Lijst Home


Kinderen met een ster - Martine Letterie

Geplaatst 20 aug. 2017 04:11 door susan *   [ 20 aug. 2017 04:12 bijgewerkt ]


Martine Letterie heeft een familiegeschiedenis waarin de Tweede Wereldoorlog een grote rol speelt. Met haar boeken over dit onderwerp wil ze kinderen vertellen wat er gebeurd is en uitdragen dat iedereen het recht heeft te zijn wie hij/zij is. Daarnaast wil ze de lezer laten zien dat er altijd keuzes zijn.
Het boek Kinderen met een ster gaat over zes jonge joodse kinderen die via verschillende wegen in Kamp Westerbork terecht komen. Voor het boek interviewde de schrijfster diverse mensen die als kind in het kamp verbleven en ze verwerkte hun herinneringen in de verhalen. Het verhaal over Leo beschreef Letterie al eerder in haar boek Groeten van Leo.

Letterie vertelt dus het verhaal van zes kinderen die bij het uitbreken van de oorlog ongeveer zes jaar oud zijn. De verhalen zijn chronologisch geordend en beginnen bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland.
Bennie merkt op die ochtend in mei dat er iets aan de hand is als zijn ouders al vroeg op zijn en met ernstige gezichten naar de radio luisteren. Op straat horen ze schoten. Rosa zit met haar familie in de auto. Ze proberen, in het voetspoor van koningin Wilhelmina, met de boot naar Engeland te vluchten. Klaartje staat met haar moeder op het strand. Haar vader en broer zoeken in de haven naar een boot die hen naar Amerika kan brengen.
Jules leert de lezer kennen als hij voor het eerst lopend zijn vriend gaat bezoeken omdat hij als joodse jongen niet meer met de tram mag reizen. Ook Leo heeft last van de beperkingen die aan joodse mensen worden opgelegd. Hij baalt dat hij naar een andere school moet ‘omdat hij van de Duitsers niet meer met de andere kinderen naar school mag.’
Uiteindelijk worden alle kinderen naar Westerbork gebracht. De meeste met hun ouders. Jules echter wordt alleen in een kast achtergelaten met de belofte dat hij later zal worden opgehaald en dan naar tante Ella zal worden gebracht. Maar hij mag niet bij tante Ella blijven. Op het onderduikadres wordt hij alsnog opgepakt en komt zonder zijn ouders in het kamp terecht, waar hij wordt ondergebracht in het weeshuis.
Ruth woont al heel lang met haar ouders in Westerbork. Ze is nieuwsgierig naar de trein die eens per week vertrekt, ze wil ook weleens een keer in een trein reizen. Maar al snel wordt, ook voor de kinderen, duidelijk dat een plaats in de trein slecht nieuws is.

Het verhaal dat Letterie vertelt is indringend. Ze weet heel mooi de belevingswereld van deze jonge kinderen in woorden te vangen: hun onbegrip van de situatie, hun angst, maar ook het dagelijks leven dat gewoon doorgaat. Soms is de naïviteit van de kinderen pijnlijk, bijvoorbeeld de blijheid en het trotse gevoel van Rosa als ze eindelijk oud genoeg is om ook een ster te mogen dragen of de vraag van een vriendje aan Bennie of hij snel zijn speelgoed over het balkon wil gooien als de Duitsers de volgende keer aanbellen.
De beschrijvingen van het dagelijks leven in kamp Westerbork zijn beeldend: het zand dat overal in gaat zitten, de krappe ruimte, de schaarste en de altijd aanwezige angst dat je naam op de lijst staat en je mee moet met de volgende trein. Maar aan de andere kant gebeuren er ook leuke dingen, zoals een bezoek van Sinterklaas, een tochtje buiten het kamp, schommelen of spelen met een fantasiehondje. Letterie volgt de meeste kinderen tot het moment dat ze met de trein mee moeten. Het boek wordt afgesloten met drie verhalen die rond de bevrijding spelen waarin duidelijk wordt dat tenminste drie kinderen de oorlog hebben overleefd.
Het zijn vaak kleine dingen die een grote indruk achterlaten. Zo houdt de lezer zijn adem in als Ruth bijna meegenomen wordt in de trein, maar ze wordt er nog net op tijd door een Duitser uitgevist met de woorden ‘Die niet! Dat is er één van Löwe, de kok’. Of de onverschilligheid van de kampdokter voor Klaartje die na een val van de schommel geen verband krijgt.
Letterie beschrijft in haar verhalen verschillende momenten waarop volwassenen een keuze kunnen maken, bijvoorbeeld of ze afscheid nemen van hun joodse buren die afgevoerd worden, of dat ze liever (letterlijk) wegkijken.

Kinderen met een ster is voorleesboek dat zich richt op kinderen tussen vijf en negen jaar. Veel ellende wordt aangestipt, maar niet uitgewerkt. Het is aan de voorlezer om de gaten in de kennis bij de kinderen in te vullen. Dat is een hele klus, want de beoogde toehoorders hebben nog maar weinig kennis over de context. Zelfs een eenvoudige opmerking, bijvoorbeeld hoe je kunt zien of iemand een Duitser is, heeft uitleg nodig, want een zesjarige weet over het algemeen niet wie de deelnemende landen in de Tweede Wereldoorlog waren, of de reden dat de koningin naar Engeland is gevlucht, of waar Engeland en Amerika überhaupt liggen. Dit zijn echter vragen die de voorlezer makkelijk kan ondervangen, maar wie wil antwoord geven op de vraag wat er met de kinderen gebeurde die in de trein zijn gestapt? Wil je echt kinderen tussen vijf en negen jaar al confronteren met de harde waarheid dat er vanuit Westerbork meer dan 18.000 kinderen zijn weggevoerd en er slecht zo’n 1000 kinderen terugkwamen?

Kinderen met een ster is een indrukwekkend boek. Martine Letterie beschrijft mooi en indringend hoe het leven van jonge joodse kinderen compleet verandert als het land bezet wordt door de Duitsers. Voor de lezer met kennis over de Tweede Wereldoorlog is het confronterend en hartverscheurend deze verhalen te lezen. Voor de jonge lezer zal er hulp nodig zijn om de context waarin deze verhalen zich afspelen uit te leggen.

Kinderen met een ster kreeg in juni 2017 een Zilveren Griffel.
Uit het juryrapport: ‘De constructie van het boek dwingt bewondering af. Het is buitengewoon knap hoe Letterie via de concrete belevenissen en de beleving van de kinderen over de geschiedenis vertelt van de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog in Nederland. (...) Het is geschreven met veel gevoel voor zowel de jonge doelgroep als de historische gebeurtenissen en dat is een prestatie van formaat.’

Kinderen met een ster
Matine Letterie (tekst) en Rick de Haas (illustraties)


Leopold, 2016      €13,99

The Hate U Give - Angie Thomas

Geplaatst 18 aug. 2017 03:55 door susan *   [ 18 aug. 2017 04:02 bijgewerkt ]


De zestienjarige Starr vlucht met haar jeugdvriend Khalil weg van een feestje als daar geschoten wordt. Ze zijn samen opgegroeid, maar hebben elkaar een tijd niet gezien. Toch pikken ze snel de draad van hun vriendschap weer op terwijl ze wegrijden in Khalils auto.
    Ze schrikken als ze ineens blauwe zwaailichten zien en een politiesirene horen. De auto wordt aan de kant gezet. 
Starr heeft al jong geleerd hoe ze moet handelen als de politie haar aanhoudt: ‘Ze hebben me geleerd dat het niet slim is om je te verroeren als een agent met zijn rug naar je toe staat.’ Khalil doet dat wel en dat wordt hem fataal: 

‘Pang! 
Eén. Khalils lijf schokt. Er spat bloed van zijn rug. Hij houdt zichzelf                                         overeind door het portier vast te pakken.
                                Pang! 
                                Twee. Khalil snakt naar adem.
                                Pang!  
                                Drie. Khalil kijkt me aan, verbaasd.
                                Hij valt neer.’

Na de moord op Khalil ontrolt zich het gebruikelijke scenario: Khalil wordt als een crimineel weggezet en de blanke politieman zou uit zelfverdediging gehandeld hebben. Starr moet keuzes maken. Wil ze naar voren treden als getuige en zal ze erover vertellen op haar particuliere blanke school die in een andere wijk ligt?

Angie Thomas gebruikte haar eigen ervaringen bij het schrijven van deze roman. Ze woonde, net als haar hoofdpersoon Starr, in een zwarte wijk waar dagelijks gewelddadigheden plaatsvinden, waar straatbendes de dienst uitmaken en dealen gewoon is. Net als Starr bezocht de schrijfster een witte school in een buitenwijk. Toen in 2009 Oscar Grant in Oakland California vermoord werd door een blanke agent schreef ze hierover een kort verhaal. Dit verhaal vormt de basis van haar roman The Hate U Give.
    Het is duidelijk dat Thomas geïnspireerd is door de Black Lives Matter-beweging. Met haar verhaal geeft ze een (fictief) slachtoffer een gezicht, of zoals Starr in de roman zegt ‘Khalil is meer dan een hashtag op Twitter, meer dan de zoveelste drugdealer.’ Meerdere keren wijst Starr erop dat het er niet toe doet of Khalil een dealer was of niet, hij was (ook) een mens met dromen, een mens van wie anderen hielden, een mens die zonder reden werd doodgeschoten.
    Thomas beschrijft overtuigend wat het betekent om in een Amerikaanse achterstandswijk te wonen, waar niemand veilig is. Het is een plek waar een tienjarig kind zomaar op een zomerse dag kan worden doodgeschoten, zoals het jeugdvriendinnetje van Starr. Een plek waar sowieso dagelijks geschoten wordt en waar een schietpartij op een feestje geen uitzondering is. Diverse bendes met hun eigen regels en codes regeren de buurt.
    Ook het zogenaamde code-switching is een belangrijk thema in het boek. Starr gedraagt zich op haar elitaire overwegend witte school heel anders dan thuis. Ze kan haar ervaringen op school moeilijk delen. Na de dood van Khalil krijgt ze daar steeds meer moeite mee.
    The Hate You Give is een relevante roman die vanuit een zwarte invalshoek geschreven is. Thomas ontsluit daarmee een werkelijkheid die voor veel lezers onbekend zal zijn. Het is ook een goed geschreven en spannende roman met levensechte personages die voor moeilijke keuzes staan.
    De vertaler heeft ervoor gekozen hedendaagse uitdrukkingen in de mond van de jonge hoofdpersonen te leggen. Het heeft iets vervreemdens als Amerikaanse zwarte jongeren woorden gebruiken als ‘boeien’, ‘coole patta’s’ of ‘bullshit’. Aan de andere kant verkleint het gebruik van Nederlandse jongerentaal wellicht de kloof tussen de lezer en de wereld waarmee hij kennis maakt.

Angie Thomas kan in haar eentje de wereld niet veranderen, maar ze kan wel een waarschuwing en een boodschap afgeven. Die waarschuwing zit al in de titel die verwijst naar de tekst Thug Life die rapper Tupac Shakur op zijn buik had laten tatoeëren. Khalil legt in de roman uit wat de betekenis is: ‘Wat de maatschappij er bij de jeugd inpompt, komt er weer uit als je groot bent.’ Thomas wil door middel van haar boek laten zien dat openlijk (individueel) verzet tegen geweld en discriminatie zin heeft. Of zoals ze het zelf verwoordt: ‘I think that’s the big takeaway from the book, that Starr realizes her voice matters.’

The Hate U Give is een aangrijpend en goed verteld verhaal met een relevante inhoud. Dit boek hoort thuis in iedere mediatheek op iedere middelbare school.

The Hate U Give
Angie Thomas (vertaald door Jasper Mutsaers) 

Moon, 2017     €19,99

Naar de markt - Noëlle Smit

Geplaatst 16 aug. 2017 03:53 door susan *   [ 16 aug. 2017 04:06 bijgewerkt ]


Het verhaal begint op de achterkant van het boek. Daar zien we Kaat en mama op de fiets met hondje Bink achterop in een mandje. In de tekst kunnen we lezen dat ze op weg zijn naar de markt. Als we het boek omdraaien zien we de volgende scène: mama, Kaat en Bink lopen met hun lege mandjes richting markt. Als we het boek openslaan komt de markt eindelijk in zicht.
Kaat gaat met haar moeder langs verschillende kramen. Er wordt vis, worst, meloen, kaas en stokbrood gekocht. Mama zoekt bij een drukke kraam een jurk uit en ze koopt een boek. Kaat krijgt een ijsje, er worden bloemen gekocht en mama koopt tot slot nog een mooi tafelkleedje. Met volle tassen verlaten moeder, dochter en hondje de markt. Op de laatste illustratie zien we hoe mama in haar nieuwe jurk een feestelijke tafel dekt.

Noëlle Smit laat de marktreuring goed zien in haar sfeervolle prentenboek. Al bij de eerste illustratie kun je de markt bijna ruiken en horen.
Er is veel te zien. De verschillende marktkramen bijvoorbeeld met de kleurrijke marktkooplui. Natuurlijk gebeurt er van alles rond de kramen: een hond steelt een gevallen paling, katten volgen de vislucht, klanten luisteren naar de aanprijzingen van de marktkoopman, ijsjes worden op een rustig plekje opgegeten of vallen op de grond en tussen de bloemen van de bloemenkraam fladdert ineens een vlinder op.
Smit omringt de marktscènes met bontgekleurde bomen en fleurige marktkraampjes, wat het geheel een zomerse sfeer geeft. Door het grondvlak wit te houden brengt Smit toch enige rust in het kijkspektakel.
Smit heeft een zwierige dynamische tekenstijl waarmee zelfs de mensen die stilstaan lijken te bewegen. Het is knap hoe raak Smit mensen typeert; gezichtsuitdrukking, kleding, lichaamshouding, het klopt allemaal. Toch zijn lang niet alle mensen waarheidsgetrouw getekend, sommige hebben rare neuzen, spillebenen, veel te lange armen of een te klein hoofd. Maar stuk voor stuk overtuigen ze en de lezer krijgt vanzelf zin om bij al die karakters verhalen te verzinnen. Voor wie dat wil kan op zoek gaan naar de verhaallijnen die in de tekeningen zijn verwerkt.

Naar de markt is een prachtig kijkboek. Noëlle Smit weet op magnifieke wijze de reuring op een zomerse markt weer te geven. Een boek om heel vaak te bekijken en veel verhalen bij te verzinnen.

Naar de markt
Noëlle Smit 

Querido, 2017     € 15,99




Najaar 2017: welke boeken kunnen we verwachten?

Geplaatst 14 aug. 2017 03:32 door susan *   [ 14 aug. 2017 03:34 bijgewerkt ]


Van de meeste uitgevers zijn de najaarsbrochures de afgelopen weken bij kinderboekenpraatjes binnengekomen. Er is weer veel om naar uit te kijken. Twee boeken springen eruit: de nieuwe John Green en een nieuw boek van Tonke Dragt.
John Green werkte jaren aan zijn nieuwe roman waarvan alleen de Engelse titel al bekend is: Turtles All the Way Down. De roman gaat over Aza Holmes, een jonge vrouw die elke dag weer met het normale leven worstelt. John Green zegt erover: ‘ Dit is mijn eerste poging om over het soort geestelijke stoornis te schrijven waar ik al sinds mijn jeugd mee in aanraking ben geweest. Ook al is dit fictie, het is wel heel persoonlijk’. Het boek wordt vertaald door Aleid van Eekelen-Benders en komt in oktober uit.
Tonke Dragt is inmiddels een dame op leeftijd en het is een onverwachte traktatie dat er een verhalenboek verschijnt waarin naast bekende verhalen ook niet eerder gepubliceerd werk zal staan. De titel is Als de sterren zingen en ook de illustraties in het boek zijn van Tonke’s hand. Het dikke boek (320 bladzijden) verschijnt in november.
Er verschijnt meer nieuw werk van gewaardeerde auteurs en illustratoren. In september bijvoorbeeld komt er een nieuw boek uit van de Franse illustrator en Gouden penseelwinnaar Bernard Granger, beter bekend als Blexbolex. Onze vakantie is de titel. Gideon Samson, dit jaar genomineerd voor de prestigieuze Astrid Lindgren Memorial Award, presenteert in november zijn nieuwe boek Zeb: een boek ‘met elf vreemde verhalen die op een bijzondere manier met elkaar verbonden zijn.’ Het boek is geïllustreerd door (de voor mij onbekende) Joren Joshua. Ook een nieuw boek van Daan Remmerts de Vries is altijd iets om naar uit te kijken. Zijn boek zal gaan een 14-jarige puber wiens leven bepaald wordt door internet. Het verschijnt in oktober en de titel is Geest. Verder kunnen we uitkijken naar een nieuw werk van Annet Huizing (De zweetvoetenman. Over rechtzaken & regels), David Almond (Het wonderlijke verhaal van Angelino Brown) en Rob Ruggenberg (Piratenzoon).
Imme Dros en Harrie Geelen maakten een nieuw prentenboek (Jaap won een prijs) en ook Marije en Ronald Tolman presenteren een nieuw prentenboek ( Het boek; ‘over de magie van het lezen’).
Liefhebbers van het (vaak bekroonde) werk van Tom Schamp kunnen uitkijken naar een bijzonder prentenboek van wel twee meter lang. Feest in de wolken geeft een inkijkje in het leven van de bewoners van een wolkenkrabber.

In veel populaire series verschijnen nieuwe delen, bijvoorbeeld deel 5 uit de serie De Heksenkeet (Femke Dekker & Marieke Nelissen), deel 2 van Podkin Eenoor (Kieran Larwood), een nieuw avontuur van prinses Liselotje (Marianne Busser en Ron Schröder), deel 9 van de Dummie de Mummieserie (Tosca Menten) en deel 2 van de serie De famile Grafzerk (Henk Hardeman). Er komt ook een boek met nieuwe avonturen van Hondje (de enige echte) van Yvonne Jagtenberg, nieuwe delen in de Tijgerlezenserie (onder andere geschreven door Anna Woltz en Kaat Vrancken) en de winnares van de Pluim van Kinderjury, Marte Jongbloed, schreef een tweede boek over de avonturen van Herre. Een opmerkelijk tweede deel is de uitgave Het museummysterie (geschreven door Robin Stevens), een vervolg op het Het reuzenradmysterie van de overleden schrijfster Siobhan Dowd.

In de categorie poëzie is het aanbod mager: een bundel gedichten voor jongeren geschreven door Hans Hagen (Onbreekbaar) en een versjesboek van Bette Westera (geïllustreerd door Sylvia Weve) over ‘vragen die om versjes vragen’.
Ook nieuwe sinterklaasboeken zijn schaars. Er verschijnen vervolgdelen in de series Minipiet en De Spiekpietjes en slechts een nieuw sinterklaasprentenboek: Het huis van Sinterklaas, geschreven door Naomi Tieman en geïllustreerd door Marieke Nelissen.

Op het gebied van informatieve kinderboeken kunnen we onder andere een boek verwachten over het internet (www.wat?), Jan Paul Schutten schrijft over uiteenlopende dieren aan de hand van röntgenfoto’s (Binnenste binnen), uitgeverij Lannoo geeft een bijzonder boek over kleuren en tinten uit (Colorama), Ted van Lieshout schreef een boekje over Marcels Duchamps Fontein (Kunst?), uitgeverij Lemniscaat geeft verschillende nieuwe boeken uit in de serie Lemniscaat uit de kunst (bijvoorbeeld over de verhalen achter beroemde schilderijen) en Edward van de Vendel en Sanne te Loo maakten een lees-en kijkboek over de weg naar de top van schaatser Beorn Nijenhuis (De jongen die met dieren schaatste). Janny van der Molen ten slotte laat opnieuw meneer Swart aan het woord in haar nieuwe boek Grote Gevoelens, ‘over genen & opvoeding, gender & seksualiteit, autoriteit & geboortevolgorde, angst & geheugen.’

Kinderboekenliefhebbers kunnen zich verheugen op twee bijzondere boeken. In oktober verschijnt ‘een monumentaal kijkboek’ met het mooiste werk van Sieb Posthuma en er verschijnt binnenkort ‘een onthullende biografie’ over Chris van Abkoude, de schrijver van Pietje Bel en Kruimeltje. Het boek is geschreven door Jan Maliepaard en Jan Oudenaarden.

Als laatste laat ik jullie graag weten dat de Gorgels los zijn. Niet langer zitten ze vast in de boeken van Jochem Myjer en Rick de Haas, vanaf november zijn ze als knuffel te koop.

 


De mooiste kattenboeken op kinderboekenpraatjes

Geplaatst 8 aug. 2017 02:16 door susan *   [ 8 aug. 2017 02:37 bijgewerkt ]

   


 kapitein kat   


Wij waren hier eerst - Joukje Akveld

Geplaatst 13 jul. 2017 04:09 door susan *   [ 13 jul. 2017 04:16 bijgewerkt ]


Schrijfster, vertaalster en journaliste Joukje Akveld wilde een boek voor kinderen schrijven over de botsing tussen de mens en de wilde dieren in Zuid-Afrika. De titel van het boek, Wij waren hier eerst, en de opmerking in het voorwoord ‘als de mens jouw favoriete diersoort is, is dit geen boek voor jouw’ maken direct duidelijk wie in deze botsing het onderspit delft.
Akveld trok vier maanden door Zuid-Afrika en bezocht daar twintig opvangcentra waar bedreigde, gewonde en verweesde dieren op zorg kunnen rekenen. Ook bezocht ze meerdere wildparken om de dieren in hun natuurlijke omgeving te observeren. In dertien hoofdstukken, waarin ze zelf als persoon op de achtergrond blijft, beschrijft ze hoe verschillende dieren door toedoen van de mens in hun bestaan worden bedreigd.
Het spits wordt afgebeten door een kolonie pinguïns die in 1983 gestrand zijn op het Afrikaanse vasteland. Akveld beschrijft hoe er al eeuwenlang pinguïns voor de Afrikaanse kust woonde, wat hen waarschijnlijk naar het vasteland heeft gedreven en welke problemen dit met zich meebrengt. Ook beschrijft ze interessante wetenswaardigheden over deze grappige vogels en ze schrijft over de zeevogelopvang in Kaapstad.
De andere hoofdstukken volgen hetzelfde stramien; de lezer maakt kennis met de beschreven dieren en hun gedrag, leest over de gevaren die hen bedreigen en over de mensen die in actie komen om de dieren te helpen en te beschermen. Zo komen onder andere de problemen voor cheeta’s, leeuwen, nijlpaarden, olifanten, walvissen en luipaarden aan de orde. Akveld vraagt ook aandacht voor minder bekende en/of minder aaibare dieren zoals bavianen, wilde honden, blauwapen, slangen en gieren.
De schrijfster schetst geen vrolijk beeld: het bestaan van bovengenoemde diersoorten wordt bedreigd door milieuvervuiling, de opwarming van de aarde of/of de verstoring van het natuurlijk evenwicht. Soms is het overduidelijk wat het dier bedreigt, bijvoorbeeld de soorten die het slachtoffer worden van massale slachtpartijen door stropers. Het is bizar dat zoveel dieren zinloos gedood worden omdat een grote groep mensen gelooft in de medicinale werking van de hoorn van een neushoorn of de ogen van een gier. Ook onwetendheid kan een diersoort fataal worden, zo wordt de slang onterecht als levensgevaarlijk gezien. En wat te denken van leeuwen die speciaal gefokt worden voor de jacht?
Soms is het lastiger om te begrijpen wat een dier bedreigt. Zo komen cheeta’s en wilde honden letterlijk in het nauw omdat ze ruimte nodig hebben om te kunnen jagen, ruimte die er niet meer is omdat de mens oprukt en het voormalige jachtterrein bebouwt.
Meestal zijn het de dieren die de hoogste prijs moeten betalen, maar het wegvallen van verschillende diersoorten heeft ook (grote) gevolgen voor de mens, bijvoorbeeld als er niet genoeg slangen zijn om muizen te vangen, of te weinig gieren om kadavers op de ruimen.     Akveld laat verschillende mensen aan het woord die in de bres springen voor de bedreigde dieren. Grofweg kun je deze helpers indelen in twee groepen: de optimisten die geloven dat voorlichting en bewustwording het tij kan keren en pessimisten die geloven dat het niet meer goed komt. Akveld heeft geworsteld met de vraag tot welk kamp zij behoort, in een interview zegt ze daarover: ’Mijn verstand sloot zich aan bij de zwartkijkers, mijn pen dreef me naar het optimismekamp’.

Akveld heeft een prettige lichte stijl waarin ze mens en dier beschrijft. Zo willen cheeta’s achter hun prooi aan kunnen ‘sjezen’, kunnen de korte pootjes van een nijlpaard ‘harder dan de schuifelstand’ en deinst de schrijfster er niet voor terug haarfijn het nut van een ‘reservepiemel’ uit te leggen.
De boodschap van Akveld is verpakt in een prachtig vormgegeven boek. Het staat vol schitterende foto’s en als extraatje duiken door het hele boek kleine tekeningen op van de Zuid-Afrikaanse illustrator Piet Grobler.

Wij waren hier eerst is een uniek informatief boek over dieren. Dit is geen boek met leuke interessante dierenweetjes, dit boek beschrijft een harde werkelijkheid waarin tal van prachtige dieren dreigen te verdwijnen door toedoen van de mens. Akveld geeft de kinderen eerlijke informatie. Wat ze met deze informatie aanmoeten laat ze in het midden.



Wij waren hier eerst 
Joukje Akveld (met illustraties van Piet Grobler) 

Gottmer, 2017     € 24,99

Andere boeken van Joukje Akveld op kinderboekenpraatjes:
Een aap op de wc
ABC Dragt 

Het alfabet van Candice Phee - Barry Jonsberg

Geplaatst 10 jul. 2017 03:38 door susan *   [ 13 jul. 2017 03:55 bijgewerkt ]


Als de twaalfjarige Candice Phee op school een alfabetopdracht krijgt neemt ze dat heel serieus. De bedoeling is bij elke letter van het alfabet een alinea over jezelf te schrijven. Maar een alinea is voor Candice niet genoeg. Ze besluit per letter een hoofdstuk te schrijven want het alfabet gaat niet alleen over haar, maar ook over de belangrijke mensen in haar leven.
Candice is een meisje dat binnen de school ‘bijzondere aandacht’ krijgt omdat ze anders in de wereld staat dan anderen. Ze houdt van feiten en orde, ze praat niet graag met vreemden (en daarom schrijft ze briefjes aan mensen die ze niet goed kent), ze leest alleen woordenboeken en het werk van Charles Dickens, ze is intelligent, altijd eerlijk en ze heeft een groot hart. Candice zit er niet mee dat ze ‘bijzondere aandacht’ nodig heeft, als iemand vraagt of ze autistisch is antwoordt ze verbaasd ‘Nee. Ik ben ik’.
    Candice schrijft over haar moeder die borstkanker heeft en depressief is, ze schrijft over haar vader die zich een mislukking voelt en ruzie heeft met zijn broer, ze schrijft over ‘Rijke oom Brian’, die alles voor Candice wil doen, behalve de ruzie met haar vader bijleggen, ze laat de brieven lezen die ze schrijft naar haar Amerikaanse penvriendin Denill, ze schrijft over haar vriend Douglas Benson die na een val uit een boom ervan overtuigd is dat hij in het verkeerde universum terecht is gekomen en tot slot schrijft ze over Aardvark-Vis, een goudvis die weleens zou kunnen denken dat Candice God is.
Candice probeert de algehele staat van geluk in de wereld te verbeteren door de mensen in haar omgeving gelukkiger te maken. Ze kiest daarvoor een unieke aanpak.

De in Engeland geboren en getogen Australische schrijver Barry Jonsberg schreef Het alfabet van Candice Phee al in 2013. Jonsberg is in Australië een gevierd kinder-en jeugdboekenschrijver die al diverse keren met zijn boeken in de prijzen viel.
Candice Phee is een fijne en originele vertelstem. Haar acties die moeten leiden tot meer geluk zijn onorthodox en daardoor vaak erg grappig. Candice is zich daar niet van bewust, maar ze is zeker niet altijd naïef. Als ze zich bijvoorbeeld verzet tegen de treurnis op de dag dat de dood van haar zusje wordt herdacht weet ze heus wel dat haar vrolijke jurk voor gefronste wenkbrauwen zal zorgen.
Candice is aan de ene kant wereldvreemd, en aan de andere kant een haarscherpe waarnemer. Haar karakteriseringen van mensen zijn geweldig; nuchter omschrijft ze wat ze ziet. Met dezelfde nuchterheid en precisie beschrijft ze haar ervaringen, zoenen bijvoorbeeld:
 ‘Toen duwde hij zijn tong in mijn mond. Die tong was groot en had de textuur van bepaalde vleessoorten die ik van mijn moeder moest eten toen ik klein was. (...) Ik ben al niet dol op mijn eigen speeksel. Dat van een ander doorslikken vulde me niet met verlangen.’ Overigens valt het wel tegen dat de altijd eerlijke en eigengereide Candice bereid is zich te laten zoenen als daar wat tegenover staat.
Het leven van Candice is niet altijd makkelijk en er worden in het boek een aantal heftige thema’s aangesneden, zoals het verlies van haar zusje, de depressie van haar moeder en het onvermogen van haar vader om zijn leven in eigen hand te nemen. De acties van Candice brengen de boel in beweging. Daarbij gebeuren er allerlei dingen die Candice niet heeft voorzien, maar uiteindelijk pakt het goed uit. De lezer slaat dan ook met een goed gevoel het boek dicht.

Het alfabet van Candice Phee is een mooi boek, waarin de hilarisch eerlijke, wereldvreemde Candice de lezer meesleept in haar missie geluk te verspreiden. Candice is een meisje dat de lezer nog lang in zijn hart zal koesteren.

Het alfabet van Candice Phee
Barry Jonsberg (vertaald door Annelies Jorna) 

Lemniscaat, 2017     €16,95

Omdat ik je zo graag zie - Milja Praagman

Geplaatst 7 jul. 2017 04:17 door susan *   [ 7 jul. 2017 04:25 bijgewerkt ]


Omdat ik je zo graag zie heeft geen ingewikkelde verhaallijn nodig om boeiend te zijn. Het simpele uitgangspunt van een oma die met haar kleindochter een dagje naar de stad gaat levert in dit geval een boeiend prentenboek op. Het laat zien dat een uitstapje een hele belevenis kan zijn, ook als er geen bijzondere dingen gebeuren.
Het zijn vooral de illustraties die het verhaal dragen. In een rustige straat zien we oma en haar kleindochter Ibi zich klaarmaken voor vertrek. Oma buigt zich zorgzaam over haar kleindochter. Ze oogt jeugdig met haar gele laarzen en de bloem in haar grijze haar. Ibi heeft een roze jurk aan, dezelfde kleur roze als de vacht van het hondje dat vaker in het verhaal zal opduiken. 
In de metro begint het avontuur. ‘Ik zie de hele wereld’ zegt Ibi. De lezer ziet die wereld ook op een zwart-wittekening vol hoge gebouwen. De directe omgeving van Ibi, de metro, wordt in enkele kleurvlakken neergezet. We zien dat naast oma en Ibi ook een krant lezende meneer meereist. Naast die meneer zit een kip en voor de deur zit het roze hondje. Die kip is een vreemd detail, het dier komt verder in het boek niet voor, al staat ze wel op de kaft.
In de stad is het druk. Een keur aan mensen wandelt voorbij. Ibi loopt met oma door een winkelstraat waar veel is te zien, zowel in de etalages als daarbuiten. Ze zijn op weg naar een museum. In het museum bezoeken oma en Ibi de Afrikaanse afdeling en dat vindt Ibi best spannend. Dat komt vast door de maskers met hun lege ogen die aan de muur hangen.
Na het museumbezoek gaan oma en Ibi naar het park waar ze naar de mensen en dieren kijken. Weer op straat bekijken oma en Ibi een mozaïek en dan gaan ze weer met de metro naar huis. Eenmaal thuis blijkt dat Ibi heel andere dingen in de stad heeft gezien dan oma, want we kijken immers het liefst naar de dingen die we het allerleukst vinden.



Op de illustraties is veel te zien en te ontdekken. Toch zijn het geen overvolle platen. Praagman zet haar personages in een bijna schematisch aandoende omgeving. De mensen die erin rondlopen zijn stuk voor stuk een zorgvuldige observatie waard om te zien wat ze aanhebben, hoe ze kijken en wat ze doen. Al die verschillende mensen nodigen de lezer uit verhalen te bedenken over wie ze zijn en waarom ze net als oma en Ibi vandaag in de stad rondlopen. Vooral de personages en dieren die Ibi een aantal keer tegenkomt prikkelen de fantasie.
Het avontuur van oma en Ibi is niet groots en meeslepend en de lezer hoeft ook niet bang te zijn iets te missen. Oma en haar kleindochter hebben het leuk samen en dat kun je zien, bijvoorbeeld aan de manier waarop oma en Ibi elkaar niet los laten, aan de manier waarop ze kijken en in het roze dat iedere keer weer opduikt, zowel in de illustraties als in de tekst. Het is alsof het vrolijke roze dat Ibi omringt naar alle kanten uitstraalt.

Omdat ik je zo graag zie is een warm prentenboek waarin de lezer samen met oma en Ibi volop kan genieten van een uitstapje naar de stad.

In juni kreeg Omdat ik je zo graag zie een Zilveren Penseel. Uit het juryrapport: ‘Je ziet (...) goed geobserveerde, geabstraheerde figuren met bijna schematisme koppen en toch o zo herkenbaar, ook – of juist - de grootmoeder en het meisje. Hun liefdevolle relatie vormt de rode draad in dit prachtige, mooi getekende en tijdloze prentenboek.’

Omdat ik je zo graag zie
Milja Praagman


De Eenhoorn, 2016     €14,50 



Andere boeken van Milja Praagman op kinderboekenpraatjes:
Ontbillenbijt
Beterschap 

De fantastische Max van Mars - Yvonne Jagtenberg

Geplaatst 5 jul. 2017 04:24 door susan *   [ 5 jul. 2017 04:37 bijgewerkt ]


Hoogleraar pedagogiek Mischa de Winter gaf onlangs zijn afscheidsrede met daarin een aantal pittige uitspraken. Hij constateert dat er steeds minder tolerantie is voor kinderen die zich ‘atypisch’ gedragen en dat er sprake is van een ‘reparatiementaliteit’, waarbij het de bedoeling is dat een kind zich zo snel mogelijk ‘gewoon’ gedraagt. De fantastisch Max van Mars, de hoofdpersoon uit het nieuwe boek van Yvonne Jagtenberg is het vast met de hoogleraar eens, al zou hij wel vinden dat meneer de Winter moeilijke woorden gebruikt en het probleem veel groter maakt dan het is.

Max weet dat hij ‘buitengewoon’ is, hij komt namelijk van Mars. Het is lastig dat zijn omgeving daar weinig rekening mee houdt. Waarom moet hij bijvoorbeeld naar school? Zijn vader en de meester denken dat hij nog veel moet leren, maar Max vindt dat hij op school de verkeerde dingen leert. Waarom zou je je geheugen volstoppen met stomme sommen en wat is er leerzaam aan het opdreunen van weetjes? Max heeft de meester niet nodig om dingen te leren, dat doet hij wel uit zichzelf. In zijn schuurtje vindt hij allerlei onbelangrijke dingen uit, dingen die toch van pas kunnen komen. Maar helaas moet Max wel naar school en hij treft een meester die niet echt snel van begrip is en maar niet wil begrijpen dat Max van een andere planeet komt.
Op een dag heeft Max er genoeg van en besluit terug te keren naar Mars. Dit tot groot verdriet van zijn klasgenoten, want zonder Max zal het leven een stuk saaier zijn.

Yvonne Jagtenberg lijkt met dit boek eenzelfde statement te willen maken als Mischa de Winter door te laten zien dat Max, die duidelijk anders is dan het gemiddelde kind, veel moeite moet doen zichzelf te mogen zijn. De ouders van Max vinden het allemaal wel best. Ze hebben het druk en ze vertrouwen erop dat Max het wel zal redden. De meester daarentegen zet alles op alles om Max in het keurslijf van het schoolsysteem te krijgen. Max vindt de lessen op school saai en hij doet zijn best de boel wat op te vrolijken. Dat de meester dat niet waardeert en daarover met zijn ouders in gesprek wil snapt hij niet. De kinderen in de klas vinden hem een rare, maar ze houden wel van zijn fantasierijke ideeën, met Max in de buurt is verveel je je nooit.
De fantastische Max van Mars is een vrolijk boek omdat de buitengewone en fantasierijke Max ook de lezer op sleeptouw neemt en laat genieten van zijn originele invallen. Daarbij ervaart Max de grenzen die de buitenwereld wil opdringen als raar en lastig. De volwassen lezer kan er een aanklacht tegen het schoolsysteem in lezen, maar dat zal aan de meeste jonge lezers voorbij gaan.
Het is jammer dat het verhaal een beetje blijft steken in het basisidee. Uiteindelijk heeft Max er genoeg van en besluit hij terug te gaan naar Mars. Daarbij ziet hij zichzelf als een man met een missie die zijn vrienden laat voelen dat alles mogelijk is. Hij wordt gemist, ook door de meester, maar of er na de vakantie als hij weer terugkeert echt iets zal veranderen is de vraag.

Jagtenberg is naast schrijfster ook illustratrice. Vorig jaar werd haar boek Hondje de enige echte bekroond met een Zilveren Penseel. Het boek over Max staat vol zwart-wittekeningen die voornamelijk dingen verduidelijken. Zo zien we onder andere het ontwerp van de Formule 1 capsule waarmee Max naar Mars kan reizen en de volledig uitrusting van de als hamster vermomde spion M.

De fantastische Max van Mars is een ode aan fantasierijke kinderen die zichzelf durven blijven.

De fantastische Max van Mars
Yvonne Jagtenberg


Rubinstein, 2017     € 15,99

Andere boeken van Yvonne Jagtenberg op kinderboekenpraatjes:
Hondje de enige echte
Balotje bij de dokter
Balotje en het tasje van oma 

Kijk, konijnen - Daphe Louter

Geplaatst 3 jul. 2017 03:47 door susan *   [ 3 jul. 2017 03:50 bijgewerkt ]


In 2014 was Daphne Louter een van de winnaars van de Lemniscaat Illustratiewedstrijd. De winnende illustraties werkte ze uit tot haar eerste prentenboek: Kijk, konijnen.
Louter studeerde aan de kunstacademie in Den Haag en in Edinburgh. Ze woonde en werkte in Schotland tot ze in 2009 terugkeerde naar Nederland. Inmiddels is ze moeder van een tweeling. De dagelijkse bezigheden van de tweeling inspireerde haar tot het maken van dit boek.
Louters werk is gedetailleerd, sfeervol en arbeidsintensief. Ze neemt de lezer, of misschien kunnen we beter zeggen de kijker, mee naar een dag uit het leven van twee konijnen en hun kip. Op de achterkant van het boek lezen we dat het om een konijnentweeling gaat en uit het persbericht blijkt dat de kip hun                                             huisdier is.

De dag begint als het jongenskonijn zijn zusje uitbundig wakker maakt. De konijnen ontbijten aan tafel en gaan vervolgens naar een kamer vol rommel waar ze zich verkleden; zelfs de kip waagt zich aan een parelketting. Daarna spelen ze in de regen, pakken ze een picknickmand in, gaan boodschappen doen en feestelijk buiten eten. Weer thuis maken ze een legpuzzel en hangen wat op de bank tot het tijd is om naar bed te gaan.
Het verhaal houdt een dagritme aan, maar gedurende dag zijn verschillende seizoenen te zien. Dat valt het meest op in de buitenscènes. Als de konijnen in de tuin spelen zien we een zomerse natuur met planten die volop in bloei staan, bij de picknick domineren de herfstkleuren en hebben de dieren een sjaaltje om. Veel subtieler is de suggestie van de lente en de winter omdat we hier niet in de natuur zijn. Aan de ontbijttafel bijvoorbeeld overheersen zachte lichte lentekleuren in een zonovergoten eetkamer en als de konijnen aan het einde van de dag gaan puzzelen wordt de illustratie gedomineerd door koele winterkleuren (al zijn de konijnen wel zomers gekleed). Louter is een meester in subtiel kleurgebruik. 
Het tekstloze prentenboek suggereert veel, maar laat volop ruimte om zelf in te vullen wat er gebeurt. Op verschillende pagina’s zijn dezelfde voorwerpen te zien. De jonge lezer zal plezier beleven aan het zoeken en herkennen van deze voorwerpen, de wat oudere lezer kan het opnieuw opgedoken voorwerp verwerken in een verhaal. Zo zou het kunnen zijn dat er iemand jarig is omdat we vaak een grote gele ballon te zien en feestmutsen in alle maten, maar er zijn ook illustraties waarin niets wijst op een verjaardagsfeest. Ik ben wel overigens benieuwd naar de verhaal over de opgezette vogels in de rommelkamer, vooral omdat vergelijkbare vogels ook in levenden lijve het huis bezoeken.

Kijk, konijnen is een prachtig prentenboek met sfeervolle gedetailleerde illustraties die de kijker veel ruimte laat het verhaal zelf in te vullen.

Kijk, konijnen
Daphne Louter 

Lemniscaat, 2017     € 13,95


1-10 of 1230