Lijst Home‎ > ‎

De wonderbril

Geplaatst 30 mrt. 2011 04:12 door susan *   [ 2 apr. 2011 03:01 bijgewerkt ]
Thea Dubelaar schrijft al 30 jaar voor kinderen allerlei soorten verhalen: fantasy, detectiveverhalen en verhalen over het ´echte´ leven. Haar laatste boek, De wonderbril, is een mengeling van fantasie en de pijn van het leven.

De opa van Sjuul is enkele maanden geleden overleden. Sjuul gaat op onderzoek uit in een oude schuur waar opa wel eens werkte en ze vindt opa´s oude bril. Als ze de bril opzet ziet ze wonderlijke dingen: haar vriendje Tim verandert in een kikker, haar moeder schiet letterlijk in bloei en in een ziekenhuis ziet Sjuul de patiënten opgelucht en gezond uit de ramen vliegen.
Sjuul wil de wonderbril best delen, al gelooft niet iedereen in zijn bijzondere eigenschappen.

Thea Dubelaar schrijft in korte zinnen die makkelijk weglezen. Ze verstaat de kunst om de jonge lezer genoeg woorden te geven om het verhaal te volgen, maar ze vult niet alles voor de lezer in.
Door een voorwerp verantwoordelijk te maken voor de fantasiebeelden, blijft voor de jonge lezer duidelijk wat ´echt´en wat ´niet echt´ is en het geeft de auteur de mogelijkheid op een indirecte manier veel te zeggen in weinig woorden.
In het verhaal zitten telkens kleine spanningsbogen: is er wel echt een geheime hut, is de bril wel van opa geweest en zal Tim ook iets door de wonderbril zien?
Wat mij verbaasde is dat er in het boek voor een storende spelfout is gekozen. Is het echt nodig om het woord ´shoppen´ voor het foutieve ´sjoppen´ te vervangen?

Het thema ´rouwverwerking´ komt ruimschoots aan de orde, zonder zwaar te worden. Sjuul vindt het moeilijk dat oma zolang verdrietig blijft ´vroeger was het altijd leuk als oma er was. Maar nu is het meestal treurig´. En opa is ´toch al heel lang dood´.
Een mooie scène uit het verhaal is als Sjuul, met hulp van de bril, een gesprek voert met haar overleden opa: ´Opa, ben je echt dood?´(…) Dood? zegt opa. ´Tja, ik denk wel dat ik dood ben. Maar niet helemaal. In jouw hoofd ben ik nog erg levend´. Sjuul vraagt of opa ook de hele dag moet huilen ´Als je dood bent zijn er geen dagen. En geen nachten. Er is geen tijd en geen verdriet. Alleen maar rust.´ en dan is de opa met wie ze spreekt ineens ´niet meer haar eigen lieve, levende opa

Sjuul geeft de bril aan het einde van het verhaal door aan haar vriendje Tim. Zijn vader gaat emigreren naar Australië. Die verhaallijn hangt er een beetje bij en ik vraag mij af hoe troostend de fantasie kan zijn als je vader een frisse nieuwe Australische troela boven jou verkiest.
Er zijn ook andere verhaallijnen die er bij gesleept worden en de kracht van het hoofdthema verzwakken. Zo wordt een gemankeerde versie van het Romeo en Julia verhaal verteld en de plotselinge opname in het ziekenhuis van oma is wel veel van het goede. Het verhaal heeft deze ingrepen niet nodig om de boodschap van gemis, verlies en angst voor verlies over te brengen.

De zwart/wit illustraties in het boek zijn van Jenny Bakker. Haar figuren hebben altijd opvallende ogen, groot en opmerkelijk in het gezicht geplaatst, je moet ervan houden.
Het is jammer dat de illustratrice niet in kleur kon werken, want haar kleurgebruik is vaak mooi. Gelukkig kunnen we dat op de kaft zien (helaas niet op de hier gebruikte afbeelding). De illustraties laten zowel de fantasiebeelden als de werkelijkheid zien en vullen soms de tekst aan. 
Storend is de illustratie waar opa op moet staan met de bewuste bril op zijn neus, maar er geen bril te zien is.

De wonderbril kan op ieder moment gelezen worden, maar zal een bijzondere lading krijgen als het rond het overlijden van een grootouder wordt (voor)gelezen. Het verhaal geeft mooie aangrijpingspunten om over gemis en verdriet te spreken, maar ook over voortleven en verder leven.

De wonderbril
Thea Dubelaar (tekst) Jenny Bakker (ill)
 
Holland, 2010     € 12,50