Lijst Home‎ > ‎

De gebroeders Leeuwenhart - Astrid Lindgren

Geplaatst 9 mrt. 2015 04:01 door susan *   [ 9 mrt. 2015 04:01 bijgewerkt ]

In 1973 schreef Astrid Lindgren Bröderna Lejonhjärta dat in 1974 onder de titel De gebroeders Leeuwenhart in Nederland verscheen. In 1975 kreeg het boek een Zilveren Griffel.
Het verhaal gaat over de broers Jonathan (13 jaar) en Karel Leeuw (10 jaar). Zij wonen bij hun moeder. Jonathan, die zijn broertje liefkozend ´Kruimel´noemt, is zoveel mogelijk bij zijn ernstig zieke broer die niet lang meer zal leven. Kruimel is bang voor de dood, maar Jonathan stelt hem gerust. Als Kruimel sterft zal hij rechtstreeks naar Nangijala vliegen, een land waar ze nog leven in de tijd van kampvuren en sprookjes. Kruimel zal daar gezond zijn en avonturen beleven en na een poosje zal ook Jonathan naar Nangijala komen en dan zullen ze weer samen zijn.
Het loopt anders. Jonathan is de eerste die sterft. Als Kruimel een witte duif ziet weet hij dat Jonathan op hem wacht. Hij legt een briefje voor zijn moeder op de keukentafel (´Niet huilen, mamma! Tot ziens in Nangijala!’) en staat plotseling voor een huis waar volgens het naambordje De gebroeders Leeuwenhart wonen. Kruimel is in Nangijala, waar hij al snel zijn broer vindt. Alles lijkt perfect: Kruimel is weer gezond, de broers zijn samen, ze wonen in het prachtige Kersendal, ze hebben ieder een paard en ze houden in hun huisje een kamer vrij voor hun moeder.
Helaas zijn er grote problemen is Nangijala. Het naburige Bramendal wordt geterroriseerd door dictator Tengil die de bevolking onderdrukt en uithongert. Hij lijkt onoverwinnelijk omdat hij macht heeft over de bloeddorstige draak Katla. Jonathan is betrokken bij het verzet tegen de tiran en reist daarom naar het Bramendal voor een gevaarlijke opdracht. Als Jonathan verdwijnt reist Kruimel hem achterna en zo raakt ook hij betrokken bij de harde vrijheidsstrijd waarbij de broers laten zien dat zij de naam Leeuwenhart niet voor niks dragen.

Lindgren heeft vaak verteld wat haar heeft geïnspireerd tot het schrijven van het boek: grafmonumenten van overleden broers, het natuurschoon van het Zweedse merengebied Fryken en een beeld van een kleine jongen die bij zijn grote broer op schoot kruipt. Wellicht speelde het overlijden van twee kinderen in haar directe omgeving ook een rol.
De gebroeders Leeuwenhart is een heftig verhaal. Eerst is er de triestheid van de naderende dood, dan de opluchting dat Nangijala bestaat en inderdaad prachtig is. Dan volgt de schokkende ontdekking dat er ook´avonturen bestaan die er niet moesten zijn´. Lindgren schuwt beschrijvingen het geweld niet. Er wordt bijvoorbeeld een indringende scène op het marktplein beschreven waar Tengil mensen uit de menigte pikt die een zekere dood tegemoet gaan. Eén man verzet zich:
` Tengil vertrok geen spier van zijn gezicht. Hij gaf alleen een teken met zijn hand, waarop de soldaat die het dichts bij hem stond zijn zwaard omhoog zwaaide. Ik zag het in het zonlicht flikkeren.´ De afloop ziet Kruimel niet omdat Jonathan zijn ogen bedekt.
De boosdoeners in het verhaal zijn allemaal door en door slecht en vaak ook uitgerust met lelijke en wrede gezichten. Behalve de onvermoede verrader uit het Kersendal, die overigens ook jammerlijk aan zijn einde komt. De dictatuur wordt met geweld bestreden. De vrouw van de man die vermoord werd op het marktplein knipt dezelfde dag haar lange blonde haren af om er boogpezen van te vlechten. Jonathan echter weigert om iemand te doden, zelfs niet als het om zijn eigen leven gaat. Het ontlokt de leider van de strijd de uitspraak ´Als iedereen net als jij was dan zou het kwaad toch eeuwig kunnen heersen´.
Als de strijd gestreden is en er veel doden moeten worden betreurd, ook mensen waarvan de lezer is gaan houden, wacht er nog een lastige taak. Katla de draak moet worden opgesloten in de bergen. De draak weet te ontsnappen en een heftige strijd volgt. Jonathan raakt gewond en zal voor altijd verlamd zijn. Alleen in Nangilima, daar waar je komt als je sterft in Nangijala, zal hij gezond kunnen zijn. Kruimel neemt Jonathan op zijn rug en springt met  hem van een hoge rots. Lindgrens laatste zin is hoopvol:´O, Nangilima! Ja Jonathan, ja, ik zie het licht! Ik zie het licht!´
De sprong van de rots, in het vertrouwen dat er na de dood een betere plek wacht, is vaak bekritiseerd. Wordt zelfmoord hier als een oplossing voor problemen gepresenteerd en hoe zullen gehandicapte kinderen naar Jonathan kijken die liever sterft dan leeft met een handicap? Lindgren gaf als weerwoord dat zij duizenden brieven van kinderen ontving die De gebroeders Leeuwenhart een troostboek vonden en´dat was ook mijn bedoeling´ voegde ze daaraan toe.
Het verhaal is in de ik-vorm geschreven, Kruimel is de verteller. Lindgren maakt het de lezer niet makkelijk omdat Kruimel hier en daar ook overgaat in de jij-vorm en soms zo snel van perspectief wisselt dat het goed opletten is. Er is een bladzijde waar Kruimel eerst tegen zichzelf praat, dan tegen zijn paard en vervolgens tegen de lezer. Voor hedendaagse begrippen legt Lindgren veel uit, maar dat doet ze zo mooi dat het nauwelijks ergernis oproept. Het verhaal ademt de sfeer van een oud volksverhaal waar wijsheid zich tussen de woorden verschuilt. In ieder geval heeft het boek bij veel lezers een snaar geraakt.

De gebroeders Leeuwenhart
Astrid Lindgren (vertaald door Rita Törnqvist-Verschuur), Ilon Wikland (ill)


Ploegsma, 1974     € 15,95