Lijst Home


De ijstuin - Guy Jones

Geplaatst door susan *   [ bijgewerkt ]


De twaalfjarige Jess kan niet tegen zonlicht. Dat betekent dat ze altijd in een verduisterde ruimte moet zijn. Als ze naar buiten gaat zit ze dik ingepakt en moet ze een skibril op. Vooral in de zomer is dit geen pretje.
Jess woont bij haar moeder die zorgzaam over haar waakt. Jess begrijpt de bezorgdheid van haar moeder wel, maar het maakt haar ook opstandig. Daarom besluit ze op een zomerse nacht zonder iets te zeggen naar buiten te gaan. Ze gaat naar een verlaten speeltuin. Daar heeft ze ineens het gevoel bekeken te worden en als ze angstig vlucht komt ze op onbekend terrein en ontdekt een bijzondere wereld: een tuin gemaakt van ijs. In de tuin woont Owen, een bijzondere jongen waarmee Jess vriendschap sluit.

Guy Jones is een ervaren toneelschrijver, maar het verhaal over de ijstuin vond hij niet geschikt voor een toneelstuk en daarom werd het zijn eerste boek. Hij snijdt verschillende thema’s aan, zoals de waarde van vriendschap en opkomen voor jezelf. De relatie tussen Jess en haar moeder vindt de schrijver het belangrijkste thema in zijn boek. Jess verzet zich steeds meer tegen de volwassenen die haar leven bepalen en dat zijn vooral haar moeder en de dokter. Als ze de ijstuin ontdekt en vrienden wordt met Owen gaat ze iedere nacht stiekem op pad. In de ijstuin hoeft ze geen bedekkende kleding te dragen en kan ze volop genieten van de omgeving en zijn bewoners. Jess vertelt Owen over haar wereld, die hij niet kan bezoeken omdat hij dan smelt. Owen wil Jess graag helpen door haar ziekte weg te nemen, maar de prijs die hij daarvoor moet betalen is hoog.
Het boek heeft nog een tweede belangrijke verhaallijn. Jess ontdekt in het ziekenhuis dat er een jongen in coma ligt. Ze voelt zich verbonden met hem, omdat ook hij afhankelijk is van de volwassenen om hem heen. Ze besluit een verhaal voor hem te schrijven en dat voor te lezen. Aan het einde van het boek komen de verhaallijnen samen, al wordt niet helemaal duidelijk wat de jongen in het ziekenhuis en de jongen in de ijstuin met elkaar verbindt. 
Het idee voor het verhaal begon bij een beeld van een tuin die geheel uit ijs bestond, ook de bloemen en de dieren en zelfs Owen. Jones, die als toneelschrijver normaal gesproken weinig woorden spendeert aan het omschrijven van de omgeving, kon zich nu uitleven. Hij deed dat met veel plezier, soms tot wanhoop van zijn redacteur. De ijstuin komt dan ook echt tot leven.
Zoals je van een toneelschrijver mag verwachten schrijft Jones goede levendige en geloofwaardige dialogen. Minder sterk zijn de vele beeldspraken die soms ronduit bizar zijn, zoals traptreden die kraken als de botten van stokoude mensen. Jones heeft ook de neiging teveel uit te leggen, met name over de emoties die een rol spelen. Toch is De ijstuin een mooi boek met een bijzonder verhaal dat uitdaagt om na te denken over vriendschap en keuzes maken.

De ijstuin
Guy Jones, vertaald door Emiel de Wild


Leopold, 2019

Gordeldier en Haas - Jeremy Strong

Geplaatst 10 okt. 2019 05:50 door susan *   [ 10 okt. 2019 05:52 bijgewerkt ]


De Britse schrijver Jeremy Strong heeft al meer dan honderd kinderboeken geschreven, waarvan er ook meerdere in het Nederlands zijn vertaald. Hij schrijft toegankelijke boeken vol humor en fantasie. Gordeldier en Haas is, volgens de auteur, een ander soort boek. Het verhaal draait niet alleen om pure pret en malligheid, er zit deze keer wat meer diepgang in.

Gordeldier en Haas zijn vrienden en wonen samen in een huis. Gordeldier is nogal slonzig en knorrig. Hij houdt van boterhammen met kaas en zijn grootste hobby is het schilderen van zijn favoriete eten. Haas is een heer. Hij is elegant, hij leest graag, hij is sportief en hij bespeelt de tuba. In het bos wonen verder Wombat, Kreeft, Giraf, Olifant, Jaguar en Onzichtbare Wandelende Tak. Met elkaar maken de dieren grote en kleine avonturen mee. Zo steekt Olifant zijn hoofd door het raam en komt vast te zitten, staat Jaguar met honger voor de deur, kampt het bos met een grote overstroming, vieren de dieren Niemands verjaardagsfeest, krijgt Kreeft een visioen en is het belang van een praatje het begin van een onwaarschijnlijke vriendschap.
De verhalen zijn geschreven in een warme toon met veel dialoog. Strong beschrijft op een mooie manier de vriendschap tussen Haas en Gordeldier die elkaar respecteren en steunen. Zo weet Gordeldier dat Haas bang is voor onweer en stelt daarom voor een storm samen te delen en Haas begrijpt dat Gordeldier mopperig wordt bij het vooruitzicht dat er gedanst gaat worden en biedt zijn hulp en solidariteit aan. Er zit zeker ook humor in de verhalen, bijvoorbeeld in de terugkerende situatie dat niemand Wandelende Tak kan zien of  Olifant die er niet mee lijkt te zitten dat hij met een raam om zijn nek loopt. De verhalen hebben ook hier en daar een filosofisch tintje, bijvoorbeeld als Gordeldier en Haas zich afvragen of ieder dier een hemelse variant heeft nadat Kreeft opgewonden heeft verteld dat hij in een droom de Hemelse Reuzenkreeft heeft gezien.

Het boek ziet er uitnodigend uit. De verhalen zijn gedrukt in een groot lettertype en er staan veel illustraties in. Het oogt als een boek voor beginnende lezers, maar dat is het eigenlijk niet. Strong houdt hier in zijn woordkeuze geen rekening mee en ook zegt hij graag iets indirect tussen de regels door. Om daar volop van te genieten is wel enige leesvaardigheid nodig. De rijke tekst van Strong met zijn zorgvuldige woordkeus en subtiele humor blijft helemaal overeind in de knappe vertaling van Koos Meinderts.
De illustraties, gemaakt door Rebecca Bagley, zijn echt geweldig. Ze zet de dieren en hun karakters overtuigend en met humor neer. De tekeningen spelen op een leuke manier in op de tekst, zo weet Bagley feilloos de stemmingen van de dieren weer te geven en is het grappig dat de lezer de charmante Onzichtbare Wandelende Tak wel kan zien.

Gordeldier en Haas is een verrukkelijk (voor)leesboek met onvergetelijke karakters.

Gordeldier en Haas
Jeremy Strong (vertaald door Koos Meinderts) met illustraties van Rebecca Bagley


Billy Bones, 2019


Reis mee met de themaboeken van de Kinderboekenweek

Geplaatst 7 okt. 2019 03:42 door susan *   [ 7 okt. 2019 03:49 bijgewerkt ]


Dit jaar is het motto van de Kinderboekenweek Reis mee en dat levert een stortvloed aan boeken op waarin vervoersmiddelen centraal staan. Hieronder een kort overzicht wat zoal binnen kwam bij kinderboekenpraatjes.


De vrolijke illustraties van Leo Timmers zijn altijd een feest. Dit flapjesboek zonder tekst laat verschillende vervoersmiddelen zien waaronder een tram, een limousine, een stoomboot, een hijskraan en een taxi. In de vervoersmiddelen zitten dieren en soms een robot. Kenners van het werk van Timmers zullen wel het een en ander herkennen. 
Het stevige kartonnen boek heeft grote flappen en wieltjes en daarmee kunnen de plaatjes veranderd worden. Zo kun je verschillende klanten plaats laten nemen in een taxi en wordt in een handomdraai een gewone auto een limousine. 
Op weg is een erg leuk en grappig flapjesboek waar heel veel in te zien valt.

Op weg
Leo Timmers

Querido, 2019


Met de bus van Marianne Dubuc laat de busreis van een meisje zien dat op weg gaat naar haar oma. We zien in het langwerpige boek de passagiers die tijdens de reis in de bus zitten. Naast het meisje zijn dat vooral (aangeklede) dieren. Zij doen wat je zoal doet tijdens een busreis: lezen, breien, dutten en met elkaar praten. Er stappen passagiers in en uit en het wordt even spannend als de bus door een donkere tunnel rijdt.
De tekst is summier, de lezer moet vooral door goed kijken verhalen ontdekken. Waarom trekt schildpad zich terug bijvoorbeeld, of wat is vos van plan en waar is de hoed van mevrouw uil gebleven? Er valt nog meer te zien, zoals verwijzingen naar het sprookje Roodkapje, of de koppen in de krant die een van de passagiers leest.
Dubuc tekent met kleurpotlood in een toegankelijke stijl. Haar illustraties zijn zacht van kleur en prettig om lang naar te kijken. 
Met de bus is een leuk kijkavontuur en een heel geslaagd prentenboek voor kinderen vanaf een jaar of drie.

Met de bus
Marianne Dubuc (vertaald door Jacques Dohmen)

Querido, 2019


Alle wielen in de file, geschreven en getekend door Harmen van Straaten is een verhaal op rijm over de familie Beer (vader, moeder en Kleintje Beer) die in de auto op weg gaan naar opa en oma. Vader Beer en later ook moeder hebben geen zin om in de file te staan, maar soms kun je daar niet aan ontsnappen. Terwijl zij hun geduld oefenen en Kleintje Beer nodig moet plassen kan de lezer rustig de drukte op de weg bekijken. Het is Van Straaten wel toevertrouwd daar een mooi schouwspel van te maken. Allerlei soorten auto’s zijn er te zien die door uiteenlopende dieren worden bestuurd. Een voorleestopper voor de Kinderboekenweek (en ook nog lang daarna).

Alle wielen in de file
Harmen van Straaten

Leopold, 2019


Regelmatig worden er nieuwe boekjes uitgegeven met het werk van Annie M.G. Schmidt. Zo ook in de Kinderboekenweek. Het gedicht De mug op de brug leent zich daar goed voor.

De brug bij Breukelen is kapot. Hij brak ineens in tweeën en niemand weet hoe ’t verder mot. ’t Is net een week geleden’.

Noëlle Smit laat met zichtbaar plezier zien hoe het er op die stampvolle brug aan toe gaat. Haar illustraties zijn zeer vermakelijk en bomvol grappige details. Heerlijk boekje.

De mug op de brug
Annie M.G.Schmidt met illustraties van Noëlle Smit 
Querido, 2019


Giganten is een boek voor wat oudere kinderen die houden van grote voertuigen. Dit boek toont en beschrijft de grootste voertuigen van de wereld en om dat in al zijn glorie te tonen is het boek op groot formaat uitgegeven.
Dit is een boek voor kinderen die houden van getallen en techniek. Beschreven worden onder andere de grootste tractor (met een brandstoftank waar 1000 liter in kan), het grootste passagiersvliegtuig (waarin 853 passagiers in kunnen), het grootste vrachtschip ter wereld (ruimte voor 18.270 containers) en de allerlangste en allersnelste treinen. Om de grootheid uit te drukken zijn de getallen vaak voorzien van extra uitleg, bijvoorbeeld dat een gewicht van 30 ton gelijk staat aan het gewicht van 5 olifanten, of dat het grootste containerschip in een reis wel 110 miljoen paar sportschoenen kan vervoeren.
Natuurlijk staan al die giganten ook afgebeeld in een duidelijke en fraaie grafische vormgeving, omringd door tekeningen met aanvullende informatie. Bij veel voertuigen worden ook technische details uitgelegd.
Giganten is echt een fijn boek voor kinderen die van techniek houden.

Giganten
De grootste voertuigen van de wereld
Stéphane Frattini (vertaald door Eef Gratema) met illustraties van Studio Muti

Gottmer, 2019


André het astronautje op zoek naar Laika - André Kuipers

Geplaatst 3 okt. 2019 03:53 door susan *   [ 3 okt. 2019 03:59 bijgewerkt ]


Dit jaar werden de kinderboekenschrijvers gepasseerd voor het schrijven van het prentenboek van de Kinderboekenweek. Er werd een bekende Nederlander gevraagd wiens beroep aansluit bij het gekozen kinderboekenweekthema. Waarschijnlijk in de hoop zo meer publiciteit rond de Kinderboekenweek te genereren, want het is een bekend fenomeen dat kinderboekschrijvende bekende Nederlanders veel meer aandacht krijgen in de media dan de al jaren schrijvende professionele kinderboekenmakers. Zelfs het winnen van de meest prestigieuze internationale prijs voor de jeugdliteratuur leidt niet tot een uitnodiging aan een van de tafels van een veel bekeken talkshow. André Kuipers zal de komende week zijn werk promoten.  

Het verhaal van het prentenboek is snel verteld. De kinderen André en Valentina en hun vriendje Astromuis zien hondje Laika per ongeluk in een raket naar de maan vertrekken. Snel bouwen ze van afvalmateriaal een ruimteschip om hem achterna te reizen. Eenmaal in de ruimte zijn ze bang dat ze Laika niet kunnen vinden, maar gelukkig zijn er de marsmannetjes, die de kinderen nog kennen van eerdere avonturen. Zij redden Laika.

Op zoek naar Laika is het vijfde deel in de serie prentenboeken André het astronautje. Voor het begrip van het verhaal is het niet nodig bekend te zijn met de eerdere delen, uit de context van het verhaal wordt wel duidelijk dat André, Valentina en Astromuis de marsmannetjes al eerder hebben ontmoet.
Kuipers heeft veel woorden nodig om het verhaal te vertellen, woorden die niets extra’s brengen zoals humor of originaliteit. Kuipers wijst er in interviews graag op dat de boeken verwijzen naar de ruimtevaartgeschiedenis en naar zijn werk. Het feit dat de kinderen in het verhaal hun ruimteschip van afvalmateriaal bouwen is bedoeld als verwijzing naar het recyclen van grondstoffen en blijkbaar niet als een fantasievolle draai aan het verhaal.
Dit prentenboek richt zich ook tot de ‘ouders en verzorgers’ met een onderwijzende brief waarmee het boek opent. Ook daarin verwijst Kuipers naar de ruimtevaartgeschiedenis en spreekt hij de hoop uit dat zijn boek bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen zodat ze voorbij hun horizon durven kijken en zo de mensheid ‘weer een stapje vooruit’ weten te brengen.

De illustrator van het prentenboek, Natascha Stenvert heeft al veel (prenten)boeken geïllustreerd, waaronder de Kolletje-serie (geschreven door Pieter Feller). In André het astronautje laat ze niet haar mooiste werk zien. Stenvert kan prachtig tekenen en daarbij een mooie kleurkeuze maken, maar daar zien we weinig van terug in dit prentenboek waar computertechniek de kleuren egaal en doods maakt. Er is wel veel leuks te zien en te ontdekken en dat is de sterkste kant van het boek. Vooral de samenstelling van het ruimteschip is origineel. Ook zullen kinderen de eerste illustratie in het boek met plezier bekijken, er zijn daarop heel veel verschillende vervoersmiddelen te zien, van het lopen op stelten tot een zeppelin.

André het astronautje op zoek naar Laika
André Kuipers met illustraties van Natascha Stenvert 

Prentenboek van de Kinderboekenweek 2019

Haaientanden - Anna Woltz

Geplaatst 2 okt. 2019 04:39 door susan *   [ 2 okt. 2019 04:43 bijgewerkt ]


‘Sinds mama ziek is, staat de hele wereld vol met haaientanden. Het is simpel: kanker krijgt altijd voorrang,
Beter worden is belangrijker dan voetbalwedstrijden, vakanties, zeiltochten en filmavonden. Dat snap ik natuurlijk. Maar soms deed ik gewoon alsof ik de haaientanden niet zag. Ging ik tóch zwemmen met vriendinnen, terwijl mama ziek op de bank lag. Bleef ik extra lang bij Noor.’


Elfjarige Atlanta begint aan een uitputtende fietstocht rond het IJsselmeer om te laten zien dat het haar wel kan schelen hoe het met haar moeder gaat en in de hoop dat de prestatie de uitslag van een belangrijke scan zal beïnvloeden. ‘Niemand snapt immers hoe ziekte werk, waarom sommige mensen beter worden en andere niet.’
Atlanta is nog maar net aan haar tocht begonnen als ze tegen de fiets van Finley aan knalt. Ook hij is aan een tocht begonnen, maar zonder plan of doel. Er is maar een ding dat hij zeker weet: hij wil niet terug naar huis.

Anna Woltz is dit jaar de schrijfster van het kinderboekenweekgeschenk en daar mogen we blij mee zijn. Ze geeft de lezer een ‘echte Woltz’ met de vertrouwde elementen die haar vaak bekroonde boeken zo geliefd maken. Zo zijn er weer twee eigenwijze goedgebekte kinderen van ongeveer elf jaar die zich uiteenzetten met een lastige situatie en originele keuzes maken om tegenslag het hoofd te bieden.
Woltz bouwt haar verhalen altijd zorgvuldig op en dat doet ze nu ook. Dat de omvang van het verhaal korter moest zijn dan gebruikelijk zit haar niet in de weg. Ook als het in minder woorden moet klopt de opbouw en de spanningsboog. 
De lezer zit direct in het verhaal. Al in de tweede alinea botst Atlanta tegen Finley aan en begint de boeiende interactie tussen die twee. De dialogen waarin ze stukje voor beetje meer prijs geven over zichzelf, en de lezer ook steeds beter begrijpt wat er speelt, zijn geweldig geschreven. Ze zijn vaak grappig en ontroeren ook. En zo slaagt Woltz er opnieuw in gevoelige thema’s op een lichte toon te bespreken.
Het boekje is vormgegeven en geïllustreerd door Maartje Kuiper, een opkomend illustratietalent. Haar sterk grafische zwart/wit illustraties zijn een fraaie aanvulling op Woltz’ werk. 

Haaientanden is een mooi geschenk, het is een onroerend, grappig en heel goed geschreven verhaal dat veel kinderen zal aanspreken. Een topper.

Haaientanden
Anna Woltz met illustraties van Maartje Kuiper

Kinderboekenweekgeschenk 2019

De kanshebbers op een Gouden Penseel en een Gouden Griffel 2019

Geplaatst 1 okt. 2019 03:59 door susan *   [ 1 okt. 2019 04:01 bijgewerkt ]



De Penselen
Vanavond tijdens het Kinderboekenbal zullen de Gouden Griffel en de Gouden Penseel uitgereikt worden. Er is ten opzichte van vorige jaren het een en ander veranderd. Om te beginnen het Kinderboekenbal zelf. Niet langer is dit een bal voor kinderen, dit jaar zijn alleen volwassenen uitgenodigd. En ook op het prijzenfont zijn er veranderingen. Laten we beginnen bij de uitreiking van de Penselen, de prijs voor het best geïllustreerde boek van het afgelopen jaar. Vorig jaar werd het aantal te winnen prijzen gelijkgetrokken met de Griffels en dit jaar koos men voor een andere categorie-indeling waarin niet langer leeftijdgrenzen bepalend zijn. Nu kent de prijs de volgende categorieën: Prentenboeken, Geïllustreerde kinderboeken, Geïllustreerde jeugdboeken en Informatieve kinder- en jeugdboeken. Acht boeken werden bekroond met een Zilveren Griffel (klik hier voor een overzicht), zes daarvan komen in aanmerking voor de Gouden Penseel. Hier een overzicht:

Mijn wonderlijke oom Yvonne Jagtenberg Uitgeverij Rubinstein.
Van twee ridders Harrie Geelen Em. Querido’s
Vosje Marije Tolman Em. Querido’s Uitgeverij
Zeb. Joren Joshua Uitgeverij Leopold
De bromvliegzwaan en andere verhalen over onze taal Anne Stalinski Van Holkema & Warendorf
Vriendschap is alles Karst-Janneke Rogaar Uitgeverij Kluitman

De Penseeljury heeft mooi en divers werk bekroond en ik durf geen uitspraak te doen wie de Gouden Penseel uiteindelijk in ontvangst mag nemen.

De Griffels
De Griffeljury geeft in het juryrapport aan boeken bekroond te hebben met verhalen waarin ‘verdieping, inleving, inventiviteit en eigenzinnigheid zegevieren.’ Aan de jurytafel werd gediscussieerd over de beperkingen die de voorgeschreven categorieën geven en werd er vaak gesproken over leesplezier. De jury zegt daarover: 

Voor de Griffeljury is het doel van de discussie steeds geweest om mooie boeken te bekronen. Een boek is geen categorie. Die plakt een lezer erop. Deze lijst met Zilveren Griffels en Vlag en Wimpels moet dan ook niet gezien worden als een lijst die boeken begrenst, niet als een lijst die muren optrekt en zeker niet als een lijst die vertelt wat een boek niet kan zijn.’

Dit jaar werd aan de Griffels een leeftijdscategorie toegevoegd, de categorie Twaalf tot Vijftien jaar. Het bekronen van boeken voor deze leeftijdscategorie blijft een moeizame zaak.
Tussen 1997 en 2008 reikte de CPNB Zilveren en Gouden Zoenen uit, maar omdat de prijs weinig respons opleverde besloot de CPNB in 2009 met deze prijzen te stoppen. Als protest hiertegen namen Ted van Lieshout en Hans Hagen het initiatief tot een nieuwe prijs: de Gouden Lijst. De CPNB nam de prijs over, mede op uitdrukkelijk verzoek van de Griffeljury. De Gouden Lijst werd tussen 2011 en 2017 uitgereikt. Vorig jaar dreigde de prijs voor het beste boek voor twaalf tot vijftienjarigen opnieuw te verdwijnen en weer namen Ted van Lieshout en Hans Hagen het initiatief tot het uitreiken van een Gouden Lijst. 
Nu heeft de CPNB de prijs voor deze leeftijdscategorie bij de Griffels ondergebracht. Het is de vraag hoe dit gaat uitpakken. Het zal toch vreemd zijn als de Gouden Griffel aan een jeugdboek toegekend wordt en dan extra aandacht krijgt in de Kinderboekenweek, die voor een andere leeftijdscategorie bedoeld is.

De griffeljury bekroonde twaalf boeken met een Zilveren Griffel, negen daarvan komen in aanmerking voor een Gouden Griffel. (klik hier voor een overzicht).
Naast de Griffels mocht de jury ook Vlag en Wimpels uitreiken. Uiteindelijk werden er 29 prijzen toegekend. Er worden in deze lange lijst van bekroonde boeken niet echt titels gemist, al kun je wel discussie hebben of een boek dat een Vlagen Wimpel heeft gekregen, beter een Griffel had kunnen krijgen en vice versa.

Dit zijn de boeken die in aanmerking komen voor de Gouden Griffel:

Droomopa Dolf Verroen Uitgeverij Leopold
Vosje Edward van de Vendel Em. Querido’s Uitgeverij
De blauwe vleugels Jef Aerts Em. Querido’s Uitgeverij
Zeb. Gideon Samson Uitgeverij Leopold
Tegenwoordig heet iedereen Sorry Bart Moeyaert Em. Querido’s Uitgeverij
Het mysterie van niks en oneindig veel snot Jan Paul Schutten Uitgeverij Gottmer
De reis van Syntax Bosselman Arend van Dam Uitgeverij Van Holkema & Warendorf
Laat een boodschap achter in het zand Bibi Dumon Tak Em. Querido’s Uitgeverij
Zo kreeg Midas ezelsoren Maria van Donkelaar Uitgeverij Gottmer

De meeste boeken zijn besproken op kinderboekenpraatjes, klik op de titel voor de recensies.

Welke schrijvers maken de meeste kans op de Gouden Griffel?
Arend van Dam schreef een boeiend boek en koos daarvoor een originele opbouw van zijn verhaal, maar zijn schrijfstijl zal niet met goud bekroond worden. Ook Maria van Donkelaar lijkt geen kanshebber, haar poëzie is daarvoor op teveel punten geforceerd, al blijft het als geheel een heel geslaagd project. Jan Paul Schuttens derde boek in de serie over het leven doet niet onder voor het eerste deel dat met de Gouden Griffel bekroond werd. Het lijkt echter niet waarschijnlijk dat de jury hier nogmaals het goud voor uit de kast zal trekken.
Het ontroerende boek van Jef Aerts is prachtig geschreven en dat geldt ook voor het boek van Dolf Verroen. Zowel Aerts als Verroen zouden opvallende winnaars zijn. Zij weten weliswaar beiden in een prachtige stijl een gevoelig verhaal te vertellen, maar ze verrassen niet in vorm of inhoudelijke keuzes. Dat geldt ook een beetje voor Bart Moeyeart. Hij schreef (weer) een prachtig boek, dat absoluut prijzen verdient, maar ook hij verrast niet.
Dat doen Edward van de Vendel, Gideon Samson en Bibi Dumon Tak wel.
Van de Vendel schreef een poëtische en gelaagde tekst voor jonge kinderen. Daarbij is het knap dat de gelaagdheid zich niet opdringt en daarmee veel vrijheid aan de beleving geeft; jong en oud kunnen de tekst op hun eigen wijze invullen. 
Samson verrast ook. Hij laat met dit boek opnieuw een andere kant van zijn enorme schrijverstalent zien door te kiezen voor het absurde verhaal. De verhalen bevreemden, maar vervreemden niet en dat is erg knap. Het is voor de lezer niet moeilijk om zich te verbinden met de vrolijke fantasie van deze kundige schrijver. Dat is zeker goudwaardig. 
Ook Bibi Dumon Tak begeeft zich op onbekend terrein, ze daagde zichzelf uit tot het schrijven van non-fictie in dichtvorm, een experiment dat heel goed uitpakt.
Samson, Van de Vendel en Dumon Tak zijn de grote kanshebbers op goud, met Moeyaert als belangrijker outsider. Vanavond weten we het.

De Boekensleutel
Dit jaar wordt er ook een bijzondere prijs uitgereikt, de Boekensleutel. De Boekensleutel is een prijs voor een vernieuwend kinderboek dat bij hoge uitzondering, op voordracht van de Griffel- en Penseeljury gezamenlijk, wordt toegekend. De laatste keer gebeurde dat zeven jaar gelden.
De Boekensleutel gaat naar Ted van Lieshout voor zijn Ze gaan er met je neus vandoor.

Hoe Bij uit vliegen ging - Lydia Barends

Geplaatst 26 sep. 2019 05:13 door susan *   [ 26 sep. 2019 05:14 bijgewerkt ]


Hoe Bij uit vliegen ging is het eerste prentenboek van Lydia Barends. Het boek is wat dikker dan gebruikelijk en heeft een traditionele lay-out met links de tekst en rechts bladvullende illustraties. Barends woont op een berghelling in West-Turkije en dat is in haar werk te zien, vooral aan het landschap waarin het verhaal zich afspeelt. De hoofdrolspelers zijn de dieren die Barends dagelijks om zich heen ziet.

Het verhaal begint op een stralende lentedag. Haas Georgy maakt voor zijn beste vriendin geit Leila, een bloemenkrans. Leila vindt het prachtig en zet de krans op haar hoofd. Bij kan de verleiding niet weerstaan en besluit van alle bloemen in de krans een likje te nemen.
Ondertussen voelen Georgy en Leila zich in de frisse ochtendlucht ‘zo licht als een veertje’ en rennen erop los. Georgy sluit zijn ogen van plezier. Al hij ze weer opent is Leila weg. Haar geluk doet haar zweven, ver weg, over een berg en Bij zweeft mee.
Er dreigt een harde landing, maar een duif schiet te hulp en het loopt goed af. De volgende dag willen Leila en Bij naar Thuis. Helaas kan Leila niet meer zweven, dus moet ze op een andere manier haar weg terug vinden. Bij blijft in haar buurt.

De tekst is voor een prentenboek vrij lang en bevat veel overbodige informatie door te beschrijven wat al te zien is. Het is wel een prettig geschreven tekst die zich goed laat voorlezen, als een kabbelende onderstroom bij de beelden. Die beelden, de illustraties, daar gaat het eigenlijk om in dit boek.
Barends is een getalenteerd illustrator die in dit grote dikke boek echt kan uitpakken. Ze tekent schitterende landschappen in mooie zachte kleuren. Daarin zet ze sommige elementen in enkele vegen neer en plaats dat naast secuur uitgewerkte planten en insecten. Ook speelt Barends met de wetten van het perspectief, vooral in de grootte waarin de dieren worden afgebeeld.

Lydia Barends geeft met haar debuut een overtuigend visitekaartje af, ze is een illustratrice waar we graag meer van willen zien.

Hoe Bij uit vliegen ging
Lydia Barends


De Harmonie, 2019


Cicade - Shaun Tan

Geplaatst 23 sep. 2019 04:44 door susan *   [ 23 sep. 2019 04:45 bijgewerkt ]


Het werk van de Australische illustrator en schrijver Shaun Tan laat zich moeilijk in een hokje stoppen en dan wordt het al snel bij de kinder-en jeugdliteratuur ondergebracht. Daar wordt het met open armen ontvangen, Tan won veel prijzen waaronder de belangrijkste internationale kinder-en jeugdboekenprijs de Astrid Lindgren Memorial Award (2011).
Zijn nieuwe prentenboek snijdt thema’s aan waar ook kinderen zich in kunnen herkennen, zoals genegeerd worden of worden gepest, maar de uitwerking en entourage van deze thema’s staan ver van het kinderleven af.

Tan vertelt zijn verhaal voornamelijk in beelden. Het eerste beeld zonder toelichtende tekst maakt al direct veel duidelijk. We zien een gedeelte van iemand die gekleed is in een grijs pak en een naamplaatje opgespeld heeft. Het is duidelijk dat we met een kantoormedewerker van doen hebben. Wat opvalt is dat de werknemer geen mens is, maar een insect. Dan volgt een korte tekst waarin duidelijk wordt dat het een cicade is, die ook Cicade heet. Al zeventien jaar doet hij secuur zijn eentonige werk. Nooit krijgt hij promotie want personeelszaken vindt hem geen persoon. Niemand houdt rekening met hem (mooi weergegeven in het beeld dat Cicade niet bij het knopje van de lift kan), hij wordt slecht betaald en slecht behandeld. 
Als het tijd voor zijn pensioen is wordt hij afgedankt, ‘tijd voor tot ziens.’
Cicade loopt na het schoonmaken van zijn bureau de (zichtbaar lange) trap op naar boven en gaat op de rand van het dak staan. Daar komt zijn ware zelf (letterlijk) tevoorschijn en hij vliegt een beter leven tegemoet.

De tekeningen zijn prachtig. Tan maakte kleimodellen van de scenes die hij wilde tekenen en dat zie je terug in de precisie waarmee Cicade’s wereld wordt weergegeven. In een realistische stijl toont hij de vreemdeling in zijn grijze omgeving. Een mooi detail is dat alle kleur in het boek verbonden is met Cicade.
De korte blokjes tekst zijn vertaald door Bart Moeyaert. Daarin wordt het verhaal toegelicht in de woorden van Cicade. De zinnen zijn geschreven in correct Nederlands, maar wel op een manier die duidelijk maakt dat Cicade hier niet zijn moedertaal spreekt. Dat verstrekt het gevoel dat Cicade leeft in een vijandige wereld waarin hij niet welkom is.

Tan laat de interpretatie van het verhaal aan de lezer. Of kinderen genoeg aanknopingspunten vinden om zich te verbinden met de gevoelens van Cicade is de vraag, maar dat doet niets af aan de schoonheid van dit indringende oogstrelende boek.

Cicade
Shaun Tan, vertaald door Bart Moeyaert


Querido, 2019


Mag ik naast je zitten? - Sarah Weeks & Gita Varadarajan

Geplaatst 19 sep. 2019 03:42 door susan *   [ 19 sep. 2019 03:50 bijgewerkt ]


Mag ik naast je zitten? is een misleidende titel voor een boek waarin de personages elkaar juist geen vragen stellen, maar uitgaan van aannames en vooroordelen. De oorspronkelijke titel, Save Me a Seat, geeft dat beter weer.
In het boek komen twee jongens van een jaar of tien aan het woord. Ze wonen in de Amerikaanse staat New Jersey en we volgen ze tijdens hun eerste week in het nieuwe schooljaar. Joe ziet tegen het nieuwe jaar op. Zijn twee vrienden zijn verhuisd en hij staat er nu alleen voor in de klas. Vooral pestkop Dillon Samreen vreest hij.
Ravi is net geëmigreerd uit India en verwacht indruk te maken op zijn juf en zijn klasgenoten met zijn nette kleren, zijn uitstekende Engels en zijn intelligentie. Dat pakt anders uit. Zijn klasgenoten vinden hem raar, zijn juf vindt hem dom en zijn Engels begrijpen ze niet. Ook denkt Ravi dat Dillon wel zijn vriend wil zijn. Hij komt bedrogen uit. 

Het boek is geschreven door twee auteurs: de ervaren en vaak bekroonde Amerikaanse schrijfster Sarah Weeks (in 2004 verscheen van haar Ben zo terug bij uitgeverij Lemniscaat) en de debuterende schrijfster Gita Varadarajan die in India werd geboren en zich vijf jaar geleden in New Jersey vestigde. Weeks geeft Joe een stem, en Varadarajan Ravi. De jongens komen afwisselend aan het woord in 49 korte hoofdstukken.
De schrijfstijl van de auteurs vult elkaar op een prettige manier aan. Weeks zet een gelaten Joe neer met een realistische kijk, waarbij hij maar al te goed weet dat er krokodillen en zebra’s op de wereld zijn en dat hij tot de laatste groep behoort. Joe is een forse jongen (‘eten is het enige waar ik heel erg goed in ben’) met een leerprobleem (‘mijn hersenen kunnen niet met kabaal overweg’). Tot overmaat van ramp werkt zijn moeder als lunchsurveillant op zijn school en dat verpest vaak het hoogtepunt van zijn dag: de schoollunch.
Ravi’s stem is anders. Varadarajan schetst een optimistische jongen met aanvankelijk veel zelfvertrouwen. Zijn Indiase achtergrond krijgt onder andere kleur door het gebruik van Indiase woorden en je kunt als lezer merken dat de schrijfster de belevingswereld van Ravi goed kent.
Het boek snijdt mooie en eigentijdse thema’s aan zoals diversiteit, pesten, vooroordelen en de omgang tussen ouders en kinderen. Eten speelt een belangrijke rol, het markeert de hoofdstukken en via verschillende soorten eten worden er onuitgesproken emoties overgedragen. Zo proberen zowel de moeder van Joe als de moeder van Ravi met hun kookkunsten te communiceren met hun zoon en spelen (blauwe) M&M‘s een cruciale rol.
Mooi zijn ook de verwijzingen naar het boek Bud, not Buddy van Christopher Curtis (in 2001 door uitgeverij Lannoo uitgegeven onder de titel Mijn naam is Bud). Het is een boek over een donkere jongen die zo gepest wordt dat hij wegloopt en uiteindelijk een veilige plek vindt waar hij zichzelf kan zijn. Een verhaal dus met min of meer dezelfde thematiek als het boek dat voorligt.
Het boek eindigt positief. Aan het einde van de week hebben Ravi en Joe weliswaar nauwelijks met elkaar gesproken, maar elkaar wel gevonden. Het is een vriendschap waar de vraag ‘Mag ik naast je zitten’ niet meer nodig is. Natuurlijk houdt de een voor de ander een plaatsje vrij.

De culturele verschillen tussen Ravi en zijn klasgenoten vragen om verklarende woordenlijsten. Zo vindt de lezer met kennis over de Amerikaanse gewoonten uitleg over Indiase woorden en gebruiken en de lezer met een Indiaas referentiekader vindt een verklarende woordenlijst over Amerikaanse gebruiken, woorden en eten. Bijvoorbeeld dat honkbal een Amerikaans slagspel is dat op cricket lijkt.
Om het plezier van het kennismaken met nieuwe culturen nog groter te maken zijn er ook twee recepten opgenomen, een voor appelcrumble en een voor naan khatais.

Mag ik naast je komen zitten? is een vlot en mooi geschreven eigentijds verhaal dat belangrijke thema’s aansnijdt zonder zwaar te worden. Een boek dat in iedere schoolbibliotheek een plaatsje verdient. 

Mag ik naast je zitten?
Sarah Weeks & Gita Varadarajan, vertaald door Lydia Meeder & Barbara Zuurbier


Lemniscaat, 2019

Klein Konijn Niet verdwaald - John Bond

Geplaatst 16 sep. 2019 03:49 door susan *   [ 16 sep. 2019 03:54 bijgewerkt ]


Het verhaal van Klein Konijn Niet verdwaald is eenvoudig.
Klein Konijn heeft trek in taart. Samen met zijn moeder gaat hij er een bakken, maar er zijn geen bessen. ‘Geen bessen, geen taart.’ zegt zijn moeder. Maar dat kan niet!’ roept Klein Konijn, ‘Ik ga bessen zoeken. Ik wil taart’. Hij pakt zijn rugzak en gaat op zoek naar bessen. Het wordt een lange en avontuurlijke zoektocht. 

De tekst bestaat slechts uit enkele woorden. Daarmee wordt de indruk versterkt dat we hier met een peuter te maken hebben die zijn eigen plan trekt en daarbij weinig oog voor de omgeving heeft. Zo kiest Klein Konijn niet de makkelijkste route, hij raast maar door en hij kijkt nauwelijks om zich heen. Avontuurlijk is het wel, zo steekt hij de zee over, beklimt een berg, trekt door een sneeuwstorm en komt terecht in een donkere grot. Onderweg verliest hij zijn doel geen moment uit het oog en blijft herhalen ‘taart, taart, taart’ en ook spreekt hij zichzelf bemoedigend toe: ‘Nee, nee. Niet te klein. Ik zoek bessen.’ Klein Konijn kijkt echter niet goed om zich heen en mist zo veel bessen die voor het oprapen liggen. De lezer kijkt wellicht met een meer oplettend oog en dan zijn er niet alleen bessen te ontdekken, er is ook iemand die Klein Konijn heimelijk volgt.

John Bond debuteert met dit prentenboek, dat vooral opvalt door de bijzondere tekenstijl. Zo is de hoofdpersoon geen pluizig knuffelkonijntje, maar een konijn met een opvallend groot hoofd met daarin een opvallend groot oog.
Klein Konijn loopt tijdens zijn zoektocht door verschillende landschappen die schitterend en origineel getekend zijn. Aan het begin van de zoektocht zien we een zomers landschap waarin opvallende kleuren de sfeer bepalen, zoals roze, paars en geel. Als Klein Konijn verder trekt wordt de omgeving grimmiger, bijvoorbeeld een rotsachtig eiland dat wordt weergegeven in donkere maar toch levendige kleuren. Ieder landschap waar Klein Konijn doorheen trekt heeft Bond door zijn uitgekiende kleurgebruik een eigen sfeer gegeven.
Ook de composities en de lay-out zijn doordacht en brengen beweging in het geheel. Zo blijft het gevoel dat Klein Konijn ergens naar op weg is bijna ongemerkt is stand. John Bond is er goed in geslaagd met zijn prachtige illustraties een eenvoudig gegeven tot een boeiend prentenboekavontuur te maken. 

Klein Konijn- Niet verdwaald
John Bond, vertaald door Manon Sikkel 

Luitingh Sijthoff, 2019


1-10 of 1458