Lijst Home‎ > ‎

Tijgerlezen

Geplaatst 7 nov. 2016 03:27 door susan *   [ 8 nov. 2016 06:48 bijgewerkt ]



Wie in Nederland leert lezen wordt ferm bij de hand genomen door goedgekeurde methodes. Het leesproces is keurig ingedeeld in fasen waar het oefenmateriaal (de AVI-boeken) op aansluit. Auteurs die AVI-boeken schrijven moeten voldoen aan strenge technische richtlijnen, bijvoorbeeld over de moeilijkheidsgraad van de woorden en de lengte van de zinnen. Een aantal grote educatieve uitgeverijen geeft ook inhoudelijke richtlijnen. Zo mag er niet geschreven worden over onderwerpen die slecht kunnen vallen bij delen van de bevolking vanwege hun religieuze overtuiging. Verhalen over tovenaars, dinosauriërs, weerwolven of varkens worden bijvoorbeeld geweerd. Deze beperkingen maken het moeilijk een prettig leesbaar boek te schrijven en de kritiek op de strenge AVI-normering groeit. De gekunstelde teksten doen afbreuk aan het leesplezier en bovendien gaan er steeds meer stemmen op dat vlot geschreven teksten met een natuurlijk gebruik van verbindingswoorden de beginnende lezer zowel technisch als inhoudelijk meer te bieden hebben.

De serie Tijgerlezen van uitgeverij Querido lapt de AVI-regels aan de laars. Er zijn geen beperkende regels ten aanzien van woordgebruik of de lengte van de zinnen. Wel wordt er rekening gehouden met de beginnende lezer. De tekst wordt overzichtelijk aangeboden, er zijn veel ondersteunende illustraties en er worden geen moeilijke woorden of lange zinnen gebruikt. De teksten van de Tijgerleesboeken moeten soepel lopen en om dat te toetsen moet een Tijgerboek (ook) altijd geschikt zijn als voorleesboek.
Het uitgangspunt van de serie is dat kinderen die met plezier lezen dat ook vaker zullen doen en zo aan hun ´leeskilometers´ komen. Met andere woorden, het leren lezen wordt hier niet aangestuurd vanuit een technisch stappenplan, maar door leesplezier. De serie is bedoeld voor kinderen tussen 5-9 jaar.

 
                    
     
De eerste Tijgerlezenserie bestaat uit zes boeken. Ze zijn heel divers. Wij zijn tijgers van Edward van de Vendel met illustraties van Ingrid en Dieter Schubert is een prentenboek met een paar regels soepel lopende tekst vol met speelse herhalingen. Het verhaal gaat over drie kleine dieren die besluiten dat ze eigenlijk tijgers zijn, supertijgers zelfs. Tot ze een echte tijger tegenkomen. 
Van de Vendel en de Schuberts zijn niet de enige bekende namen binnen de serie. Van Annie M.G. Schmidt is het verhaal Hoog en laag opnieuw uitgegeven. Ze schreef het in de jaren zeventig voor de leesboekjesserie Waaidorp. Het gaat over Kees en Jelle. De een woont hoog, de ander laag. Ze zijn beide niet tevreden en besluiten daarom te ruilen. Schmidt vertelt het verhaal in korte zinnen en in eenvoudige woorden. De tekst leest prettig, mede omdat Schmidt veel verbindingswoorden gebruikt. De oorspronkelijke boeken werden door Mance Post geïllustreerd. In deze nieuwe uitgave zijn de illustraties van Annet Schaap. In een losse stijl en origineel kleurgebruik zet ze twee eigentijdse jongens neer met moderne moeders. 
Ook griffelwinnaar Simon van der Geest schreef een verhaal: Wie is er bang voor de voetbalzombies? Een spannend verhaal waarin Ramon zombies oproept om een belangrijke voetbalwedstrijd te winnen. Van der Geest weet spanning, humor en het beschrijven van tegenstrijdige gevoelens heel goed te combineren. De tekst bestaat uit korte zinnen en eenvoudige woorden en werd geïllustreerd door Elly Hees. 

                    

Ook buitenlandse auteurs van naam zijn opgenomen in de serie. Bijvoorbeeld de Zweedse schrijver Ulf Stark. Hij schrijft in Hoe ik een weerwolf werd over de broers Ulf en Jonas waarin de oudere broer zijn jongere broer de stuipen op het lijf jaagt met verhalen over weerwolven. Natuurlijk verzint hij ze maar, of misschien ook wel niet. Een spannend verhaal met grappige illustraties van Lars Deltrap. Het boek werd vertaald door Edward van de Vendel.
De veel bekroonde Amerikaanse schrijfster Kate DiCamillo schreef een grappig verhaal over een varkentje dat bij meneer en mevrouw Bolhuis woont en daar erg verwend wordt. Op een nacht zakt het bed waar het drietal in slaapt door het plafond. Varkentje Bobbi kan ontsnappen en de Bolhuizen vertrouwen erop dat hij hulp gaat halen. Maar Bobbi heeft meer belangstelling voor eten. Omdat Bobbi heel anders tegen de situatie aankijkt dan de mensen in het verhaal ontstaan er grappige tegenstellingen die DiCamillo tot de laatste bladzijde uitbuit. Bobbi Bolhuis redder in nood werd geïllustreerd door Loes Riphagen en vertaald door Esther Ottens. 
Tot slot vertaalde Edward van de Vendel een boek van de Amerikaanse schrijfster Abby Hanlon: Sammie de fantastische. Sammie is een meisje met veel fantasie. Op een dag vertelt 
Sammie´s grote zus Violet dat een zekere mevrouw Kakenkraker naar haar op zoek is, een dame van vijfhonderdzeven jaar oud en met hele scherpe tanden. Heeft Violet gelijk?
Het verhaal speelt met het thema waar/niet waar en daagt de lezer uit daar in mee te gaan, al weet de lezer heus wel dat Sammie niet echt gevaar loopt. Hoewel, echt zeker weten doe je dat natuurlijk niet want in een verhaal kan immers alles. Het boek heeft een populaire vormgeving met veel illustraties die een deel van het verhaal vertellen.

De eerste zes boeken uit de serie zijn veelbelovend en maken de belofte waar; de boeken zijn spannend en/of grappig, ze lezen lekker weg en zien er prachtig uit. Op de www.tijgerlezen.nl staat meer informatie over de serie. Daar zijn ook de onvermijdelijke lessuggesties te vinden (als die het gelukkige lezen maar niet in de weg staan) en leuke filmpjes over de boeken.