Lijst Home


Van liefde & verlangen - Imme Dros

Geplaatst 14 feb. 2019 03:54 door susan *   [ 14 feb. 2019 03:57 bijgewerkt ]


Dat Imme Dros een meesterverteller is dat weten we natuurlijk allang. Haar bewerkingen van de Griekse mythen zijn befaamd en ook haar bewerking van de sprookjes van 1001 nacht (Querido, 2017) werd alom lovend besproken. Deze keer trakteert Dros de lezer op een verhalenbundel met klassieke liefdesverhalen. De meeste verhalen schreef Dros in eerste instantie voor het theater.
    Dros put uit uiteenlopende bronnen, zo zijn er bewerkingen van sprookjes (Roodkapje, Repelsteeltje), van klassieke verhalen uit de literatuur (Cyrano de Bergerac, Psyche en Eros) en verhalen die vooral bekend werden door balletvoorstellingen of muziek (Het zwanenmeer, Peer Gynt). Dat de verhalen oorspronkelijk voor het theater zijn geschreven zien we terug in de vele dialogen en ook staat hier en daar een lied of een gedicht in de tekst. Toch heeft de lezer nergens het gevoel een toneeltekst te lezen, Dros heeft genoeg aan de verhalen toegevoegd om dat te voorkomen.
    Ieder verhaal wordt ingeleid met een paar korte regels die de lezer uitnodigen. Bijvoorbeeld deze inleiding op Repelsteeltje: ‘over/een koning met te veel argwaan/ een meisje met te veel geheimen/ een molenaar met te veel fantasie.
Na de inleiding volgt altijd een fraaie openingszin waarin Dros regelmatig gebruik maakt van klassiekers uit de verteltraditie en daar soms ook weer mee speelt: ’Er leefde eens lang geleden en ver hier vandaan een prins die niet bang was en ook niet dom, wat bijzonder is.’
    De taal van Dros sprankelt, fonkelt, kabbelt en knalt. De lezer leeft mee met de emoties van de hoofdpersonen en de spannende wendingen die de verhalen kenmerken. Dros geeft de klassieke verhalen haar eigen draai, zonder de kern geweld aan te doen. In het verhaal over Roodkapje bijvoorbeeld is de rol van de moeder een belangrijk thema geworden. In deze versie zijn het de jaloerse, veeleisende of verwennende moeders die de voorwaarden scheppen voor dit verhaal over verlangen naar vriendschap, liefde en seks. Ja ook seks, want Dros heeft niet het alom bekende Grimmsprookje als uitgangspunt genomen, maar de veel oudere versies waarin seksualiteit een belangrijke rol speelt.
    Bijzonder is ook het verhaal over Antigone, de dochter van Oidipous. Zij komt zonder vaargeld aan in de onderwereld en mag daarom van Chairon niet mee met zijn boot over de Styx. Het verhaal is een zelfverzonnen vervolg op de tragedie Antigone die Sophokles schreef in 422 v.Chr.

Zoals gebruikelijk heeft Dros’ echtgenoot Harrie Geelen het boek geïllustreerd. In zijn herkenbare, eigenzinnige en kleurrijke stijl verfraait hij het prachtig uitgegeven boek. Op het glanzende papier komen de kleuren goed tot hun recht. Het zijn uitbundige kleuren waar de liefde gevierd wordt en sombere kleuren als het over dood en verdriet gaat.

Van liefde & verlangen is een mooi boek met klassieke verhalen over de liefde. Dros vertelt meeslepend en met goed gekozen woorden over passie, verdriet, verlangen, angst en liefde.

Van liefde & verlangen
Imme Dros (tekst) en Harrie Geelen (illustraties) 

Querido, 2018     € 23,50


Keesie Kippenkop De rioolridder - Jozua Douglas

Geplaatst 11 feb. 2019 03:55 door susan *   [ 11 feb. 2019 04:15 bijgewerkt ]


Leesplezier is tegenwoordig een veelgehoord begrip. Plezier in lezen blijkt een belangrijke voorwaarde om leesvaardigheid te bevorderen. Er is dan ook een toename te zien van (serie)boeken voor beginnende lezers die zich niet houden aan de rigide AVI-normen, maar vooral inzetten op een aantrekkelijk verhaal. Daarbij wordt wel rekening gehouden met de onervarenheid van de lezer door de zinnen niet te lang te maken en geen ingewikkelde woorden te gebruiken of moeilijke zinsconstructies. Ook de lay-out van deze boeken houdt rekening met de doelgroep, er staat veel wit rond de tekst zodat deze niet als een onneembaar blok de lezer tegemoet treedt en er staan op iedere bladzijde illustraties die het verhaal ondersteunen.     
Een nieuwe serie die aan deze kenmerken voldoet is Keesie Kippenkop geschreven door Jozua Douglas. Douglas is een populaire kinderboekenschrijver die vooral bekend is van zijn Costa Banana-serie.
    
Hoofdpersoon Keesie Kippenkop is een dromer met flaporen en hij heeft het niet makkelijk. Hij wordt gepest door klasgenoot Limbo, de zoon van meneer Domper die eigenaar is van de feestwinkel waar Keesies vader werkt.
    Op een dag moet Keesie een spreekbeurt houden. Hij wil vertellen over ratten en daarom heeft hij zijn rat Wimpie mee naar school genomen. Wimpie is Keesies beste vriend. De spreekbeurt mislukt jammerlijk en het wordt nog erger als Limbo het plan opvat Keesies rat ‘af te maken’. Limbo en zijn vrienden jagen Keesie op. Als Keesie een open put ziet duikt hij erin en komt in het riool terecht. Daar krijgt hij onverwacht hulp van iemand in een duikerspak. Hij brengt Keesie en zijn rat veilig naar huis.
    Maar Limbo geeft niet op, hij stuurt zijn vader naar de feestwinkel. Daar eist meneer Domper dat de rat binnen een dag verwijderd wordt. Als dat niet gebeurt gaat de winkel dicht.

Waar de Costa Banana-serie draait om een generaal met grootheidswaanzin, draait de Keesie Kippen-serie om verlegen en niet zo heel dappere mensen die toch voor zichzelf moeten opkomen. Zo moet Keesie heel wat overwinnen om het tegen Limbo op te nemen, maar voor zijn rat wil hij wel vechten. Ook de man uit het riool is niet zo’n held.
    Keesie woont alleen met zijn vader, over zijn moeder weten we niets. Keesies vader is ‘de allerleukste vader van de wereld’. Hij is een optimist en hij is een beetje de komische noot in het verhaal, bijvoorbeeld omdat hij altijd verkleed is. 
    Voor het verhaal begint worden de hoofdpersonages uitgebreid geïntroduceerd. Niet alleen zien we hun portretten, ook wordt er van alles over hen verteld. De schrijver lardeert deze informatie met veel voorbeelden die gepresenteerd worden in lijstjes. Bijvoorbeeld waar Keesie zoal over droomt of welke winkels meneer Domper allemaal bezit.
    Het verhaal zelf is overzichtelijk opgebouwd. Douglas heeft een losse pen en hij weet ondanks de korte zinnen het verhaal sfeer en spanning te geven. Het is best een heftig verhaal, Keesie moet alles op alles zetten om het leven van zijn rat te redden. Natuurlijk loopt het goed af. Minder geslaagd is het afgeraffelde einde waar ineens sprake is van meerdere ratten die blijkbaar zonder gevaar huizen en winkels binnen kunnen dringen.

Het boek is geïllustreerd door Hugo van Look die vooral bekend is als illustrator van de Dolfje Weerwolfje-serie van Paul van Loon. Zijn zwart-wittekeningen ondersteunen de tekst en laten bijvoorbeeld duidelijk zien welke emoties een rol spelen. Zo zien we een verbaasde Keesie naar een verzameling goudvissen kijken en zien we bij meneer Domper de stoom uit zijn oren komen als hij zich opwindt. Erg leuk zijn de tekeningen van Wimpie de rat en die van Keesies vader in zijn rare kostuums.

Het eerste deel van de serie Keesie Kippenkop is een spannend verhaal waarin de underdog het opneemt tegen pesters die alles lijken mee te hebben. Douglas laat zien dat je een aantrekkelijk boek kunt schrijven voor beginnende lezers (of lezers die het lezen wat moeilijker onder de knie krijgen) zonder rekening te houden met de AVI-normering.

Keesie Kippenkop De rioolridder
Jozua Douglas (tekst) met illustraties van Hugo van Look 

De Fontein, 2018     €13,99


Een lied dat alleen ik kan horen - Barry Jonsberg

Geplaatst 7 feb. 2019 05:24 door susan *   [ 7 feb. 2019 05:24 bijgewerkt ]


Voor wie recensies leest weet dat op de laatste bladzijden van dit boek het verhaal een verrassende wending zal nemen. De verleiding is dan ook groot om eerst die laatste pagina’s te lezen, maar doe het niet. Laat je verrassen! Gelukkig is het niet moeilijk de verleiding te weerstaan omdat Jonsberg vanaf de eerste bladzijde de lezer aan zich bindt. Het boek heeft helemaal geen spectaculair einde nodig om de moeite waard te zijn.
    Het verhaal gaat over de dertienjarige Rob, hij is de verteller. Rob is een stille jongen die niet graag in de belangstelling staat. Als op een dag Destry Camberwick zijn klaslokaal binnenstapt is hij op slag smoorverliefd. Rob heeft niet veel ervaring met de liefde en hij besluit het onderwerp grondig te bestuderen. Hij ondervraagt zijn ouders, zijn opa en zijn beste vriend Andrew over hun ervaringen. Andrew, volgens Rob expert in meisjeswensen, biedt zijn hulp aan.
    Rob zet in op verschillende strategieën: op aanraden van zijn moeder probeert hij een liefdesgedicht te schrijven en hij besluit om met een sportieve prestatie indruk op Destry te maken. Dat laatste is bijzonder gewaagd omdat hij bepaald geen sportief type is.
Er is nog iets dat Rob bezighoudt, hij krijgt anonieme berichten op zijn telefoon met uitdagende opdrachten, zoals het deelnemen aan een talentenjacht of ervoor te zorgen dat hij de voorpagina van de plaatselijke krant haalt. Rob denkt dat zijn opa erachter zit, maar die ontkent alles.

Barry Jonsberg maakte eerder indruk met zijn boek Het alfabet van Candice Phee over een meisje met autisme die op haar eigen wijze problemen oplost. Ook in Een lied dat alleen ik kan horen kiest hij voor een opmerkelijke verteller, de verlegen verliefde Rob. Rob kijkt goed naar mensen en weet ze in enkele rake zinnen treffend te beschrijven. Bijvoorbeeld Daniel Smith: ‘leeftijd: veertien (ongeveer –we sturen elkaar geen verjaardagskaarten). Vlezig, maar niet als een goede biefstuk. (...) Hij maakt er een gewoonte van om zijn kin vooruit te steken alsof het een vuurwapen is.’ Daniel stelt Rob altijd dezelfde vraag: ‘Knokken, ja? Zin in? Tong verloren? Knokken, ja?’ In het verhaal duikt Daniel regelmatig op om zijn vraag te herhalen. De scène heeft altijd dezelfde afloop.
    Een belangrijk onderdeel van het verhaal is Robs band met zijn opa, die hij Pop noemt. De altijd vloekende Pop staat cynisch in het leven. Hij wil niet over het verleden praten en dus weet Rob weinig over zijn oma en over het oorlogsverleden van Pop. De gesprekken tussen Rob en zijn verbitterde opa zijn zowel grappig als ontroerend. Overigens ‘bliept’ Rob alle vloeken van Pop uit de tekst.
    Jonsberg schrijft fijne dialogen, die geweldig zijn vertaald door Annelies Jorna. De schrijver is ook een meester in het opbouwen van het verhaal. De ene keer wordt een gebeurtenis uitgebreid verteld met veel oog voor detail en dan wordt zelfs vermeld welk geslacht de arresterende agenten hebben. Op andere momenten doet de schrijver een ingrijpende gebeurtenis met enkele woorden af. Jonsberg zet ook regelmatig aan het einde van een hoofdstuk een cliffhanger in; de lezer popelt dan om te weten hoe iets afloopt, maar Jonsberg neemt eerst een andere afslag. Aan het einde van het verhaal komt de meest verrassende wending, die ik hier natuurlijk niet verklap. Het is een ontroerende twist die de lezer iets geeft om over na te denken.

Een lied dat alleen ik kan horen is een vlot geschreven verhaal met een verrassende ontknoping. Een boek dat je vaak doet glimlachen en dat ook ontroert. Een van de mooiste boeken uit 2018.

Een lied dat alleen ik kan horen
Barry Jonsberg, vertaald door Annelies Jorna 

Lemniscaat, 2018     € 14,95

Peuterboeken over een vrolijke muis, Vinnie en zijn vriendje Flos en het jaar rond met Fiep Westendorp

Geplaatst 4 feb. 2019 04:32 door susan *   [ 4 feb. 2019 04:33 bijgewerkt ]


Pauline Baartmans maakte tien verhaaltjes op rijm over Muis en zijn beer. Baartmans tekent Muis al jaren, eerst op het schoolbord bij haar moeder in de klas en vervolgens op Facebook. Daar moest wel een boekje van komen.
    Thuis bij Muis is in alle opzichten een fijn peuterboek. De tekeningen zijn kostelijk, de tekst op rijm leest lekker voor en de onderwerpen van de verhaaltjes sluiten goed aan bij de belangstelling van twee-tot driejarigen. Zo gaat Muis koekjes bakken, naar buiten in de regen, verstoppertje spelen, een    fietstochtje maken, in bad en naar bed.
    Tekst en tekeningen vertellen samen het verhaal. Het taalgebruik is helder, losjes en hier en daar verfraaid met klankrijke woorden als ‘klisseklassen’ en ‘stimpestampen’. De tekeningen zijn toegankelijk en prettig zacht van kleur zonder zoet te worden. Muis is echt een schatje en Baartmans weet zijn gezichtsuitdrukkingen goed weer te geven. Soms kijkt Muis beteuterd of verschrikt, maar meestal lacht hij want het is een optimistisch type. De tekeningen staan tegen een witte achtergrond en dat maakt het ‘lezen’ van de tekeningen voor peuters makkelijk, zij zijn immers nog niet gewend om veel informatie in een keer te verwerken.

Thuis bij Muis
Pauline Baartmans

Holland, 2018     €14,95

                

Eerder besprak ik op kinderboekenpraatjes Het voorleesboek voor kleuters over Vinnie en Flos. Voor wat jongere kinderen verschenen er twee kartonboekjes met Vinnie en Flos in de hoofdrol. Een boekje gaat over het huis waar Vinnie en Flos wonen, het andere boekje gaat over hun familie. 
    In het familieboek blijken de familieleden van Vinnie en Flos veel overeenkomsten te hebben, ze hebben alle twee onder andere een hippe oma, een sportieve tante, een zorgzame vader en een ondeugend nichtje. Op de tekeningen zien we links de familieleden van Vinnie en rechts die van Flos. Op de rechterpagina staat ook de tekst, korte vierregelige versjes.
    Ook in het boekje Huis lopen de avonturen van Vinnie en Flos parallel, zo kunnen ze alle twee niet bij de bel, lopen ze gezamenlijk met vieze voeten het huis binnen en slapen ze in hetzelfde bed. Peuters zullen de bladzijden over de wc zeker leuk vinden, dat is tenslotte een belangrijke ‘kamer’ in een peuterleven. We zien dat Vinnie al op de wc zit en Flos nog op het potje.
Nergens wordt uitgelegd wie of wat Flos is. Daar zullen de meeste peuters geen probleem mee hebben, het is alleen verwarrend als blijkt dat Flossen soms andere gewoontes hebben, zoals hun voorkeur voor het eten van boeken en sokken.
    De vrolijke kleurrijke tekeningen van Natascha Stenvert zullen peuters aanspreken. Het allerleukst zijn de tekeningen van de familie Flos, vooral die waar de snelle opa van Flos met zijn haren in de wind zo het boek lijkt uit te sprinten.

Vinnie & Flos Huis en Vinnie en Flos Familie
Marte Jongbloed (tekst) en Natascha Stenvert (illustraties)

Luitingh-Sijthoff, 2019     € 7,99 per deel

De tijdloze tekeningen van Fiep Westendorp blijven gelukkig hun weg naar de (jonge) lezer vinden. In het kartonboekje Het jaar rond met Fiep wordt de kijker niet alleen getrakteerd op de heerlijke tekeningen van Westendorp, er zijn ook heel spannende flapjes toegevoegd. Dat begint al op de kaft waar met een wieltje zowel vogels in de sneeuw (met een sjaaltje om) als een stralende zon tevoorschijn gedraaid kunnen worden.
    In het boek worden de seizoenen gevolgd, van winter tot winter. De vaak inventieve flapjes zijn stevig, die zijn gemaakt om vaak te gebruiken. Er kan van alles tevoorschijn getoverd worden. Zo kun je het grasveld waar de bollen geplant zijn wegtrekken en vast zien hoe mooi het bloemenveld zal worden en je kunt in de herfst de appels van de bomen laten vallen. Erg leuk is ook het flapje van drie jongens die rustig zitten de vissen tot er eentje beet heeft.

Het jaar rond met Fiep
Fiep Westendorp 
Volt, 2018     € 15,99

De wonderlijke werkplaats van oom Tobi - Lissa Evans

Geplaatst 31 jan. 2019 03:28 door susan *   [ 31 jan. 2019 03:31 bijgewerkt ]


Kevin Riel is klein voor zijn leeftijd. Hij lijkt wel acht, maar is al tien. Kevin heeft heel slimme ouders, maar dat wil niet zeggen dat ze ook verstandig zijn. Een verstandig mens zou namelijk nooit naar een dorp op het Engelse platteland verhuizen aan het begin van de zomervakantie. Kevin heeft geen idee wat hij gedurende de zomervakantie moet doen, nu hij nog geen vrienden heeft kunnen maken. Dus vergezelt hij zijn vader maar op een ‘kleine promenade’ door het nieuwe dorp waar zijn vader is opgegroeid. Tijdens de wandeling vertelt Kevins vader iets over de familiegeschiedenis. Zo komt Kevin meer te weten over oom Tobi, een illusionist die op een dag zomaar verdween. Kevins vader kreeg van oom Tobi ooit een geldblikje dat Kevin wel mag hebben. In het blikje ontdekt hij in een geheim laatje een aantal oude munten. Ze zijn niet veel waard, maar wel het begin van een ongelooflijk avontuur waarin Kevin probeert uit te zoeken wat er met zijn oom is gebeurd.

De Britse schrijfster Lissa Evans is opgeleid als arts, maar dat bleek niet haar roeping. Ze ging werken bij de BBC en was daar jarenlang werkzaam als producer en regisseur van comedy-programma’s. Inmiddels is ze schrijfster en ze schrijft zowel voor kinderen als voor volwassenen. De wonderlijke werkplaats van oom Tobi was haar debuut als kinderboekenschrijfster en verscheen in 2011. Een jaar later schreef ze een vervolg. In Nederland werd echter eerst haar derde kinderboek uitgegeven, Wode Weus en de Wiezewalla’s (Gottmer, 2017).
    De wonderlijke werkplaats van oom Tobi is een geweldig avonturenverhaal waarin magie een belangrijke rol speelt. Dat begint bij een kapotte telefoon in een telefooncel die plotseling rinkelt. Als Kevin opneemt krijgt hij de eerste aanwijzing om de weg naar de oude werkplaats van oom Tobi te vinden. De mysterieuze oom heeft een spoor van opdrachten en aanwijzingen achtergelaten die uiteindelijk naar zijn verborgen werkplaats zullen leiden. Kevin wil het liefst de raadsels in zijn eentje oplossen, maar dat valt niet mee als je naast de zussen Maartje, Meike en Julie woont. De zussen ontpoppen zich als ware paparazzi als Kevin het belangrijkste onderwerp in hun zelf uitgegeven buurtkrant wordt. Vooral de doortastende en vasthoudende Julie irriteert Kevin mateloos. Maar hij heeft haar nodig en dan blijkt haar brutale drammerij toch wel handig. Vooral als blijkt dat Kevin niet de enige is die op zoek is naar de verdwenen werkplaats.
    Evans heeft een lekkere vlotte pen. Ze weet de spanning goed op te bouwen en vast te houden. De zoektocht van Kevin zit vol onverwachte wendingen en ontmoetingen. Ook de dialogen lezen vlot weg en zijn soms erg grappig, zoals het wonderlijke taalgebruik van Kevins vader of de moeizame gesprekken die Kevin heeft met zijn buurmeisjes.

De wonderlijke werkplaats van oom Tobi is een fijn avonturenverhaal met een vleugje magie en vol verrassende wendingen.

De wonderbaarlijke werkplaats van oom Tobi
Lissa Evans (vertaald door Jenny de Jonge)

Gottmer, 2018     €15,99

Lepelsnijder - Marjolijn Hof

Geplaatst 28 jan. 2019 04:14 door susan *   [ 28 jan. 2019 04:17 bijgewerkt ]


Janis, een jongen van een jaar of elf, woont met de oude Frid boven op een berg. Ze zijn daar veilig voor ‘de grote ziekte’. De ziekte die ‘kan sluipen en klimmen, springen en hollen, kruipen en zwemmen’. Een ziekte die eerst je neus opvreet en je vingers en dan de rest. Toch moet Frid regelmatig de berg af om voorraad te halen. Hij gaat dan naar een speciale ruilplek waar hij zelfgemaakte drankjes en de versierde houten lepels die Janis maakt ruilt voor nieuwe voorraad.
    Op een dag vertrekt Frid en zoals altijd wacht Janis samen met hond Luki op zijn terugkeer. Maar deze keer komt Frid niet terug. Wel meldt zich een vreemde man, hij zegt dat hij Schenkelman heet en koopman is in sokken en veters, mutsen en wanten, jurken en jassen. Schenkelman zegt dat Frid niet terug zal komen, dat Frid Janis in de steek heeft gelaten. Janis wil het niet horen. Als Schenkelman vertrekt laat hij een van zijn ezels achter. Janis moet onder ogen zien dat Frid niet terugkomt, hij zal van de berg af moeten en zijn angst voor de grote ziekte moeten overwinnen. Hij pakt wat spullen en gaat op weg, samen met de ezel en zijn hond.

Marjolijn Hof is een succesvol schrijfster die voor haar werk diverse mooie prijzen kreeg. Vooral Hofs vermogen de belevingswereld van haar personages in weinig goedgekozen woorden weer te geven is vaak geprezen. Haar bekendste boek is Een kleine kans dat in 2011 ook werd verfilmd. Hof is een auteur die de tijd neemt om te schrijven. Aan Lepelsnijder werkte ze vijf jaar. De inspiratie voor dit verhaal vond ze in een schilderij van Ludwig Richter, Teich im Riesengebirge uit 1850. Op dit olieverfschilderij is een oude man, een jongetje en een hond te zien die door een onherbergzame steenvlakte lopen. De scène prikkelde haar fantasie: waarom loopt die man daar met dat jongetje en waar gaan ze naar toe? Lepelsnijder is het antwoord op die vraag.
    Lepelsnijder is een ander soort boek dan we van Hof gewend zijn. Haar eerdere boeken waren altijd betrekkelijk dun, geschreven in de eerste persoon en gingen vooral over de belevingswereld van het hoofdpersonage. Lepelsnijder daarentegen is een boek van bijna 300 bladzijden, in de derde persoon geschreven en het is naast een psychologisch portret van Janis ook een avonturenboek. 
Hof neemt de tijd om het verhaal te vertellen. Ze beschrijft uitvoerig het landschap, de mensen en de gebeurtenissen. Er zijn momenten dat het verhaal doet denken aan het werk van Tonke Dragt, mede omdat ook Hof haar verhaal in een fictieve middeleeuwse setting plaatst. Net als Tiuri moet Janis alleen zijn weg vinden en weet hij niet op wie hij kan vertrouwen. Ook dringt zich het verhaal van Kasper Hauser op, de jongen die net als Janis lang van de wereld was afgezonderd. Ook Janis moet de wereld leren kennen en zijn plaats daarbinnen vinden. Hof weet dit mooi en geloofwaardig te beschrijven. Lepelsnijder is ook een spannend verhaal, zeker als duidelijk wordt wie de ouders van Janis zijn.

Annette Fienieg heeft het boek geïllustreerd en de fraaie kaft gemaakt. We zien op de kaft een sleutelscène uit het boek: Janis die zijn angst overwint en over een gevaarlijke brug naar de overkant gaat, een onbekende toekomst tegemoet. Ook in het boek staan illustraties, rond de hoofdstukken zien we de lepels die Janis snijdt.

Marjolijn Hof heeft, in een andere stijl dan we van haar gewend zijn, een sfeervol en spannend verhaal geschreven. Lepelsnijder is echt een boek om jezelf in te verliezen.

Lepelsnijder 
Marjolijn Hof (tekst) en Annette Fienieg 

Querido, 2018     €16,50

Vinnie & Flos Nieuwe vrienden - Marte Jongbloed

Geplaatst 25 jan. 2019 05:11 door susan *   [ 25 jan. 2019 05:15 bijgewerkt ]


Vinnie is een kleuter die het leven niet licht opvat. Nieuwe dingen vindt hij moeilijk. Hij moet dan ook erg wennen aan het huis waar hij nog maar een week woont. En dan hoort hij ook nog een vreemd geluid in zijn kamer. Een geluid dat niet bij een ding hoort, maar hij een iémand. Vinnie ontdekt dat er een Flos in zijn kamer woont. Een Flos die Flos heet en van mening is dat het eigenlijk zíjn kamer is. Flos is een klein wezentje met een lange spitse neus, kraaloogjes, een rommelige vacht en een lange staart die eindigt in een fraaie pluim. Hij woont in een boek en hij weet niet waar zijn familie is. ‘Ik ben per ongeluk een beetje kwijt.’
    Flos is in tegenstelling tot Vinnie altijd positief en ziet nooit problemen. Als Vinnie beren op de weg ziet roept Flos standaard ‘Snotteflos! Als je het nou gewoon eens probeert?’ Flos is altijd bereid Vinnie te helpen, dus knipt hij vast een deel van Vinnnies haar, doet hij voor hoe je moet koekhappen, demonstreert dat zwemmen door een gat best meevalt en hij pakt zichzelf direct in als Vinnie gaat logeren, want ‘logeren is het leukste wat er is’.
    Flos en Vinnie worden goede vrienden, een vriendschap waar niemand iets vanaf mag weten. Soms is Flos wel een lastige vriend, zo mag hij graag een paar happen uit Vinnie’s sokken nemen en hij houdt zich ook niet altijd aan gemaakte afspraken.

Vinnie en Flos is een voorleesboek over kleuterangsten. De vrolijke Flos met zijn praktische oplossingen zal voor veel kleuters een dankbare raadgever zijn. Hij legt ook vaak iets uit, bijvoorbeeld dat je op je eerste schooldag nog niet direct alles hoeft te weten. Jongbloed verwerkt het uitleggen van een situatie overigens altijd soepel in de tekst en zo komt het nergens belerend over.
Het boek bestaat uit vijftien hoofdstukken die met elkaar samenhangen, maar ze kunnen ook als losse verhalen worden voorgelezen. Marte Jongbloed schreef al diverse boeken voor oudere kinderen. Ze is vooral bekend als schrijfster van de populaire serie over Herre, waarvoor ze twee keer de Pluim van de Nederlandse Kinderjury kreeg. Jongbloed heeft een heldere schrijfstijl en een fijn gevoel voor kleuterhumor. Soms zit die humor in het taalgebruik, zo telt Flos wel heel raar tot tien, vaker zit de humor in de beschreven situatie. Kinderen zullen plezier beleven aan de streken van die brutale Flos en ook zullen ze genieten van het feit dat ze als lezer meer weten dan de volwassenen in het verhaal.

Het boek is aantrekkelijk uitgegeven met veel kleurige illustraties die gemaakt zijn door Natascha Stenvert. Zij heeft al veel (prenten)boeken geïllustreerd, waaronder de boeken over Kolletje (geschreven door Pieter Feller). Stenvert zal dit jaar samen met André Kuipers het prentenboek voor de komende Kinderboekenweek maken.
    De illustraties volgen het verhaal en laten vooral zien wat er gebeurt. Dat is een goede keuze omdat de verhalen vrij lang zijn (voor kleuters) en de illustraties maken het makkelijker voor de jonge toehoorder om het verhaal te volgen.
    Stenverts tekenstijl is toegankelijk. Ze geeft de mensen en de omgeving realistisch weer en daarbij valt op dat ze gezichtsuitdrukkingen zo goed weet te treffen. Ook de stemmingen van Flos, een wezentje om direct in je hart te sluiten, zijn makkelijk af te lezen.
Vinnie en Flos Nieuwe vrienden is het eerste deel van een voorleesserie. Ook verschijnen er binnenkort kartonboekjes voor peuters waarin Vinnie en Flos de hoofdrol spelen.

Vinnie en Flos Nieuwe vrienden is een aantrekkelijk voorleesboek dat nadrukkelijk inspeelt op vaak voorkomende kleuterangsten.

Vinnie & Flos Nieuwe vrienden
Marte Jongbloed (tekst) en Natascha Stenvert (illustraties) 

Luitingh-Sijthoff, 2019     €15,99


Portiek Zeezicht - Annejan Mieras

Geplaatst 21 jan. 2019 03:11 door susan *   [ 21 jan. 2019 04:03 bijgewerkt ]


Fenna draagt een polderbroek, dat is een onderbroek die echt niet kan volgens haar klasgenoot Tess. Fenna bijt letterlijk de altijd pestende Tess van zich af, maar het meisje heeft wel een gevoelig punt geraakt. Fenna komt namelijk uit de polder, waar haar vader nog altijd woont. Ze is met haar moeder naar een portiekflat in de stad verhuisd. Fenna ziet haar vader niet zo vaak, steeds komt er iets tussen, ‘meestal hoofdpijn of een boek’.
    Toch is het leven van Fenna niet alleen treurnis. De portiekflat is een hechte sociale gemeenschap die bestaat uit heel verschillende mensen. Er zijn de roddelzusters Bakker die alles in de gaten houden, de keurige meneer Clifford en zijn vrouw, de Poolse Janek die een oogje op Fenna’s moeder heeft, de verhuizer Sjaak, de studenten met de lege kratjes bier op de galerij en de kleurrijke tante Afiba. Een bewoner is pas verhuisd naar een verzorgingshuis. In zijn flat komt Benedict wonen. Dat zorgt voor de nodige onrust, want wie is die Benedict en wie is toch die keurige mevrouw die elke woensdag komt met dat meisje van Fenna’s leeftijd?

Annejan Mieras debuteert met dit warme portret van Fenna en haar leefomgeving. De schrijfster werkte eerst als architect, maar staat nu voor de klas in het basisonderwijs. 
    Portiek Zeezicht is een boek waarin (veel) serieuze maatschappelijk thema’s aan de orde komen: pesten, scheiding, vooroordelen en dood. Het zijn onderwerpen die vaak gepaard gaan met verdriet. De schrijfster zet daar de kracht van de gemeenschap tegenover. De portiekbewoners zijn gewone mensen met leuke en minder leuke kanten die zich bekommeren om elkaar. Dat maakt dat ze soms boven zichzelf uitstijgen en dingen doen die je niet verwacht.
Mieras heeft het vermogen om veel narigheid aan te snijden en toch een boek te schrijven dat je met een glimlach om de mond leest. Dat komt deels omdat niemand er alleen voor staat en deels door de levendige schrijfstijl. Vooral de dialogen zijn heerlijk om te lezen en karakteriseren op een prettige manier de personages.
    Niet alle problemen worden in het verhaal opgelost en dat is weliswaar een pijnlijke, maar ware weergave van de werkelijkheid. Mieras laat zien dat ieder op zijn of haar manier een ander kan helpen in een moeilijke periode en dat is dan weer een mooie boodschap.

Portiek Zeezicht is een levendig en warm verhaal over de kracht van vriendschap en gemeenschapszin. Een mooi debuut.

Portiek Zeezicht
Annejan Mieras 

Lemniscaat, 2018  €14,95

Aru Shah en het einde van de tijd - Roshani Chokshi

Geplaatst 17 jan. 2019 05:03 door susan *   [ 17 jan. 2019 05:04 bijgewerkt ]


De Amerikaanse schrijfster Roshani Chokshi treedt in de voetsporen van haar beroemde collega Rick Riordan. Riordan liet zich inspireren door de Griekse, Egyptische en Noorse mythologie en schreef diverse populaire series waarvan de Percy Jackson-reeks de bekendste is. Zijn verhalen zijn spannend en ook vol humor. Riordan lanceert nu een imprint waarin hij vergelijkbare boeken promoot die ook een mythologische wereld als uitgangspunt nemen. Zo baseert Chokshi haar boek op de Hindoestaanse mythologie en dan vooral op de Mahabharata. De Mahabharata is een belangrijke tekst binnen het hindoeïsme. Het is een omvangrijk epos, maar heel kort samengevat gaat het over de strijd om de heerschappij over het koninkrijk Hastinapura. Aan de ene kant staan vijf broers, de Pandava’s die ieder een goddelijke vader hebben en zij strijden tegen hun honderd neven, de Kaurava’s.

Brugklasser Aru Shah woont met haar moeder in een museum waar oude Indiase kunst wordt tentoongesteld. Een van de voorwerpen is ‘de lamp van de ondergang’ die nooit mag worden aangestoken. Aru laat zich echter door klasgenoten uitdagen de lamp toch aan te steken en de gevolgen zijn groot. De Slaper verschijnt, een demon die de tijd stil kan zetten. Het gevolg is dat alle mensen in het museum als bevroren standbeelden stil staan. Er beweegt alleen een sprekende duif die gekomen is om Aru te helpen. Hij vertelt haar dat ze een incarnatie is van een van Pandava’s en dat zij samen met een andere gereïncarneerde broer op queeste moet om de demon te verslaan

Chokshi heeft goed naar de meester gekeken en haar verhaal met de vertrouwde elementen uit Riordans werk opgebouwd. Zo is ook haar hoofdpersoon een puber die erachter komt gedeeltelijke goddelijk te zijn en voorbestemd een schijnbaar hopeloze missie tot een goed einde te brengen. Aru biedt de gevaren met een flinke dosis cynisme het hoofd. Daarbij refereert ze regelmatig aan avonturenverhalen uit deze eeuw, zoals Harry Potter of Game of Thrones. Aru’s metgezel is ook een meisje. Ze heet Mini en ze zit vol angsten. Aru en Mini lijken op het eerste gezicht niet op de illustere Pandava’s , maar schijn bedriegt. Met humor en puberale overmoed maken ze er het beste van.
    De goden zijn, op z’n zachts gezegd, verbaasd dat het jonge dames zijn die de queeste moeten volbrengen. Ook de duif, een incarnatie van een oude vijand van de Pandava’s die met zijn hulp karmapunten kan scoren, heeft er weinig vertrouwen in. De duif wordt door Aru, zeer tegen zijn zin, Boe genoemd en hij zou zo uit een Disneyfilm kunnen komen. Hij is de mopperende sidekick die toch meer voor de meisjes voelt dan hij wil toegeven. De gesprekken tussen de duif en Aru zijn erg grappig en natuurlijk worden ze uiteindelijk vrienden.
    De Mahabharata is een rijk epos en geeft de schrijfster volop mogelijkheden om spanning in het verhaal te brengen. Soms verwijst ze ook naar de lessen en de wijsheid die in de Hindoestaanse mythologie schuilgaan. De queeste brengt de dames op de meest onwaarschijnlijke plaatsen waar ze (al dan niet goddelijke) personen ontmoeten Zo doorkruisen ze het rijk van de doden en dwalen ze rond in het vergeten paleis van de Pandava’s dat ooit het mooiste ter wereld was. Het paleis is daar overigens niet van gediend en stuurt een horde ‘Godzilla-grote vuurvliegjes’ op hen af.
    Aru Shah en het einde van de tijd is het eerste deel van een serie. Het is een afgerond verhaal, maar er blijven genoeg vragen over. Zo wordt niet helemaal duidelijk wat de geschiedenis is tussen de Slaper en Aru’s moeder en ook wordt aan het einde van het verhaal duidelijk dat een derde Pandava gereïncarneerd is en dat luidt ongetwijfeld een nieuwe queeste in.

Aru Shah en het einde van de tijd is een fantasierijk avontuurlijk verhaal gebaseerd op de Hindoestaanse mythologie. Kundig en met veel humor weet de schrijfster hedendaagse elementen te vermengen met thema’s uit Mahabharata. Een lekkere weglezer zoals je die mag verwachten van een schrijfster die in de voetsporen van Rick Riordan treedt.

Aru Shah en het einde van de tijd
Roshani Chokshi (vertaald door Marce Noordenbos) 

Van Goor, 2018     € 18,99

De blauwe vleugels - Jef Aerts

Geplaatst 14 jan. 2019 03:32 door susan *   [ 14 jan. 2019 03:35 bijgewerkt ]


Josh en Jadran zijn broers. Jadran is ‘sterk als een wolvenjong’, maar zijn grote slungelige lijf is traag. Ook in zijn denken is Jadran traag. De broers hebben een hechte band en Josh waakt over zijn grote broer die hij liefdevol Reus noemt. Reus kan lang niet altijd de gevolgen van zijn acties voorzien en dat geeft soms grote problemen.
    Op een dag vinden de broers een gewonde kraanvogel die ze meenemen naar huis. Jadran wil de vogel leren vliegen en leent daarvoor de blauwe vleugels van hun moeder. Zij droeg ze ooit toen ze nog in musicals speelden, maar sinds de vader van de jongens verdwenen is kijkt ze er niet meer naar om. De vliegles loopt uit op een drama. Door Jadrans toedoen valt Josh tien meter naar beneden, breekt zijn been en belandt in een rolstoel. De omgeving vindt het nu echt de hoogste tijd dat Jadran in een zorginstelling gaat wonen. Josh en Jadran vinden dit een heel slecht idee, maar hun moeder staat er wel voor open. Als Jadran doorkrijgt wat de bedoeling is wordt hij woedend. Hij vernielt de grote blauwe vleugels, stapt op de tractor en vertrekt. Hij gaat samen met Josh de kraanvogel naar zijn familie brengen. In Spanje.

Jef Aerts heeft een ontroerend boek geschreven over de bijzondere band tussen twee broers. De relatie is niet gelijkwaardig en dat drukt op Josh. 
Josh is de verteller van het verhaal en hij benoemt slechts summier hoe zwaar de zorg voor zijn broer kan zijn. Veel vaker vertelt hij over wat hen bindt. Het is dan ook logisch dat Josh met Reus meegaat op zijn tocht naar het zuiden. Een hachelijke onderneming die Josh als volgt beschrijft: ‘Jadran met zijn verbeten blik aan het stuur. Ik met mijn been in het gips en een kraanvogel op schoot. De rolstoel in de achterbak’.
Tijdens de reis kunnen de broers voor het eerst praten over hun vader, want thuis lukt dat niet. Het zijn mooie gesprekken waarin ook duidelijk wordt wat de blauwe vleugels voor Jadran betekenen. De tocht brengt de broers nog dichter bij elkaar, maar maakt ook duidelijk dat de onvoorspelbaarheid van Jadran gevaarlijk is. Aerts biedt geen oplossing voor deze impasse, hij geeft er alleen mooie woorden aan.
    De schoonheid van het verhaal ligt voor een groot deel in het taalgebruik. Aerts is goed in kleine veelzeggende tussenzinnen waar je bijna overheen leest. In die zinnen ontglipt verteller Josh soms een opmerking over de moeizame kant van de relatie met zijn broer. Het is duidelijk dat Josh liever vertelt over de leuke kanten en dat doet hij overtuigend. Ook de lezer sluit Jadran in zijn hart.
    Het verhaal heeft een aantal terugkerende thema’s waarover de lezer kan nadenken. Het luchtelement keert bijvoorbeeld in veel vormen terug, als het element dat de kraanvogel moet dragen of als levensadem die mensen op een unieke manier kan verbinden.

De sfeer van het verhaal wordt prachtig weergeven in de illustraties van Martijn van de Linden. De kraanvogel die zo’n belangrijke rol in het verhaal speelt duikt door het hele boek op en markeert de titelloze hoofdstukken. De verschillende delen van het boek, die wel een titel hebben, worden voorafgegaan door fraaie illustraties in grijstinten met blauw.

De blauwe vleugels is een ontroerend en prachtig geschreven boek.

De blauwe vleugels
Jef Aerts (tekst) en van Martijn van der Linden (illustraties) 


Querido, 2018     €17,50 

Andere boeken van Jef Aerts op kinderboekenpraatjes:


1-10 of 1394