Lijst Annie

Dries en de weerwolf - Annie M.G.Schmidt

Geplaatst 20 mei 2016 03:42 door susan *   [ 20 mei 2016 03:42 bijgewerkt ]


Annie M.G.Schmidt overleed twintig jaar geleden, maar haar boeken zijn nog altijd populair, mede omdat haar uitgever Querido jaarlijks extra aandacht voor haar werk vraagt in de Annie M.G Schmidt-week. Ook houdt de uitgeverij haar werk levend door het regelmatig van nieuwe illustraties te laten voorzien. Dit jaar is Schmidts eerste boek Abeltje voor het eerst uitgebracht met illustraties van Philip Hopman, die daarmee in de voetsporen treedt van Wim Bijmoer en Thé Tjong-Khing. 
In de Annie M.G.Schmidt-week verschijnt er ook altijd een prentenboekje in oblongformaat met een van Schmidts verhalen of gedichten. Dit jaar is dat het verhaal Dries en de weerwolf. Volgens de uitgever schreef Schmidt het in al 1948. Het verhaal was opgenomen in de bloemlezing Het beest met de achternaam (1968) en heette toen Dries versloeg de weerwolf. Wim Bijmoer maakte er een zwart-wit illustratie bij. 

Het verhaal gaat over een weerwolf ´groot en verschrikkelijk´ met ogen die vuur sproeien, een tong met karteltjes en lange scherpe tanden. Regelmatig komt hij dreigend de berg af, bonst met zijn poten tegen ramen en deuren en eet geiten en konijnen op. Als hij op een dag de oude overgrootmoeder van de gemeentesecretaris opvreet wordt er ingegrepen: een grote groep sterke mannen trekt naar het hol van de Weerwolf met ´zeisen en bijlen en houwelen en spiesen en sabels en messen en broodzagen´. De missie wordt echter een jammerlijke mislukking. 
De kleine Dries wil zich daar niet bij neerleggen:´moet die lelijke Weerwolf nu weer onze geiten en overgrootmoeders gaan opeten?´ Hij sluipt stiekem weg om voor altijd met de Weerwolf af te rekenen. 

Het valt op hoe levendig Schmidts taal nog altijd is. Haar opsommingen zijn grappig, haar omschrijvingen van de Weerwolf laat de lezers sidderen en ook haar milde humor ontbreekt niet. Zo sluit de gemeentesecretaris zich aan bij de groep dappere mannen, maar hij loopt wel achteraan´want hij is een voorzichtig man.´ Als de groep wegvlucht loopt hij vooraan, al beweert hij bij terugkomst dat hij wel in zijn eentje verder had gedurfd (`maar dat was niet zo´ vertrouwt Schmidt de lezer toe). Dat uiteindelijk de kleine Dries de Weerwolf verslaat, met een stukje klapkauwgom, zullen ook de kinderen van nu weten te waarderen. 
Er zijn kleine veranderingen in de oorspronkelijke tekst aangebracht, zo zijn een aantal woorden vervangen. Gruwzaam wordt bijvoorbeeld gruwelijk en de gemeentesecretaris is niet langer behoedzaam, maar voorzichtig. Ook is er niet langer sprake van ´blijdschap in het dorp´, maar ´alle mensen in het dorp waren dolblij´. 

Illustrator Martijn van der Linden krijgt in het boek alle ruimte. Blauwgrijstinten overheersen, want het verhaal speelt zich af in het Muiskleurig Gebergte. De Weerwolf is direct herkenbaar als wolf met zijn grote bek, zijn gele klauwen en zijn scherpe tanden. Van der Linden heeft hem een grof streepjespatroon gegeven. De mensen in het dorp hebben karakteristieke koppen met bijpassende hoofddeksels. De kordate Dries maakt indruk als hij vastberaden op de erg grote weerwolf afloopt. Natuurlijk laat Van der Linden ook duidelijk zien hoe de Weerwolf verstrikt raakt in de klapkauwgom. 

Dries en de weerwolf 
Annie M.G.Schmidt (tekst) en Martijn van der Linden (illustraties) 


Querido, 2016     € 9,99 



Ander boeken van Annie M.G. Schmidt op kinderboekenpraatjes vind je hier.

Een vijver vol inkt - Annie M.G. Schmidt

Geplaatst 19 sep. 2012 02:34 door susan *   [ 13 mei 2015 02:58 bijgewerkt door info lawaaisites ]


Op 26 september krijgt Sieb Posthuma een Zilveren Penseel, of misschien wel een gouden, voor zijn illustraties in het boek Een vijver vol inkt. Een boek gevuld met versjes van Annie M.G. Schmidt. Het is niet niks als je gevraagd wordt in de voetsporen van Wim Bijmoer en Fiep Westendorp te treden. Hun werk staat immers in het collectieve geheugen gegrift: de spin Sebastiaan, Dikkertje Dap, de rovers die de maan stelen en de heks van Sier-kon-fleks. Iedere illustrator die zich waagt aan verstoring van deze zekerheden loopt het risico dat de generatie die met deze beelden opgroeide hem zal verwijten wat aan te rotzooien met zijn jeugd. 
Sieb Posthuma was vereerd met het verzoek en besloot er in alle rust aan te werken. Hij trok zich terug in Zweden, probeerde het werk van zijn voorgangers te vergeten en ging aan de slag. 

Een vijver vol inkt bevat 28 versjes van Annie Schmidt. Daar zijn bekende versjes bij zoals Drie ouwe ottertjesHet fluitketeltjeDe mislukte fee en De lapjeskat en er zijn ook wat minder bekende versjes zoals De tijd van elfjes is voorbij en Tante To. De tekenstijl van Posthuma past goed bij het werk van Annie Schmidt: het is kleurig, grappig en losjes.
Het fluitketeltje dat maar blijft fluiten staat in haar netkousen te dansen op het fornuis en het leven in de eikenboom uit Laren wordt breed uitgemeten en vult twee bladzijden. In de bek van krokodil Petijn zien we de nare mensen die op visite komen verdwijnen, de huisgenoten kijken gelaten toe, eentje zwaait er nog even. Het kleurgebruik van Posthuma voegt een dimensie toe, bijvoorbeeld het rood/oranje bij het versje over een kameeltje dat het leven van een koningin ontregelt. Het rood weerspiegelt de warme landen waar kamelen leven, de warmte die de koning voor het kameeltje voelt en de woede van zijn eega die op het tweede plan komt. 
De illustraties krijgen ruim baan, bij enkele versjes zijn er zelfs twee bladzijden beschikbaar. Zo zien we het mislukte feetje in bad bij haar moeder. De stemming is somber ondanks de zachte pastelkleuren en de vrolijke bloemen die ontsnapt zijn aan de jaren zeventig. Hoe anders ziet de volgende bladzijde er uit. Het mislukte feetje, inmiddels een Spree, zit op een troon en iedereen buigt voor haar in een koninklijk blauwgekleurde entourage. 

Het is jammer dat voor de kaft van de bloemlezing zo´n donkere illustratie is gekozen. Weliswaar heel passend bij de titel, Een vijver vol inkt, maar niet passend bij de lichtheid van het werk van Schmidt en Posthuma. 
Sieb Posthuma treedt met dit boek toe tot een illuster gezelschap dat eerder de kans kreeg dit hoogtepunt uit het oeuvre van Annie Schmidt te mogen illustreren. Fiep, Wim, Carl, Jenny, Mance en Peter zullen hem welkom heten. 

Een vijver vol inkt 
Annie M.G.Schmidt (tekst) en Sieb Posthuma (ill) 

Querido, 2011     € 14,95

Ibbeltje - Annie M.G. Schmidt

Geplaatst 15 sep. 2011 02:19 door susan *   [ 13 mei 2012 03:36 bijgewerkt ]

Ibbeltje is een meisje van een jaar of tien met een bijzondere moeder, haar moeder is vroeger een kat geweest ´een dikke rooie kat´. Samen met haar vader en de katten Rosencrantz en Guildenstern (deze namen delen ze met personages uit Shakespeare´s Hamlet) vormen ze het gezin Verharen. De bijzondere afkomst van moeder brengt met zich mee dat ze nogal wat katse eigenschappen heeft en dat ze kattentaal verstaat. Dat laatste komt goed uit, vooral als de familie het weer eens aan de stok heeft met de zure meneer Pinkepank. Met behulp van de katten worden veel problemen opgelost: de katten vertellen waar weggeraakte voorwerpen zijn, ze kunnen waarschuwen als Pinkepank weer een boosaardig plan beraamt en ze gaan tot actie over als dat nodig is, bijvoorbeeld door een muizenvangstaking te organiseren.
Het verhaal heeft ook een magisch tintje, Ibbeltjes moeder was ooit de kat van een heks. De vader van Ibbeltje mocht destijds niet alleen de kat van de heks meenemen, die al snel in zijn vrouw veranderde, maar ook een toverparapluutje. Dat parapluutje zorgt voor vele verrassingen. Het verhaal wordt spannend als de heks zelf verschijnt en haar kat terug eist.

Een vrouw die vroeger een kat was, dat zal menig Annie Schmidt liefhebber bekend in de oren klinken, immers in het succesvolle boek Minoes wordt eenzelfde uitgangspunt genomen. Toch zijn de verhalen over Ibbeltje ouder. Ze werden in opdracht van chocoladefabriek Venz geschreven en uitgezonden als ´muzikaal hoorspel´ in 1962-63. De verhaaltjes verschenen ook als feuilleton in De Televizier met zwart/wit illustraties van Fiep Westendorp. Pas in 1996 verschijnen de verhaaltjes in boekvorm. In samenwerking met Tine van Buul en Reinold Kuipers worden kleine correcties in de tekst aangebracht, ouderwetse uitdrukkingen worden gemoderniseerd: trottoir wordt stoep en buur wordt buurvrouw. Eén verhaaltje, ´in Afrika´, is geschrapt.
In 1993 was de tekst rond, maar het boek bleef nog drie jaar liggen. Het wachten was op een nieuwe omslagtekening die Fiep Westendorp niet direct kon maken wegens persoonlijke omstandigheden. Westendorp was overigens niet zo enthousiast over deze heruitgave, maar omdat Schmidt het graag wilde werkte ze toch mee. Volgens Annie Schmidt biograaf Joke Linders is dit de gang van zaken geweest rond de heruitgave, maar ook andere verhalen doen de ronde, namelijk dat Schmidt de heruitgave van Ibbeltje lang heeft tegengehouden omdat er sprake zou zijn van ´zelfplagiaat´ en ze de voorkeur zou geven aan het beter gelukte Minoes.
Ibbeltje laat zich maar ten dele met Minoes vergelijken. Minoes is een lang verhaal, met een echt plot. Ibbeltje zijn korte verhalen met een eenvoudig plot, Ibbeltje is daarom meer geschikt voor een jonger publiek.
De hoorspelachtergrond van Ibbeltje is merkbaar, zo is een deel van de liedjes in de tekst opgenomen, als cursief gedrukte intermezzo’s. De verhalen hebben vaak eenzelfde opbouw: er doet zich een probleem voor en met hulp van de katten wordt het opgelost. Toch gaat dit herhalende stramien niet vervelen, het geweldige vakmanschap van Annie Schmidt voorkomt dat. De ruimschoots aanwezige dialogen lopen goed en zijn vaak grappig. Ook de inhoud van de verhaaltjes is onderhoudend en soms zelfs spannend, bijvoorbeeld als meneer Pinkepank de toverparaplu in handen heeft en de familie overal naar toe kan toveren.

Voor de heruitgave tekenende Fiep Westendorp een nieuwe omslag in kleur. Het boek verscheen na Annie´s dood en de omslag waarop de familie Verharen rond de schouw is afgebeeld met moeder op het haardkleedje, was een hommage aan haar overleden vriendin met haar grote liefde voor katten. De oorspronkelijke zwart/wit illustraties kregen blauwe accenten.
In 2012 verschijnt een nieuwe druk van het boek. De oorspronkelijke omslagillustratie is vervangen door een een andere tekening, de opmaak is verbeterd en de steunkleur is nu rood in plaatst van blauw.

Het oorspronkelijke hoorspel is als luisterboek verkrijgbaar met onder andere de stemmen van Hetty Blok als  moeder Verharen en Joop Doderer als de vader van Ibbeltje. De muziek is van Cor Lemaire. Hier is een link naar een fragment.

Ibbeltje
Annie M.G. Schmidt

Querido, 2012     € 14,95
Luisterboek Rubinstein, 2007     € 19,95
 

Otje

Geplaatst 17 aug. 2011 05:55 door susan *   [ 17 aug. 2011 05:56 bijgewerkt ]

De maand augustus is in het feestjaar voor Otje.
Weekblad Margriet en haar uitgever wilde graag dat Annie Schmidt na het succesvolle verhaal over Pluk opnieuw een kinderboek zou schrijven, maar het wilde niet erg vlotte. Privé maakte Annie een moeilijke tijd door, haar man was ernstig ziek, en ze liet haar uitgevers weten dat het kinderboek dat ze onder handen had niet opschoot. In 1975 schreef ze zelfs dat ze beter opnieuw kon beginnen omdat het zo slecht was, in 1977 zag het er niet veel beter uit: ´de toon is voor kinderen van een jaar of twaalf, maar het verhaal is sprookjesachtig, met toverstafjes en zo´.
Met hulp van Fiep Westendorp kreeg Annie uiteindelijk grip op het verhaal en verscheen in maart 1979 de eerste aflevering van het feuilleton Otje in Margriet. In 1980 werd het boek uitgegeven en 1981 kreeg Annie er de gouden griffel voor.

Otje wordt vaak aangeduid als de vrouwelijke tegenhanger van Pluk. Ook zij is een vrije meid die goed voor zichzelf kan zorgen en daarnaast over haar vader, kok Tos, waakt. Tos is zijn papieren in de bureaucratie kwijt geraakt en heeft daardoor problemen met het vinden van een vaste baan. Als hij werk heeft krijgt hij maar weinig betaalt en moet hij zijn werkgever vooral niet kwaad maken. Tos is echter een man met een kort lontje en als Otje niet op tijd ingrijpt is een driftbui met al zijn gevolgen snel geboren.
Tos en Otje kunnen met dieren spreken. Dat brengt ze in de problemen als ze vogels en muizen willen redden, maar het spreken van dierentaal helpt wel weer om plichtgetrouwe politiehonden over te halen een oogje dicht te knijpen.
Otje en haar vader proberen al reizend aan de kost te komen. Met hen mee reizen twee kibbelende muizen die de wijde wereld willen zien.
Het valt niet mee voor Tos en Otje zonder papieren de eindjes aan elkaar te knopen. Uiteindelijk komt natuurlijk alles goed en vinden Tos en Otje hun plekje én krijgt Tos zijn papieren terug.

Otje weerspiegelt Annie´s kijk op de wereld: haar afschuw van burgerlijkheid, hypocrisie en autoriteiten deelt ze met haar hoofdpersonage Tos.
Otje kun je zien als een satire op dom gedrag van ´grote mensen´ en dat is zowel de kracht als de zwakte van het boek. Het is altijd leuk voor jonge lezers als volwassenen rare dingen doen waarvan het kind wel weet dat het zo niet hoort, Tos is daar een meester in. Maar het gevecht tegen de bureaucratie en het moeilijk te begrijpen feit dat Tos ´zijn papieren´ kwijt is, is lastig. Net als de vogels in het verhaal, die voor Tos overal papiertjes stelen, lijkt het zo´n simpel probleem.

Fiep Westendorp heeft bij het verhaal weer prachtige illustraties gemaakt. Ze laat Tos zien als een dikke kok, in vol ornaat met zijn koksmuts op en bestek bij zich. Otje oogt eigenwijs, altijd gekleed in broek met shirt, tenzij goedwillende tantes haar in een jurk hijsen en het is duidelijk geen gezicht, jurken horen niet bij Otje.
Fiep heeft zich uitgeleefd in het afbeelden van vogels, een onderwerp dat ze graag tekende. In allerlei variaties vliegen ze door het boek.
De illustraties laten weer zien hoe meesterlijk Fiep Westendorp stemmingen uit kan drukken in gelaatsuitdrukkingen en in lichaamshouding. Een heerlijk voorbeeld daarvan is de illustratie waar een bijna blote Otje en Tos met de armen over elkaar afwachtend bloot zitten te zijn in de wassette. Ze ogen niet helemaal ontspannen, want er zou wel eens iemand binnen kunnen komen terwijl zij illegaal hun wasje draaien.

Otje is sinds 1980 altijd in druk geweest en het boek is in verschillende talen vertaald, onder andere in het Spaans (Oti y papá Gastón) en Servisch (Oce i njen tata Tos). Er verscheen een kookboek met recepten van de gerechten die Tos maakt, er was een televisieserie en er is natuurlijk een luisterboek met Flip van Duijn als voorlezer.

Otje
Annie M.G.Schmidt (tekst) en Fipe Westendorp (ill)
 
Querido, 2006     € 13,95 (jubileum uitgave)
 

Abeltje en De A van Abeltje

Geplaatst 17 jul. 2011 04:05 door susan *   [ 13 mei 2015 01:33 bijgewerkt ]

Juni en juli zijn tijdens dit feestjaar voor Annie M.G.Schmidt de Abeltjemaanden.
Abeltje was het eerste prozakinderboek dat Schmidt uitbracht. Oorspronkelijk was het als hoorspel voor de radio geschreven, het boek kwam in 1953 uit met illustraties van Wim Bijmoer. Het boek was een groot succes en kreeg in 1955 een vervolg: De A van Abeltje, eveneens door Wim Bijmoer geïllustreerd.
Vanaf de 15e druk (1980) worden beide boeken uitgegeven met illustraties van The Tjong Khing en ter gelegenheid van het feestjaar zijn de beide Abeltjeverhalen in een omnibus uitgegeven.

In het eerste verhaal gaat Abeltje aan het werk als liftjongen in het pas geopende warenhuis Knots. Zijn lift heeft één knop die ´nergens voor is´ en Abeltje kan de verleiding niet weerstaan er op te drukken, met als gevolg dat de lift het warenhuis uitvliegt en pijlsnel hoger en hoger de lucht in gaat. Zo begint het avontuur van Abeltje en zijn reisgenoten met de vliegende lift.
Zijn reisgenoten zijn het meisje Laura, zanglerares juffrouw Klaterhoen en meneer Tump, verkoper van mottenballen. De lift brengt hen in New York, waar Abeltje wordt aangezien voor de lang vermiste zoon van een rijke dame, de volgende stop is Perugona waar meneer Tump het tot president brengt, om uiteindelijk via Nieuw Zeeland weer thuis te komen.
Het tweede verhaal over Abeltje en zijn vrienden begint op de kermis waar Laura verdwijnt na een goocheltruc. In een woonwagen gaan Juffrouw Klaterhoen, meneer Tump en Abeltje op zoek naar haar. Is Laura ontvoerd door een tijgertemmer, of zit ze opgesloten in een molen? En waarom zou iemand Laura willen ontvoeren? Er worden heel wat avonturen beleeft alvorens Laura, en haar konijn, weer veilig zijn.

Bij herlezing van de Abeltje-boeken valt op dat je nergens het gevoel krijgt een debuut te lezen. Dit eerste boek van Annie Schmidt is al direct een topper. Beide verhalen staan bol van de fantasie, wat Abeltje en zijn vrienden meemaken ligt nergens voor de hand, de verhaallijnen zijn spannend, er zit vaart in het verhaal en als er veel tegelijk gebeurt vat Schmidt dat, bijna onopvallend, even samen en verliest zo geen moment de aandacht van haar lezers.

Het idee met een lift weg te vliegen is ook door Roald Dahl gebruikt in zijn bekende boek Sjakie en de grote glazen lift. Schmidt heeft het idee in ieder geval niet van hem, want zijn boek kwam zo´n twintig jaar later uit. Maar wellicht heeft Dahl het idee wel van haar, Abeltje werd, onder andere, in het Noors vertaald, een taal die Dahl vloeiend sprak.

Het eerste boek over Abeltje werd in 1998 verfilmd, deze film werd ook als televisieserie uitgezonden.
Het verhaal is ook als luisterboek verkrijgbaar, het wordt voorgelezen door de zoon van Annie Schmidt, Flip van Duijn.

Abeltje & De A van Abeltje
Annie M.G. Schmidt (tekst) en The Tjong Khing (ill)
 
Querido, 2011     € 15,00
 
 

100 x Annie

Geplaatst 18 jun. 2011 05:36 door susan *   [ 18 jun. 2011 05:37 bijgewerkt ]

In dit Annie M.G. Schmidt feestjaar kan natuurlijk een nieuwe bloemlezing van haar werk niet ontbreken. De laatste, Het grote Annie M. G. Schmidt voorleesboek, verscheen al weer zes jaar geleden.
De opeenvolgende bloemlezingen dragen allemaal het stempel van de tijd waarin ze zijn uitgegeven en dat wordt vooral zichtbaar in de illustraties.
Ook in deze nieuwe bundel, 100 x Annie, is aan hedendaagse illustratoren gevraagd werk van Schmidt te illustreren en zo zijn er nieuwe juweeltjes te ontdekken van onder andere Annemarie van Haeringen (harpspelende vissen), Philip Hopman (een gesmolten juffouw Scholten) of Marije Tolman (een pauw die thee serveert).
Gelukkig zijn naast het nieuwe werk ook de vertrouwde illustratoren niet vergeten: Wim Bijmoer, Carl Hollander en natuurlijk heel veel Fiep Westendorp.

Bij een bloemlezing is het altijd weer spannend wat er opgenomen wordt en wat niet. De keus omtrent haar verhalende boeken is helder, van alle boeken zijn hoofdstukken opgenomen, ook van de wat minder bekende titels zoals Jorrie en Snorrie en Ibbeltje.
Annie Schmidt had zelf een hekel aan verhalenbundels waarin een paar hoofdstukken van een boek werden opgenomen en je er vervolgens nooit achter kwam hoe het verhaal afliep. Gelukkig maar dat haar boeken makkelijk verkrijgbaar zijn bij de boekhandel en bibliotheek want bij sommige fragmenten is er duidelijk sprake van een clifhanger: het gezelschap rond Abeltje laten we achter in een spannende circustent en hoe zou het nu aflopen met de chaos die Wiplala in de soepfabriek heeft veroorzaakt? Andere fragmenten zijn een min of meer afgerond verhaal, zoals Pluks avonturen met kakkerlak Zaza en de verhalen over Ibbeltje.

Er zijn diverse verhalen opgenomen die een tijdje uit zicht waren of minder bekend zijn, zoals het verhaal van Tante Patent die een wilde Batavier in haar tuin heeft opgegraven. Oorspronkelijk werd het als strip in de krant uitgegeven en in 1988 bewerkt tot een gewone tekst met illustraties. Een deel van deze uitgave is in de bundel te vinden.
Het verhaal van Kroezebetje, het lammetje met de bijzondere vacht, hebben we een tijdje moeten missen, maar is in dit boek weer te vinden.

Natuurlijk zijn er een groot aantal versjes opgenomen, want Schmidt is immers een meester in dit genre. Er is een originele keuze gemaakt waarin ruimschoots aandacht is voor wat minder bekende versjes. Het is wel slordig dat het versje De houtwurm twee keer is opgenomen.
Ook de rijmende avonturen van het schaap Veronica ontbreken niet.

100 x Annie is een heerlijke volle en complete bloemlezing van Annie´s werk, opgefrist met nieuwe illustraties en vertrouwd waar dat moet.
Hoera voor Annie!

100 x Annie
Gedichten en verhalen voor kinderen van Annie M.G. Schmidt

Annie M.G. Schmidt (tekst)
Querido, 2011     € 24,95
 
 

Allemaal sprookjes

Geplaatst 29 mei 2011 06:05 door susan *   [ 29 mei 2011 06:06 bijgewerkt ]

Annie M.G. Schmidt was een veelzijdig schrijfster, ze schreef in vele genres voor zowel volwassenen als kinderen. Voor deze laatste groep schreef ze 34 zelfstandige verhalen die sinds de jaren zestig regelmatig in bloemlezingen zijn gebundeld. In 1964 verscheen Heksen en zo met vijftien verhalen die geïllustreerd werden door Carl Hollander. In 2000 werd deze bundel opnieuw uitgegeven met illustraties van Charlotte Dematons. Een deel van haar verhalen was te lezen in Het beest met de achternaam dat in 1968 verscheen met illustraties van onder ander Jenny Dalenoord, Fiep Westendorp en Wim Bijmoer.
In Allemaal sprookjes (2008) worden, voor zover ik kan nagaan, voor het eerst alle 34 verhalen gebundeld en een aantal hedendaagse illustratoren is gevraagd het boek van plaatjes te voorzien. Onder andere Carll Cneut, Annemarie van Haeringen, Philip Hofman, Jan Jutte, Martijn van de Linden en Wouter Tulp geven nieuwe gezichten aan oude bekenden.

Het uiterlijk van de personages die Annie M.G. Schmidt schiep mag dan in de loop der jaren veranderen, haar verhalen hebben geen make-over nodig. De inhoud en het taalgebruik zijn nog altijd fris en ook kinderen van de 21e eeuw zullen daarvan genieten.
Een belangrijke reden dat de verhalen van Annie Schmidt de tijd doorstaan is dat ze verwantschap vertonen met het tijdloze sprookjesgenre. Het is niet toevallig dat de verhalenbundel Allemaal sprookjes heet. Er komen in haar verhalen ruimschoots koningen, koninginnen, prinsen en prinsessen voor. Er zijn ook jongemannen die de wereld intrekken, waarin gevaarlijke vijanden met slimheid moeten worden verslagen. Ook reuzen en heksen ontbreken niet en er wordt heel wat afgetoverd.

Maar Annie zou Annie niet zijn als ze niet haar eigen draai gaf aan dit beproefde genre. Na het klassieke ´Er was eens´ breekt Annie al snel met de conventies:
´Er was eens een koning die het thuis erg saai had. Dat gebeurt wel eens meer met koningen. Van een eindje lijkt alles erg mooi: een groot paleis en veel lakeien en lekker eten, maar als je dan aan zo´n koning vraagt: ´Is het nou allemaal wel zo leuk´, dan zegt hij in vertrouwen: ´Neen`.´

Het past bij Annie Schmidt om het genre op de hak te nemen. In het verhaal Roel-met-gevoel steekt ze de draak met de goede wensen die koningskinderen bij hun geboorte ontvangen. Op verzoek van zijn moeder wenst tante Oena dat prins Roel meer aan anderen zal denken dan aan zichzelf en dat hij zo nobel is dat hij treurt als er iemand anders treurt. Dat pakt niet goed uit, Prins Roel wordt een huilebalk en hij veroorzaakt paniek als hij dieven en neushoorns vrijlaat omdat ze opgesloten zitten.

Annie Schmidt staat bekend om haar tegendraadsheid, maar gelukkig houdt ze zich wel aan een belangrijke wet van het sprookjesgenre: de goede afloop. Al geeft ze daar dan wel weer haar eigen speelse draai aan: in het verhaal Lakentje met een kroontje krijgt een bakkersechtpaar van een hoogbejaarde ooievaar het kindje dat voor de koning en koningin is bestemd. Bakkerknecht Pieter verraad hen, maar gelukkig wordt alles goed opgelost: de bakker en zijn vrouw komen in het paleis wonen en de ooievaar gaat eervol met pensioen. Hij krijgt nog één keer de opdracht een kindje weg te brengen: ´Hij zocht zorgvuldig in de vijver het kind uit met het allerlelijkste karakter en dat kind bracht hij bij de bakkersknecht Pieter´.

In  Allemaal sprookjes is een verhaal opgenomen dat oorspronkelijk een kleine musical was. Een fluitje van een cent werd in 1960 tijdens een Sinterklaasuitzending gespeeld en later verscheen het als boekje met single. In het boek heet het verhaal De miesmuizers; Miesmuizers zijn mensen die nooit tevreden zijn en voortdurend mopperen op een kleinzielige manier. Het woord ´miesmuizen´ is één van de taalverrijkingen die Annie Schmidt ons schonk.

Wie dat wil kan Annie zelf acht verhalen uit haar oeuvre horen voorlezen op het luisterboek Heksen en zo.

Allemaal sprookjes
Annie M.G. Schmidt met tekeningen van Fiep Westendorp en vele anderen
 
Querido, 2008     € 19,95
 

Wiplala en Wiplala weer

Geplaatst 9 apr. 2011 05:18 door susan *   [ 9 apr. 2011 05:19 bijgewerkt ]

April is Wiplala-maand en ter gelegenheid daarvan geeft uitgeverij Querido de twee Wiplalaboeken nu in één band uit. Het eerste Wiplalaboek lag in de winkel in 1957 en in 1962 volgde Wiplala weer. De beide verhalen verschenen eerst in wekelijkse afleveringen in het kindertijdschrift Kris Kras.
Wiplala kreeg de prijs voor het beste kinderboek uit 1957. De beide boeken zijn goed los van elkaar te lezen.

Wiplala is een klein mannetje, hij ís een Wiplala en hij heet Wiplala. Je beledigt hem als je denk dat hij een kabouter is. Wiplala is weggestuurd uit het land van de Wiplala´s omdat hij niet goed kan toveren, ´tinkelen´ noemt hij dat. Wiplala komt terecht in het huishouden van de familie Blom dat bestaat uit de verstrooide geleerde meneer Blom en zijn kinderen Nella Della en Johannes.
Wiplala mag bij de familie blijven, al heeft vader wel wat twijfels. Terecht, want Wiplala tinkelt erop los en verandert een dichter in steen en de familie tovert hij op Wiplala-grootte als ze in een restaurant niet kunnen betalen. Wiplala is niet voor niets weggestuurd door de andere Wiplala´s want het terugtoveren wil niet lukken. Er worden heel wat avonturen beleefd voor alles weer in orde is.
In het tweede verhaal keert Wiplala terug bij de familie Blom en nog altijd heeft hij het tinkelen niet onder de knie. Dit keer tinkelt hij de tomaten van de tomatensoepfabriek om in pruimen en de directeur van de fabriek verandert hij in een hond. Meneer Blom probeert dit, met hulp van zijn kinderen, verborgen te houden en zolang de leiding over de fabriek op zich te nemen.

De Wiplalaboeken ademen de sfeer van de jaren vijftig zonder oubollig te zijn.
Johannes en Nella Della beschermen hun verstrooide vader en zijn vaak veel verstandiger dan hij. Hierin zijn zij de voorlopers van bijvoorbeeld Otje.
De twee verhalen zijn met de bekende vlotte pen van Schmidt geschreven en ook na ruim vijftig jaar heeft haar sprankelende taalgebruik niets aan kracht ingeboet. Annie M.G.Schmidt weet een spannend verhaal op te bouwen: de hoofdpersonen lijken steeds in onmogelijke situaties te belanden die toch, en vaak op originele en komische wijze, weer goed komen. De Wiplala-boeken zijn tijdloos.

De oorspronkelijke boeken werden geillustreerd door Jenny Dalenoord. In 2007 vroeg uitgeverij Querido Philip Hopman om nieuwe illustraties voor Wiplala te maken. In 2009 illustreerde hij ook het tweede boek.
In zijn karakteristieke kleurenpalet dat gedomineerd wordt door pastelachtig turquoise, lila, geel en mintgroen leeft hij zich uit. Opvallend zijn de details en de vaak verrassende perspectieven, er valt heel wat te zien en te ontdekken.
Dalenoord kreeg veel minder ruimte dan Hopman, zij maakte één zwart/wit tekening per hoofdstuk, terwijl Hopman echt kan uitpakken. Het is leuk dat hij in zekere zin het werk van zijn voorgangster volgt. Enkele illustraties vinden we, omgezet in de typerende zwierige stijl van Hopman, bijna letterlijk terug. Zo begint ook Hopman met het tekenen van de voetstappen van Wiplala en de lezer loopt als het ware het boek binnen. Hopman werkt dit gegeven wel verder uit dan Dalenoord, zo zien we Wiplala door een muizengaatje al naar binnen kijken bij de familie Blom. Ook het uiterlijk van Wiplala blijft trouw aan de oorspronkelijke tekeningen, het is dat kleine mannetje gebleven met rechtopstaande haartjes en een lange sjaal om.
De familie Blom heeft wel een duidelijke make-over gehad, ze zien er wat eigentijdser uit maar passen uitstekend in de omgeving die Hopman hen geeft, een omgeving die de jaren vijftig ademt. Dat is te zien aan allerlei details, bijvoorbeeld een ouderwetse blauwe vimbus of de poster van Elvis boven het bed van Nella Della.
Er zijn leuke grapjes en verwijzingen in de illustraties te vinden, zo zien we Abeltje en zuster Klivia voorbij lopen en is er een ontbijtkoek van de firma Hopman ´ruim 45 jaar vakmanschap´.

Vorig jaar werd Wiplala Weer in de schouwburgen opgevoerd door theatergroep Het Filiaal. Moeiteloos trokken de acteurs de kinderen de jaren vijftig binnen en vertelden het verhaal. Het opmerkelijke was dat Wiplala niet aan het publiek werd getoond, de acteurs hielden hem afgeschermd in hun hand, of hij zat in een doosje en dan konden we hem nét niet zien in de zaal. Sommige kinderen ergerden zich daaraan ´mama, ze houden de hele tijd hun hand voor Wiplala´ en anderen bezwoeren na de voorstelling dat ze Wiplala écht hadden gezien.

Wiplala en Wiplala weer zijn een ode aan de fantasierijke vertelling en met de nieuwe illustraties van Philip Hopman kan het boek de komende vijftig jaar weer mee!

Wiplala & Wiplala weer
Annie M.G. Schmidt (tekst) en Philip Hopman (ill)
 
Querido, 2011     € 19,95
 
 

Minoes

Geplaatst 5 mrt. 2011 07:25 door susan *   [ 5 mrt. 2011 07:26 bijgewerkt ]

In mijn boekenkast staat een eerste druk van Minoes, ik kreeg het voor mijn tiende verjaardag. De herinneringen aan de eerste kennismaking zijn scherp: de warme voorleesstem van mijn vader en de spanning of alles wel goed zou komen. Inmiddels heb ik het boek vele malen herlezen en het blijft een heerlijk kinderboek.
Annie M.G. Schmidt hield van dit boek, dat ze als een van haar beste beschouwde.
Het boek was direct een succes en ontving in 1971 de prijs voor het beste kinderboek van dat jaar. Inmiddels is de 32e druk verschenen, werd het boek in vele talen vertaald en werd het in 2001 verfilmd door Vincent Bal met Carice van Houten in de hoofdrol.

Minoes is het verhaal over een dame die vroeger een kat is geweest. Zij vindt onderdak bij journalist Tibbe. Hij heeft het moeilijk, zijn baas eist stukjes met meer nieuws en Tibbe is te verlegen om op mensen af te stappen, hij schrijft liever over katten. Minoes start met de katten van het dorp een zogenaamde ´katten-persdienst´ en zo komt Tibbe heel wat aan de weet en moet hij uiteindelijk wel in actie komen.

Het verhaal is spannend: eerst is er de spanning wie die vreemde juffrouw is, dan de spanning of Tibbe zijn baan houdt, vervolgens wordt duidelijk dat de ereburger van de stad niet deugt en kan Tibbe, met hulp van Minoes en de katten, de strijd tegen hem wel winnen? Tot slot is er de prangende vraag of Minoes weer een kat wil worden of als dame aan de zijde van Tibbe haar leven zal slijten.
Annie Schmidt speelt in dit verhaal met het omdraaien van rollen: de katten zijn de mensen te slim af en de verlegen Tibbe weet uiteindelijk blaaskaak Ellemeet te ontmaskeren. Deze vorm van ironie past bij Schmidt: ´kinderen leren alles om te draaien, de ironie, dat is de waarde van mijn werk´.

Minoes is na ruim veertig jaar weinig gedateerd. Dat werd al duidelijk bij de verfilming waarin het script heel dicht bij het boek blijft. Natuurlijk worden stukjes niet meer op de schrijfmachine geschreven, maar de journalistieke praktijk is weinig veranderd. Waarom de kat van de pastoor Eukemeentje heet zal de hedendaagse kinderen ontgaan en Tibbe en Bibi zouden vandaag de dag zeker gebruik maken van een mobiele telefoon. Het zijn slechts details die het leesplezier niet in de weg zitten.

De illustraties zijn van Carl Hollander, die meer dan honderd boeken van tekeningen voorzag. Hij illustreerde onder andere Pippi Langkous van Astrid Lindgren en De kleine kapitein van Paul Biegel. De zwart/wit tekeningen in het boek zijn gedetailleerd, iedere afgebeelde kat ziet er anders uit en ook de omgeving wordt tot in detail uitgewerkt, zoals goed te zien is als de Jakkepoes op de eettafel van Ellemeet rondstruint, je zou er honger van krijgen.

Minoes is nog altijd een heerlijk leesboek. Voor wie liever luistert is er een luisterboek beschikbaar, Annie M.G. Schmidt is de voorlezer.

Minoes
Annie M.G. Schmidt (tekst) en Carl Hollander (ill)
 
Querido, 32e druk 2011     € 10,00 (aanbieding t/m 31 maart 2011)
 
 

Jip en Janneke

Geplaatst 14 feb. 2011 14:22 door susan *   [ 30 mei 2011 06:17 bijgewerkt ]

In de maand januari staan de boeken van Jip en Janneke in het zonnetje. De verhaaltjes verschenen oorspronkelijk in de Amsterdamse krant Het Parool op de kinderpagina. Het kostte de schrijfster weinig moeite ze op te schrijven: ´Ik heb in m´n leven nog nooit iets zo makkelijk geschreven als Jip en Janneke´. Dat kan Fiep Westendorp, die Jip en Janneke tekende, haar niet nazeggen. Zij koos ervoor Jip en Janneke als silhouetten te tekenen, omdat de kwaliteit van de illustraties bij het afdrukken in de krant dan het meest tot hun recht kwamen. Daarmee maakte zij het zichzelf moeilijk, ´verschrikkelijk moeilijk´ .

In 1953 werd de eerste bundel Jip en Janneke verhalen uitgegeven en het eerste verhaaltje begon zo: ´Jip liep in de tuin en hij ver-veel-de zich zo. Maar wat zag hij daar? Een klein gaat-je in de heg´. Door het gaatje ziet hij een klein neusje, een klein mondje en twee blauwe oogjes en zo maakt Jip kennis met zijn buurmeisje Janneke.
De verhaaltjes waren oorspronkelijk bedoeld voor kinderen die net hadden leren lezen en volgens de toen gebruikelijke leesmethode werden de teksten voorzien van tussenstreepjes.
Fiep Westendorp tekende Jip en Janneke dan ook als kinderen van een jaar of zes.
In de jaren zeventig veranderden Jip en Janneke van uiterlijk en worden het meer kleuters, zoals ook de verhalen van Jip en Janneke steeds meer als voorleesboeken voor kleuters gezien worden.
Als in 1977 de grote bundel Jip en Janneke verhalen verschijnt zijn zij anders getekend dan daarvoor, ze zijn wat hoekiger geworden en meer gedrongen van vorm. Het handsopje van Jip is een gewone broek met een streepjestrui geworden, en Janneke draagt geen schortje met kantjes meer.
Tussen 1976 en 1980 maakt Fiep Westendorp alle tekeningen voor de Jip en Janneke verhalen opnieuw. In opdracht van het kleutertijdschrift Bobo krijgen de illustraties ook kleur. Weer worstelt Fiep ermee de twee silhouetjes geloofwaardig in de nieuwe omgeving af te beelden´als ik ze in een bepaalde stand moet tekenen, denk ik: hoe los ik dat nou weer op? Het is elke keer weer een puzzel´.

De verhalen van Jip en Janneke markeren het begin van een ontwikkeling in de Nederlandse jeugdliteratuur. Annie M.G. Schmidt brak met ´de bekrompen sfeer van veel infantiliserende, vaak moraliserende (k)leuterliteratuur.´
Eind jaren zestig, begin jaren zeventig komt er kritiek vanuit feministische hoek op de Jip en Janneke verhaaltje: de rolverdeling zou (te) traditioneel zijn en de kinderen zouden te weinig van hun leefwereld terug kunnen vinden in de verhaaltjes. De verhaaltjes zouden de kinderen onvoldoende mogelijkheden bieden omdat het te weinig met de échte wereld te maken had, een wereld die in de jaren zestig/zeventig leek te bestaan uit ouders die aan vrije seks deden, homo´s die massaal uit de kast kwamen en echtscheidingen. Annie vond het onzin. Volgens haar beleefden kinderen nog steeds veel plezier aan de verhaaltjes ´omdat ze er nog altijd herkenning in vinden, geruststelling, grapjes, avontuurtjes. En dat allemaal ondanks het feit dat Jip z´n pikkie niet laat zien´.

Deze maand, januari 2011, brengt uitgeverij Querido twee nieuwe Jip en Janneke boeken uit en lijkt de geschiedenis Annie gelijk te geven. Het is echter een legitieme vraag of Jip en Janneke ´overeind blijven´ in de 21e eeuw.
Veel van de Jip en Janneke verhaaltjes draaien om thema’s die ook hedendaagse kleuters zullen herkennen: samen spelen, feest vieren, ziek zijn, er op uit gaan en iets doen wat niet mag.
De wereld van Jip en Janneke is klein. Ze gaan niet naar school, of naar de kinderopvang, er zijn geen verre vakanties, ze gaan niet naar de film, ze computeren niet en ze kijken geen tv. Daarin zijn het toch echt kinderen uit de jaren vijftig.
De tekst is door de uitgever al eens bewerkt om de meest gedateerde zaken er uit te halen, maar er blijven nog dingen over die voor het moderne kind uitleg behoeven: wat is bijvoorbeeld een flik, een borstelmannetje en een (gevuld) kolenhok?
Met het seksisme vind ik het wel meevallen. Weliswaar zegt vader tegen Jip ´mannen huilen niet als ze boos zijn´, maar in andere verhaaltjes is Jip degene die bang is, voor Sinterklaas bijvoorbeeld, hij huilt keihard als hij valt en hij is zelfs zo bang voor de kapper dat hij wegloopt.
De verhalen van Jip en Janneke kunnen niet meer het middelpunt van de kleuterkamer zijn, daarvoor zijn ze te ouderwets. De kinderen van nu willen ook verhaaltjes horen die zich afspelen in een meer hedendaagse leefwereld. Gelukkig is hier geen sprake van of het één of het ander. De sprankelende taal, de soepele dialogen, de aansprekende en vaak herkenbare gebeurtenissen zullen voorlopig nog veel kleuters aanspreken.
De tekeningen van Fiep Westendorp, zeker na hun updating, doorstaan de tand des tijd glansrijk.

Het grote boek met Jip en Janneke verhalen is nu verkrijgbaar voor €15,00
 

1-10 of 11