Lijst Home‎ > ‎

De sprookjeskoningin - Ad Grooten

Geplaatst 12 okt. 2015 04:00 door susan *   [ 12 okt. 2015 04:00 bijgewerkt ]

Wie nieuwe sprookjes wil schrijven waagt zich op glad ijs. Het traditionele sprookje is immers meer dan een verhaal over prinsessen, koningen, reuzen en andere wonderlijke schepsels. De sprookjes wortelen in oude traditionele verhalen die veelal verborgen levenslessen bevatten. De meeste sprookjes zijn in de negentiende eeuw opgetekend in onder andere de bekende sprookjesverzameling van de gebroeders Grimm. Het romantische genre was populair en zette schrijvers aan ook zelf sprookjes te schrijven. Ook hier danken we bekende sprookjesboeken aan zoals de sprookjes van Andersen en de sprookjes van Hauff. Bij deze schrijvers zien we naast bekende sprookjesthema´s ook duidelijk de tijdsgeest. Bij Andersen speelt God bijvoorbeeld in de minder bekende verhalen een grote rol, al zijn we geneigd dat in moderne bewerkingen achterwege te laten. Zo loopt het bij Andersen veel minder goed af met de kleine zeemeermin dan in de Disneyversie. Zij krijgt haar prins niet en moet gedurende driehonderd jaar goede daden verrichten als luchtgeest alvorens zij het Koninkrijk Gods binnen kan zweven. En bij Andersen is ook het opvoedkundig element minder verholen dan in de bewerkingen van de traditionele sprookjes: als kinderen zich gedragen verkort God de proeftijd voor de kleine sprookjesheldin, maar iedere keer als kinderen stout of slecht zijn dan voegt God een dag aan haar proeftijd toe.

Ad Grooten waagt zich dus op glad ijs, maar hij blijft overeind. Als schrijver voor de Efteling, waar hij eerder twee sprookjesbundels voor bewerkte, kent hij het genre goed. Hij verstaat de kunst dicht bij de traditionele sprookjes te blijven en zijn verhalen een echte sprookjessfeer te geven. En toch zijn de verhalen fris en nieuw.
Het boek staat vol met personages die we graag in sprookjesboeken zien: prinsen, heksen, draken, boze stiefmoeders en boerenzonen. Bovendien zijn er een aantal dierenverhalen, zoals we die ook vinden in de de traditionele sprookjesverzamelingen. Soms heeft een verhaal een buitenlandse sprookjessfeer, bijvoorbeeld als trollen een hoofdrol spelen of als de Schotse koning Kenny erop uit trekt om een bruid te vinden.
Grooten blijft trouw aan de sprookjeswetten waarin een verhaal vaak begint met ´Er was eens´ en de afloop altijd goed is. Het magische sprookjesgetal drie wordt eveneens in ere gehouden.
Grooten werkt met bekende sprookjesthema´s maar geeft daar een nieuwe draai aan. We komen betoverde jurken tegen en prinsen die hun ware bruid niet herkennen, in verschillende verhalen wint slimheid het van kracht, groeit de lelijkerd uit tot een schoonheid en is het de molenaarszoon die de prinses trouwt. Er zijn natuurlijk ook boze stiefmoeders. Een van hen probeert de koning ervan te overtuigen dat zijn dochter dood is. De prinses is echter veilig verborgen buiten het paleis, deze keer niet bij de dwergen in het bos, maar in een armoedig huisje bij de dorpskinderen. Ze wordt niet gered door een prins, het zijn haar tranen en een lied die haar net op tijd toegang tot het paleis verschaffen. Pas vele jaren later trouwt de prinses met een van de dorpskinderen.
Ad Grooten weet de balans te vinden tussen eigentijds taalgebruik en de sfeervolle stijl die bij een sprookje hoort. Als de koning een slechte raadgever heeft wordt dat direct duidelijk omdat hij besluit dat kinderen voortaan ook op woensdag naar school moeten en de schrijver knipoogt naar de volwassen lezer als keizer Hesitatus uitspraken doet als ´de broekriem aanhalen´en ´eerst het zuur, dan het zoet.´
Op taalgebied is er veel te genieten met klinkende namen als Pimpernelleke, Bolle Boet of Vileine - overigens spelen ook Maarten, Joris of Karin belangrijke rollen- met een haas die zijn ontsteltenis laat horen in diverse creatieve uitroepen die lopen van ´potvolklaver´ tot ´potvolknolraap´ en een grappig gesprek vol taalverwarring tussen Olle en de trollen.

Bij een sprookjesboek horen mooie illustraties en daarvoor heeft Martijn van der Linden gezorgd. De illustraties krijgen volop de ruimte en zijn prachtig. We zien de trollenkoning op zijn takkentroon, een sierlijke kraanvogel of de dreigende schaduw van Mini de sluwe kat.
Grappig zijn ook de kleine tekeningen die goed geplaatst zijn in de tekst. Zo varen twee prinsen die een roeiwedstrijd houden dwars door de tekst, worden twee geliefden gescheiden door de letters en een kleine kabouter wenkt ons mee naar de volgende bladzijde.

De sprookjeskoningin is in alle opzichte een geslaagd sprookjesboek dat zijn plaats naast Grimm verdient. Eindelijk weer een voorleesboek dat vele generaties mee kan.

De sprookjeskoningin
Ad Grooten (tekst) en Martijn van der Linden (illustraties)


Ploegsma, 2015     € 24,99

Meer over sprookjes op kinderboekenpraatjes: