,95

Zeven minuten na middernacht - Patrick Ness en Siobhan Dowd

Geplaatst 16 jan. 2014 03:21 door susan *   [ 16 jan. 2014 03:21 bijgewerkt ]


Dertienjarige Connor heeft een terugkerende nachtmerrie, een nachtmerrie gevuld met duisternis, wind en gegil en met handen die wegglippen uit zijn greep. Hij praat niet over zijn nachtmerrie. Niet met zijn moeder, niet met zijn vader, niet met zijn oma en niet op school. Zijn moeder heeft genoeg aan zichzelf, zij vecht tegen kanker, zijn vader woont al zes jaar in Amerika bij zijn nieuwe gezin, met oma kan hij het niet goed vinden en op school lijkt hij onzichtbaar sinds de ernst van zijn moeders ziekte bekend is; behalve voor Harry die hem belaagt, pest en in elkaar laat slaan. 

Op een nacht, als Connor gillend wakker is geworden uit zijn nachtmerrie, komt ´het monster´ opdagen: de taxusboom van de begraafplaat is in beweging gekomen. Met een wilde ongetemde stem spreekt hij Connor aan die niet echt bang is:´ik heb wel ergere dingen gezien´. Het monster voorspelt dat die angst nog wel zal komen en verdwijnt. Maar hij komt terug, altijd om dezelfde tijd. Het monster vertelt drie verhalen en Connor moet het vierde verhaal vertellen: het verhaal van zijn nachtmerrie. 

Patrick Ness, veel bekroond schrijver, kreeg het verhaalidee van (eveneens veel bekroond) schrijfster Siobhan Dowd. Zelf kon ze het boek niet schrijven, ze stierf aan kanker, 47 jaar oud. 
Zoals we van Ness mogen verwachten is het verhaal goed opgebouwd en prachtig geschreven. Hij mixt op originele wijze verhaalgenres door elkaar. Er is het griezelaspect van het monster dat steeds weer opduikt, altijd op dezelfde tijd, maar toch onvoorspelbaar. Het is een ongrijpbaar monster. Hij omschrijft zichzelf, onder andere, als ´al het ongetemde en ontembare´,´de wilde aarde zelf´. De verhalen die het monster vertelt lijken sprookjes; wijze lessen verpakt in een verhaal. Maar de verhalen nemen onverwachte wendingen, waarin voor de hand liggende thema´s een andere draai krijgen. Als Connor zich daarover beklaagt antwoordt het monster dat verhalen jagen, bijten en achtervolgen en ze niet zijn bedoeld om Connor ´een lesje te leren´. Het zijn verhalen over het leven: vol tegenstrijdigheden ´waarin veel dingen waar zijn die vals lijken´. 
Naast de ontmoetingen met het monster en de verhalen die hij vertelt, volgt de lezer Connor in zijn dagelijks leven waarin het steeds slechter gaat met zijn moeder, zijn vader op bezoek komt en weer weg gaat, waarin hij bij zijn oma moet logeren in haar koude keurige huis, waarin hij op school alleen die jongen met die zieke moeder is, en zelfs pestkop Harry op een dag besluit Conner niet langer te zien. De verhalen van het monster staan niet los van Connors dagelijks leven, ze vermengen zich en dat heeft grote gevolgen. 
Uiteindelijk, als Connor het vierde verhaal moet vertellen, zijn nachtmerrie, komt alles samen. Connor moet de zwarte waarheid onder ogen zien en eindelijk wordt duidelijk waarom het monster in beweging kwam. 

Alsof het verhaal nog niet indrukwekkend genoeg is, zijn er ook nog de briljante illustraties van Jim Kay. In louter zwart, wit en grijstinten omhult hij het verhaal. Hij laat het monster zien, de beelden uit de verhalen, de nachtmerrie en de emoties. Beeld en tekst zijn prachtig vermengd en geven het boek zijn unieke sfeer. 
Zeven minuten na middernacht is een hartverscheurend boek dat ontroert en nog lang blijft nadreunen. Als ik cijfers of sterren zou toekennen op kinderboekenpraatjes, dan was dit een tien met vijf sterren. 

Zeven minuten na middernacht 
Patrick Ness & Siobhan Dowd (tekst) en Jim Kay (ill) 

De Geus, 2013     € 19,95

Andere boeken van Patrick Ness op kinderboekenpraatjes:



Een boom vol herinneringen - Britta Teckentrup

Geplaatst 16 jan. 2014 03:18 door susan *   [ 16 jan. 2014 03:18 bijgewerkt ]


´Vos had een lang en gelukkig leven gehad, maar nu was hij moe. Heel moe. Langzaam liep Vos naar de open plek waar hij altijd zo graag in de zon gelegen had. Hij liet zijn ogen nog één keer door zijn geliefde bos dwalen en ging liggen. Vos sloot zijn ogen en viel in een diepe slaap. Voor altijd´.
 Een voor een komen de dieren van het bos naar Vos toe. Ze zijn verdrietig want niemand kan zich een leven zonder hem voorstellen. Uil verbreekt als eerste de stilte en hij deelt een herinnering aan Vos:`Elke herfst hielden we een wedstrijd wie de meeste vallende bladeren kon vangen´. Ook Muis deelt een herinnering waarvan de andere dieren een warm gevoel vanbinnen krijgen.´Een voor een vertellen de dieren een mooi verhaal over Vos, en bij elke herinnering kwam er een lach op hun gezicht. Vos was heel belangrijk geweest in hun leven.´ Tijdens het vertellen groeit er een plantje op de plek waar Vos stierf, een plantje dat bij iedere herinnering groter wordt en in de loop der tijd uitgroeit tot een mooie boom:´een boom gemaakt van mooie herinneringen aan Vos´.
In de boom groeit een nieuwe generatie dieren op en vinden de oude vrienden van Vos een schaduwrijke plek.´De boom zorgde voor iedereen die van Vos gehouden had. En zo bleef Vos voor altijd in hun leven.´ 

De Duitse illustratrice Britta Teckentrup, die lange tijd in Engeland woonde en werkte, maakte het boek. Haar boeken, tientallen, worden over de hele wereld uitgegeven en veelvuldig bekroond. In Nederland kwamen in 2013 haar prentenboeken Snel naar huis, jij kleine muis en het zoekboek Een dag in de haven uit. 
Dit verhaal begint in de winter, Vos sterft in de sneeuw. Terwijl de dieren toestromen wordt Vosjes lichaam bedekt door de sneeuw. Als de dieren hun herinneringen delen zijn deze te zien op de illustraties, bijvoorbeeld het spelen met de bladeren in de herfst of het samen genieten van een mooie zonsondergang. In de witte winterwereld valt ineens een kleine oranje loot op die groeit op de plek waar Vos ligt. De dieren gaan er omheen zitten en de loot neemt de vorm aan van een oranje boom die, als hij groot is, duidelijk opvalt. Aan het einde van het verhaal ziet de lezer wat er gaande is in die grote oranje boom en dat is heel wat. 

Een boom vol herinneringen lijkt vooral geschikt om te lezen bij het overlijden van een ouder iemand, bijvoorbeeld een opa of oma.Vos is klaar met leven, hij (of zij) vindt het tijd om te gaan. Voor de achterblijvers is dat verdrietig maar de herinneringen houden Vos levend. De boom, die deze herinneringen symboliseert, is niet hetzelfde als Vos, maar blijft toch veel geven aan degenen die van Vos gehouden hebben. Jonge kinderen zullen deze symboliek niet doorzien en dat hoeft ook niet. Het beeld van de boom is een troostrijk beeld. Later zullen ze begrijpen dat ook een overleden persoon een plaats in je leven kan hebben en houden. 
Er zijn twee minpuntjes aan het boek. Het is jammer dat Vos op alle illustraties er hetzelfde uitziet, er is niet te zien dat hij zo oud geworden is dat de dood hem niet meer afschrikt. Het tweede minpuntje is de beschrijving van de dood als een ´diepe slaap voor altijd´. Voor veel kinderen is het verwarrend als de dood met slaap vergeleken wordt. Uit slaap kun je immers ontwaken, maar dood is voor altijd. 

Een boom vol herinneringen 
Britta Teckentrup 

Gottmer, 2013     € 11,95


Sjuleke - Pimm van Hest

Geplaatst 26 mei 2013 03:58 door susan *


´Dood?´vraagt Roman. ´Wat is dat?´´Dat betekent dat hij voor altijd zijn oogjes dicht heeft gedaan,´antwoordt papa.´Het lijkt net alsof hij slaapt´´zegt mama,´maar zijn hartje klopt niet meer.´´Wordt hij dan nooit meer wakker?´Papa en mama schudden verdrietig nee. Nu komen ook bij Roman de tranen. Grote, dikke tranen van verdriet. Wel duizend en meer.´ 


De avond voor Roman zijn hond Sjuleke dood in zijn mandje vindt, heeft hij nog zo fijn met hem gespeeld. Slimme Sjuleke die met verstoppertje spelen mama ruimschoots versloeg, lieve Sjuleke waarmee Roman fijn kon knuffelen, trouwe Sjuleke die altijd onder aan de trap stond te kwispelen als Roman ´s morgens uit zijn bed kwam. Maar deze ochtend stond Sjuleke er niet, hij ligt stil en koud in zijn mand. 
Mama probeert Roman te troosten:´Weet je, lieve schat, ik denk dat Sjuleke nu weer bij zijn papa en mama is, die al een tijdje geleden dood zijn gegaan.´ Roman vindt dat wel een fijn idee, maar liever wil hij Sjuleke kunnen uitlaten of gewoon nog een keer lekker achter hem aanrennen door de kamer. 
Sjuleke wordt in zijn dekentje en met zijn lievelingsspeeltje begraven in de tuin. Papa, mama en Roman spreken hun laatste woorden voor Sjuleke. Er wordt gehuildDan is iedereen stil...behalve het vogeltje dat op een hoge tak een mooi liedje zit te fluiten.´ Roman glimlacht een beetje door zijn tranen heen en fluistert ´Sjuleke, ik zal je ontzettend, ontzettend missen.´ 

Sjuleke is een echt themaprentenboek over een ingrijpende gebeurtenis: het overlijden van een geliefd huisdier. Pimm van Hest bouwt het verhaal goed op: eerst leren we de familie kennen en zien  dat Sjuleke een onderdeel van het gezin is. Een kleine vooraankondiging van de aanstaande dood geeft Van Hest als Sjuleke zijn hondenbrokje laat liggen. Van Hest beschrijft de dood eerlijk: Sjuleke is koud, hij wordt nooit meer wakker, er kan nooit meer met hem gespeeld worden. Roman en zijn ouders hopen dat hij op een fijne plek is, maar in hun gezin wordt hij gemist. Dat is reden genoeg om te huilen, ook voor de ouders. 
De illustraties van Nynke Talsma ondersteunen het emotionele verhaal op een bijzondere manier. Als alles nog gewoon is, is Romans wereld afgebeeld in lichte kleuren. De achtergronden zijn lege kleurvlakken. Als Roman de dode Sjuleke vindt is de achtergrond donkerblauw, met gouden zonnebloemen. Het blauw wordt lichter als de tranen komen. Heel veel tranen, dat kunnen we zien. Vrolijk zijn de illustraties waar Sjuleke op de wolken aan het spelen is; maar uit de wolken valt regen. In de tuin waar de begrafenis plaats vindt zijn de kleuren helder en vrolijk en de zonnebloemen geel, al zijn Roman en zijn ouders zichtbaar verdrietig. Op de allerlaatste bladzijden vliegt het vogeltje dat zo mooi zong weg. We zien nog wat zonnebloemen en een wolk die heel erg op Sjuleke lijkt. 

Dit prentenboek is geschikt om met kinderen over de dood van een hond te praten. Alle belangrijke aspecten komen aan de orde: het definitieve en onbegrijpelijke van de dood, de hoop dat er een hondenhemel bestaat, het verdriet, de begrafenis en de verwachting dat op een dag de zon weer zal schijnen. 

Sjuleke 
Pimm van Hest (tekst) en Nynke Talsma (ill) 

Clavis, 2013     € 14,95

1-10 of 20