Lijst Home


IJzerkop - Jean-Claude van Rijckeghem

Geplaatst 13 jun. 2019 04:10 door susan *   [ 13 jun. 2019 04:15 bijgewerkt ]


Jean-Claude van Rijckeghem is een veelzijdig man. Naast schrijver van historische jeugdromans is hij filmproducent, scenarioschrijver en stripboekmaker. Logisch dat er niet ieder jaar een nieuw jeugdboek van zijn hand verschijnt, al is dat wel jammer. Zijn boeken Jonkvrouw (2005) en Galgenmeid (2010) schreef hij samen met Pat van Beirs. Beide boeken zijn zeer lovend besproken en wonnen diverse prijzen. Het schrijversduo Van Beirs en Van Rijckeghem is inmiddels uiteengevallen. Van Beirs schreef zelfstandig de jeugdroman Zigeunerbloed (2015) dat een matige ontvangst van de critici kreeg. IJzerkop is de eerste jeugdroman die Van Rijckeghem zonder Van Beirs uitgeeft.

IJzerkop speelt in 1808/1809, in de Napoleontische tijd dus. Achttienjarige Stans is de oudste dochter in het gezin Hoste. Het gezin woont in Gent. Stans is een meid met een scherpe tong en voor niets en niemand bang. Dit in tegenstelling tot haar jongere broer Pier, die het liefst wil studeren. Toch is hij de aangewezen persoon om zijn brutale zuster in toom te houden, maar dat gaat hem niet goed af.
    De vrijmoedige Stans wordt gedwongen met de vijfenveertigjarige koopman Lieven te trouwen. Zij wordt geacht zonen te baren en in ruil daarvoor ondersteunt Lieven Stans’ vader die geen geld meer heeft, maar wel mooie plannen voor het ontwerpen en bouwen van een scheepskanon. 
    Stans is het huwelijk gauw zat. Op een avond trekt ze de kleren van haar man aan en verlaat het huis in het midden van de nacht. Zij meldt zich, als man verkleedt, aan voor het leger van Napoleon. Lieven is in alle staten dat zijn bruid ervandoor is. Hij stuurt Pier achter haar aan.

Van Rijckeghem speelt in zijn verhaal met de verwachtingen die aan mannen en vrouwen gesteld worden. Stans is een brutale, dappere en inventieve meid die niet gelukkig is in een huwelijk waar ze tevreden moet zijn met mooie kleren en een dagelijks kopje koffie. Haar veertienjarige broer Pier zou daar best gelukkig mee zijn, maar van hem wordt verwacht dat hij kordaat optreedt om de eer van zijn zuster en daarmee van zijn familie te beschermen. Hij wordt gedwongen zijn grenzen te verleggen en hij vindt dat vreselijk. Omdat het verhaal afwisselend vanuit het perspectief van Stans of Pier wordt verteld kan de lezer met beide meeleven. Van Rijckeghem zet zijn personages sterk neer en de lezer kan dan ook goed meevoelen hoe complex familierelaties kunnen zijn. Omdat Stans voor zichzelf kiest stort ze haar familie in de armoede en ook Pier moet de moeilijke keus maken of hij zijn zuster zal verraden voor eigen gewin.
    Stans is een bruisende persoonlijkheid met een scherpe tong, naar eigen zeggen haar belangrijkste wapen. Het is spannend en vermakelijk om haar avonturen te volgen. Ze moet haar ware identiteit verborgen houden tijdens haar opleiding tot soldaat en ook later als ze ten strijde trekt. Dat gaat de goedgebekte dappere Stans goed af. Pier daarentegen is naïef en zeer ongelukkig. Hij is niet voor het avontuur in de wieg gelegd en hij heeft niet het lef en de flair van zijn zuster. Dat levert vermakelijke scènes op, vooral als Pier in aanraking komt met het ‘echte leven’ en niet goed weet wat hij daarmee aan moet. Maar Pier wordt wijzer en uiteindelijk blijkt ook hij over moed en doorzettingsvermogen te beschikken.
    Van Rijckeghem moet grondig historisch onderzoek hebben gedaan, al valt dat niet direct op. Het is zijn verdienste dat je nergens het gevoel hebt een geschiedenisboek te lezen, het verhaal staat voorop. Het zijn de goedgekozen details waaruit blijkt dat Van Rijckeghem zich verdiept heeft in de negentiende eeuw en die het verhaal zijn unieke sfeer geven.
    Van Rijckeghem is een begenadigd verteller die de lezer moeiteloos meeneemt in zijn verhaal waarin naast Stans en Pier tal van kleurrijke personages een rol spelen. Het is een verhaal met vaart waarin veel gebeurt.

IJzerkop is een spannend goed verteld historisch verhaal met kleurrijke personages. Echt een boek om in een ruk uit te lezen.

IJzerkop
Jean-Claude van Rijckeghem 

Querido, 2019     €17,99

De woordsmid - Patricia Forde

Geplaatst 11 jun. 2019 01:33 door susan *   [ 11 jun. 2019 01:37 bijgewerkt ]


De woordsmid is een dystopische roman, een boek dus over een fictieve maatschappij waar je liever niet wilt wonen. Zoals vaak in dit genre lijkt de beschreven maatschappij voor de hoofdpersoon de perfecte wereld, tot deze in aanraking komt met een outsider en de schellen van de ogen vallen. Zo ook in dit verhaal.

Letta woont in Ark, een zelfvoorzienende gemeenschap waar het veilig wonen is na ‘de Smelt’. De Smelt is de tijd waarin natuurrampen, veroorzaakt door de opwarming van de aarde, grote verwoestingen hebben aangericht. Ark is gesticht door een groep mensen die de ramp zag aankomen. Onder leiding van John Noa hebben zij een sterk gereguleerde gemeenschap opgezet waar een beperkt aantal mensen kan overleven. 
    Letta is leerlingwoordsmid. Zij is met haar meester Benjamin verantwoordelijk voor de taal. Taal is binnen Ark aan strikte regels gebonden. John Noa is er namelijk van overtuigd dat alle ellende van de Smelt is voortgekomen uit een teveel aan (misleidende) woorden. Zijn doel is om het gebruik van taal zoveel mogelijk te beperken. Daarom wordt er Lijst gesproken, een taal die slechts uit 700 woorden bestaat.
    Letta’s leven verandert als er een rebel, de aantrekkelijke jonge Marlo, haar werkplaats in vlucht en zij tegen beter weten in hem een veilige plaats biedt. Kort daarop krijgt ze het bericht dat haar leermeester Benjamin bij een expeditie buiten Ark een ongeluk heeft gehad en is overleden. Zij is nu de nieuwe woordsmid. Marlo stelt Letta’s loyaliteit aan Ark op de proef door vragen te stellen en haar te vertellen over zijn leven buiten Ark. Hij laat haar ook kennismaken met muziek en beeldende kunst. Letta’s twijfel wordt versterkt als er aanwijzingen komen dat Benjamin misschien nog leeft en John Noa tegen haar gelogen heeft. Letta moet op onderzoek uit.

Het gegeven om de woordenschat te beperken is niet nieuw, denk bijvoorbeeld aan Newspeak uit Orwells 1984. Ook de voorspelbare wijze waarop Letta aan de beginselen van Ark gaat twijfelen zijn niet erg origineel, ook niet in de uitwerking. Toch zal voor veel lezers het nadenken over de functie van taal binnen een gemeenschap een interessant gegeven zijn. De schrijfster deed er onderzoek naar en ontdekte dat het mogelijk moet zijn om met slechts 500 woorden te kunnen communiceren (vakjargon valt daar niet onder, dat wordt per groep aan de woordenschat toegevoegd). De uitwerking van het gegeven rammelt echter, een woordenschatbeperking is namelijk niet eenvoudig in te voeren. Mensen zijn immers in staat om eigen woorden te vinden als ze iets willen aanduiden dat nog geen woord heeft. En ook is het ongeloofwaardig dat de woordenschat van de overlevenden van de Smelt binnen een generatie zo extreem kan verkleinen.
    Als je niet te zwaar aan geloofwaardigheid tilt kun je volop genieten van het boeiende verhaal. Letta’s zoektocht naar haar leermeester is spannend en brengt haar naar interessante plekken zoals de wereld buiten Ark en de burcht van John Noa. Natuurlijk raakt Letta betrokken bij het verzet en zal ze uiteindelijk een belangrijke rol spelen in een poging John Noa tegen te houden bij het uitvoeren van zijn extreme plannen.
De woordsmid is een afgerond verhaal, al sluit de schrijfster een vervolg niet uit.

De woordsmid is een spannend verhaal dat is opgebouwd uit een aantal beproefde elementen. Het is een verhaal dat uitnodigt na te denken over de waarde van taal en kunst.

De woordsmid
Patricia Forde, vertaald door Annelies Jorna 

Ploegsma, 2019     €18,99

Ploef-Espen Dekko en Goeiemorgen, beste buur - Davide Cali

Geplaatst 6 jun. 2019 04:30 door susan *   [ 11 jun. 2019 01:23 bijgewerkt ]


                                    

De Vlaamse kinderboekenrecensent Patrick Jordens zag bij zijn bezoeken aan Franse boekenwinkels en de grote jaarlijkse kinderboekenbeurs in Bologna prachtige uitdagende prentenboeken die de weg naar de Nederlandstalige markt niet vinden. Om daar verandering in te brengen startte hij, met hulp van het Vlaams Fonds voor de Letteren en crowdfunding, een nieuwe uitgeverij onder de naam Tiptoe Print. Jordens wil boeken uitgeven die je op de tippen van je tenen doen staan, want op de tippen van je tenen kun je over muurtjes heen kijken en je horizon verbreden. In mei kwamen de eerste twee prentenboeke uit: Ploef en Goeiemorgen, beste buur.

Ploef, geschreven door de Noorse auteur Espen Dekko, gaat over Edward en zijn hond Ploef. Ploef is al oud en het liefst ligt hij te dromen over konijnen. Zijn jonge baasje Edward zit echter vol energie en neemt zijn grote vriend graag mee naar buiten om te hollen. Maar van Ploef hoeft dat meer, hij heeft genoeg gehold. Ploef is oud en moe. Op een dag valt hij in een diepe slaap, een slaap zonder dromen, tot groot verdriet Edward.
    De tekst is mooi vertaald door Edward van de Vendel. Het is een tekst die zonder moeilijke woorden toch poëtisch klinkt. Op verschillende manieren wordt aangegeven dat Ploef moe is, waarmee de boodschap duidelijk overkomt maar geen zware dreigende lading heeft. In combinatie met de warme illustraties heeft het boek een fijne sfeer.
    De illustraties van Mari Kanstad Johnsen zijn met veel schwung getekend. Ze speelt met het perspectief en buit het feit dat Ploef zo groot is kundig uit. Op de kleurrijke illustraties is veel te zien en ze vullen het verhaal ook aan, bijvoorbeeld door de foto’s aan de muur te laten zien.
     Het verhaal heeft een droevig keerpunt als Ploef doodgaat. Alles kleurt dan donker en we zien Edward eenzaam op het bankje waar hij eerder samen met Ploef was. Gelukkig verstaat Edward, net als Ploef, de kunst van het dromen en dat is troostrijk.
    Ploef is een mooi verhaal over goed oud worden en klaar zijn om afscheid te nemen van het leven, maar het gaat ook over het grote verdriet als een geliefd huisdier sterft.

Goeiemorgen, beste buur is een vrolijk prentenboek. Het is een vaak verteld klassiek stapelverhaal. Het verhaal begint bij een idee van een muis. Zij wil een omelet maken. Daarvoor heeft ze een ei nodig en dat heeft ze niet. Ze gaat er een vragen bij haar ‘buur’, de merel. Een ei heeft de merel niet, maar wel bloem. Als ze er een ei bij zouden hebben dan kunnen ze een toetje maken. De muis en de merel gaan een ei vragen aan de buurvrouw. Ook zij heeft geen ei, maar wel boter. En zo wordt de rij dieren die op zoek zijn naar een ei steeds langer. Uiteindelijk hebben ze genoeg ingrediënten verzameld om een taart te kunnen maken. Als die klaar is dreigt de muis geen stukje te krijgen, zij heeft immers niets bijgedragen aan de taart. Gelukkig komt dat goed en wordt de taart in negen stukken verdeeld, ondanks dat het best moeilijk is om een taart in negen stukken te verdelen.
    Het boek, dat oorspronkelijk in het Italiaans verscheen, is vertaald door Michael De Cock. Hij weet binnen de strakke structuur van de repeterende zinnen, die een stapelverhaal nu eenmaal voorschrijft, toch een mooie rijke tekst te maken die prettig voorleest. De illustraties van de Poolse Maria Dek maken het boek bijzonder. Haar kleurgebruik is warm en haar stijl doet sterk denken aan naïeve kunst door het ontbreken van perspectief en de creatieve manier waarop ze de details schildert. Het is een boek om vaak te bekijken.

Zowel Ploef als Goeiemorgen, beste buur zijn een aanwinst voor de prentenboekenkast. Het zijn mooi uitgegeven boeken met fraaie illustraties en goed lopende rijke (voorlees)teksten.

Ploef
Espen Dekko, vertaald door Edward van de Vendel met illustraties van Mari Kanstad Johsen
Tiptoe Print, 2019     €16,50

Goeiemorgen, beste buur
Davide Cali, vertaald door Michael De Cock met illustraties van Maria Dek 
Tiptoe print, 2019     € 18,00

De geheime tuin - Frances Hodgson Burnett

Geplaatst 3 jun. 2019 04:34 door susan *   [ 3 jun. 2019 04:36 bijgewerkt ]


De Engelse schrijfster Frances Hodgson Burnett (1849-1924) publiceerde De geheime tuin ruim honderd jaar geleden. Ze schreef het verhaal in 1911 voor een tijdschrift voor volwassen lezers. Later werd het gepubliceerd als boek, maar het sloeg niet echt aan. Toen Burnett overleed werd er nauwelijks over gerept, ze was vooral de schrijfster van Little Lord Fauntleroy en A little princess. Pas in de twintigste eeuw, wellicht omdat er toen meer aandacht voor kinderliteratuur kwam, werd het boek populair en uiteindelijk zelfs haar meest bekende boek.
    Burnett werd geboren in Manchester en groeide in armoede op. Op achttienjarige leeftijd vertrok ze naar Amerika en verdiende daar de kost met schrijven. Ze brak door als kinderboekenschrijfster in 1886 met haar boek Little Lord Fauntleroy (in het Nederlands vertaald als De kleine Lord). Ze werd een van de best verdienende vrouwen van haar tijd.

De geheime tuin gaat over de ongeveer tienjarige Mary die in India opgroeit. Ze is een eenzaam kind waar niemand van houdt, gewend om orders uit te delen aan bedienden die deze dan direct uitvoeren. Als Mary wees wordt moet ze naar Engeland, naar een onbekende oom. Ze komt terecht in een groot landhuis. Haar oom, die de dood van zijn jonge echtgenote niet kan verwerken, heeft geen aandacht voor haar. Mary krijgt een kamer en te eten en verder moet ze zichzelf maar zien te vermaken. Ook in haar nieuwe omgeving maakt ze niet makkelijk vrienden, ze is een onaangenaam meisje dat bij andere snel weerstand oproept. Maar het dienstmeisje Martha laat zich niet intimideren en er ontstaat zelfs een vriendschappelijke band tussen de meisjes.
    Mary ontdekt bij omzwervingen rond het huis een geheime verwaarloosde tuin en ze ontdekt ook dat er nog een kind in het landhuis woont, de ziekelijke Colin.

De geheime tuin is een boeiend verhaal met verrassende personages. Het komt niet vaak voor dat een onaangenaam kind de hoofdrol krijgt. Haar zoektocht naar de geheimzinnige tuin waar ze over gehoord heeft en haar confrontatie met haar ziekelijke en al even onaangename leeftijdsgenoot zijn spannend en vermakelijk. In de frisse nieuwe vertaling van Imme Dros leest de tekst prettig weg. Gelukkig heeft de vertaalster van deze klassieker geen modern boek willen maken en heeft ze wat langere natuurbeschrijvingen of dik aangezette emotionele uitbarstingen over de schoonheid van de natuur en het leven laten staan.
    Burnett draagt met haar verhaal duidelijk haar pedagogische visie uit en ze is daarbij soms verrassend eigentijds, bijvoorbeeld in haar aanname dat positieve gedachten helend zijn en negatieve gedachten ziekmakend. Zelf wilde ze overigens niet in een hokje geplaatst worden:
' I am not a Christian Scientist, I am not an advocate of New Thought, I am not a disciple of the Yogi teachings. I am not a Buddhist. I am not a Mohammedan. I am not a follower of Confucius. Yet I am all of these things.’
Burnett was van mening dat kinderen gezond moeten eten, veel naar buiten moeten en flink bewegen. Dat was overigens in Burnetts tijd een populaire visie die in Europa veel aanhangers vond en mede ten grondslag ligt aan de destijds opkomende jeugdbewegingen en onderwijsvernieuwingen. Ook haar kijk op ‘eenvoudige boerenmensen’ is tijdsgebonden. In Burnetts tijd werd ‘de boer’ door sommigen gezien als de ware natuurmens, dicht bij de bron van het leven en daarom ‘van nature’ wijs en goed. De moeder van Martha krijgt in het verhaal deze rol toebedeeld, zij weet wat Mary echt nodig heeft en ze koopt zelfs van haar schamele centen een springtouw voor het meisje. Haar zoon is het toonbeeld van de geslaagde opvoeding. Hij heeft een heel bijzondere band met de natuur en daarom is hij de aangewezen persoon om Mary en de ziekelijke Colin op hun pad naar gezondheid en geluk te begeleiden.

De geheime tuin is nog altijd een mooi en boeiend verhaal, ook als de lezer niet bekend is met context waarbinnen het geschreven is. Het verhaal heeft genoeg charme om ook de hedendaagse lezer aan te spreken.

De geheime tuin
Frances Hodgson Burnett, vertaald door Imme Dros met illustraties van Linde Faas 

Leopold, 2019     €17,99

Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt - Edward van de Vendel

Geplaatst 31 mei 2019 02:44 door susan *   [ 31 mei 2019 02:49 bijgewerkt ]


Er zijn mensen die denken dat gedichten saai en niet nuttig zijn. Edward van de Vendel rekent definitief met deze vooroordelen af in zijn boek Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt. Aan zijn gedichten heb je wat en ze zijn verre van saai. Het boek is een bundel vol tips, in de vorm van gedichten, over uiteenlopende problemen. Bijvoorbeeld wat je moet doen als je geen lievelingsdier hebt, of als je ouders je nooit eens laten winnen, of als je niet slapen kunt, of als je trein vertraging heeft, of als je je zorgen maakt over je beste vriend of vriendin en natuurlijk wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt. Er zijn ook gedichten die antwoord geven op gevoelige vragen, bijvoorbeeld wat je moet doen als je moeder huilt, of als je opa steeds meer vergeet of als je verliefd bent.
    De altijd fraai verwoorde raad kan verschillende kanten op gaan. Ben je bijvoorbeeld verliefd op een jongen dan moet je een blokfluit kopen, wil je weten wat je moet doen als het regent, kijk dan naar salamanders en als je een boekbespreking over dit boek moet houden is deze al voor je uitgeschreven. Van de Vendel ontroert als het over emoties gaat, bijvoorbeeld in het gedicht wat je moet doen als je moeder huilt. Als je moeder moet huilen, schaag haar dan, steun haar met je lichaam: ‘Als ze voelt dat ze eventjes op je mag leunen/ spoelt er een beetje gedoe/ uit haar hoofd./ Hoe?/ dat doet er niet toe.’

Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt is het tweede boek waarin Edward van de Vendel en Martijn van der Linden intensief samenwerken. Dat deden ze eerder in Stem op de okapi, dat in 2016 de Woutertje Pieterse Prijs kreeg. Opnieuw laat Van der Linden zien hoe goed hij dieren kan tekenen in allerlei stijlen en in veel verschillende technieken. Zo zien we spreeuwen die in een losse speelse stijl op papier zijn gezet naast levensecht afgebeelde dieren, zoals het nijlpaard op de kaft. Prachtig is ook de illustratie van de Noorse komkommer die Van der Linden niet alleen overtuigend tekent maar ook antwoord laat geven op een vraag die in het gedicht gesteld wordt. Het is een van de vele voorbeelden waar tekst en beeld op elkaar reageren. 
    Van der Linden heeft een levendige fantasie die volop tot zijn recht komt in dit boek. Zo laat hij meubels dansen, zet een nors kijkende kat op een troon en plaatst een ambitieuze slak naast zijn rolmodel. Mooi is ook de held die midden in de nacht braaf de opdracht van de Hersenkoning aanvaardt om door vorst en tocht in de allervroegste ochtend urine naar de wc te brengen. We zien hem als een ridder op een eenzame wc in een koude omgeving.

Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt is een origineel en mooi gedichtenboek dat je soms doet lachen en op andere momenten ontroert. Tekst en beeld zijn gelijkwaardig en van hoge kwaliteit. Echt en heel fijn boek voor een breed publiek.

Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt
Edward van de Vendel (tekst) en Martijn van der Linden (illustraties

Querido, 2019     €17,99


Verboden te vliegen - Martine Letterie

Geplaatst 27 mei 2019 04:33 door susan *   [ 27 mei 2019 04:38 bijgewerkt ]


Martine Letterie heeft inmiddels een indrukwekkend oeuvre aan historische kinderboeken bij elkaar geschreven.Voor Kinderen met een ster kreeg ze in 2017 een Zilveren Griffel. Letterie baseert haar verhalen vaak op ware gebeurtenissen en weet zo de geschiedenis dicht bij de lezer te brengen. Het blijft echter lastig om over de verschrikkingen van bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog te schrijven voor jonge kinderen die nog weinig over de geschiedenis weten. In Verboden te vliegen slaagt Letterie er goed in kinderen van nu mee te nemen naar het verleden en een spannend verhaal mooi samen te laten gaan met historische feiten.

Het verhaal begint in augustus 1939. Zesjarige Fietje woont in Brabant in een groot gezin. Samen met haar oudere broer, die al van school is en met ‘ons vader’ in de fabriek werkt, zorgt ze voor de duiven. Er wordt hier en daar wel over oorlog gesproken, maar ons mam is er zeker van dat het er niet van zal komen, ‘zijn ze nou helemaal betoeterd’ is haar commentaar. Maar de oorlog komt natuurlijk wel en dat betekent dat de duiven geregistreerd moeten worden en later volgt het bevel dat ze moeten worden ingeleverd. De familie besluit zoveel mogelijk duiven te laten onderduiken.

Voor dit boek gebruikte Letterie onder andere verhalen van twee zussen die in de jaren vijftig opgroeiden in een groot Brabants gezin. Het levert leuke details voor het verhaal op, zoals de beschrijving van de ochtendroutine of het feit dat er niet voor iedereen een zitplaats is. Fietje heeft een speciale band met haar grote broer Marius, ze delen hun liefde voor de duiven.
    De duiven spelen een belangrijke rol in het verhaal. Letterie deed ook hier studie naar en verdiepte zich in het duivenmelken en in de rol van duiven tijdens de oorlog. De duiven blijven niet anoniem, het zijn belangrijke personages in het boek die ook een deel van het verhaal vertellen. De schrijfster laat daarbij in het midden of de duiven echt aan het woord zijn of dat we de gesprekken die Fietje en Marius in hun hoofd met de duiven voeren lezen. Een tekening in de kantlijn geeft aan of het verhaal vanuit het perspectief van Fietje of vanuit het perspectief van de duiven wordt verteld.
    Wat de duiven overkomt heeft, voor de goede verstaander, parallellen met de Jodenvervolging. De duiven worden ook eerst geregistreerd en later afgevoerd en niemand weet wat er met ze gebeurt. De achterblijvers vragen zich af of de dieren naar een ‘duivenconcentratiekamp’ zijn afgevoerd en of ze ze ooit nog terug zullen zien. Overigens stipt Letterie de Jodenvervolging wel aan, als Fietje kennis maakt met twee kinderen die samen met haar broer op een boerderij zijn ondergedoken. Fietje vraagt zich dan af wat de Duitsers tegen kinderen kunnen hebben.  Verdere uitleg wordt niet gegeven.
    Fietje en haar familie moeten niet alleen hun duiven laten onderduiken, maar ze moeten ook spullen inleveren, hun huis verlaten, stiekem naar de radio luisteren en creatief omgaan met het gebrek aan textiel en wol om kleren van te maken. Ook krijgt de familie te maken met een razzia en een neergestorte piloot die hulp nodig heeft. Letterie vertelt onderhoudend, maar ze is geen schrijfster van doordachte mooie zinnen met fraaie beeldspraken.

Rick de Haas brengt het verhaal verder tot leven met zijn vele illustraties in kleur. De tekeningen geven het tijdsbeeld mooi weer, bijvoorbeeld door soldaten op motoren met zijspan te laten zien, of de huiskamer waar Fietje met haar ouders, broers en zussen aan tafel zitten. Jammer dat Fietje nauwelijks verandert en er aan het einde van de oorlog nog vrijwel hetzelfde uitziet en hetzelfde gekleed is.

Verboden te vliegen is een informatief en onderhoudend boek over de Tweede Wereldoorlog. Letterie slaagt erin deze bijzondere tijd voor kinderen tot leven te brengen.

Verboden te vliegen
Martine Letterie (tekst) en Rick de Haas (illustraties) 

Leopold, 2019     € 15,99


De boom met het oor - Annet Schaap

Geplaatst 23 mei 2019 04:21 door susan *   [ 23 mei 2019 04:34 bijgewerkt ]


Annet Schaap kende een stormachtige start van haar schrijverscarrière. Na jarenlang een succesvol illustratrice te zijn geweest debuteerde als auteur in 2017 met haar boek Lampje. Het boek werd een enorm succes en won alle belangrijke kinderboekenprijzen. De boom met het oor is haar tweede boek. Het is een prentenboek en geïllustreerd door Philip Hopman. Het boek laat zich niet makkelijk in een hokje plaatsen. Dit is geen prentenboek voor kleuters, dit verhaal zal vooral kinderen vanaf een jaar of acht aanspreken. Schaap schreef dit verhaal oorspronkelijk voor een theaterproductie.

In een stadspark staat een enorme boom, het is de allerhoogste en dikste boom in het park. Alleen de dieren weten dat halverwege de stam een oor zit, ‘een oor dat echt luistert.’
    In de stad staat een school en op die school zit een kleine jongen die iets heel bijzonders heeft ontdekt. Hij wil het graag vertellen, maar er is niemand die wil luisteren. 
Na schooltijd loopt hij het park in en twijfelt even of hij zijn verhaal aan een man op een bankje zal vertellen. Maar hij mag niet met vreemden praten, dus loopt hij door. Ook vindt hij geen gehoor bij een vogeltje of een hond. Wat de jongen niet weet is dat er ook een rouwstoet door het park trekt, het is de begrafenisstoet van kever Trude. Haar treurige echtgenoot loopt voorop. Trude, zijn grote liefde, is doodgepikt door een zwarte kraai. Alles wat rest is haar dekschildje. De stoet trekt naar de boom met het oor en daar staat inmiddels ook de jongen. Er zijn nog meer dieren bij de boom en allemaal hebben ze wat te vertellen. 

Schaap schreef dit verhaal in opdracht van het Internationale Kamermuziek Festival. De muziek van Moesorgki’s Schilderijen van een tentoonstelling was de inspiratiebron. Het verhaal kan goed los gelezen worden van deze oorsprong, maar het is ook zeer de moeite waard Moesorgski’s beeldende muziek erbij te beluisteren. Schaap laat alle gebruikelijke invullingen bij dit stuk los en maakt haar eigen verhaal. Dat pakt goed uit, als je niet beter wist zou je kunnen denken dat Moesorgski zijn muziek speciaal bij voor haar verhaal heeft geschreven.
    In dit tweede boek laat Schaap opnieuw zien dat ze een talentvolle schrijfster is. Haar taal is bloemrijk, klankvol en beeldend. Ze kiest voor een eigentijds thema door de vraag centraal te stellen wie er in de huidige drukke tijden nog de tijd neemt om echt naar iemand te luisteren. De hoofdpersoon is een zogenaamd sleutelkind; zijn ouders werken en hij heeft ‘alleen een sleutel, aan een touwtje om zijn nek.’ Schaap voert op slimme wijze de spanning op, de lezer wil in toenemende mate wel het luisterend oor zijn dat de jongen zoekt. Als de jongen dan uiteindelijk zijn verhaal ‘onhandig uit zijn mond laat vallen’ stelt het niet gelukkig niet teleur.
    Het verdriet van de kever over zijn geliefde Trude is een mooie toevoeging in het verhaal. Schaap geeft de diepgevoelde pijn van het verlies fraaie woorden: ‘O, boom, ik hield zo van haar. Ze was zo prachtig, mijn Trude, zo glimmend, zo zwart...Hoe kan ik vertellen hoe lief ze was?' Daarnaast is het leven vanuit het perspectief van een kever ook grappig, want zijn leven is kort en verdriet krijgt snel een plaats en dus gaat hij na korte tijd alweer op zoek naar een andere knapperd om mee te trouwen.

Philip Hopman, onder andere bekend van de Boer Boris-serie, heeft het verhaal Zuid-Europese allure gegeven door de stad Barcelona als inspiratiebron te gebruiken. Hij heeft zich uitgeleefd om de drukte van de stad weer te geven. De sfeervolle bomvolle illustratie van de stad laat huizen, verkeer en tal van mensen met bezigheden zien. Wie goed kijkt kan de illustrator in de drukte ontdekken. Hopman laat ook mooi zien dat het verhaal zich op een druilerige dag afspeelt. Veel mensen lopen met opgetrokken schouders en hebben haast. Een andere kant van Hopmans talent zien we in de fantasievolle weergave van de kevers. Die zijn, net als in de tekst, verdrietig maar toch ook erg grappig.

De boom met het oor is mooi verteld beeldend verhaal, groots en kleurrijk geïllustreerd door Philip Hopman.

De boom met het oor
Annet Schaap (tekst) en Philip Hopman (illustraties) 

Querido, 2019     € 16,99


Longlist Thea Beckmanprijs 2019

Geplaatst 21 mei 2019 02:44 door susan *   [ 21 mei 2019 02:46 bijgewerkt ]




De Thea Beckmanprijs voor het beste historische kinder-of jeugdboek wordt jaarlijks toegekend. In de even jaren aan een boek voor kinderen tot twaalf jaar, in de oneven jaren aan een boek voor twaalf en ouder. De winnaar van de Thea Beckmanprijs ontvangt € 1.000,- van Archeon.

Dit jaar zijn dus de boeken voor kinderen ouder dan twaalf jaar aan de beurt. De jury is op zoek naar goed geschreven verhalen die 'de lezer op geloofwaardige wijze meenemen in het verleden.' De juryleden zijn hetzelfde gebleven: Hubert Slings (voorzitter), Henne van Beveren, Liselotte Dessauvagie, Monique Veldman en Moniek Warmer. 

Naast de volwassen jury is er ook een kinderjury. Deze reikt De Jonge Beckman uit, de prijs voor het beste historische jeugdboek volgens de lezers zelf. Een panel van enthousiaste jongeren leest de shortlist en maakt daaruit een eigen keuze voor een winnaar. Schrijfster Marte Jongbloed begeleidt deze jury. 

Dit zijn de boeken van de longlist:

Wilma Geldof - Het meisje met de vlechtjes - Luitingh-Sijthoff
Hilde E. Gerard - Kantje Moord - Davidfonds/Infodok
Luc Hanegreefs - Volle Maen - Clavis
Marian Hoefnagel - Vlucht uit Sint Petersburg - Eenvoudig Communiceren
Ineke Kraijo - Over de grens - Columbus
Martine Letterie - Nooit meer thuis - Leopold
Bianca Mastenbroek - Hendrick, de Hollandsche indiaan - De Vier Windstreken
Joyce Pool - Het Kompas - Lemniscaat
Rob Ruggenberg - Piratenzoon - Querido
Katrien Van Hecke - Soldaat Marie - Clavis

Voor de zomer maakt de jury de vijf titels van de shortlist bekend. Op 14 september wordt zowel de Thea Beckmanprijs 2019 als de Jonge Beckman 2019 in Archeon uitgereikt. 

De lange reis en De parel van Eva - Martin Widmark

Geplaatst 20 mei 2019 03:48 door susan *   [ 20 mei 2019 04:11 bijgewerkt ]


                                   

Het is opmerkelijk dat sommige populaire schrijvers uit ons omringende landen hier nauwelijks bekend zijn. Bijvoorbeeld de Vlaamse schrijver Marc de Bel, de Duitse schrijfster Franziska Gehm of de Zweedse schrijver Martin Widmark. Hun boeken worden wel vertaald, maar hebben moeite de lezers in ons land te bereiken. Widmark is in eigen land een veel gelezen auteur. Hij schreef meer dan honderd kinder-en jeugdboeken waarvan ook enkele werden verfilmd. Zijn werk wordt wereldwijd veel vertaald en hij heeft al miljoenen boeken verkocht. Uitgeverij Deltas heeft twee prentenboeken van Widmark vertaald: De parel van Eva en De lange reis.

Het eerste dat aan deze prentenboeken opvalt zijn de sfeervolle illustraties die werden gemaakt door de Poolse illustratrice Emilia Dziubak. Haar werk roept een magische dromerige sfeer op en dat sluit goed aan bij de verhalen.
    De parel van Eva gaat over Eva die treurt na de mysterieuze verdwijning van haar broer. Op een dag krijgt ze een ongeluk en raakt buiten bewustzijn. Als ze bijkomt ziet ze een levensgrote tor in een smoking met een vlinderdasje die haar welkom heet in het Land van Geluk. Eva is er inderdaad gelukkig, tot ze wordt meegenomen door Krab. Hij laat haar, samen met andere kinderen, naar parels duiken. Eva wil niet in de situatie berusten, ze maakt een plan om te ontsnappen.
    Het boek De lange reis gaat over twee kinderen, Lucas en Sanne, die beide aan zee wonen. De een aan de ene kant, de ander aan de overkant. Lucas kan het verdriet om de dood van zijn hond niet aan. Hij wordt apathisch en depressief. Sanne heeft andere problemen, zij moet zichzelf weten te redden in een vijandige omgeving en wordt daarbij geholpen door haar kat Pluis. Als Lucas en Sanne elkaar ontmoeten licht de wereld voor hen beiden op.

Dit zijn prentenboeken voor wat oudere kinderen. Er is veel tekst en er worden pittige thema’s aangesneden zoals armoede en kinderarbeid. Dat alles is wel mooi ingebed in een hoopvol verhaal en omringd door prachtige illustraties. Het taalgebruik van Widmark is niet bijzonder poëtisch, maar toch weet hij een mooie, beetje magische sfeer op te roepen.
    De illustraties zijn zeer fraai. Dziubak tekent prachtige landschappen. Ook weet zij de scènes uit de verhalen aanstekelijk weer te geven.We zien Eva bijvoorbeeld met de merkwaardige tor een woeste waterrit maken, of we zien haar op de rug van een libel rondvliegen. De sfeer slaat om als we het meisje eenzaam tegenover Krab zien zitten, die duidelijk geen fijne plannen heeft.

De lange reis en De parel van Eva zijn twee mooie prentenboeken voor wat oudere kinderen met bijzondere verhalen die prachtig en sfeervol zijn geïllustreerd.

De lange reis/De parel van Eva
Martin Widmark, vertaald door Lies Lavrijsen met illustraties van Emilia Dziubak 

Deltas, 2019     €15,35 per stuk


Het ei - Diet Groothuis

Geplaatst 16 mei 2019 04:44 door susan *   [ 16 mei 2019 05:44 bijgewerkt ]


Diet Groothuis schrijft succesvolle poetsboeken, maar naast schoonmaakgoeroe is zij ook dichter. Onlangs werd Groothuis, samen met Mary Heylema, benoemd tot stadsdichter van haar woonplaats Zeist. In 2012 verscheen haar eerste gedichtenbundel voor kinderen Waar ik ben. In Het ei werkt Groothuis samen met de illustrators Ingrid en Dieter Schubert. Zij illustreerden al vele prachtige prentenboeken waaronder Woeste Willem, Monkie, Konijnentango en het pas uitgekomen boek Als mama van huis is...

Het ei is een prentenboek, maar wel een die zich niet makkelijk in een hokje laat plaatsen. De tekst is een gedicht, een scheppingsverhaal. Het is een inspirerend gedicht dat in goedgekozen klankrijke taal de lezer laat genieten en uitdaagt, bijvoorbeeld om na te denken over wat scheppingskracht eigenlijk is.
    Groothuis’ gedicht begint met een ei, ‘Een ongedacht groot ei.’ In het ei zoemt en zingt het. Het ei wordt ‘weids, licht en machtig’ tot de schaal breekt. ‘Een wolk water’ spoelt het leven naar buiten, als laatste vrouw en man.’ En allemaal/ ja allemaal/ droegen ze een ei/ in zich. Een wereld die kon openspringen.’
    Groothuis dicht meesterlijk, bij haar gaat het niet om rijm, maar om klank. De tekst komt dan ook het beste tot zijn recht als deze hardop wordt gelezen. Ritme, klank en inhoud zijn nauw met elkaar verbonden. Het is een toegankelijk gedicht in die zin dat je al op jonge leeftijd betekenis kunt geven aan de woorden. Een ei waaruit het leven stroomt is geen ingewikkeld verhaal. Oudere lezers zullen ook tussen de regels door lezen en zij kunnen mijmeren over wat niet gezegd wordt.

De illustraties vormen een mooie eenheid met de tekst. Zij benadrukken de stemming van de woorden en laten zien wat er gebeurt. Zo zweeft het eenzame ei in een donker niemandsland, een ei dat van binnen gloeit, als een belofte. Als we het zoemende en zingende ei naderen zien we de blauw/groene buitenkant. Komen we nog dichterbij dan toont het ei leven in veel variaties, sommige levensvormen kennen we, andere lijken voorlopers van iets dat nog moet komen. Als het ei uiteindelijk openbarst zien we alleen kleur, brandende kleuren die aan de oerknal doen denken.
    De Schuberts lijken in hun kleurgebruik de evolutietheorie te volgen, van blauwgroene waterkleuren naar bruinzwarte aardekleuren. Mooi is de afgebeelde ‘woordendragende en beeldenhoudende’ mens, een knipoog naar het schilderij Adam en Eva van Lucas Cranach. Ze staan tegen een achtergrond van diverse menselijke kunstuitingen. Ook mooi is de illustratie die laat zien dat ieder dier een ei in zich draagt en ook de interpretatie van de kringloop van het leven is prachtig, die kan zo op een poster. Net als de tekst zijn de tekeningen van de Schuberts toegankelijk, er valt voor iedere leeftijd iets in te ontdekken.

Het ei is een prachtig lees-en kijkboek voor een breed publiek. De prachtige tekst en de mooie tekeningen nodigen de lezer uit weg te dromen bij de schoonheid van klank en beeld en/of te reflecteren over de betekenis en de oorsprong van het leven.

Het ei
Diet Groothuis (tekst) en Ingrid & Dieter Schubert (illustraties) 

Hoogland & Van Klaveren, 2019     €14,95


1-10 of 1426