Lijst Home


Pulletje - Marco Kunst en Henriette Boerendans

Geplaatst 23 apr. 2018 04:48 door susan *   [ 23 apr. 2018 05:00 bijgewerkt ]


Pulletje is echt een prentenboek voor het vroege voorjaar als overal broedende eenden en eendenkuikens te zien zijn. Jonge kinderen weten vaak nog niet hoe het een met het ander samenhangt. Het is ook een wonder dat een vogel op een ei zit, dat daar een schattig kuiken uitkomt dat (als het geluk heeft) uit zal groeien tot zo’n prachtige grote eend. Het verhaal van Pulletje laat zien hoe dat gaat.

Op een dag legt mama eend een ei. ‘ Het is rond en glad en glanzend. Wat zou daarin zitten?’ In het ei zit Pulletje. Ze is nog heel klein.'
Pulletje vindt de wereld in haar ei mooi, ‘zo rond en lekker warm’ en ze heeft ook volop de ruimte. Maar dat verandert als ze groeit, dan is Pulletje een groot kuiken in een klein ei. Pulletje tikt zich een weg naar buiten en ziet een nieuwe wereld: ‘een knus en warm nest.’
    Pulletje blijkt een nieuwsgierig kuiken dat graag de wereld wil onderzoeken. Als het jongste broertje ook uit zijn ei is gekomen mogen de kleine eendjes voor het eerst naar buiten. Pulletje geniet van het water en de warme zon. Ze ontdekt al snel dat de wereld groter is dan de sloot. Pulletje kan bijna niet wachten tot ze groot genoeg is om de wereld verder te kunnen ontdekken. Ze droomt er zelfs van.

Het verhaal sluit goed aan bij de belevingswereld van jonge kinderen. De thema’s klein zijn, groeien en groot zijn spelen in het verhaal een belangrijke rol en menig kind zal de wens groter te zijn dan je al bent herkennen. 
    Marco Kunst, die boeken voor verschillende leeftijden schrijft, weet voor het jonge lezerspubliek de goede toon te vinden. De tekst is levendig en leest daardoor prettig voor. Kunst schuwt het gebruik van bijvoeglijk naamwoorden niet en geeft het verhaal daarmee een positieve sfeer. Pulletje vindt de wereld mooi, ze dobbert in een warm bad, ze vindt groeien fijn, haar moeder vindt haar lief, blij trekt ze wereld in en haar toekomst ziet er rooskleurig uit want Pulletje wordt net als mama niet te klein en niet te groot en later gaat ze ook een ei leggen dat zo mooi als de hele wereld is. 
    Voor sommige kinderen zal het ingewikkeld zijn dat het boek een verhaal in een verhaal heeft, namelijk de droom van Pulletje. Jonge kinderen weten nog niet zo goed de werkelijkheid van de fantasie te scheiden.

Pulletje is geïllustreerd door Henriette Boerendans, die hier voor het eerst samenwerkt met Marco Kunst. Boerendans maakte ook voor dit boek weer prachtige houtsneden. Haar werk is al verschillende keren bekroond en heeft zijn weg naar diverse museums gevonden.
    Ook in dit boek is haar werk weer een feest om te bekijken: het mooie lijnenspel op de rug van mama eend, de weergave van Pulletje in zijn ei, de speelsheid op de illustratie waarop de kuikentjes het nest verlaten en de subtiele manier waarop te zien is welk deel van de kleine eendjes in het water drijft en welke nog droog zijn. De achtergrondkleuren zijn warm, binnen het nest zijn dat bruintinten, buiten het nest domineren blauw en geel.

Pulletje is een informatief en warm prentenboek dat dicht bij de belevingswereld van peuters en kleuters blijft. De fraaie houtsneden van Henriette Boerendans komen goed tot hun recht in dit prachtige prentenboek. Een heerlijk voorjaarsboek.

Pulletje
Marco Kunst (tekst) en Henriette Boerendans (illustraties)


Gottmer, 2018     € 14,99


Andere prentenboeken van Henriette Boerendans op kinderboekenpraatjes:
Nul is een raar getal 

Kinderen van de Eindeloze Vlakte - Ellen van Velzen

Geplaatst 20 apr. 2018 04:49 door susan *   [ 20 apr. 2018 04:55 bijgewerkt ]


Ellen van Velzen maakte vijf jaar geleden indruk met haar debuut Jonge Vlieger. Het kreeg in 2014 een Vlag en Wimpel van de Griffeljury. Haar tweede boek, Kinderen van de Eindeloze Vlakte, neemt de lezer mee naar een onbekend land in een niet gespecificeerde tijdsperiode. Het is aannemelijk dat het verhaal zich in een Afrikaans land afspeelt, afgaande op de leefomstandigheden en de dieren die er een rol in spelen. Het beschreven landschap is kaal en vlak en overdag is het er ondraaglijk warm. 

Een jonge krijger, de twaalfjarige Sen, moet water halen voor zijn vader het stamhoofd. Dat is een gevaarlijke opdracht want de Wilden, gevaarlijke krijgers van een andere stam, kunnen altijd toeslaan. Bij de laatste aanval, een jaar geleden, wist Sens stam de vijand te verjagen en doodde daarbij een van de vijandige krijgers.
    De angst blijkt terecht, er wordt inderdaad aangevallen en Sen is het doelwit. Hij wordt bewusteloos meegenomen naar het kamp van de Wilden, die zichzelf Kamarai noemen. Als hij bijkomt is hij bang, maar niet van plan dat te laten zien. Hij is een krijger van de Harati en getraind nooit angst te tonen. Maar zijn vrees is ongegrond, er iets heel anders aan de hand. Hij is ontvoerd om de plaats van de dode krijger in te nemen, die de zoon van het stamhoofd Baraka was. Sen krijgt een nieuwe naam en een nieuwe familie. Hij heeft nu een oudere broer, Jiri, en een jongere zus, Alika.
    Sen is niet van plan om bij de Kamarai te blijven. Hij snapt hun gewoonten niet en hij wil terug naar zijn eigen stam, waar de regels duidelijk zijn en hij weet wat er van hem verwacht wordt.

Het thema van Van Velzens tweede boek ligt dicht bij het thema van haar eerste boek. Opnieuw besteedt ze veel aandacht aan de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Sen is met harde hand opgevoed en heeft geleerd nooit angst te tonen en niet bang te zijn voor pijn. Bij de Harati dwingt een krijger pas respect af als anderen bang voor hem zijn. Dat geldt ook voor een stamhoofd, volgens Sens vader moet je ’ze er altijd aan herinneren wie de zweep in handen heeft.’ Bij de Kamarai gaat het er heel anders aan toe. In tegenstelling tot Sens eigen vader is Baraka een liefdevolle man die veel begrip heeft voor de gevoelens van Sen. Ook Jiri, die in tegenstelling tot Alika niet direct overloopt van enthousiasme over de gezinsuitbreiding, accepteert Sen en is bereid zijn leven te geven voor zijn nieuwe broer als dat nodig is. De liefdevolle manier waarop de Kamarai met elkaar omgaan verwart Sen. Hij begrijpt niet dat de Kamarai net als de Harati harde onverschrokken krijgers hebben, terwijl ze hun kinderen niet slaan en hun leider durven tegen te spreken.
    De innerlijke strijd van Sen die zich enerzijds aangetrokken voelt tot de stamgebruiken van de Kamarai, maar anderzijds loyaal wil blijven aan zijn eigen stam is het belangrijkste onderwerp in het verhaal. Daarbij laat de schrijfster er geen twijfel over bestaan waar haar voorkeur ligt en wat de boodschap van het boek is: liefdevol opvoeden leidt tot een betere en gelukkiger samenlevingsvorm.
    Van Velzen schrijft vloeiend en het verhaal leest makkelijk weg, maar mooie zinnen die blijven hangen moet de lezer niet verwachten. Het is jammer dat Van Velzen niet meer met het verhaal heeft gedaan. Zo wordt over het leven van de Kamarai vooral de onderlinge omgang beschreven en is er weinig aandacht voor andere aspecten. Meer uitleg en beschrijvingen over bijvoorbeeld de tochten over de vlakten waarbij de Kamarai een kudde olifanten volgen zou het verhaal meer diepgang hebben kunnen geven. Van Velzen gaat de uitdaging niet aan om de eentonigheid van deze moeizame uren overtuigend tot leven te brengen. Ook andere aspecten worden maar matig uitgewerkt. Het valt bijvoorbeeld op dat de Kamarai totaal niet bang zijn voor de olifanten en dat is niet erg waarschijnlijk, want een wilde olifant blijft altijd gevaarlijk. Ook valt op dat er regelmatig roofdieren gedood worden die vervolgens op de vlakten achterblijven. Je zou toch denken dat een dode leeuw heel wat bruikbare onderdelen heeft, al was het zijn bloed maar in tijden van droogte.
    Het is opvallend dat Van Velzen nauwelijks over de omgang tussen mannen en vrouwen schrijft. Baraka voedt zijn kinderen alleen op en er lijkt, behalve zijn moeder, geen vrouw een rol in zijn leven te spelen. Ook Jiri, toch een jonge aantrekkelijke krijger, heeft het nooit over vrouwen. Het zijn vooral de onderlinge verhoudingen van mannen die Van Velzen beschrijft, waarbij de samenhang tussen geweld en liefde het belangrijkste thema is.

Kinderen van de eindeloze vlakte is een boeiend verhaal dat zich echter te lang voortsleept. Het verhaal blijft hangen in een thema en had een stuk boeiender kunnen zijn met meer beschrijvingen en/of meer verhaallijnen.

Kinderen van de Eindeloze Vlakte
Ellen van Velzen


Lemniscaat, 2018     € 16,95

Ik ben een kat! - Galia Bernstein

Geplaatst 18 apr. 2018 04:22 door susan *   [ 18 apr. 2018 04:23 bijgewerkt ]


Ik ben een kat, net als jullie’ beweert de kleine kat Simon. Dit zullen de meeste lezers geen opzienbarende uitspraak vinden, maar de dieren waartegen Simon spreekt zijn met stomheid geslagen. Dat duurt echter niet lang, want al snel barsten Leeuw, Jachtluipaard, Poema, Panter en Tijger in lachen uit. Hoe verzint die kleine kat het.
Leeuw legt het de kleine opschepper uit: ‘Jij? Een kat? Doe niet zo gek, kleintje. Jij kunt geen kat zijn want ík ben een kat, en je lijkt helemaal niet op me. Katten hebben manen en een kwast aan het puntje van hun staart, en als ze brullen dan beeft iedereen want ze zijn de koning van alle dieren’.
    Ook de anderen hebben zo hun argumenten waarom Simon onmogelijk een kat kan zijn. Volgens Jachtluipaard zijn katten lange sierlijke dieren en geen kleine dikkerdjes, Panter is van mening dat er alleen zwarte katten bestaan en Tijger beweert dat katten groot, sterk en heel erg oranje zijn.    Maar Simon laat zich niet uit het veld slaan, hij komt met sterke tegenargumenten.

Ik ben een kat!
is een prentenboek dat speelt met het gegeven dat je op elkaar kunt lijken en toch kunt verschillen. In soepele taal bepleiten de verschillende katten hun zaak. De grote katten leggen daarbij de nadruk op de verschillen, waar Simon meer oog heeft voor de overeenkomsten. Simon weet de grote katten aan het twijfelen te brengen door hun eigen argumenten tegen hen te gebruiken. Uiteindelijk trekt hij aan het langste eind.
    Niet alleen in de tekst gaat het over verschillen en overeenkomsten, ook op de illustraties is dit een belangrijk thema. Als in de tekst de verschillen benoemd worden zien we op de illustraties dat de beweringen waar zijn, maar we zien ook dat Simon toch op de grote katten lijkt. Zo kan ook hij een indrukwekkende dreigende houding aannemen of net als Panter volkomen relaxt over een tak hangen.
    Galia Bernstein, geboren en opgegroeid in Israël en nu wonend in New York, heeft een realistische stijl. Met uitvergrotingen en originele perspectieven benadrukt ze de diverse eigenschappen en stemmingen. Zo is Leeuw indrukwekkend groot afgebeeld en ook de eigenschappen van Tijger worden overtuigend neergezet; hij past nauwelijks nog op de pagina. Dat Simon zich niet laat intimideren wordt onder andere duidelijk als we hem zijn zaak zien bepleiten voor de groep grote katten. Van die grote katten zien we alleen de achterkant van hun hoofd en Simon is daarmee vergeleken maar een klein opdondertje. Toch drukt alles aan hem zelfvertrouwen uit, hier zit een kat die weet dat hij met goede argumenten gaat komen.
    Bernstein tekent nauwelijks achtergronden, de dieren zijn in grote witte vlakken gezet waar soms met enkele lijnen een paar grassprieten of takken aan toegevoegd worden. De kleuren zijn warm en levensecht.

Ik ben een kat! gaat over overeenkomsten en verschillen, zelfvertrouwen en argumenteren. Een aantrekkelijk prentenboek vol leuke grote en kleine katten.

Ik ben een kat!
Galia Bernstein, vertaald door Studio Bos

Leopold, 2018     € 14,99


Het Ministerie van Oplossingen en de verdwenen Van Gogh - Sanne Rooseboom

Geplaatst 12 apr. 2018 04:11 door susan *   [ 12 apr. 2018 04:17 bijgewerkt ]


Journaliste Sanne Rooseboom debuteerde in 2016 als kinderboekenschrijfster met Jippie! Een humeurig sprookje. In datzelfde jaar verscheen ook haar tweede boek, Het Ministerie van Oplossingen.    Rooseboom schrijft lekker door, want beide boeken hebben inmiddels een vervolg gekregen. Ze worden ook goed verkocht, het eerste deel uit de serie Het Ministerie van Oplossingen is al aan zijn zesde druk toe.

Het Ministerie van Oplossingen en de verdwenen Van Gogh is het tweede deel en pikt de draad van het verhaal drie weken na het eerste avontuur weer op. Nina, Alfa, Ruben en de negenentachtigjarige blinde mevrouw Vis hebben toestemming gekregen om in Nederland weer een Ministerie van Oplossingen te openen. Hun hoofdkantoor vestigen ze op de zolder van het huis van mevrouw Vis. Daar is voldoende plaats voor de uitrusting die vanuit het hoofdkwartier is opgestuurd. De kinderen ontvangen een goede computer, telefoons met voldoende beltegoed en handige apps, vermommingen, schmink en een bijzondere spiegel. Het hoofdkwartier kan ook de toegang regelen tot dossiers of een dekmantel faciliteren.
    Het team moet eerst alle onafgemaakte zaken uit het verleden tot een goed einde brengen voor ze een nieuwe opdracht mogen aannemen. Er blijkt nog maar een zaak onopgelost te zijn, een zaak uit 1953. In dat jaar werd Hendrik Amer gedwongen een tekening van Vincent van Gogh aan zijn huisbaas af te staan omdat hij de huur niet kon betalen. Hendrik wordt kwaad en roept de huisbaas na dat hij zijn tekening, die nog van zijn opa was geweest, terug wil. De huisbaas lacht hem uit, neemt de tekening mee en laat hem taxeren. Een dag later wordt de huisbaas dood in zijn huis gevonden, vermoord. De tekening van Van Gogh is verdwenen en nooit meer teruggevonden. Hendrik wordt voor de moord opgepakt en veroordeeld. Hij sterft een paar jaar later in de gevangenis en heeft altijd volgehouden onschuldig te zijn.
    Van een oud medewerkster van het Ministerie, de negentigjarige Tirza, krijgt het nieuwe team details over de zaak te horen. Tirza gelooft in Hendriks onschuld en ze wil graag helpen om de zaak alsnog op te lossen.

Rooseboom werkt in dit verhaal een aantrekkelijk scenario uit: drie kinderen die met hulp van twee hoogbejaarde dames en met steun van een machtige geheime organisatie een mysterie gaan oplossen. Natuurlijk moet hun opdrachtgever geheim blijven, dat maakt het wel zo spannend, en dus moeten de kinderen regelmatig met goede smoezen komen om bijvoorbeeld hun ouders niet argwanend te maken.
    De karakter van Alfa, Nina en Ruben zijn niet erg uitgewerkt. Ze zijn enthousiast, vindingrijk en soms ook een beetje angstig als ze een gewaagd plan uit gaan voeren. Ruben past echter wel in het alom bekende beeld van de slimme nerd (hij is ook de jongste van het team) met zijn voorkeur voor computers en het bijpassende brilletje op zijn neus.
    De spanning van het verhaal zit niet alleen in het oplossen van de zaak, het team moet ook hun altijd op de loer liggende vijanden in de gaten houden: de zilvermannen en vrouwen. Zij werken voor een organisatie die uit is uit op de vernietiging van alle Ministeries ter wereld en ook zij hebben de beschikking over voldoende geld en middelen.
    Dit boek kan los van het eerste deel gelezen worden, een korte proloog aan het begin geeft voldoende informatie om direct het verhaal in te kunnen duiken.

Het Ministerie van Oplossingen en de verdwenen Van Gogh is een spannend detectiveverhaal vol onverwachte elementen. Het is lekker leesvoer dat veel kinderen zal aanspreken. Het zal mij niet verbazen als deze serie het goed gaat doen bij de Kinderjury.

Het Ministerie van Oplossingen en de verdwenen Van Gogh
Sanne Rooseboom 

Van Goor, 2018     € 14,99

Kleine Struis - Kim Crabeels en Marije Tolman

Geplaatst 9 apr. 2018 03:36 door susan *   [ 9 apr. 2018 03:41 bijgewerkt ]


De Vlaamse schrijfster Kim Crabeels maakt samen met illustratrice Marije Tolman de serie Superdieren. Het is een serie met een doelstelling, namelijk ‘persoonlijke ontwikkeling aan de hand van voorleesverhalen’. Het eerste deel, Flamingo, verscheen in 2016 en had als thema veerkracht. In Kleine Struis draait het om bang zijn.

‘Kleine Struis is wat je noemt een watje.
Van zijn soort worden kussenvulsels gemaakt,
donzige pluimbezems die het stof wegaaien,
fantasietjes op een tuttige hoed.’


Kleine Struis steekt daarom zijn kop in het zand, want ‘een halslengte onder de grond voelt haast net zo veilig als vroeger in het ei.’ Een aantal dieren komt vragen wanneer hij weer naar boven komt. Daarvoor moeten ze wel moeite doen, want alleen ondergronds kunnen ze de kleine struisvogel aanspreken. Aardvarken wroet met zijn lange snuit een gat en ook Oehoe steekt zijn kop in de grond. Mestkever benadert Kleine Struis ondergronds. Aardvarken waarschuwt dat de echte griezels diep in de duisternis verscholen zitten en Mestkever verzucht dat het bovengronds ‘Ontzettend. Dikke. KAK!’ is, wat Kleine Struis niet opvat als een aanmoediging om zijn kop omhoog te trekken.
    Een charmant struisvogelmeisje weet Kleine Struis uiteindelijk zover te krijgen dat hij zijn kop uit het zand haalt. De wereld blijkt dan een stuk lichter en leuker dan gedacht.

Kim Crabeels kiest mooie woorden, vol met associaties en taalspel. Bovenstaand citaat zullen jonge kinderen misschien niet helemaal begrijpen, wat weten zij nou over het gebruik van struisvogelveren, maar voor het begrip van het verhaal is dat niet zo belangrijk. Dat Kleine Struis zich veiliger voelde in zijn ei zullen ze zeker begrijpen. Ook het taalspel van Crabeels zal voor sommige lezers een uitdaging zijn, maar gelukkig worden ze geholpen door de illustraties. Zo zien we in het begin van het verhaal Kleine Struis in totale duisternis in een eivormige witte uitsparing. Het is duidelijke dat de buitenwereld niet aantrekkelijk voor hem is. De sfeer van de tekening onderstreept de woorden uit de tekst ‘De savanne is een enge plek voor een zacht eitje als hij.’ Taalgevoelige kinderen zullen zeker genieten van de woordgrapjes, bijvoorbeeld als Kleine Struis zich afvraagt of de gieren om hem moeten gieren.
    De bloemrijke tekst past goed bij de illustraties van Marije Tolman. Ook zij associeert en speelt met taal, in haar geval beeldtaal. Tolman leeft zich uit in de tekeningen en houdt zich daarbij niet aan de wetten van de natuur. Dat levert veel kijkplezier op. We zien bijvoorbeeld de uil met zijn voeten omhoog en zijn kop ondergronds in gesprek met Kleine Struis, we zien een rijk ondergronds leven met torren en andere rare snuiters, we zien een torachtig wezen dat duidelijk iets heeft met lieveheersbeestjes, we zien feestende hyena’s, een egel op de fiets met de maan achterop, een olifant die snel wc-papier nodig heeft en we zien twee struisvogels die vliegen van geluk.
    Met de achtergrondkleuren benadrukt Tolman de stemming. Zo blijft het rond Kleine Struis lang leeg en duister, terwijl het bovengronds zonnig geel is. Het samenspel van tekst en beeld is boeiend en uitdagend. Dit boek zal niet snel vervelen.

Kleine Struis is een mooi en veelzijdig voorleesboek. De tekst is beeldend, rijk aan woordspelingen en leest fijn voor. De originele illustraties van Tolman die vol verrassende elementen zitten passen daar goed bij.

Kleine Struis
Kim Crabeels (tekst) en Marije Tolman (illustraties)

 Lannoo, 2018     €16,99

Van wie is die sok? - Joukje Akveld & Charlotte Dematons

Geplaatst 6 apr. 2018 04:33 door susan *   [ 6 apr. 2018 04:34 bijgewerkt ]


De serie peuterboekjes Van wie is... naar een idee van Joukje Akveld heeft weer een nieuw deel. In deze stevige vierkante woordloze boekjes werkt een bekende illustrator op zijn/haar eigen wijze Akvelds basisidee uit. Dat basisidee is het beantwoorden van de vraag 'van wie is...'. In dit boekje moet de lezer kledingstukken aan de juiste persoon toekennen. Illustrator van dienst is Charlotte Dematons, bekend van haar kijkboeken Nederland en Sinterklaas en van haar illustraties voor het grote Grimm-sprookjesboek (Lemniscaat, 2005). Op dat laatste werk grijpt ze terug, want het zijn namelijk sprookjesfiguren die hun kledingstukken niet op orde hebben: de reus mist zijn laars, de prins zijn broek, de zeemeermin haar bikinitopje en een van de zeven dwergen is zijn onderbroek kwijt.
Het boekje heeft verschillende lagen. De allerjongsten kunnen met de basisvraag aan de slag: van wie is het getoonde kledingstuk? Zij kunnen kiezen uit vier mogelijkheden en de opdracht is niet al te moeilijk. Peuters zien heus wel dat de reus met zijn blote voet de laars mist en dat de lange broek bij de prins hoort. Misschien dat ze even goed moeten kijken of die broek toch niet van die arme blotebillendwerg is, maar ze zullen al snel zien dat de broek voor hem te groot is. Peuters zullen overigens zeker pret hebben om die blote billen, want dat is het soort humor dat echt bij deze leeftijd past.
    Iets oudere kinderen zullen met meer aandacht ook de andere illustraties bekijken die altijd volgen op de bladzijde met de kernvraag. Hier is te zien dat de vermiste kledingstukken door iemand worden meegenomen, al moet je wel goed kijken. Op de laatste illustraties wordt duidelijk wie de dief is en waarom de kledingstukken meegenomen worden.
    Tot slot zullen nog oudere kinderen de verwijzingen naar bekende sprookjesverhalen herkennen. Het is grappig dat Dematons enkele sprookjesfiguren die ze al eerder tekende terug laat komen, bijvoorbeeld Assepoester. Andere sprookjesfiguren zijn duidelijk geïnspireerd op de beelden uit Disneyfilms, zoals Sneeuwwitje en de weergave van Peter Pan.
    Dematons tekeningen zijn kostelijk. Ze tekent precies en met veel oog voor detail. Er is heel veel te zien, bijvoorbeeld in het huis van Sneeuwwitje en de zeven dwergen of in de onderwaterwereld van de Kleine Zeemeermin. Ook Dematons kleurgebruik is weer fantastisch, haar bloemenwei zou ook zonder de sprookjesfiguren zo met een lijstje erom aan de muur kunnen.

Van wie is die sok? is een aantrekkelijk kijkboek voor kinderen van verschillende leeftijden. De tekeningen van Dematons zijn toegankelijk, grappig en erg mooi.

Van wie is die sok?
Concept Joukje Akveld met illustraties van Charlotte Dematons


Gottmer, 2018     € 8,99 



Andere boeken uit deze serie op kinderboekenpraatjes: 

Toen Alfie verdween - Gerda De Preter

Geplaatst 4 apr. 2018 04:18 door susan *   [ 4 apr. 2018 04:18 bijgewerkt ]


"    Op een dag zei mama dat ik er een broertje of zusje bij zou krijgen.
     'O, God,’ zei ze met een stralende glimlach, ’wat ben ik gelukkig!’
        Het was dus Zijn schuld.
        Mama vond het geweldig. Remco ook.
        Ik niet. Ik moest die baby niet.’ 
  "
    
Ciel vindt het ‘echt balen’ dat haar ouders uit elkaar zijn en nu krijgen haar moeder en haar nieuwe liefde Remco ook nog een baby. Misschien willen ze wel van haar af en zijn ze liever samen met het nieuwe kindje. Ciel wilde dat ze de baby weg kon wensen.
    Lichtpuntje in Ciels bestaan is haar vriend Alfie. Hij vluchtte uit een land waar het oorlog was en nu zit hij bij haar in de klas. Alfie wil de slimste mens ter wereld worden en hij is net als Ciel dol op woorden. Van de mooiste                                   woorden hebben Alfie en Ciel een lijst gemaakt, ze moeten het alleen nog                                   eens worden over het allermooiste woord.
Met Remco komt er ook een nieuwe oma in Ciels leven. Ze is een beetje raar, ze bezoekt bijvoorbeeld feestjes waarvoor ze niet is uitgenodigd.
    Als Ciels moeder onverwacht naar het ziekenhuis moet kan alleen de nieuwe oma op Ciel passen. Ciel vindt het maar niks, vooral niet omdat ze dan naar de andere kant van de stad moet terwijl ze naar Alfie wil. Hij zit in de problemen en komt niet meer naar school.

De Vlaamse schrijfster Gerda De Preter (1958) debuteerde als kinderboekenschrijfster in 1999 met een prentenboek en schreef daarna nog vijf boeken voor kinderen van diverse leeftijden. De laatste verscheen meer dan tien jaar geleden. De Preters boeken kregen goede recensies en wonnen ook prijzen.
    Toen Alfie verdween is geschreven in een afgemeten stijl waarin verteller Ciel in korte rake zinnen over haar leven vertelt. Daarbij is het knap dat de schrijfster het verhaal niet laat ondergaan in treurnis, ondanks de vele tegenslagen die Ciel treffen. Dat komt vooral omdat Ciel haar observaties en gedachten origineel en met droge humor verwoordt. Mensen typeert ze bijvoorbeeld door ze te vergelijken met cijfers, waarbij niet de waarde van het getal het karakter bepaalt, maar de vorm. Alfie is bijvoorbeeld een zes omdat hij altijd voorovergebogen zit en haar verstrooide moeder is een acht ‘een cijfer dat rondjes maakt en lekker slingert’. Ciel geeft ook commentaar op God, Hij die alles weet en alles kan, maar haar toch heeft opgescheept met de verkeerde haarkleur en haar opzadelt met een babybroertje of zusje dat ze niet wil hebben.
    Achter Ciels woorden klinkt angst, angst dat niemand haar wil, dat ze vervangen wordt door de nieuwe baby. En dat zit zo diep dat het Elias oproept, de jongen die alleen zij kan zien. Hij zet haar aan tot gewaagde en boosaardige acties.
    In het verhaal speelt Ciels vriendschap met Alfie een grote rol. Die vriendschap komt onder druk te staan als Alfie de planeet wil redden. Hij hoopt dat dat zal helpen om in het land te mogen blijven, maar Ciel vindt het een onzinnige actie. Een ander plan steunt ze wel: duizend kraanvogels vouwen om een wens te mogen te doen.
    Het relatief korte verhaal, het boek heeft 128 bladzijden, is intens en soms hartverscheurend. Vooral het lot van Alfie is aangrijpend, maar ook de machteloosheid van Ciel die zich een speelbal van de omstandigheden voelt maakt indruk. Door de lichte verteltoon en het hoopvolle einde is het toch geen naar verhaal om te lezen.

Toen Alfie verdween is een klein pareltje in de kinderliteratuur. Een intens verhaal over kinderen die moeten dealen met wat op hun pad komt.

Toen Alfie verdween
Gerda De Preter 

Querido, 2018     € 13,99

Liebermann- De zee van meneer Max - Koos Meinderts & Annette Fienieg

Geplaatst 30 mrt. 2018 04:01 door susan *   [ 30 mrt. 2018 04:10 bijgewerkt ]


De zee van meneer Max is alweer het negentiende kunstprentenboek dat wordt uitgegeven door het Gemeentemuseum Den Haag in samenwerking met uitgeverij Leopold. Deze keer draait het verhaal om de Duitse impressionist Max Liebermann, waarvan in het Haagse museum tot 24 juni 2018 een groot aantal schilderijen te zien is.
    Liebermann (1847-1935) had in het begin van zijn carrière grote belangstelling voor sociale onderwerpen. Hij maakte realistische schilderijen van de mensen die hij zag. Dat kon in zijn tijd op flinke kritiek rekenen, het werd alom gezien als een ongebruikelijk en raar onderwerp. 
    Tussen 1870 en 1914 bezocht Liebermann in de zomer zijn vriend en collega Jozef Israëls. De weerslag van zijn bezoeken aan Nederland zijn terug te zien in een aantal schilderijen. Zo schilderde hij onder andere het papegaaienlaantje in Artis, de weesmeisjes van het Amsterdamse Burgerweeshuis en strandtaferelen. Koos Meinderts en Annette Fienieg brengen in hun prentenboek zo’n zomerse vakantie tot leven.

Koos Meinderts introduceert de schilder als volgt: ‘Meneer Max houdt van wandelen. Niet om ergens te komen, maar om ergens te zijn en goed om zich heen te kijken.
Zo nu en dan blijft hij staan en haalt hij zijn schetsboek tevoorschijn om te tekenen wat hij ziet. Meneer Max ziet veel.’
    Zo ziet hij bijvoorbeeld de meisjes van het Burgerweeshuis die in groepjes verspreid op de binnenplaats zitten te handwerken. Een meisje komt naar hem toe, het is Martha. Meneer Max vraagt aan de directrice van het weeshuis of hij een portret van Martha mag schilderen. Zij vindt het een rare vraag; waarom schildert meneer Max geen portret van een mooi meisje van stand? Toch geeft ze haar toestemming. Martha poseert en als dank neemt meneer Max haar en nog een aantal andere meisjes mee naar het strand. Daar ziet Martha voor het eerst de zee. Meneer Max heeft niet veel interesse voor het water, hij kijkt vooral naar de mensen en pakt al snel zijn schetsboek.


Het verhaal is simpel, maar goed en onderhoudend geschreven. De ster van het prentenboek is echter Annette Fienieg die zich duidelijk laat inspireren door Liebermanns werk. Dat is onder andere te zien in haar manier van schilderen en de keuze van het materiaal. Deze keer geen achtergrondkleuren in aquarel, maar gekleurde vlakken waarin de penseelstreken nog te zien zijn. In de kleding en de achtergronden wordt met, soms grove, penseelstreken nuance aangebracht, wat een prachtig ademend geheel oplevert. Deze techniek is duidelijk een hommage aan Liebermans werk en heel mooi uitgewerkt.
De mensen zet Fienieg raak en realistisch neer, met duidelijk zichtbare roodbruine contouren. Ook geeft Fienieg haar interpretatie van Liebermanns schetsen en ook die zijn prachtig. Met stevige lijnen en snelle inkleuringen wordt weergegeven waar meneer Max zijn oog op heeft laten vallen: een visser, een meisje dat een schelp opraapt of een hondje. Opnieuw zijn de gezichtsuitdrukkingen weer knap weergegeven. 

Liebermann- De zee van meneer Max is een geslaagd kunstprentenboek dat de schoonheid van zowel het werk van Max Liebermann als dat van Annette Fienieg laat zien. Koos Meinderts vertelt in mooie heldere zinnen het eenvoudige verhaal, maar de illustraties van Fienieg hebben de hoofdrol. Een mooi deel weer in deze geweldige serie kunstprentenboeken.

Liebermann - De zee van meneer Max
Annette Fienieg & Koos Meinderts

Leopold/Gemeentemuseum Den Haag, 2018     € 14,99 






De reis van Syntax Bosselman - Arend van Dam

Geplaatst 28 mrt. 2018 03:58 door susan *   [ 28 mrt. 2018 04:03 bijgewerkt ]


Arend van Dam schrijft al meer dan tien jaar kinderboeken over historische onderwerpen. Meestal schrijft hij ‘voorleesverhalen’ over een bepaald onderwerp die kleurig geïllustreerd worden door Alex de Wolf. Voor zijn nieuwe boek, De reis van Syntax Bosselman, wijken Van Dam en De Wolf van dit patroon af. Het boek heeft een andere opzet en minder illustraties, die deze keer voornamelijk in zwart-wit zijn. Dat zal te maken hebben met het onderwerp: verhalen over de slavernij.
    Van Dam werd geïnspireerd door een aantal foto’s van de Internationale Koloniale en Uitvoertentoonstelling die in 1883 plaatsvond op het Museumplein in Amsterdam. Daar waren ook groepjes mensen uit de koloniën te zien. Uit Suriname kwamen zevenentwintig mensen naar Nederland, waaronder de zestigjarige Syntax Bosselman en de twaalfjarige Kodjo. Van Dam was nieuwsgierig naar hun verhaal en ook naar het slavernijverleden van Nederland en besloot nader onderzoek te doen. Het bleek geen eenvoudig onderwerp en daarom koos Van Dam voor drie verschillende invalshoeken: het verhaal van Syntax en zijn landgenoten, geschiedenisverhalen uit verschillende perioden en een verslag over de totstandkoming van het boek. Je kunt het boek per onderwerp lezen, maar je kunt de verschillende verhalen ook heel goed achter elkaar lezen.

De verhalen zijn fictie, maar gebaseerd op historisch onderzoek. Van Dam laat zijn historische hoofdpersonen hun gedachten uitspreken en in gesprek gaan met tijdgenoten. Kanttekeningen bij zijn verhalen zijn te vinden in zijn persoonlijke commentaar over het onderzoek-en schrijfproces. Zo is er bijvoorbeeld weinig bekend van de overtocht van Syntax en zijn gezelschap. Toch schrijft Van Dam daar een hoofdstuk over dat zwaar rust op enkele regels uit een tijdschrift waarin vermeld staat dat ‘het wilde en niet-wilde gedeelte der passagiers’ gaandeweg een betere verstandhouding kregen en de dames elkaar betwistten om het genoegen ‘om een deel van den dag met een klein negertje of indiaantje op schoot te zitten.’
    Het is ook niet bekend in hoeverre Syntax op de tentoonstelling zelf met mensen uit andere landen sprak, maar Van Dam laat Syntax en Kodjo graag in gesprek gaan en vragen stellen als opstapje naar nieuwe verhalen, bijvoorbeeld over het neerslaan van de opstanden in Atjeh of de belevenissen van prins Maurits in Brazilië.
    Het is duidelijk dat Van Dam in de verhalen rond Syntax en zijn gezelschap niet voldoende informatie over de banden tussen Nederland en de slavernij kwijt kon. Hij vult dit gat met losse historische verhalen die de lezer onder andere meenemen in de denkwereld van Jan Pieterszoon Coen en Michiel de Ruyter of hij geeft een inkijkje in het leven van witte slaven, mensen die in opstand kwamen en Indiase contractarbeiders.
    In de persoonlijke commentaren volgt de lezer Van Dams zoektocht naar antwoorden op vragen als: kan ik woorden als ‘kaffers’ of ‘boschnegers’ gebruiken in mijn teksten, moet ik spreken over ‘slaven’ of over ‘tot slaaf gemaakten’, wat was het aandeel van Nederland in de slavenhandel, hoe keken de mensen in Nederland aan tegen de volken uit de koloniën en waren er ook blanke slaven. 
Het is verhelderend dat Van Dam zijn zoektocht naar informatie en zijn dilemma’s tijdens het schrijven naast zijn verhalen plaatst. Zo blijft duidelijk waar hij zich de vrijheid veroorlooft om gedachten en gesprekken in te vullen en wat historisch vaststaat.     Natuurlijk blijven alle verhalen een hedendaagse interpretatie. Daar is de schrijver zich zeker van bewust en hij benadrukt dat in zijn nawoord: ‘Geschiedenis is niet als een schilderij aan de muur, dat eeuwig blijft zoals het is. Geschiedenis is geen voldongen feit. Ons beeld van vroeger verandert met de tijd.


Tot slot nog enkele woorden over de illustraties van Alex de Wolf. Dit keer geen grote kleurrijke platen, maar werk in zwart-wit. De historische verhalen worden ingeleid met een titelpagina met daarop een tekening van De Wolf. Het zijn mooie illustraties. De zeetaferelen zitten vol beweging en de historische personages lijken op hun portretten maar nu met passende gezichtsuitdrukking. De omgeving wordt krachtig neergezet, zowel de kamer waar de rijke heren de WIC oprichten als de Ghanese omgeving van de prinsen Kwasi en Kwame. De Wolf kiest hier en daar voor een verrassend perspectief, bijvoorbeeld door de personages van achteren weer te geven. Naast de illustraties zijn er in het boek veel foto’s opgenomen en ook enkele landkaarten.

De reis van Syntax Bosselman is een rijk informatief boek over een belangrijk onderwerp. De verhalende vorm brengt de geschiedenis dichtbij. Omdat Van Dam ook uitgebreid de totstandkoming van het boek beschrijft worden feit en fictie goed gescheiden en ook diverse dilemma’s toegelicht. Het boek is verzorgd uitgegeven, met een duidelijke indeling, een tijdslijn, veel foto’s en prachtige illustraties van Alex De Wolf.




De reis van Syntax Bosselman
Arend van Dam met illustraties van Alex de Wolf


Van Holkema & Warendorf, 2018     € 15,99

Andere boeken van Arend van Dam op kinderboekenpraatjes:
Stad en land...
Voorbij de horizon...
Een hele kunst...


De boer en de dierenarts - Pim Lammers

Geplaatst 26 mrt. 2018 04:12 door susan *   [ 26 mrt. 2018 04:12 bijgewerkt ]


Pim Lammers en Milja Praagman baarden opzien met hun eerste gezamenlijke prentenboek Het lammetje dat een varken is. Het koppel wist een mooi kinderboek te maken over een ongebruikelijk onderwerp: je gevangen voelen in een verkeerd lichaam. Lammers en Praagman zijn voorstanders van meer diversiteit in kinderboeken, al zien ze zichzelf niet voorop de barricades staan. Ook hun tweede prentenboek snijdt een ongebruikelijk thema voor een kinderboek aan: twee mannen die verliefd op elkaar zijn. Het is een vervolg op het eerste boek waarin de lezer de boer en de dierenarts al leerde kennen. Praagman merkte tijdens het maken van de illustraties voor dit het eerste boek dat er ‘vonkjes tussen de mannen oversprongen’ en ze meldde aan de schrijver dat ze volgens haar verliefd waren. Van het een kwam het ander en nu is er een prentenboek over de verliefde mannen.

De boer heeft het flink te pakken. Hij lijkt wel ziek. Hij kan de hele dag maar aan één iemand denken, aan die ‘knappe, betoverende, lieve, bijzondere, mooie, fantastische, charmante, vrolijke, prachtige, grappige, geweldige dierenarts.’ Ondertussen gaat er van alles mis op de boerderij omdat de boer er met zijn hoofd niet bij is. De dieren besluiten in te grijpen. Ze zorgen ervoor dat de boer wel naar de dierenarts móet. Maar eenmaal bij de dierenarts durft de boer hem niet uit te nodigen voor een picknick. De dieren moeten een nieuw plan verzinnen.

De boer en de dierenarts is een lief en warm verhaal over verliefd zijn. De verliefde boer laat zien wat het betekent om helemaal ondersteboven te zijn van een ander. Iedereen kan dit begrijpen, ook de dieren op de boerderij en de kinderen die het boek lezen. De kinderen zullen zich identificeren met de dieren die de boer willen helpen. Die proberen de boer naar de dierenarts te krijgen door net te doen of ze ziek zijn. De boer heeft niet door dat er sprake is van een complot, maar de kinderen die het boek lezen wel. Zij zien heus die pot verf wel staan waardoor de koe rare vlekken heeft gekregen en ze moeten vast lachen om de schapen die ineens gaan blaffen. Zo blijft het verhaal mooi op kindniveau en wordt er niet boven hun hoofden een trendy prentenboek over homoliefde gemaakt.
    Als de boer en de dierenarts eindelijk elkaar de liefde verklaren ‘is alles precies zoals het moet zijn’ en dat is op dit niveau met de armen om elkaar op een picknickkleedje liggen omringd door de blij kijkende dieren van de boerderij.
    De tekeningen van Milja Praagman, die vorig jaar een Zilveren Penseel won en dit jaar het prentenboek voor de Kinderboekenweek mag maken, zijn weer erg mooi. Ze plaatst de dieren tegen kleurige vlakken en geeft daarin de omgeving summier aan. Dat geeft veel sfeer, want de kleuren zijn warm. De mensen en de dieren zijn gedetailleerder en de gezichtsuitdrukkingen zijn goed getroffen, vooral de verliefde blik van de boer.
    In het begin van het boek zit een grappige vooruitwijzing, want wie de titelpagina bekijkt zal zich wellicht afvragen waarom er kippen ondersteboven aan een boomtak hangen. Wie goed kijkt kan tussen de varkens het voormalige lammetje herkennen.

De boer en de dierenarts is een warm prentenboek over verliefd zijn. Het laat zien dat de liefde zich geen wetten voor laat schrijven; voor wie het hart kiest moeten we maar afwachten. Actief helpen om de liefde tot bloei te laten komen kan wel, dat laten de dieren op de boerderij zien. En als het dan lukt de geliefden bij elkaar te brengen geeft dat een fijn gevoel. Ook voor kleuters.

De boer en de dierenarts
Pim Lammers (tekst) en Milja Praagman (illustraties) 

De Eenhoorn, 2018     € 13,95


1-10 of 1318