Lijst Biegel

De kleine kapitein - Paul Biegel

Geplaatst 25 mrt. 2016 04:05 door susan *   [ 25 mrt. 2016 04:05 bijgewerkt ]


In 1972 kreeg Paul Biegel een Gouden Griffel voor zijn boek De kleine kapitein. Het verhaal was eerder in wekelijkse afleveringen verschenen in het weekblad Donald Duck. Uitgeverij Holland maakte er een mooi boek van, een kleurendruk voor een betaalbare prijs waarin de illustraties van Carl Hollander alle ruimte kregen. Biegel en Hollander konden het goed met elkaar vinden. Hollander liet bij aanvang van de samenwerking weten dat hij wel zin had in het tekenen van bootjes en daarop bedacht Biegel het verhaal van een jongen met zijn eigen schuit. 
In het eerste boek van de trilogie spoelt de kleine kapitein met zijn beschadigde schip aan bij een dorp. Samen met de kinderen uit het dorp knapt hij zijn scheepje Nooitlek weer op en keert met een ´omgekeerde golf´ naar zee terug. Drie kinderen gaan mee: Dikke Druif die de motor gaande houdt, Marinka die pannenkoeken bakt en bange Toontje die per ongeluk als verstekeling aan boord is gekomen en daarom het dek moet zwabberen. 
De Nooitlek vaart naar het eiland van Groot en Groei, waar kinderen in één nacht groot groeien. Om het eiland te bereiken moet de Nooitlek door een gevaarlijke drakenpoort. Eenmaal aangekomen vinden ze een reuzematroos. Hij is een van de zes matrozen die gezocht wordt door hun schipper na een schipbreuk. De matroos wordt op een vlot aangehaakt aan de Nooitlek en de kleine kapitein en zijn bemanning gaan op zoek naar resterende vijf matrozen. 

Na het winnen van de Gouden Griffel werd het boek in veel kranten besproken, meestal lovend. Er was echter een punt van kritiek dat door veel recensenten werd gedeeld: het open einde, want ´wachtend op een volgend deel kan lang duren in een kinderleven´. Het tweede deel, De kleine kapitein in het land van Waan en Wijs kwam in 1973. In dit boek wordt de zoektocht voortgezet en uiteindelijk worden na veel avonturen alle matrozen gevonden. In 1975 verscheen het laatste boek uit de trilogie: De kleine kapitein en de schat van Schrik en Vreze. Hierin brengt de bemanning van de Nooitlek zeven schatkisten naar de rechtmatige eigenaars. 
De kleine kapitein-serie is nog altijd populair. Biegel toont zich weer een begenadigd verteller die in zijn mooie taal de lezer fantastische avonturen voorschotelt. Een aantal van deze belevenissen hebben hun wortels in andere verhalen, zo heeft de Norse Heerser die wegkwijnt bij het portret van zijn geliefde Galatea veel gemeen met Pygmalion en verwijzen´de zeven zware gangen´ die de kinderen moeten gaan om ´waan en wijs´ te leren naar de zeven hoofdzonden. 
Het winnen van de Gouden Griffel leverde Biegel niet alleen positieve recensies op. Legendarisch is het commentaar van Kees Fens in de Volkskrant waarin hij het verhaal ´betekeningsloos´ noemt, de personages ´maatfiguren die de lezer voor geen enkele verrassing plaatsen´ en het taalgebruik kwalificeert als ´levenloos´. Fens heeft zeker een punt waar het de personages betreft. Aan het einde van het derde boek heeft de lezer ze amper leren kennen en ze zijn ook niet veranderd. De kleine kapitein bepaalt ´wijdbeens achter het roer´ de koers. 
Van Dikke Druif weten we niet veel meer dan dat hij dik is en trouw doet wat de kleine kapitein hem opdraagt. Marinka kookt en moedert (nogal streng) over bange Toontje en vervult hiermee ogenschijnlijk de stereotype vrouwenrol. In tegenspraak hiermee is het feit dat ze in de verhalen meermaals het initiatief tot actie neemt en daarbij het gevaar niet schuwt. Bange Toontje is aan het einde van de avonturen nog altijd even bang, ondanks dat hij toch een aantal keer boven zichzelf heeft moeten uitstijgen. 

De avonturen van de kleine kapitein en zijn bemanning zijn geweldig geïllustreerd door Carl Hollander. Met pen, potlood, kleurpotloden en aquareltechnieken tekent hij met zwier en humor de wondere wereld van de kleine kapitein. De personages zijn in ouderwetse stijl gekleed en ze beleven hun avonturen in een sfeervolle wereld. Hollander voegt in zijn illustraties vaak details toe die niet in het verhaal voorkomen, zo zien we bijvoorbeeld opvallend veel katten. 

De kleine kapitein is een echte voorleesklassieker die na vijfenveertig jaar nog altijd kinderen weet te bekoren. Kinderen hebben vaak plezier om de immer bange Toontje, ze huiveren als de bemanning in gevaar komt, maar weten dat de kleine kapitein alles tot een goed einde zal brengen. De voorlezer zal genieten van Biegels mooie ritmische taal en zich wellicht afvragen waar Fens zich zo druk over maakte. 

De grote kleine kapitein 
Paul Biegel (tekst) en Carl Hollander ( illustraties) 


Lemniscaat, 2013     € 24,95 

Meer lezen over Biegel op kinderboekenpraatjes: klik hier

De zoute goudvis - Paul Biegel

Geplaatst 11 mrt. 2015 08:10 door susan *   [ 11 mrt. 2015 08:10 bijgewerkt ]


In 2006 overleed Paul Biegel. Hij liet een uitgebreid en veel bekroond oeuvre na dat gelukkig nog veel gelezen wordt. Tot dat oeuvre behoren ook korte verhalen voor kinderen waarvan er nu zeven opnieuw zijn uitgegeven. De verhalen verschenen eerder in Kinderverhalen (1966), Het olifantenfeest (1979) en De toverhoed (1979). Ze zijn ongewijzigd overgenomen. 
De zeven verhalen laten volop Biegels talent zien: de bloemrijke taal, de levendige en vaak grappige dialogen en zijn onuitputtelijke fantasie. In Biegels taal sprankelt zelfs een eenvoudige opsomming:´In het eerste nestje woonde het vogeltje Hip, in het tweede woonde het vogeltje Wip, in het derde het vogeltje Nipperdenipsi Pip.´ Heerlijk zijn ook de prachtige beeldspraken en klankrijke taal: een boer is zo oud als een knoestige eikenstronk en in de zee zwemmen onder andere de kwaje-graai-haai, de kalme-talm-zalm en de fong-jong-bong-jong-tong. 
De verhalen gaan over vogels die een gouden ketting stelen, een kabouter die voor zieke dieren zorgt, schoenen die´s nachts massaal aan het feesten slaan, een konijntje dat hopeloos verdwaald en over een kikker die op zoek gaat naar zijn vrienden in het gezelschap van een Roemeense soortgenoot die het nogal hoog in de bol heeft. Het titelverhaal beschrijft hoe een visser op zoek moet naar een zoute goudvis, omdat de koningin een vis wil in haar ´vijver van verdriet´ die ze gaat volhuilen met haar hofdames. De nevelkindertjes ten slotte is een sfeervol sprookjesachtig verhaal waarin boer Japik kinderen uit de nevel ziet opduiken die op blote voeten zingend langs hem heen trekken. Japik besluit klompjes voor ze te maken. Als de nevelkindertjes de klompjes aantrekken vragen ze of hij meegaat. Japik danst met ze mee het bos in waar zijn dochter hem de volgende dag vindt.`Het leek of hij sliep maar boer Japik was dood. Om hem heen lagen in een grote kring eenentwintig klompjes´. 

De eerdere uitgaven van de verhalen werden geïllustreerd door Babs van Wely. In dit nieuwe boek zijn haar zwart-wit tekeningen vervangen door het kleurrijke werk van Mies van Hout. Zij maakt het verhalenboek bijna tot een prentenboek, zo vol staat het met vaak paginagrote illustraties, de een nog mooier dan de ander. De kleuren zijn prachtig, de stijl is los en speels. Neem bijvoorbeeld de drie vogeltjes in hun rommelige boom, ze vliegen eendrachtig en duidelijk tevreden over zichzelf over de volgende pagina, om een pagina later als drie boze ongelukkige zwarte vogeltjes de verhaallijn verder te onderstrepen. Van Hout kiest soms voor vertrouwde beelden, zoals een koningin in een indrukwekkende koninginnenmantel en een kroontje op haar hoofd en soms mijdt ze het cliché, zoals bij de graskabouter die wel een heel bijzondere puntmuts heeft. 

De zoute goudvis laat zien dat ook Biegels korte verhalen tijdloos zijn. De illustraties van Mies van Hout zijn een lekkere en kleurige kers op een klassieke taart. Het smaakt naar meer, veel meer. 

De zoute goudvis 
Paul Biegel (tekst) en Mies van Hout (ill)
 


Lemniscaat, 2015     € 16,95 

Het sleutelkruid - Paul Biegel

Geplaatst 11 mrt. 2015 08:06 door susan *   [ 11 mrt. 2015 08:07 bijgewerkt ]


Paul Biegel schreef zijn eerste kinderboek, De gouden gitaar, in 1962. Twee jaar later brak hij echt door met Het sleutelkruid dat als beste kinderboek van het jaar werd uitgeroepen. Vijftig jaar later heeft deze klassieker van de kinderliteratuur niets aan kracht ingeboet. 
Het verhaal gaat over koning Mansolein die al meer dan duizend jaar regeert over dieren, draken en dwergen. De koning is erg moe en zal snel sterven. Eenzaam in zijn koperen burcht, waar alleen een haas nog voor hem zorgt, gaat zijn gezondheid snel achteruit. De haas roept de hulp in van de wonderdokter die vaststelt dat het hart van de koning tikt´als een scheefstaande klok´. Er is sleutelkruid nodig om het hart weer op te winden. De plek waar het kruid groeit is geheim en vele dagreizen weg. Om de koning in leven te houden tot de dokter terug is met het genezende kruid moet zijn hart iedere dag éénmaal flink kloppen. Een dagelijks verhaal moet daarvoor zorgen. De wonderdokter vertrekt en belooft aan iedereen te zeggen dat wie een verhaal kent naar de burcht onder de koperen bergen moet gaan om het de koning te vertellen. 
De eerste dag staat er een wolf voor de deur en hij vertelt over zijn spannende aanvaring met een heks, de volgende dag vertelt de eekhoorn´een heel leuk verhaaltje´ waarin een giraf in de maling wordt genomen en de dag daarop is duinkonijntje Ikke aan de beurt met het trieste verhaal hoe hij zijn broer Fliz kwijt raakte. Soms knapt de koning zo op van de verhalen dat hij de dieren meeneemt naar vergeten zalen in zijn burcht, maar op andere dagen vrezen de dieren dat de wonderdokter te laat zal komen. 

Het sleutelkruid had een verhalenboek moeten worden dat paste in de boekenserie Kinderverhalenvan uitgeverij Holland. In die serie verschenen onder andere delen van Mies Bouhuys en Hans Andreus. Biegel hield zich echter niet aan de opdracht en maakte een raamvertelling. Aanvankelijk tot ergernis van zijn uitgever, maar deze gaf zich al snel gewonnen:´Geachte Heer Biegel, ik heb pas 40 bladzijden gelezen van het manuscript, maar ik kan u dit wel zeggen: het is meesterlijk. Dit wordt een prachtig boek. Van harte gefeliciteerd.´  
Het sleutelkruid heeft alles waar Biegel geliefd om is. Het verhaal is veelzijdig en appelleert aan veel emoties. Er zijn grappige verhalen, trieste verhalen, sfeervolle verhalen en spannende verhalen. De verhalen zijn niet allemaal even lang; het laatste verhaal beslaat zelfs vier delen en vertelt de geschiedenis van de dwergen waarin ook koning Mansolein een rol speelt. Door te kiezen voor een raamvertelling weet Biegel het boek zijn unieke sfeer te geven. Er is altijd weer de spanning hoe het met de koning gaat, of de koning die dag een van de bijzondere zalen in de burcht zal openen, hoe de dag zal verlopen en wie er ´s avonds aan de poort staat. Natuurlijk staat het boek vol met heerlijke Biegelzinnen en Biegelwoorden. Daarnaast is Biegel de meester van de heldere structuur; het is knap hoe hij in Het sleutelkruid de lezers niet laat verdwalen in alle verhaallijnen. Omdat Het sleutelkruid zo veelzijdig is, is het een geweldig voorleesboek. Iedere toehoorder kan er iets in vinden dat hem altijd zal bijblijven 
De eerste drukken van Het sleutelkruid werden geïllustreerd door Babs van Wely. Jammer dat haar tijdloze mooie zwierige illustraties de latere drukken niet meer sieren. In de herziende druk, voor het eerst verschenen in 2000, zijn de illustraties van Harm de Jonge. Zijn illustraties zijn eveneens in een mooie zwierige stijl die schatplichtig lijkt aan zijn roemrijke voorgangster. 
Het sleutelkruid is ook als luisterboek verkrijgbaar; acteur Gijs Scholten van Aschat leest het verhaal prachtig voor. Klik hier om een stukje daarvan te horen. 

Het sleutelkruid 
Paul Biegel 


Holland/Lemniscaat, 2000     € 15,95 

De vloek van Woestewolf - Paul Biegel

Geplaatst 11 mrt. 2015 08:03 door susan *   [ 11 mrt. 2015 08:03 bijgewerkt ]


Dokter Kroch ´heelmeester in alle kwalen´ is een vermaard arts en een man van de wetenschap. Op een dag komt zijn knecht Valet hem storen bij zijn bezigheden met de mededeling dat iemand een kist vol goud en een brief heeft afgegeven. Een zekere hertog van Woestewolf roept de hulp in van de dokter om hem te genezen van de goudkoorts. De hertog is echter moeilijk te vinden. Kasteel Woestewolf is al jaren een ruïne en niemand lijkt de hertog te kennen. Wel doen er vreemde verhalen de ronde over drie broers: twee beruchte rovers en één zielige ´krompoot´, die ooit het kasteel bewoonden. Dr. Kroch is voornemens het tot op de bodem uit te zoeken. Met Valet trekt hij erop uit en ook het goud, dat merkwaardige eigenschappen heeft, nemen ze mee. Twee struikrovers Oenk en Boenk ´rovers van de droevige figuur´ willen het goud in handen krijgen en achtervolgen de dokter en zijn knecht.

In 1974 schreef Paul Biegel (1925-2006) het scenario voor de televisieserie De vloek van Woestewolf, later dat jaar verscheen het verhaal in boekvorm. De vloek van Woestewolf is na ruim 35 jaar nog steeds een heerlijk goedgeschreven en nauwelijks gedateerd verhaal. De zoektocht speelt zich af in een fictieve wereld, bevolkt door rovers en waarzeggers die te vinden zijn in herbergen en op jaarmarkten. In het verhaal zet Biegel wetenschapper Dr. Kroch tegenover een sprookjeswereld met betoverde kastelen, onzichtbare monniken en toverringen. 
De karakters werkt Biegel goed uit. De sterke behoefte van Dr. Kroch om alles te willen verklaren kleineert Biegel, door de dokter vaak aan te duiden als ´het doktertje´. Zijn knecht Valet is een veelzijdig karakter, ook hij is in de ban van het goud, maar is er niet van bezeten. Hij helpt de dokter om niet geheel als een wereldvreemde wetenschapper in de wereld te verdwalen en hij overwint zijn angsten als de situatie wel heel erg spannend wordt.  De rovers zorgen voor de komische noot in hun onuitputtelijke streven het goud in handen te krijgen.

Paul Biegel is vooral de meester van de vertelkunst. Om de aandacht van de lezer vast te houden schroomt hij de overdrijving niet en maakt meermaals gebruik van een bekende retorische truc, de herhaling: ´ De gang liep dood. Geen deur, geen nis, geen spleet, geen trap, niets dat op een opening leek.´ Biegel schrijft beeldend: ´ Brokkelige muren, een half stuk toren, en vliegende kraaien als zwarte stippen er omheen´. Natuurlijk zijn er weer die heerlijke Biegeliaanse woorden, sfeerverhogende zelfverzonnen woorden als ´roezemoezig´, ´daaskop´ of ´duizeldroom´.

De vloek van Woestewolf is onlosmakelijk verbonden met de illustraties van Carl Hollander. De televisieserie speelde zich af tussen zijn getekende decors. In de heruitgave van het boek uit 2003 zijn niet alleen de oorspronkelijke zwart/wit tekeningen opgenomen maar ook de gekleurde achtergronden: interieurs en landschappen. Hollander besteedt aandacht aan details, op zijn illustraties valt veel te ontdekken. 

Van het boek is een luisterboek verkrijgbaar, Bram van de Vlugt is de voorlezer. Klik hier voor een luisterfragment.

De vloek van Woestewolf
Paul Biegel (tekst) en Carl Hollander (ill)

Holland/Lemniscaat, 2003     € 14,95

De kleren van Sinterklaas - Paul Biegel

Geplaatst 11 mrt. 2015 07:56 door susan *   [ 11 mrt. 2015 08:04 bijgewerkt ]


Anouk weet het zeker: Sinterklaas logeert bij haar, er staat immers een koffer met zijn kleren in de logeerkamer. De kinderen op school geloven haar niet, behalve haar vriendin Laura. Zij stelt voor dat alle kinderen op 6 december naar Anouk komen, want dan zal Sinterklaas zeker aan de ontbijttafel zitten, hij werkt immers niet op die datum. De kinderen van school vinden het een goed idee, en ook de vader van Anouk ziet het wel zitten. Zal Sinterklaas bij Anouk ontbijten en zullen de kinderen Anouk dan eindelijk geloven?

Dit verhaal van Paul Biegel verscheen voor het eerst in de verhalenbundel De Toverhoed uit 1979. De tekst is wat bewerkt. In het oorspronkelijke verhaal heten Anouk, Laura en Igor respectievelijk Joke, Sylvia en Bert. Ook het taalgebruik is hier en daar aangepast aan de normen van de tijd. Het resultaat is een goedlopende en prettig voor te lezen tekst.
Het verhaal heeft twee lagen, de kinderen zullen meeleven met Anouk, de volwassen en oudere kinderen zullen het verhaal op een andere manier lezen.

De illustraties voor dit prentenboek zijn van Sanne te Loo, wellicht bekend van de boeken over Jens en Lin en Gewoon Fien waarvoor zij eveneens de illustraties maakte.
Het verhaal begint met een illustratie over twee pagina´s van de intocht van Sinterklaas. Voor wie daar bekend is ziet direct zien dat Sinterklaas hier Utrecht bezoekt.
Het is duidelijk herfst, mooi gekleurde blaadjes waaien van de bomen en herfsttinten domineren. De tekenstijl is realistisch en het kleurgebruik prettig. Sanne te Loo speelt mooi met dat kleurgebruik. Als Anouk in de nacht naar de logeerkamer sluipt is een groot deel van de pagina blauw en ondersteunt zo de nachtelijke sfeer. De illustratrice wisselt tekeningen met veel details af met rustige illustraties. Vaak is de poes van Anouk te zien, op de laatste tekening heeft hij een heel bijzonder plaatsje gevonden om te slapen!

De kleren van Sinterklaas 
Paul Biegel (tekst) en Sanne te Loo (ill)
 
Lemniscaat, 2009     € 12,95

Nachtverhaal - Paul Biegel

Geplaatst 11 mrt. 2015 07:45 door info lawaaisites   [ 11 mrt. 2015 08:05 bijgewerkt door susan * ]


Vandaag, 86 jaar geleden werd Paul Biegel geboren. Kinderboekenschrijver Paul Biegel is een klasse apart, geroemd om zijn fantasie en zijn veelzijdig taalgebruik. Hij schreef 50 kinderboeken en ongeveer de helft daarvan is nog steeds in druk. In 2006 overleed hij. Zijn werk wordt in ere gehouden, onder andere door de uitgave van de Biegel Bibliotheek, waarin een groot deel van zijn werk opnieuw is uitgeven.

In 2009 verscheen in deze serie een nieuwe uitgave van Nachtverhaal. Oorspronkelijk in 1992 uitgegeven en geïllustreerd door Lidia Postma. De nieuwe uitgave werd van illustraties voorzien door Charlotte Dematons.

Een kabouter woont op zolder en zorgt voor het huis van een oude grootmoeder. Op een dag staat er een fee voor zijn deur. Ze ziet er verfrommeld uit en met tegenzin laat de kabouter haar binnen, je weet nooit of een fee wel te vertrouwen is. De kabouter wil haar zo snel mogelijk zijn huisje uit werken, maar dat lukt niet.
De fee vertelt stukje bij beetje haar verhaal, maar stopt iedere keer als het net heel spannend is, dan mag ze weer een dagje blijven. Ondertussen verwaarloost de kabouter zijn taken en vragen zijn vrienden, een pad en een rat, zich af wat er aan de hand is. 

Het verhaal refereert aan bekende verhalen. De truc van de klifhangers kende Sheherazade uit de sprookjesverzameling 1001 nacht ook. De ontmoeting van de fee met de Koning der Erlen is geen toevallige verwijzing naar Erlkönig van Goethe. In Goethe´s werk is de koning van de elfen het symbool van de dood en de fee in Nachtverhaal is op zoek naar de dood. Zij heeft namelijk drie wensen: een echtgenoot, nakomelingen en de dood. Het zijn onmogelijke wensen voor een fee en met dit thema brengt Biegel een diepere laag aan in het verhaal. 

Ook in dit boek is het taalgebruik weer kleurrijk en origineel. De boze kabouter is´woedend en ziedend en vol gif en gal´, Rat scheldt pad uit voor een ´dikke vette sukkelzak´ en omdat pad een spraakgebrek heeft is het antwoord als vanzelf grappig: ´ik sjeg: da´sj gevaarlijk volk, feejen. Ze toveren linksj en rechtsj door elkaar dat je sjcheel wordt en verdwaalt.´ Biegel leeft zich, als vanouds, uit in mooie namen: Isserwel en Isserniet, Zwartgallige Zir, Urukuu, Zbor en Zbir.

Charlotte Dematons stond voor de uitdaging in de voetsporen van Lidia Postma te treden en doet dat overtuigend. Ze roept met haar illustraties een passende sfeer op. In bijna alle illustraties domineert de kleur blauw en daardoor ademt het boek een nachtelijke sfeer uit. Als de illustraties de avonturen van de fee laten zien wordt het blauw lichter, bijvoorbeeld omdat de maan schijnt, of het wordt verwerkt in de achtergrond. 
De kabouter, de rat en de pad zijn op de eerste bladzijden met al hun onhebbelijkheden raak getypeerd: een wat dikke chagrijnig kijkende kabouter en pad en rat zitten duidelijk te kibbelen. Het is Dematons wel toevertrouwd de sprookjeswereld van Biegel in al zijn facetten op papier te zetten en in te kleuren.

Het is vandaag Paul Biegeldag, een eervolle bijzondere dag voor een bijzondere schrijver die deze eer toekomt!

Nachtverhaal
Paul Biegel (tekst) en Charlotte Dematons (ill)
 
Holland-Lemniscaat, 2009     € 14,95m

1-6 of 6