Lijst Home


Poëzie hardop - Hans & Monique Hagen

Geplaatst 18 apr. 2019 03:39 door susan *   [ 18 apr. 2019 03:43 bijgewerkt ]


In april 2019 traden Hans en Monique Hagen terug als kinderboekenambassadeurs. Hun termijn van twee jaar zat erop. De kinderboekenambassadeur vraagt aandacht voor kinderboeken uit binnen- en buitenland en benadrukt dat (voor)lezen een groot verschil kan maken in het leven van jonge mensen. Iedere kinderboekenambassadeur, in dit geval een ‘ambassadeux’, kiest een aantal speerpunten. Hans en Monique vroegen onder andere aandacht voor poëzie en riepen op om iedere dag minstens een gedicht (voor) te lezen. Om te laten zien hoe leuk gedichten zijn en hoe je daar (als je dat zou willen) allemaal leuke dingen mee kunt doen schreven ze gedurende een jaar een wekelijkse column in Het Parool. Deze columns zijn nu gebundeld en in boekvorm uitgegeven. Het aantrekkelijke boekje is fraai vormgegeven en geïllustreerd door Maartje Kuiper.

Poëzie hardop is een makkelijke weglezer. Je kunt er doorheen bladeren en willekeurig een van de 95 gedichten lezen die de Hagens in de bundel hebben opgenomen. Leuker is het natuurlijk om hun commentaar bij de gedichten te lezen. Verwacht dan geen uitleg en duiding, daar zijn Hans en Monique niet van. Wat ze vooral willen laten zien is hoe divers en leuk gedichten zijn.
Ze gaan wel in op een aantal veelgestelde vragen, bijvoorbeeld wat een gedicht eigenlijk is en wie dat bepaalt, de dichter of de lezer. Bij hun uitleg staan verhelderende voorbeelden, in dit geval uitdagende gedichten die sommige mensen raar vinden en andere
juist geniaal. Ook bespreken ze wat er leuk en bijzonder kan zijn aan een gedicht. Bijvoorbeeld dat een gedicht met weinig woorden veel kan zeggen, dat een gedicht goede raad kan geven (of juist niet),  dat een gedicht je met een frisse blik naar het alledaagse kan laten kijken, dat een gedicht je aan het denken kan zetten of dat een gedicht je kan laten lachen. Soms bespreken Hans en Monique specifieke stijlelementen, de functie van een titel bijvoorbeeld of het gebruik van een enjambement. Ook laten ze zien dat sommige dichters het zichzelf moeilijk maken omdat ze voor een vaste vorm kiezen en dat computers geen gedichten kunnen vertalen.
    Het commentaar bij de gedichten is in een losse stijl geschreven die makkelijk en prettig leest. In het boek staan ook veel tips om met gedichten aan de slag te gaan. Hans en Monique geven geen saaie opdrachten, maar ze nodigen uit om te spelen met taal: raad bijvoorbeeld een woord dat is weggelaten of geef het gedicht een nieuwe titel. Alle tips en ideeën zijn aan het einde van het boek nog een keer overzichtelijk onder elkaar gezet.

Poëzie hardop is een boek voor een breed publiek. Het is een fijne kennismaking met de rijkdom van de Nederlandstalige poëzie. Daarnaast laten de  Hagens de lezer op verschillende manieren kijken naar de dichtkunst. Voor mensen die werken in het onderwijs is dit inspirerende boek echt een must-have.

Poëzie Hardop
Hans & Monique Hagen (tekst en samenstelling) met illustraties van Maartje Kuiper


Querido, 2019     €16,99

  

Dit is geen cobra - Bette Westera

Geplaatst 15 apr. 2019 04:14 door susan *   [ 15 apr. 2019 04:30 bijgewerkt ]


Het duo Bette Westera en Sylvia Weve staan erom bekend gedurfd en origineel werk te maken. Ze maakten bijvoorbeeld kinderboeken over oud zijn en over de dood. Het wordt gewaardeerd, Westera en Weve wonnen vele prijzen, waaronder een Gouden Griffel en een Gouden Penseel. Weve ontving deze maand ook de prestigieuze Max Velthuijsprijs voor haar hele oeuvre.
    Dit is geen cobra is een vrolijk en tegendraads boek en dat sluit mooi aan bij het onderwerp: het werk van de Cobrakunstenaars. Deze groep was van mening dat kunst van en voor iedereen was en zij keken dan ook verder dan de traditionele kunstvormen die op de kunstacademies werd onderwezen. Ze lieten zich onder andere inspireren door kindertekeningen, niet-westerse kunst en volkskunst. Hun werk is over het algemeen kleurrijk en expressief. 

Bette Westera vertelt het verhaal van Marie die niet in staat is binnen de lijntjes te kleuren. Ze wordt naar een internaat gestuurd om dat te leren: de Ambassade voor Kinderen met Waarnemingsproblemen en Aanpassingsmoeilijkheden. De leerlingen krijgen les in netjes kleuren en als ze dat onder de knie hebben mogen ze verder met het natekenen van peren, appels en dode fazanten. Wat de schoolleiding niet weet is dat de kinderen ‘s nachts naar het atelier van meneer Bram sluipen en daar mogen ze schilderen wat ze maar willen.
    Op een dag wordt de schoolinspecteur verwacht. De mooiste tekeningen van appels, peren en fazanten worden opgehangen. Maar meneer Bram heeft een plan. De schoolinspectie zal heel anders verlopen dan verwacht.

Het verhaal van Marie is de ruggengraat van dit avontuurlijke en ontregelende boek. Sylvia Weve lardeert het verhaal met prachtige illustraties waarin we veel vertrouwde aspecten van haar werk zien. Weve zet met sterke lijnen figuren neer en combineert dat met brutale kleuren die lang niet altijd binnen de lijntjes blijven. Ze vergroot en verkleind elementen. We zien bijvoorbeeld kleine monden die niet meer zijn dan een streep naast grote muilen met stevige tanden. Weve knipoogt ook naar de Cobrakunstenaars door haar eigen interpretatie van hun werk weer te geven.        Kenmerkend aan het boek is de ruimte voor associaties. Naast de tekst van het verhaal staat in een gekleurde band die over alle pagina’s loopt informatie die met het hoofdverhaal te maken heeft. Het zijn weetjes in woord en beeld en ze zijn vaak erg grappig. Zo wordt het bla bla bla van de directeur toegelicht en lezen we dat het eigenlijk ‘gezwam, onzin, gezwets, geklets, gebazel, gelul, gewauwel en kletskoek’ is. Kort gezegd: de directeur is een kletsmajoor en een babbelaar en dat leidt dan weer tot het opnemen van een babbelaarrecept. Vaak wordt de uitleg ondersteunt met een illustratie, zo zien we een ‘tekening naar waarneming’ van een kameleon naast een zogenaamde ‘vrije impressie’ van hetzelfde dier. Het is duidelijk dat Westera en Weve meer sympathie hebben voor de durf buiten de lijnen te treden, dan domweg te doen wat van je verwacht wordt.
    Het boek is in de markt gezet als prentenboek voor kleuters, maar ik denk dat het meer tot zijn recht komt bij een wat ouder lezerspubliek. Kleuters zijn nog te jong om vraagtekens bij regels te zetten en plezier te hebben in het maken van eigenzinnige keuzes.

Dit is geen Cobra is een vrolijk ontregelend en verrassend prentenboek waarin vrijmoedig met taal en beeld gespeeld wordt. Een verrukkelijk boek.

Dit is geen cobra
Bette Westera (tekst) en Sylvia Weve (illustraties)

Samsara, 2019     €16,90

Andere boeken van Bette Westera en Sylvia Weve op kinderboekenpraatjes: 

Niet aan dit boek likken - Idan Ben-Barak

Geplaatst 11 apr. 2019 02:06 door susan *   [ 11 apr. 2019 02:08 bijgewerkt ]


Niet aan dit boek likken is een spannende en verleidelijke titel. Mocht je je toch niet in kunnen houden dan voorziet het boek in een speciaal likplekje. Maar de meeste lezers zullen daarvan afzien, want microben en schimmels vinden we een beetje vies.
    In het boek ontmoeten we microbe Miek. Het is een lief kijkend blauw wezentje. Haar portret vult bijna de hele bladzijde, maar in echt is ze heel klein. Zo klein dat op een stip (we zien er een op de pagina) precíés 3.422.167 microben passen (‘maar het kunnen er ook een paar miljoen meer of minder zijn.’) 
Om Miek goed te kunnen zien moet er worden ingezoomd en dan zien we haar op een papiervezel liggen. Miek verveelt zich. Gelukkig kan de lezer daar wat aan doen: als hij zijn vinger op de bladzijde drukt kan hij Miek optillen en ergens anders neerzetten. Zo bezoekt Miek onze tanden, ons T-shirt en onze navel. Het is een avontuurlijke reis en Miek maakt onderweg veel nieuwe vrienden.

Dit boek laat de lezer op een speelse manier kennismaken met de verborgen wereld van de microben. Het is een grappig, leerzaam en een beetje vies verhaal. Dat laatste verhoogt natuurlijk de pret.
    De microben zijn vrolijke simpel getekende wezentjes. De omgeving waarin we ze zien is echter levensecht, het zijn namelijk microfoto’s. Het is heel bijzonder om bijvoorbeeld papier, een tand of een T-shirt van zo nabij te zien. Tanden lijken dan op een rotsformatie en een T-shirt op groene spaghetti.  De tekst nodigt de lezer uit actief deel te nemen door Miek en haar vrienden te verplaatsen. Eenmaal ergens aangekomen zien we waar de microben mee bezig zijn en komen we er ook achter wat ze te zeggen hebben. In de navel worden bijvoorbeeld griezelverhalen verteld en de microben hebben het ook vaak over hun favoriete eten. 
Aan het einde van het boek wordt nog wat algemene informatie gegeven over microben. 

Niet aan dit boek likken is een grappig en leerzaam boek over de onzichtbare wereld van de microben.

Niet aan dit boek likken
Idan Ben-Barak (tekst), vertaald door Jan Paul Schutten en Julian Frost (illustraties) 

Luitingh-Sijthoff, 2019     €14,99


Alles komt goed, altijd - Kathleen Vereecken

Geplaatst 8 apr. 2019 04:41 door susan *   [ 8 apr. 2019 05:31 bijgewerkt ]


Alles komt goed, altijd van de Vlaamse schrijfster Kathleen Vereecken gaat over oorlog. In dit geval de Eerste Wereldoorlog, maar eigenlijk gaat het over iedere oorlog waar kinderen geconfronteerd worden met bombardementen en geweld. Tienjarige Alice vertelt het verhaal. Ze is het middelste kind van vijf en ze woont in Ieper. Alices verhaal begint bij een geschenk, de kinderen krijgen een globe: ‘Het was de wereld zelf. Een bol van blik, groot als een voetbal, met alle landen erop. (...) Kijk naar al die kleuren. Kijk hoe mooi de wereld is.
    Maar er hangt dreiging in de lucht, er vallen stiltes in huis,’ een stilte die meer woog dan een rugzak vol stenen.’ Alices vader verzekert dat de oorlog er niet komt, ‘dit is het veiligste hoekje van België’ zegt hij, ‘van de hele wereld zelfs.’ Alice lacht met de familie mee, maar wil eigenlijk zeggen dat de wereld een bol zonder hoeken is. Ook zij wil graag haar moeder geloven die zegt dat alles goed komt, altijd.
    Er komt wel oorlog. De kinderen zien groepen vluchtelingen door hun stad trekken. Ze kijken ernaar en spelen dat ze ook moeten vluchten. Spel wordt echter werkelijkheid en Alice vlucht met haar familie uit Ieper op zoek naar een veilige plek. Die vinden ze niet en daarom keren ze terug en leven ze met de oorlogsgevaren. ‘Als iemand anders mij zou vertellen hoe oorlog was, zou ik denken dat ik de hele tijd bang zou zijn. En toch was dat niet zo. We waren bang, soms. Maar meestal leefden we verder. Niet gewoon als vroeger, maar we leefden en deden dingen die we anders ook deden.’ Tot het noodlot toeslaat en de familie uit elkaar getrokken wordt.

Vereecken weet in prachtige beelden en mooi taalgebruik te beschrijven wat oorlog inhoudt. Ze geeft een tienjarige een stem, maar de goed gekozen woorden zijn niet die van een kind. Het is vooral de manier waarop de verteller naar de oorlog kijkt die overtuigt en ontroert. In het zorgvuldig opgebouwde verhaal zegt de schrijfster veel in weinig woorden. De titel keert regelmatig terug: in het begin zijn het troostende woorden, later roepen ze woede en verdriet op en uiteindelijk berusting. ’Ik wil het nog steeds geloven. Het is de liefste leugen die ik ken. De leugen van mijn moeder’

De illustraties van Charlotte Peys brengen passage uit de tekst tot leven. Zo zien we de last die op de volwassenen drukt, we zien de schoonheid van een onschuldige boom, we zien de brokstukken na een bombardement, we zien kinderen spelen en we zien dode vogels na een gifaanval. Alles in grijsblauw en nergens zijn gezichten te herkennen.

Kathleen Vereecken en Charlotte Peys zijn met dit boek beide genomineerd voor de Woutertje Pieterse Prijs 2019 die in april wordt uitgereikt. De jury heeft nog weinig over het boek gezegd, alleen dat ze het boek in een ruk hebben uitgelezen.

Alles komt goed, altijd
Kathleen Vereecken (tekst) en Charlotte Peys (illustraties) 

Lannoo, 2018 € 18,99


Kikker is Kikker - Max Velthuijs

Geplaatst 4 apr. 2019 03:24 door susan *   [ 4 apr. 2019 03:51 bijgewerkt ]


Op 5 april start de actie Geef een prentenboek cadeau. Dit leesbevorderingsproject wil kinderen kennis laten maken met klassiekers uit de kinderliteratuur. Ieder jaar wordt tijdens de actieperiode een prentenboek voor een paar euro aangeboden. Dit jaar viel de keus op Kikker is Kikker van Max Velthuijs.
    Velthuijs, die in 2005 overleed, maakte veel prachtig werk. Zijn Kikkerboeken zijn het bekendst en werden vaak bekroond. Kikker is Kikker kreeg in 1997 een Gouden Penseel. 

Kikker is niets menselijks vreemd. In eerdere boeken werd hij verliefd, was hij bang, had hij verdriet en was hij een held. In dit boek overwint hij een identiteitscrises. Aan het begin van het verhaal is er niets aan de hand. Kikker kijkt naar zijn spiegelbeeld en is tevreden: ‘Ik ben mooi en ik kan zwemmen en springen als de beste! En ik ben helemaal groen en dat is toevallig ook mijn lievelingskleur. Er is niets mooiers dan een kikker te zijn.’ 
Maar de twijfel slaat toe als Kikker zichzelf gaat vergelijken met anderen. Hij kan niet vliegen zoals Eend, hij geen taarten bakken zoals Varkentje en hij kan ook niet lezen zoals Haas. Hij probeert het wel, maar het mislukt. Het is Haas, die in de kikkerboeken vaak een vaderrol vervuld, die Kikker troost: ’Maar Kikker, ik kan ook niet vliegen en niet timmeren en ik kan ook geen taart bakken en ik kan niet zwemmen en springen zoals jij...omdat ik een haas ben. En jij bent een kikker en we houden allemaal veel van je.’
Als Kikker dan opnieuw naar zichzelf kijkt ziet hij het ook, ‘Dat ben ik. Een groene kikker met een gestreepte zwembroek. (...) Ik bof dat ik een kikker ben! Ik wil nooit iets anders zijn!’

Velthuijs is in de eerste plaats een geweldige illustrator. Zijn kleurgebruik is schitterend. In dit boek zijn geen vlakke door de computer ingekleurde achtergronden te zien, maar levendige ademende kleuren. Op de tekeningen staan weinig details, maar wat er staat is altijd raak getroffen en bijna brutaal getekend: een plant op een kast, een ketel op het fornuis of een vaas bloemen op tafel. Ook de kleding is knap getekend waardoor alles natuurlijk oogt. Prachtig zijn ook de gezichtsuitdrukkingen. Velthuijs weet met weinig middelen veel uit te drukken. Met slechts een lijn in Kikkers gezicht kunnen we zien hoe hij zich voelt, we zien hoe Haas zich wat kleiner maakt als hij Kikker troost en we zien aan de lichaamshouding van Eend dat hij zo zijn bedenkingen heeft over Kikkers vliegkunsten.
    Zoals vaak in Velthuijs’ boeken zit ook in dit verhaal een boodschap: je bent goed zoals je bent. Gelukkig wordt de boodschap subtiel gebracht, het staat de lezer vrij wat hij uit het verhaal wil halen. De tekst is helder geschreven en leest prettig voor.

Kikker is Kikker is ook na ruim twintig jaar nog een prachtig prentenboek die we zeker tot een van de klassiekers van de Nederlandstalige kinderliteratuur kunnen rekeningen. Vanaf 5 april overal te koop voor slecht twee euro. Geef dit boek cadeau!

Kikker is Kikker 
Max Velthuijs

Andere boeken van Max Velthuijs op kinderboekenpraatjes:

Kameel weet het zeker - Lenneke Westera

Geplaatst 2 apr. 2019 03:05 door susan *   [ 2 apr. 2019 03:06 bijgewerkt ]


’Om zich heen ziet hij hekken. Hoge hekken van dik gaas. Erboven hangen zware wolken. Somber pakken ze zich samen. Kameel weet het zeker: hij is ongelukkig.’
Kameel is in een dierentuin terecht gekomen. Er staat maar een boom met blaadjes die naar niks smaken, er is weinig ruimte om te lopen en de andere kamelen snappen niet waar hij zich druk over maakt. De redding komt in de vorm van het jongetje Vos. Hij neemt de kameel mee uit de dierentuin en weet hem zelfs terug te brengen naar Egypte.

Kameel weet het zeker is een sfeervol en licht filosofisch verhaal over een ontheemde kameel en een jongen die rouwt om de dood van zijn opa. Lenneke Westera beschrijft de gedachten van Kameel vooral vanuit zijn waarnemingen en laat daarbij ruimte voor de lezer om zelf dingen in te vullen: ‘Hekken. Een stenen grond. Hier en daar wat keien. Eén boompje. En drie dotten zand. Het wordt tijd om naar huis te gaan, denkt Kameel’.
    Halverwege het verhaal dient zich het tweede grote thema aan, het verdriet van Vos om zijn overleden opa. Dit komt nogal plotseling en aanvankelijk is het dan ook moeilijk om met Vos mee te voelen. Alleen met eventuele eigen ervaringen kan dit verdriet worden ingevuld. Later in het verhaal, als Vos met zijn ouders de as van opa verstrooit, komt het verdriet van het definitieve afscheid dichterbij. Er zijn dan ook troostrijke woorden: ‘Niets blijft bewaard. Alleen wat in je hart zit’.
    Kameel weet het zeker is een verhaal waar de lezer niet al te veel vragen bij moet stellen, alles is mogelijk. Kameel en Vos kunnen bijvoorbeeld zonder problemen in vloeiend Nederlands met elkaar praten en daarbij kan Kameel ook emotie in zijn stem leggen.Vos en Kameel vinden dit vanaf het eerste gesprek heel normaal. Ook het feit dat een kameel ongezien meegenomen kan worden uit een dierentuin is blijkbaar mogelijk en ook is het geen probleem dat Kameel geniet van ‘de bekende geur’ van giraf terwijl de giraf in Egypte al geruime tijd is uitgestorven.
    Het boek is volgens de uitgever bedoeld voor kinderen tussen 7-9 jaar, Westera zelf vindt het geschikt vanaf 5+. Ik zet daar vraagtekens bij. De lezer heeft namelijk wel enige kennis van de wereld nodig om dit verhaal te begrijpen, bijvoorbeeld elementaire kennis over het leven in de woestijn. Ook het taalgebruik is best lastig voor jonge ongeoefende lezers, met name omdat Westera vaak meer in haar woorden legt dan er staat.

Het verhaal is mooi geïllustreerd door Peter-Paul Rauwerda. De gekleurde illustraties onderstrepen de emoties in het verhaal. Er is bijvoorbeeld een vrolijke geel/oranje lucht als Kameel terug naar Egypte gaat en dat staat in schril contrast met de weergave van de eerste overwegend grijze indrukken in de dierentuin waar de grond onder Kameels voeten letterlijk bestaat uit puzzelstukken. 

Kameel weet het zeker is een licht filosofisch verhaal over thuis voelen en afscheid nemen. Het is geen boek voor lezers die waarde hechten aan logica in een verhaal, het zullen vooral de dromers zijn die zullen genieten van in dit boek.

Kameel weet het zeker
Lenneke Westera (tekst) met illustraties van Peter-Paul Rauwerda


Lemniscaat, 2019     €14,95

Andere boeken van Lenneke Westera op kinderboekenpraatjes:

Wondersmid - Jessica Townsend

Geplaatst 28 mrt. 2019 05:02 door susan *   [ 28 mrt. 2019 05:02 bijgewerkt ]


Vorig jaar verscheen het eerste deel in de serie Nevermoor van de in Londen wonende schrijfster Jessica Townsend. Het boek kreeg lovende kritieken en er werd dan ook uitgekeken naar het volgende deel: Wondersmid – De roeping van Morrigan Crow.
    Het verhaal wordt opgepikt waar we het verlieten. Morrigan is met acht andere leerlingen toegelaten tot het prestigieuze Wondergenootschap waar ze een bijzondere opleiding zal krijgen. De nieuwe leerlingen vormen samen unit 919. Ze leggen aan het begin van het schooljaar een eed van trouw af: de leden van de unit zullen elkaar nooit verraden. In vertrouwen wordt hen verteld dat Morrigan Wondersmid is. Dit is een zeldzame gave die slecht bekend staat, al weet bijna niemand, ook Morrigan niet, wat precies de gave van een Wondersmid is.
Morrigan merkt al snel dat zij niet als een gewone leerling behandeld wordt, ze krijgt een aangepast lesrooster en de meeste leerlingen houden afstand. Nog moeilijker wordt het als de leden van unit 919 een voor een gechanteerd worden. Ze krijgen de een na de ander een nare opdracht en als ze die weigeren uit te voeren zal het geheim van de unit bekend gemaakt worden. Gelukkig kan Morrigan terugvallen op haar begunstiger Jupiter, haar vrienden van Hotel Decaleon en haar beste vriend Haldon.

Het eerste deel uit de serie werd alom vergeleken met Harry Potter waarmee het veel overeenkomsten vertoont. In dit tweede deel neemt Townsend hier wat meer afstand van. Zo lijkt Huize Fierpas, de school van het Wondergenootschap, niet op Zweinstein en ook niet op een Engelse kostschool. Elke dag komen de leerlingen in hun eigen treinstel naar school. Het treinstel is hun thuisbasis en wordt bediend door een conductor die ook de mentor van de groep is. Iedere leerling krijgt zijn eigen rooster met daarop bijzondere en vaak uitdagende vakken, zoals ‘Ga een dialoog aan met de doden’, een cursus drakentaal, of de verplichte workshop ‘Hoe herken ik hypnose.’ Morrigan krijgt slechts een heel saai vak: 'De geschiedenis van laaghartige Wondaden', waarin ze leert over de vele slechte daden van eerdere Wondersmeden.
    De kracht van Towsend is haar fantasie en de vlotte wijze waarmee ze de lezer daarvan deelgenoot maakt. Haar invulling van de schoolvakken, haar omschrijvingen van de omgeving en de wonderlijke bewoners van Nevermoor zijn origineel en vermakelijk. Belangrijke personages karakteriseert ze mooi en daarbij laat ze de lezer niet wegkomen met clichés. Slecht is niet helemaal slecht, goed is niet helemaal goed. De schrijfster kleurt echter niet alle personages helemaal in, de meeste leden van Morrigans unit leren we (nog) niet echt kennen. Townsend neemt de tijd om de omgeving en de gebeurtenissen te omschrijven. Hier en daar is het verhaal bloedspannend en deinst de schrijfster er niet voor terug gruwelijke gebeurtenissen pakkend te beschrijven.
    Townsend heeft laten weten dat de serie uiteindelijk negen delen zal omvatten en ze heeft de verhaallijn al duidelijk voor ogen. Ze heeft aangeven dat er in tussenzinnen en details aanwijzingen zitten voor toekomstige avonturen. Ik ben benieuwd of de schrijfster genoeg fantasie heeft om te blijven verrassen en of ze in staat is de spanning negen boeken lang vast te houden. Dit tweede deel in de serie is in ieder geval geslaagd.

Wondersmid- De roeping van Morrigan Crow
Deel 2 in de serie Nevermoor
Jessica Townsend, vertaald door Sabine Mutsaers 

Luitingh-Sijthoff, 2019      €17,99

De Rode Prinses - Paul Biegel

Geplaatst 25 mrt. 2019 04:56 door susan *   [ 25 mrt. 2019 04:58 bijgewerkt ]


Vandaag, 25 maart,  is het Paul Biegeldag, maar wie weet dat nog? Ik heb de indruk dat de boeken van Paul Biegel steeds minder gelezen worden en dat is heel jammer. Biegels werk is namelijk tijdloos mooi en een inspiratiebron voor veel kinderboekenschrijvers. De invloed van Biegels stijl zien we bijvoorbeeld in het succesvolle boek Lampje van Annet Schaap en ook kinderboekenambassadeur Hans Hagen bewondert Biegel: ‘Biegel tovert met taal, hij sleurt je in een paar zinnen een verhaal in, de beelden razen en ronken en je moet erin mee, of je wilt of niet.’
    Een van de tijdloze boeken van Biegel is de klassieker De Rode Prinses. Hij schreef het in 1987 en het werd geïllustreerd door Fiel van der Veen. Het boek won drie tweede prijzen: een Zilveren Griffel, een Zilveren Penseel en de tweede prijs van de Nederlandse Kinderjury.

Het verhaal begint op de twaalfde verjaardag van de Rode Prinses. Het volk staat langs de kant van de weg voor de langverwachte rijtoer waar de prinses voor het eerst te zien zal zijn. Het loopt echter anders. Het rijtuig van de prinses wordt gekaapt door rovers en zij gaan ervandoor met de prinses. Er wordt losgeld gevraagd, twaalf pond goud en twaalf pond zilver.
    Onder het volk wordt een inzameling gehouden om het losgeld te kunnen betalen en een jonge luitenant zal de overdracht verzorgen. Er is echter door de grootmoeder van de prinses een list bedacht om de rovers te slim af te zijn. Maar het loopt anders, de Rode Prinses ontsnapt en dwaalt alleen door het land op zoek naar het paleis. Ondertussen vraagt het volk zich af of de Rode Prinses wel echt bestaat, ze hebben haar immers nog nooit gezien.

Een verhaal over een ontvoering is al snel spannend, maar dat maakt een boek nog niet tot een klassieker. Het zijn Biegels taalgebruik en humor die het boek boven het gemiddelde uittillen. Erg vermakelijk zijn een aantal terugkerende elementen. Zo spreekt de prinses altijd in de wij-vorm en ook haar onwetendheid over de wereld buiten het paleis leidt vaak tot grappige en ook spannende situaties. De prinses spreekt haar ontvoerders bijvoorbeeld aan zoals ze gewend is: ‘Wij kunnen niet slapen! Het bed piept en kraakt, de lakens schuren en de dekens krabben. Wij wensen dons en zijde. En een glas warme melk met honing.’ Twee rovers lachen haar uit, maar de derde weet wel hoe hij met het ‘Hoogheidje’ om moet gaan.
    Als de prinses ontsnapt staat ze er alleen voor. Tijdens haar tocht naar het paleis ontmoet ze allerlei mensen waaronder de Verschrikkelijke Umberto en een dominee die haar in het dolhuis laat opsluiten. Ze vindt ook werk in een herberg en later in een danscafé. Haar gekleurde en beperkte wereldbeeld zorgt voor grappige situaties, maar haar eigengereide zelfvertrouwen dwingt ook respect af.
    Biegels taalgebruik en zijn vrijmoedige omgang met traditionele vertelprincipes blijft ongeëvenaard. Moeiteloos schakelt de schrijver tussen vertellen in de derde persoon, naar vertellen in de tweede persoon om vervolgens verder te gaan met een lange dialoog die enkele bladzijde in beslag neemt. En dan is er natuurlijk dat prachtige taalgebruik van de schrijver vol met klankrijke beeldende woorden. Zo draagt de Rode Prinses ‘schitterend karmozijn’ en is de losgeldbrief met ‘zwarte gal’ geschreven. Tussen al die mooie woorden valt een ruwe uitdrukking extra op en ook daar speelt Biegel mee. Een paar keer valt de kreet ‘bek dicht’ en in de context
van het verhaal heeft dat een lachwekkende werking.
    Natuurlijk zijn er ook de befaamde Biegeliaanse opsommingen, herhalingen en prachtige beeldspraken: ‘De Rode Prinses liep en liep en liep. Ze kwam in een oud stadje met torentjes als spitse vingers, een gracht als een ceintuur en bruggetjes als hoge kattenruggen.’ 
Biegel mag ook graag wat symboliek in zijn verhalen verwerken. In De Rode Prinses speelt hij onder andere met het heilige getal twaalf en het ongeluksgetal dertien.

De illustraties kunnen niet onbesproken blijven. Fiel van der Veen tekent gedetailleerd en er is dan ook heel veel te zien: het volk langs de kant van de weg dat elkaar verdringt en later ontsteld achterblijft na de brutale overval, prachtige landschappen, een sombere kerker en de pracht en praal van het paleis. Heel knap weet Van der Veen de karakters van de personages tot uitdrukking te brengen, zo blijft de Rode Prinses altijd koninklijk, zelfs als ze in vodden is gekleed, daarentegen zien de soldaten er altijd een beetje knullig uit.

De Rode Prinses in ook na 32 jaar tijdloos mooi en vermakelijk.

De Rode Prinses
Paul Biegel met illustraties van Fiel van der Veen 

Lemniscaat, 2015 (vierde druk)     €15,95 




Tierenduin - Geert Vervaeke

Geplaatst 21 mrt. 2019 04:32 door susan *   [ 21 mrt. 2019 04:40 bijgewerkt ]


Tierenduin van Geert Vervaeke is een bijzonder origineel kijk- en zoekboek. De grote pagina’s zijn gevuld met zwart-wit tekeningen met daarop bladvullende vormen waarin de kijker meestal snel een dier herkent. Maar de grap van het boek is dat in de afbeeldingen meerdere dieren te zien zijn en dat daagt de kijker uit; iedere vlek belooft een ontdekking. Zo kan in de vacht van een luipaard een orka schuilgaan, er kan tussen de poten van een olifant een pinguïn zitten en tal van dieren kunnen zich verstoppen in de vlekken van een giraffe. Sommige dieren zie je direct, andere pas na lang kijken en zoeken.
Op de laatste bladzijden staan afbeeldingen van alle dieren die je in het boek kunt vinden. 

Denk niet dat het makkelijk is om alle dieren op te sporen. Als je oppervlakkig kijkt mis je er al snel tientallen. Als je beter zoekt vind je er heel wat, maar waarschijnlijk zie je er ook vele over het hoofd. Zo valt het echt niet mee om alle dertien haaien, vijf olifanten, vier krokodillen en drie flamingo’s te vinden. Vervaeke maakt het de kijker niet makkelijk. Het boek nodigt dan ook uit om vaak te bekijken, alleen of met elkaar.
Het werk van Geert Vervaeke werd al diverse keren bekroond. Dit boek is genomineerd voor de Woutertje Pieterse Prijs 2019. De jury noemt het boek ‘een avontuur om te lezen.’ In april wordt de winnaar van de Woutertje Pieterse Prijs bekend gemaakt. 

Tierentuin
Geert Vervaeke 

Lannoo, 2018     €16,99


De vloek van de Vliegende Olifantes - Kate DiCamillo

Geplaatst 19 mrt. 2019 03:47 door susan *   [ 19 mrt. 2019 04:00 bijgewerkt ]


‘Lieve hemel! Ik was weggerukt van mijn huis en mijn vriendinnen. Er rustte een vloek op me. En ik stond in Georgia langs de kant van de weg met een oma die om een tandarts vroeg.
Wat moest ik doen?
Wel, ik zal zeggen wat ik deed.
Ik bleef even zitten en dacht na over de opties die ik had, en dat waren er niet veel.’

Aan het woord is de twaalfjarige Louise Olifante. Ze woont na het overlijden van haar ouders samen met haar oma. Louise heeft geen herinneringen aan haar ouders die beroemde trapezeartiesten waren. Oma heeft Louise vertelt dat er een vloek op de familie rust. Soms leidt dat tot paniek bij oma, dan krijgt ze een ‘midden in de nacht ideetje’ en moeten ze onmiddellijk weg. Zo ook aan het begin van het verhaal als oma hals over kop Louise uit bed haalt, in de auto stapt en de staat Florida uit rijdt. Louise verwacht dat oma wel snel bij zinnen zal komen en ze dan kunnen terugkeren, maar dat gebeurt niet. Oma rijdt de hele nacht door, tot ze moet stoppen omdat ze ondraaglijke kiespijn heeft. Ze zijn gestrand in een klein stadje in de staat Georgia. Louise, listig en vindingrijk volgens oma, zet deze kwaliteiten in om een tandartsbehandeling en een slaapplaats te regelen. Eenmaal in een motel komt oma de kamer niet meer uit, geveld door de pijn. Louise staat er alleen voor om eten te regelen en te bedenken hoe ze weer in Florida kan komen. 

Louise is een van de hoofdpersonen uit Kate DiCamillo’s eerdere boek Neem mijn hand (Lannoo, 2016). DiCamillo schrijft eigenlijk nooit een vervolg op een verhaal, maar naar eigen zeggen drong Louise zich aan haar op. De vloek van de Vliegende Olifantes speelt twee jaar later en is geschreven in de eerste persoon, een ongebruikelijke vorm voor de schrijfster. Ook voor deze keus houdt DiCamillo Louise verantwoordelijk. Om het verhaal te kunnen volgen is het overigens niet nodig eerst Neem mijn hand te lezen.
    DiCamillo is een schrijfster met een unieke stijl. Schijnbaar laconiek laat ze Louise haar verhaal vertellen. Door haar woordkeus kan dit heel grappig zijn, maar het wordt nooit hilarisch. Er is altijd een ongemakkelijke onderstroom waarin de lezer Louises eenzaamheid voelt. Het meisje moet vaak noodgedwongen met haar vlotte babbel voor zichzelf en anderen opkomen. Soms benoemt Louise deze last, om daarna weer op te veren en de problemen op haar unieke creatieve wijze het hoofd te bieden. Louise heeft een scherpe en originele kijk op de mensen die ze ontmoet, haar observaties en de vragen die dat bij haar oproept zijn vermakelijk en soms ontroerend.  Bijzonder is de rol die Pinokkio in het boek speelt. Louise heeft wat met dit verhaal, zij ziet bijvoorbeeld geen steel van een pannetje in de sterrenhemel, maar de lange neus van een leugenaar en ook benoemt ze het verlangen dat de Blauwe Fee uit het verhaal nog wel een keer in haar leven mag opduiken, zoals eerder toen ze bijna verdronk.
    DiCamillo laat in haar verhaal veel ongezegd. Lang voor Louise uitspreekt dat ze hulp nodig heeft, heeft de lezer dat al begrepen. Het is fijn dat de sympathieke Louise uiteindelijk haar veilige plek vindt. Toch hecht de schrijfster niet alle draadjes af en dat is ook niet nodig, het geeft de lezer ruimte zelf dingen in te vullen.
 Naast Louise voert de schrijfster een keur van aan andere gedenkwaardige personages op, zoals we dat van DiCamillo gewend zijn. Zo spelen onder andere een chagrijnige motelbeheerster, een walrusachtige dominee en een mysterieuze jongen met een kraai een rol in het verhaal.

De vloek van de Vliegende Olifantes is een mooi verhaal, geschreven in een unieke stijl waarin humor en ontroering hand in hand gaan. DiCamillo op haar best!

De vloek van de Vliegende Olifantes
Kate DiCamillo, vertaald door Harry Pallemans
Lannoo, 2019     €16,99

1-10 of 1414