Lijst Home‎ > ‎

De Rode Prinses - Paul Biegel

Geplaatst 25 mrt. 2019 04:56 door susan *   [ 25 mrt. 2019 04:58 bijgewerkt ]

Vandaag, 25 maart,  is het Paul Biegeldag, maar wie weet dat nog? Ik heb de indruk dat de boeken van Paul Biegel steeds minder gelezen worden en dat is heel jammer. Biegels werk is namelijk tijdloos mooi en een inspiratiebron voor veel kinderboekenschrijvers. De invloed van Biegels stijl zien we bijvoorbeeld in het succesvolle boek Lampje van Annet Schaap en ook kinderboekenambassadeur Hans Hagen bewondert Biegel: ‘Biegel tovert met taal, hij sleurt je in een paar zinnen een verhaal in, de beelden razen en ronken en je moet erin mee, of je wilt of niet.’
    Een van de tijdloze boeken van Biegel is de klassieker De Rode Prinses. Hij schreef het in 1987 en het werd geïllustreerd door Fiel van der Veen. Het boek won drie tweede prijzen: een Zilveren Griffel, een Zilveren Penseel en de tweede prijs van de Nederlandse Kinderjury.

Het verhaal begint op de twaalfde verjaardag van de Rode Prinses. Het volk staat langs de kant van de weg voor de langverwachte rijtoer waar de prinses voor het eerst te zien zal zijn. Het loopt echter anders. Het rijtuig van de prinses wordt gekaapt door rovers en zij gaan ervandoor met de prinses. Er wordt losgeld gevraagd, twaalf pond goud en twaalf pond zilver.
    Onder het volk wordt een inzameling gehouden om het losgeld te kunnen betalen en een jonge luitenant zal de overdracht verzorgen. Er is echter door de grootmoeder van de prinses een list bedacht om de rovers te slim af te zijn. Maar het loopt anders, de Rode Prinses ontsnapt en dwaalt alleen door het land op zoek naar het paleis. Ondertussen vraagt het volk zich af of de Rode Prinses wel echt bestaat, ze hebben haar immers nog nooit gezien.

Een verhaal over een ontvoering is al snel spannend, maar dat maakt een boek nog niet tot een klassieker. Het zijn Biegels taalgebruik en humor die het boek boven het gemiddelde uittillen. Erg vermakelijk zijn een aantal terugkerende elementen. Zo spreekt de prinses altijd in de wij-vorm en ook haar onwetendheid over de wereld buiten het paleis leidt vaak tot grappige en ook spannende situaties. De prinses spreekt haar ontvoerders bijvoorbeeld aan zoals ze gewend is: ‘Wij kunnen niet slapen! Het bed piept en kraakt, de lakens schuren en de dekens krabben. Wij wensen dons en zijde. En een glas warme melk met honing.’ Twee rovers lachen haar uit, maar de derde weet wel hoe hij met het ‘Hoogheidje’ om moet gaan.
    Als de prinses ontsnapt staat ze er alleen voor. Tijdens haar tocht naar het paleis ontmoet ze allerlei mensen waaronder de Verschrikkelijke Umberto en een dominee die haar in het dolhuis laat opsluiten. Ze vindt ook werk in een herberg en later in een danscafé. Haar gekleurde en beperkte wereldbeeld zorgt voor grappige situaties, maar haar eigengereide zelfvertrouwen dwingt ook respect af.
    Biegels taalgebruik en zijn vrijmoedige omgang met traditionele vertelprincipes blijft ongeëvenaard. Moeiteloos schakelt de schrijver tussen vertellen in de derde persoon, naar vertellen in de tweede persoon om vervolgens verder te gaan met een lange dialoog die enkele bladzijde in beslag neemt. En dan is er natuurlijk dat prachtige taalgebruik van de schrijver vol met klankrijke beeldende woorden. Zo draagt de Rode Prinses ‘schitterend karmozijn’ en is de losgeldbrief met ‘zwarte gal’ geschreven. Tussen al die mooie woorden valt een ruwe uitdrukking extra op en ook daar speelt Biegel mee. Een paar keer valt de kreet ‘bek dicht’ en in de context
van het verhaal heeft dat een lachwekkende werking.
    Natuurlijk zijn er ook de befaamde Biegeliaanse opsommingen, herhalingen en prachtige beeldspraken: ‘De Rode Prinses liep en liep en liep. Ze kwam in een oud stadje met torentjes als spitse vingers, een gracht als een ceintuur en bruggetjes als hoge kattenruggen.’ 
Biegel mag ook graag wat symboliek in zijn verhalen verwerken. In De Rode Prinses speelt hij onder andere met het heilige getal twaalf en het ongeluksgetal dertien.

De illustraties kunnen niet onbesproken blijven. Fiel van der Veen tekent gedetailleerd en er is dan ook heel veel te zien: het volk langs de kant van de weg dat elkaar verdringt en later ontsteld achterblijft na de brutale overval, prachtige landschappen, een sombere kerker en de pracht en praal van het paleis. Heel knap weet Van der Veen de karakters van de personages tot uitdrukking te brengen, zo blijft de Rode Prinses altijd koninklijk, zelfs als ze in vodden is gekleed, daarentegen zien de soldaten er altijd een beetje knullig uit.

De Rode Prinses in ook na 32 jaar tijdloos mooi en vermakelijk.

De Rode Prinses
Paul Biegel met illustraties van Fiel van der Veen 

Lemniscaat, 2015 (vierde druk)     €15,95