Lijst Home‎ > ‎

Knikkeruil - Maranke Rinck & Martijn van de Linden

Geplaatst 6 okt. 2017 03:32 door susan *   [ 6 okt. 2017 03:36 bijgewerkt ]

Knikkeruil is het prentenboek van de Kinderboekenweek 2017 en werd geschreven door Maranke Rinck en geïllustreerd door Martijn van der Linden. Knikkeruil is het derde prentenboek van dit echtpaar dat om een spel draait. Na Memorykonijn en Tangramkat (dat werd bekroond met de Gouden Penseel en een Zilveren Griffel) is er nu Knikkeruil waarin het draait om knikkers en knikkeren.

‘De nieuwe knikker is een Uil en iedereen komt naar hem kijken.
En iedereen is blij!
Een Uiltje hadden ze nog niet.’

De andere knikkers vertellen Uil hun naam. Het zijn namen die goed bij hen passen, dat kunnen we op de tekeningen zien. ‘Wil je met ons meedoen?’ vragen een paar knikkers aan Uil. Dat wil Uil wel maar... dan verschijnen er ineens monsters. De knikkers maken dat ze wegkomen. Uil heeft grote moeite om met de andere knikkers mee te komen, maar ze laten hem niet in de steek. Na een spannende tocht vinden de knikkers eindelijk een poortje waar ze allemaal doorheen kunnen. Achter het poortje zijn ze veilig want daar is geen monster te zien. Eindelijk kunnen ze gaan spelen.

Uil en zijn vrienden zijn mooi uitgevoerde knikkers met namen die hun uiterlijk eer aan doen. Zo heeft Zebra heeft een zebrapatroon, Piraatje een ooglap en uit Milkshake steekt een rietje. De lezer kan de knikkers van alle kanten zien. Ze staan namelijk overzichtelijk geordend en met hun naam op de binnenkaft. Aan de voorkant van het boek laten ze hun achterkant zien en als het verhaal is afgelopen zien we ze nogmaals, nu met hun gezicht naar de lezer. Tijdens het avontuur komen de knikkers tot leven en is bijvoorbeeld te zien dat Kikker springt, Flamingo lange benen heeft en Spikkel het liefst rolt.
Zoals we gewend zijn van Rinck en Van der Linden versterken tekst en beeld elkaar en zijn ze eigenlijk niet te scheiden. Zo ziet de lezer dat er niet genoeg ruimte is voor de knikkers boven op de knikkerbaan, Zeeleeuw rolt al bijna naar beneden en Uil moet er nog bij. Met de woorden ‘Niet duwen. Niet dringen. Niet persen. Niet porren.’ verhoogt de tekst de spanning. Ook als het Uil maar niet lukt in de knikkerpot te rollen ondersteunt de tekst zijn pogingen: ‘Hup Uil. Proberen is leren. Recht vooruit, zo gaat-ie goed, Uil! Schiet wel op, straks komen de monsters...’ Maar het lukt Uil niet om over de rand te komen: ‘het is een moeilijk potje.’
Uil kan niet goed meekomen, maar de ander knikkers vinden dat niet erg. Ze moedigen Uil aan en helpen hem. Het geeft het verhaal een fijne positieve sfeer, ondanks de spanning van de achtervolging. Overigens zijn de monsters waar ze voor op de vlucht slaan niet zo heel eng, ze zien er weliswaar bizar uit, maar ze lachen en zwaaien de lezer vriendelijk toe.
De vormgeving van het boek (verzorgd door Marc Suvaal en Martijn van der Linden) is prachtig. Er is veel wit op de bladzijden en de tekstblokken zijn zorgvuldig geplaatst. Het geheel nodigt uit om goed naar de plaatjes te kijken en alle details daarin te ontdekken, van de goed getroffen gelaatsuitdrukkingen tot een bekende naam op de jodelbaan. En er is een extraatje: van het boek kan een knikkerpot gemaakt worden.

Knikkeruil is een prachtig prentenboek met een fijne voorleestekst en mooie originele illustraties die kinderen zeker zullen aanspreken.

Knikkeruil
Maranke Rinck (tekst) en Martijn van der Linden (illustraties) 

CPNB, 2017     €6,95