Lijst Home‎ > ‎

Kleine Struis - Kim Crabeels en Marije Tolman

Geplaatst 9 apr. 2018 03:36 door susan *   [ 9 apr. 2018 03:41 bijgewerkt ]

De Vlaamse schrijfster Kim Crabeels maakt samen met illustratrice Marije Tolman de serie Superdieren. Het is een serie met een doelstelling, namelijk ‘persoonlijke ontwikkeling aan de hand van voorleesverhalen’. Het eerste deel, Flamingo, verscheen in 2016 en had als thema veerkracht. In Kleine Struis draait het om bang zijn.

‘Kleine Struis is wat je noemt een watje.
Van zijn soort worden kussenvulsels gemaakt,
donzige pluimbezems die het stof wegaaien,
fantasietjes op een tuttige hoed.’


Kleine Struis steekt daarom zijn kop in het zand, want ‘een halslengte onder de grond voelt haast net zo veilig als vroeger in het ei.’ Een aantal dieren komt vragen wanneer hij weer naar boven komt. Daarvoor moeten ze wel moeite doen, want alleen ondergronds kunnen ze de kleine struisvogel aanspreken. Aardvarken wroet met zijn lange snuit een gat en ook Oehoe steekt zijn kop in de grond. Mestkever benadert Kleine Struis ondergronds. Aardvarken waarschuwt dat de echte griezels diep in de duisternis verscholen zitten en Mestkever verzucht dat het bovengronds ‘Ontzettend. Dikke. KAK!’ is, wat Kleine Struis niet opvat als een aanmoediging om zijn kop omhoog te trekken.
    Een charmant struisvogelmeisje weet Kleine Struis uiteindelijk zover te krijgen dat hij zijn kop uit het zand haalt. De wereld blijkt dan een stuk lichter en leuker dan gedacht.

Kim Crabeels kiest mooie woorden, vol met associaties en taalspel. Bovenstaand citaat zullen jonge kinderen misschien niet helemaal begrijpen, wat weten zij nou over het gebruik van struisvogelveren, maar voor het begrip van het verhaal is dat niet zo belangrijk. Dat Kleine Struis zich veiliger voelde in zijn ei zullen ze zeker begrijpen. Ook het taalspel van Crabeels zal voor sommige lezers een uitdaging zijn, maar gelukkig worden ze geholpen door de illustraties. Zo zien we in het begin van het verhaal Kleine Struis in totale duisternis in een eivormige witte uitsparing. Het is duidelijke dat de buitenwereld niet aantrekkelijk voor hem is. De sfeer van de tekening onderstreept de woorden uit de tekst ‘De savanne is een enge plek voor een zacht eitje als hij.’ Taalgevoelige kinderen zullen zeker genieten van de woordgrapjes, bijvoorbeeld als Kleine Struis zich afvraagt of de gieren om hem moeten gieren.
    De bloemrijke tekst past goed bij de illustraties van Marije Tolman. Ook zij associeert en speelt met taal, in haar geval beeldtaal. Tolman leeft zich uit in de tekeningen en houdt zich daarbij niet aan de wetten van de natuur. Dat levert veel kijkplezier op. We zien bijvoorbeeld de uil met zijn voeten omhoog en zijn kop ondergronds in gesprek met Kleine Struis, we zien een rijk ondergronds leven met torren en andere rare snuiters, we zien een torachtig wezen dat duidelijk iets heeft met lieveheersbeestjes, we zien feestende hyena’s, een egel op de fiets met de maan achterop, een olifant die snel wc-papier nodig heeft en we zien twee struisvogels die vliegen van geluk.
    Met de achtergrondkleuren benadrukt Tolman de stemming. Zo blijft het rond Kleine Struis lang leeg en duister, terwijl het bovengronds zonnig geel is. Het samenspel van tekst en beeld is boeiend en uitdagend. Dit boek zal niet snel vervelen.

Kleine Struis is een mooi en veelzijdig voorleesboek. De tekst is beeldend, rijk aan woordspelingen en leest fijn voor. De originele illustraties van Tolman die vol verrassende elementen zitten passen daar goed bij.

Kleine Struis
Kim Crabeels (tekst) en Marije Tolman (illustraties)

 Lannoo, 2018     €16,99