Lijst Home‎ > ‎

Er was eens een prins en die wou een prinses - Martine Bijl

Geplaatst 27 mrt. 2015 04:13 door susan *   [ 27 mrt. 2015 04:13 bijgewerkt ]

Martine Bijl heeft iets met sprookjes. Zesendertig jaar geleden schreef ze haar eerste sprookje (Elfje Twaalfje) en in 1974 maakte ze samen met Anton Pieck een sprookjesboek voor De Efteling. Daarin vertelt ze niet alleen in haar eigen woorden sprookjes na, ze schreef ook twee nieuwe sprookjes. Verder maakte ze samen met illustrator Eppo Doeve nog een aantal boeken met de sprookjes van Andersen.
Bijl is taalkundig gezien vooral bekend als vertaler/bewerker van oorspronkelijk Engelstalige televisieseries en musicals. Ze werd hiervoor diverse malen onderscheiden met de John Kraaijkamp Musical Award.

Als kinderboekenschrijfster kennen we haar voornamelijk van de reclame-uitgaven van de firma Douwe Egberts. Ze schreef voor hen een sinterklaasboek en twee sprookjesboeken. De zeven sprookjes uit Er was eens een prins en die wou een prinses zijn uit deze eerdere uitgaven geselecteerd en ongewijzigd overgenomen.
Bijl vertelt de sprookjes op rijm en gebruikt daarbij verschillende rijmschema´s. Het bekt over het algemeen lekker, ondanks de kunstgrepen die soms worden toegepast. Zo beginnen veel strofen met hetzelfde woord (´toen´, ´en´ ,´maar´,´zo´) en binnen het rijm wordt veelvuldig gebruik gemaakt van opvulwoorden om het ritme vast te houden. Daar staat tegenover dat er ook originele vondsten zijn die de lezer even doen glimlachen:´Dus gans het volk riep ‘Aaah!’ en ´Oooh!´/uit angst om dom te lijken, /maar ja...men zag de witte borst/en ook de billen van de vorst.../Men dorst haast niet te kijken./ En bovendien - nou ja, vooruit.../het zag er ook niet lekker uit./ '
Bijl volgt de verhaallijnen van de sprookjes en voegt daar soms een eigentijds zijstapje aan toe. Zo vieren de zeven geitjes jaarlijks Geitjes-Bevrijdingsdag en overweegt de domme keizer de republiek uit te roepen.
De berijmde sprookjes zijn geen vervanging van het sprookjesboek. De vorm dwingt tot het indikken van het verhaal en daarmee gaat een deel van de unieke sprookjessfeer met zijn herhalingen verloren.

In deze heruitgave zijn ook de kostelijke tekeningen van Noëlle Smit opgenomen. Zij komen in de doordachte vormgeving van het boek goed tot hun recht. Smit is origineel in haar keuzes. Neem bijvoorbeeld de prins uit het titelverhaal die van Parijs, via Kollumerzwaag, tot in China op zoek is naar een geschikte prinses. Hij is afgebeeld zittend op een paard (dat rustig staat te eten) met een telescoop voor het oog, terwijl paard en prins onder een luchtballon hangen. Smit is ook sterk in het weergeven van emoties, bijvoorbeeld tijdens het diner waar de kikker aanzit en het dier zich gelukkig mag prijzen dat blikken niet kunnen doden. Heel anders is de sfeer op de illustratie waar de kikker in zijn vijver naar boven kijkt en de silhouetten ziet van de prinsesjes die daar met de gouden bal spelen. Hier voert het prachtige kleurgebruik van Smit de boventoon.
Noëlle Smits speelse beweeglijke stijl, haar verrassende perspectiefkeuzes en de vaak grappige details passen goed bij de tekst, die ook beweeglijk en vol onverwachte wendingen zit. Het is een goed koppel, Bijl en Smit. Het smaakt naar meer.

Er was eens een prins en die wou een prinses
Martine Bijl (tekst)  & Noëlle Smit (ill)

Gottmer, 2015     € 14,95