Lijst Home‎ > ‎

Ik en de Rovers - Siri Kolu

Geplaatst 16 feb. 2012 02:46 door susan *
De eerste zin in Ik en de Rovers zet de toon: ´Ik werd in de tweede week van juni ontvoerd. Maar goed ook, het dreigde toch al een beroerde zomer te worden.´ Tienjarige Roos is met haar keurige ouders en haar altijd pestende grote zus in de auto op weg naar oma als de familie Rover toeslaat: een roversbusje steekt zijn roversvlag uit, moeder Hilda neemt stijlvol de bocht en zet het busje dwars op de weg, ze telt af en vader Razende Karel met zijn boezemvriend Gouwe Piet slaan toe. Samen met een zak snoep wordt Roos van de achterbank geplukt en meegenomen.
In het busje wordt met gemengde gevoelens op de ontvoering gereageerd. Razende Karel verdedigt zijn actie als een oefening in instinctief handelen en bovendien kunnen de kinderen, negenjarige Carlo en de twaalf jarige dochter Alex, wel een vriendinnetje gebruiken. Aangezien Razende Karel de baas is, schikt de familie Rover zich in zijn besluit en gaan over tot de orde van de dag. Losgeld gaan de Rovers niet vragen, geld is voor hen een stapel ´muizenscheten´ waar ze niets om geven, ze stelen uitsluitend wat ze nodig hebben: veel snoep, vlees, mosterd en barbiepoppen. Roos mag ook niet weg, want ´een gekidnapte persoon´ zal zeker indruk maken op het jaarlijkse Zomerfestival voor Rovers.
Roos wordt als vanzelfsprekend in de familie opgenomen en al snel heeft ze het naar haar zin. De Rovers weten wat lekker eten is, ze malen niet om een vaste dagindeling, de snelwegstruikroverij is spannend en Roos heeft goede ideeën, ze pleegt zelfs een meestermisdaad. Aan het einde van de zomer gaat Roos terug naar huis, maar met de belofte op zak dat de Rovers haar op 1 juni volgend jaar opnieuw zullen ontvoeren.

Over de Finse schrijfster Siri Kolu (1972) is weinig bekend. Ze is een dramalerares en ze won met Ik en de Rovers een Finse boekenprijs. Het boek werd door de jury geprezen voor het creatieve gebruik van nieuwe woorden en uitdrukkingen. Wat hiervan in de vertaling overeind blijft is moeilijk te beoordelen. Het boek leest als een spannend avonturenverhaal met een licht absurdistische toets. De hoofdstukken worden op ouderwetse wijze aangekondigd: ´Hoofdstuk 3 Waarin we een fatsoenlijke roversboterham leren smeren´ of ´Hoofdstuk 12 Waarin ruzie wordt gemaakt´. De karakters van de familie Rover lijken in eerste instantie karikaturaal: de woeste leider die soms net een kind is, de stoere roversvrouw, de zoon die niet aan de verwachtingen voldoet en de norse dwarse puberdochter. In de loop van het verhaal blijkt het allemaal niet zo zwart/wit te zijn en Roos stijgt boven zichzelf uit, niet in de laatste plaatst omdat de Rovers warme eerlijke mensen zijn.

De moraal van het verhaal is in dit boek niet eenvoudig te vinden. Aan de Robin Hoodachtige wijze van roven wordt niet zwaar getild, de Rovers gaan prat op hun vakmanschap en het gaat hen niet om geld, dat gooien ze letterlijk de deur uit. Ook de minder leuke kanten van het roversleven komen aan de orde: moeder Rover wil wel eens ergens anders slapen dan in de auto, Carlo wil naar school en de winters zijn lang, koud en saai. Roos helpt die schaduwzijde van het roven op te lossen en dat doet ze omdat ze van de familie Rovers is gaan houden en zij van haar. Ik en de Rovers is geen aanklacht tegen de kleine criminaliteit, het is wel een pleidooi om met respect en liefde met elkaar om te gaan.

Ik en de Rovers
Siri Kolu
 
Gottmer, 2011     €14,95