Lijst Home‎ > ‎

Dissus

Geplaatst 28 jul. 2011 02:24 door susan *   [ 28 jul. 2011 02:41 bijgewerkt ]
In 2009 debuteerde Simon van der Geest als kinderboekenschrijver met Geel gras, dat goed werd ontvangen. Het boek wordt momenteel verfilmd.
In zijn tweede boek, Dissus, slaat Van der Geest een andere weg in. Hier is geen sprake van proza, maar eerder van poëzie. Zijn tekst oogt als een gedicht en kan het best omschreven worden als ´vrij vers´. De tekst is ritmisch, maar rijmt slecht hier en daar. Deze vorm past uitstekend bij de inhoud, want Dissus is een eigentijdse navertelling van de reis van Odysseus.

Niet de volwassen slimme krijgsman Odysseus is de hoofdpersoon, maar de onzekere sprieterige puber Dissus. Odysseus vocht zijn Trojaanse oorlog en ook Dissus moet zijn oorlog voeren, in het zwembad. Dissus vlucht naar de wc en zittend met zijn plakzwembroek op de enkels droomt hij van het heldendom.
In het tweede deel van het verhaal beleeft de lezer deze droom mee. Dissus en zijn vrienden verdwalen in een storm en aarzelend geeft de groep de leiding van de reis in handen van Dissus. Het wordt een gevaarlijke tocht waarbij Dissus en zijn vrienden oog in oog komen te staan met mythische vijanden. Met list en de moed der wanhoop gaat Dissus onder andere de strijd aan met een hedendaagse cycloop, met Skylla 2000 de nietsontziende kraanmachine, met Kirke die de jongens verleidt met cola, met de verleidelijke Sirenen en met de koeien van boer Zonnema.
Niet alle jongens overleven de reis, maar uiteindelijk komen ze thuis. Het verhaal is dan nog niet afgelopen, want Dissus wacht geen warm onthaal, zijn plaats is ingenomen door een reusachtige en kwaadaardige hond.

Van der Geest kan in een paar woorden veel vertellen: Dissus´ vijanden in het zwembad zijn ´De jongens met de kettinkjes/en een paar/met okselhaar´, de strijd die dat oplevert heeft maar zeven korte regels nodig om de lezer de volle gruwelijkheid daarvan duidelijk te maken: Tekkelen, glijen, bommetje vlakbij en randje douwen,/ onderhouwen, proesten, schoppen, blauwe plekken,/schuilen bij het bubbelbad, onze gele mat gejat/Badmeesters keken wel maar zeiden niets/ Job een bloedneus/Bram zijn knieën lagen open, en ik, ik was zowat verzopen.´
Knap en vermakelijk laat Van der Geest herhaaldelijk zien dat hier geen Griekse helden op reis zijn, maar jongens in de puberteit. Als er niemand meer om een scheet kan lachen is het duidelijk dat de problemen écht groot zijn. Ontroerend is de wijze waarop de overlevenden aan het einde van de reis afscheid nemen van elkaar: ´Een hand geef je opa/ ´Tot ziens´ is zo stijf/ Omhelzen is klef, en armengeknoei/ Wat blijft er dan over? /weet ik het/ doei´

De illustraties van Jan Jutte maken het geheel compleet. De illustraties zijn zwart/wit en hebben als steunkleur verschillende tinten bruin. Dit roept associaties op met de klassieke Griekse vazen.
Jutte tekent het reisgezelschap als eigentijdse jongens en plaatst deze in een omgeving vol verwijzingen naar het oude Griekenland. Er worden mythologische personages afgebeeld, zoals een Sirene en Kirke, maar ook eigentijdse tegenhangers zoals boer Eenoog en de Skylla 2000.
Iedere bladzijde is rijk geïllustreerd en laat, soms met een knipoog, zien wat Dissus en zijn vrienden moeten doorstaan.

Alles aan dit boek klopt, de tekst is origineel, gelaagd, grappig en ontroerend, de illustraties sluiten uitstekend aan bij de sfeer van het boek en behoren tot het beste werk van Jan Jutte.
Een terechte winnaar van een zilveren griffel.

Dissus
Simon van der Geest (tekst) en Jan Jutte (ill)
 
Querido, 2010     € 13,95