Lijst gedichten

De zombietrein en andere stripgedichten - Edward van de Vendel & Floor de Goede

Geplaatst 31 mei 2017 03:55 door susan *   [ 31 mei 2017 04:42 bijgewerkt ]


De laatste tijd worden er gelukkig weer meer gedichten voor kinderen uitgegeven en daarbij maakt vooral het zogenaamde gedichtenprentenboek opgang. Edward van de Vendel, een van onze beste kinderpoëzieschrijvers, kiest voor een andere vorm: het stripgedicht. Dat deed hij al eerder, maar dat is al zeven jaar geleden. Aan het succes kan dat niet gelegen hebben, de stripgedichten werden positief ontvangen en bekroond met onder andere een Zilveren Griffel. De stripgedichten maakt Van de Vendel samen met Floor de Goede, waarmee hij vaker samenwerkt onder andere in de succesvolle serie over Sofie. 
Je zou de stripgedichten kunnen zien als een dialoog tussen de dichter Van de Vendel en de striptekenaar De Goede. De teksten zijn op zichzelf staande gedichten, waar De Goede mee gaat stoeien. Soms werkt hij een beeldspraak uit, zoals in het gedicht Spreeuwen waar een jongetje enthousiast aan zijn vader vraagt of hij wel gezien heeft hoe de boom zijn hoed afnam en inderdaad zien we dat de zwerm spreeuwen die opvliegt uit een boom de vorm van een hoed heeft. De Goede kan een beeldspraak ook gebruiken om eens lekker uit te pakken en flink te overdrijven. Dat doet hij bijvoorbeeld in het gedicht Wie kiest de nies? ‘Sommige niezen klinken heel zachtjes. Sommige niezen klinken als lachjes. Je hebt niezen die broeien, je hebt niezen die vloeien. En dan die van papa ... ‘ Terwijl het gedicht zich ontrolt zien we in de strip dat de spreker zich in een speciale uitrusting hult en die is nodig ook zoals blijkt als we aan de slotregels toe zijn. 


Het leukst zijn de gedichten waar de tekeningen afwijken van de inhoud en er zo een nieuwe dimensie aan het stripgedicht wordt toegevoegd. Bijvoorbeeld in een gedicht waarin iemand wenst eens een dagje te kunnen spelen met zijn vader ‘toen hij tien was. Met mijn opa ook’. Hij wil avonturen beleven als broertjes, 'met de tijd als laddertje ineengeschoven’. De Goede tekent geen avontuurlijke jongens, maar eekhoorns die rooksignalen maken, hutten bouwen en kijken wie het verst kan plassen. Ook in het gedicht In de bioscoop vult De Goede op eigenzinnige wijze de tekst aan door een zaal vol bijzonder filmpubliek te tekenen. In het titelgedicht (wellicht gekozen met het oog op de komende Kinderboekenweek) versterken Van de Vendel en De Goede elkaar ook. Een jongen zit in de trein en gelooft er niets van dat de mensen die hij in de ruit ziet weerspiegelingen zijn: ‘Hierbinnen ademen wij allemaal samen, maar daarbuiten leven wij ook. Zweven we mee als kopietje, als spook.’ De Goede tekent gewone mensen en zombies in een spookachtige groen/blauwe omgeving waarin het volkomen normaal lijkt dat mensen ook zombies kunnen zijn. 
Van de Vendels gedichten gaan altijd ergens naartoe en verrassen vaak in de laatste regel. Zijn onderwerpkeuze blijft dicht bij de belevingswereld van kinderen. Soms is een typische kinderervaring het onderwerp, zoals een jongetje dat niet wil spelen bij een vriendje omdat hij zijn vader zo eng vindt, een andere keer is een normale gebeurtenis de kapstok waaraan het gedicht wordt opgehangen. Bijvoorbeeld als bij het uitzwaaien van oma de zwaaiende hand een onzichtbare knop omdraait die oma ‘in de verte stopt’. 
De kracht van De Goede is zijn toegankelijke beweeglijke tekenstijl. Hij tekent kinderen, dieren, monsters en filmsterren in alle soorten en maten, vaak uit een onverwachte hoek en altijd met precies de goede expressie. Zijn kleurgebruik is uitgekiend, evenals de lay-out. Het geheel oogt vrolijk is zeer uitnodigend. 

De zombietrein en andere stripgedichten is een geslaagde bundel stripgedichten waarin Van de Vendel en De Goede met zichtbaar plezier spelen met taal en beeld. Het resultaat is een heerlijk stripboek vol prachtige gedichten. Nu maar hopen dat de volgende bundel niet zo lang op zich laat wachten. 

De zombietrein en andere stripgedichten 
Edward van de Vendel (tekst) & Floor de Goede (illustraties) 

Querido, 2017     € 12,99

Denk dag doen - Margreet Schouwenaar

Geplaatst 27 jan. 2017 05:34 door susan *   [ 27 jan. 2017 05:34 bijgewerkt ]


Het gedichtenprentenboek kunnen we inmiddels wel als een apart genre beschouwen. Het zijn boeken die eruitzien als een doorsnee prentenboek waarin gedichten (letterlijk) volop de ruimte krijgen en omringd worden door paginavullende illustraties. 
In deze aantrekkelijke vorm verscheen eind december Denk dag doen met gedichten van Margreet Schouwenaar en illustraties van Esther Miskotte. Schouwenaar schrijft naast gedichten voor kinderen en volwassenen ook kinderboeken. In 2009 volgde ze Joost Zwagerman op als stadsdichter van Alkmaar. Naast haar schrijf-en dichtwerk geeft Schouwenaar pedagogiek aan de Pabo in Alkmaar. 

In deze bundel staat het dagelijks kinderleven centraal. De gedichten gaan onder andere over het fijne gevoel van thuis, een leugentje om bestwil, verliefdheid en opa´s en oma´s. De gedichten over de grootouders zijn liefdevol, neem bijvoorbeeld deze zin uit het gedicht Vel:´Ze drukt mij in haar/ fluwelen armen waarin ik naadloos pas. // Ik hou mij in haar omhelzing vast.´ 
Andere gedichten geven woorden aan uiteenlopende gevoelens zoals verlegenheid (´De letters lopen niet zo hard./Ze plakken op mijn tong en worden/maar geen woorden. Mijn wangen/spreken blozend rood. Dat wel.//´), of het heerlijke gevoel met blote voeten over het gras te lopen (´Ik wil geen schoenen, ook geen sandalen of slippers/en zeker geen veters. Ik wil op blote voeten lopen/ en voelen hoe zacht gras, hoe takjes knakken, aarde tussen/mijn tenen wringt. (...)`) 
Er wordt ook geobserveerd, bijvoorbeeld hoe oma vasthoudt aan de spullen uit haar verleden of hoe moeder hoopt dat de oude man op het pleintje haar niet aanspreekt. Ook zijn er gedichten die ingaan op een opmerkelijke vraag, bijvoorbeeld over de gevoelens van deuren en bomen of wat is er met D is gebeurd (D is zoek,/ ik zocht hem overal./ In dik, dom, draak,/ in daar, deur, denk./ Ik zocht maar door,/in bed, hand, brand,/in haard en hond./ Ik liep maar rond en rond.// (...) )
Schouwenaar speelt in haar gedichten met het ritme en breekt haar zinnen vaak op een onverwacht punt af. Haar beeldspraken kloppen en zijn goed gekozen. Vernieuwend is de kinderpoëzie van Schouwenaar niet, maar wel mooi en toegankelijk.  

De tekeningen van Miskotte laten voornamelijk zien wat er in de gedichten gebeurt en voegen weinig aan de inhoud toe. Het meest bepalend is haar keus een jongen of een meisje te laten zien als het gedicht daar geen uitsluitsel over geeft. Ze maakt een aantal beelden uit het gedicht zichtbaar en zo zien we letterlijk dat het woorden regent, een deur een gezicht heeft of een dood konijn op weg naar de hemel zijn jas uittrekt. Miskotte kiest hier en daar voor een verrassend perspectief, we zien bijvoorbeeld een aantal keer alleen maar onderbenen. Het kleurgebruik benadrukt de sfeer het gedicht, zo staat het verlegen blozende meisje in het knalrood en rent de optimist door het vrolijke lichtgeel. Het is jammer dat Miskottte alleen blanke mensen afbeeldt, het zou leuk zijn als ook kinderen met een andere huidkleur zich zouden kunnen herkennen in de tekeningen bij de gedichten. 

Denk dag doen 
Margreet Schouwenaar (tekst) en Esther Miskotte (illustraties) 

Clavis, 2016     € 17,95


Niets liever dan jij - Erik van Os & Elle van Lieshout

Geplaatst 21 nov. 2016 03:24 door susan *   [ 21 nov. 2016 03:24 bijgewerkt ]


Erik van Os en Elle van Lieshout maakten al tal van mooie boeken voor kleuters, zoals het grappige Schatje en Scheetje of de verhalen van Mejuffrouw Muis. In Niets liever dan jij werken Van Os en Van Lieshout opnieuw samen met Marije Tolman, onder andere bekend van het prachtige boek De boomhut. 
De gedichten van Van Os en Van Lieshout zijn niet erg moeilijk, het zijn geen verzameling woorden waaraan de lezer naar eigen inzicht betekenis moet geven. De gedichten sluiten aan bij de belevingswereld van kinderen en doen wat gedichten horen te doen: verrassen en ontroeren. 
Er wordt bijvoorbeeld gespeeld met de klank van de taal:´Ik tik-tak-tik./ Ik klik-klak-klik./ Ik loop op mama´s hakken/ de tik-tak-tik/ de klik-klak-klik/ de kamer door te klakken. ´
De dichters bekijken de wereld ook letterlijk van de andere kant:´Als ik op een wolk zou liggen/ en dan naar beneden keek/ dan zou ik papa willen zien.// En zien dat hij op papa leek.´
Natuurlijk zijn er gedichten die woorden geven aan grote en kleine gevoelens, van ´een kruimeltje verdriet´ omdat je in een café geen koekje bij de appelsap krijgt tot de wens papa te kunnen troosten:´ Was ik maar een reus/ zo groot./ Dan nam ik papa op mijn schoot./ (...) Huil maar gerust./ Hou je maar niet groot./ Hou me maar vast/ want oma is dood./ ´

Bij een gedichtenprentenboek horen de illustraties een belangrijke rol te spelen en meer te zijn dan ´het plaatje bij het praatje.´ Dat zit wel goed in deze bundel. Tolman heeft bij de gedichten dieren getekend op haar unieke humorvolle wijze. De klik klakkende giraf bijvoorbeeld is heel grappig getekend met een coltrui en elegante schoenen. Ze staat afgebeeld naast de benen van een aantal volwassen giraffen die niet helemaal op de pagina passen. Aan een paar subtiele details kunnen we toch zien dat het giraffen zijn, bijvoorbeeld aan dat kleine stukje zichtbare huid tussen jurk en kousen. 
Tolman speelt prachtig in op de beschreven emoties. Van de uitbundige blijdschap aan het begin van een feest met veel roze ballonnen  tot het machteloze gevoel een grote vader troost te willen geven waar de kleine omarming van een groot nijlpaard ontroert. 
Er zijn verschillende gedichten waar Tolmans humor om de hoek komt kijken. In een gedicht over een moeder die niet graag te dik wil zijn tekent ze een broodmager insect en bij het gedicht In de speeltuin zien we oma-papegaai met parelketting en al helemaal los gaan in de speeltuin. In het gedicht Smakelijk eten zwakt Tolman de inhoud wat af. In het gedicht wordt een kind dat niet netjes eet met een bord op de grond gezet, naast de hond. Op de illustratie zien we dat het om een familie ijsberen gaat en dat het kind heel gezellig zit te eten met een zeehond. 

Niets liever dan jij is een innemend gedichtenprentenboek waarin tekst en beeld elkaar goed weten te vinden. Een boek vol kleine verrassingen. 

Niets liever dan jij 
Erik van Os & Elle van Lieshout (tekst) en Marije Tolman ( illustraties) 


Querido, 2016     € 15,99 



Bij mij op de maan - Robbert-Jan Henkes (samenstelling)

Geplaatst 20 jun. 2016 04:05 door susan *   [ 20 jun. 2016 09:03 bijgewerkt ]


Bij mij op de maan is een fantastische bundel met Russische kindergedichten. Het boek geeft een overzicht van de Russische kinderpoëzie vanaf de zeventiende eeuw. Robbert-Jan Henkes tekent voor de samenstelling en de vertaling. Hij heeft een enorme klus geklaard, het boek telt bijna zeshonderd pagina´s. Henkes baseerde zijn selectie op zijn ruime lees- en luisterervaring. Verschillende gedichten voorziet hij van aantekeningen waarin begrippen verklaard worden en (vertaal)keuzes worden toegelicht. Henkes schreef ook een uitgebreid en zeer informatief nawoord. Of de vertalingen recht doen aan de originele gedichten kan ik niet beoordelen, ik ben het Russisch niet machtig, maar wat voorligt is een dikke pil vol heerlijke poëzie. 

Henkes opent de bundel met slaap-en wiegeliedjes, peuterspelletjes en aftelversjes waarin de Russische oorsprong zich verraad in de woordkeuze - het sussende ´bajoe-bajenki-bajoe bijvoorbeeld - of in de inhoud als er kaviaar met rijstebrij gegeten wordt. 
Na deze bonte verzameling rijmpjes en versjes waarvan de schrijvers veelal niet bekend zijn geeft Henkes ruim baan aan de grote Russische kinderpoëziedichters. Dat begint bij Ivan Krylov (1769-1844), de grondlegger van de Russische kinderpoëzie die liefdevol ´grootvadertje´ wordt genoemd. Hij is vooral bekend van zijn rijmende fabels waarvan er twaalf in de bundel zijn opgenomen. Deze verhalende gedichten lezen prettig voor, mede door de vrijmoedige eigentijdse vertaling, soms met een knipoog naar de actualiteit: 

" Ergens vandaan sprong een keffertje naar voren, 
  Die ging grommen en grauwen , 
      Waffen en blaffen, keffen en klauwen, 
  Alsof hij wou zeggen:- Pas op, ik val aan! 
        Pas op of ik bijt in je oren! 
 - Doe effe normaal man, stel je niet aan, 
 - Zei Fikkie hem: - Denk je dat je ´m kunt verslaan? "


Uit: De olifant en het keffertje (Ivan Krylov) 

Veel ruimte is er voor het werk van Aleksandr Poesjkin (1799-1837), ´het stralend licht der Russische letteren´. Hij schreef vooral sprookjes. Net als elders in Europa was deze poëzie oorspronkelijk niet speciaal voor kinderen bedoeld, maar is inmiddels wel uitgeroeid tot klassieke kinderliteratuur. Het zijn lange verhalen op rijm waarvan sommige bekend zullen voorkomen, zoals Het sprookje van de dode tsarenprinses en van de zeven heldenridders dat grote overeenkomsten heeft met Grimms Sneeuwwitje. 
In een bloemlezing Russische poëzie kun je niet om het communisme heen. In de communistische opvoedingsleer was er voor sprookjes en onzinrijmpjes geen plaats, ze werden door de sovjetpedagogen als schadelijk bestempeld. Zelfs het populaire lange gedicht Krokodilvan Kornej Tsjoekovski ( 1882-1962) werd in de ban gedaan. Het vrolijke rijm en de spannende avonturen van het dier werden afgedaan als gevaarlijke onzin; dichters konden de kinderen beter iets over het natuurlijke leven van krokodillen vertellen. Gelukkig bleek dit ´sprookje uit de hele oude doos´ sterker dan de communistische leer. In de bundel is het lange verhalende gedicht opgenomen. 
Henkes heeft ook verschillende gedichten vertaald waarin de communistische opvoedingsleer duidelijk klinkt. Bijvoorbeeld in dit gedeelte van een gedicht van Vladimir Majakovski (1893- 1930): 

 "Wie houdt van werken mag er wezen, 
  zoals je net hebt kunnen lezen. 
  Bescherm de zwakkeren (ja die!) 
  en redt ze uit de klauwen van de bourgeoisie. 
  Dan groei je op – als jullie ´t al niet wisten - 
  als je later groot bent, tot kordate communisten " 


Bij mij op de maan is een goudmijn. De bundel staat boordevol grappige toegankelijke kinderpoëzie die uitnodigt voorgelezen te worden. De gedichten zijn soepel en speels vertaald en hebben een goed ritme. Natuurlijk is er hier en daar weleens sprake van een minder goed vertaalde zin of loopt het ritmisch even uit de pas, maar daar staat zoveel kwaliteit tegenover dat we de vertaler deze kleine haperingen snel vergeven. 
Deze bundel hoort thuis in schoolklassen en in de buurt van open haarden, makkelijke stoelen en bedranden. Hopelijk komt Bij de maan snel in handen van illustratoren op zoek naar een onderwerp en kunnen we in de toekomst een aantal pareltjes uit dit boek niet alleen horen maar ook in zien. 

Bij mij op de maan
Robbert-Jan Henkes (vertaling en samenstelling) 

Van Oorschot, 2016     € 29,99 (softback), € 44,99 (hardback)

één gedicht is nooit genoeg - Mia Goes (samenstelling)

Geplaatst 30 nov. 2015 03:51 door susan *   [ 30 nov. 2015 03:51 bijgewerkt ]


Plint is een bijzondere uitgeverij die in allerlei vormen gedichten uitgeeft. Zij koppelen die gedichten aan het werk van beeldend kunstenaars en illustratoren. Dat de uitkomst daarvan niet altijd een boek hoeft te zijn laat hun uitgebreide assortiment zien. Tekst en beeld staan onder andere op kaarten, kalenders, posters, kussenslopen, zadelhoesjes en servies. Maar het kan ook in een boek. 

één gedicht is nooit genoeg is een bijzonder fraai uitgegeven boek -´voor kinderen van 6 tot 106’- waarin (bijna) 100 poëzieposters zijn samengebracht. Ieder gedicht krijgt twee pagina´s. Links onderaan staan altijd de namen van de dichter en de kunstenaar en bovenaan de pagina staat het thema waaronder het gedicht valt. 
De illustraties bij de gedichten hebben ieder een eigen stijl en ze zijn heel verschillend. Sommige zijn uitbundig en kleurrijk, andere zijn sober en subtiel. Meestal geeft de rechterpagina de illustrator genoeg ruimte, maar er zijn er ook die eveneens (delen) van de linkerpagina gebruiken. Ondanks deze diversiteit oogt het boek door zijn doordachte vormgeving als een eenheid. Ook de informatie om de gedichten heen, zoals een overzicht van de hoofdstukken, een overzicht van de dichters en de kunstenaars, de inhoudsopgave en een trefwoordenregister is overzichtelijk en aantrekkelijk vormgegeven. In dit boek is aan alle bladzijden evenveel zorg besteed, tot en met de verwijzing naar de auteursrechten aan toe. 

Bij de dichters komen we veel bekende namen tegen: Edward van de Vendel, Annie M.G. Schmidt, Willem Wilmink, Hans en Monique Hagen en Joke van Leeuwen bijvoorbeeld. Maar ook is er een gedicht van de bijna vergeten kinderboekenschrijfster Lea Smulders of van dichters die vooral bekend zijn van hun poëzie voor volwassenen zoals Jules Deelder. Dat dit boek niet is bedoeld als een canonbepalend overzicht van de kinderpoëzie blijkt uit het ontbreken van enkele grote namen, zoals Han Hoekstra of Ted van Lieshout. 
Het boek kent diverse hoofdstukken die thematisch zijn geordend. De thema´s zijn ontleend aan dichtregels. Het levert hoofdstukken op met titels als boeken gaan altijd precies zo vlug als ikom zo te kunnen kijkenof me sokke sakke so. De samenstellers beschrijven wat we per thema kunnen verwachten. Bijvoorbeeld bij het thema wie kende groot verlangen  vinden we gedichten over ´niet bang zijn, heel zacht zeggen dat iemand terug moet komen, betere raad, een feestneus die goed van pas komt en dansen tot je de tijd vergeet´. 

Het is erg leuk om te zien wat de diverse kunstenaars toevoegen aan de tekst, vooral als daarbij van het vertrouwde wordt afgeweken. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij het gedicht De regenworm en zijn moeder van Annie M.G.Schmidt. Nu niet met een illustratie van  Wim Bijmoer of Fiep Westendorp maar eentje in de eigenzinnige stijl van Joshua van Iersel. Of Gup van Edward van de Vendel zonder het zwarte hondje van Fleur van der Weel, maar met de bijzondere letters van Mieke Driessen. Verrassend is ook de combinatie tussen de Hagens en Beerd van Stokkum. Niet alle bekende combinaties zijn doorbroken, zo is bij een gedicht van Wim Hofman zijn eigen illustratie gehandhaafd. 

één gedicht is nooit genoeg is een prachtig kijk-lees en bladerboek voor een groot publiek. Een boek waar altijd iets in te ontdekken valt zowel in de tekst als in de illustraties. Een boek dat een leven lang meegaat. 

één gedicht is nooit genoeg 
Samenstelling Mia Goes 


Plint, 2015     € 19,95

                         

Wondermiddel - Kate Schlingemann

Geplaatst 4 nov. 2015 02:31 door susan *   [ 4 nov. 2015 02:31 bijgewerkt ]


Kate Schlingemann (1958) kennen we als kinderboekenschrijfster, illustrator en zeker ook als dichter. Enkele gedichten van haar werden opgenomen in 
Querido´s Poëziespektakel (deel 4 en 5), een podium voor kinderpoëzie dat helaas ten onder is gegaan. Ook won ze in 2012 de tweede prijs in de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd, een prestigieuze prijs. Schlingemann schrijft graag poëzie voor kinderen, een genre waarin maar weinig boeken verschijnen. We moesten dan ook lang wachten op haar debuutdichtbundel. 

Schlingemann schrijft geen lekker lopende grappige versjes, haar gedichten verdienen het in rust gelezen te worden om er volop van te genieten. Niet omdat ze ´moeilijk´ zijn, de inhoud is over het algemeen makkelijk te volgen, maar om niets te missen van het rijke en ritmische taalspel. 
De dichteres kiest vaak voor een originele invalshoek, bijvoorbeeld een paradoxale aanpak als wondermiddel tegen verdriet of een superheld die zich afvraagt wanneer het genoeg geweest is. Er zijn ook gedichten over herkenbare kinderthema´s, zoals een juf die je spullen afpakt, een kat die begraven wordt en het verlangen de dood van oma ongedaan te maken. 
Schlingemann gebruikt in haar gedichten mooie beelden, bijvoorbeeld in haar gedicht de wind zien: in kriskras van vogels/ in schrapzet van haas/in krom op de fiets/in zand uit het niets/in haar in je ogen/in fladder van jas/in platslag van gras/in rood op je wangen/in meeuwen die hangen/in regen in strepen/in omval, en... au!´(...)´ 
We zien in de gedichten wel vaker opsommingen van een reeks beelden om een fenomeen te beschrijven, bijvoorbeeld in het gedicht ik wou verschrikkelijk heel graag dat de vele eigenaardige van katten omschrijft. Maar ook hondenliefhebbers komen aan hun trekken, in het gedicht dát!: het hondje met de rondste ogen/en met een neus van drop/en met de flapste oortjes/en krullen op zijn kop/het hondje met de zachtste pootjes/en met de liefste blik/en met een kwispelstaartje/dát hondje /dat wil ik. 
Niet alle gedichten geven direct alles prijs, deze gedichten laten meer ruimte voor een eigen invulling. Zoals het gedicht na het logeren:´wat de vliegen doen in opa´s keuken/ zoevend gonzend snorrend, zich druk maken over horren/ door duizend gaatjes niet naar buiten kunnen/doet mijn opa ook// ga dan, roept hij, de mepper zwiepend in zijn hand/ je hebt
maar één dag om te leven/ hoe graag wil je dood?// maar hij heeft niet in de gaten/ dat ik bij de open deur al een eeuwigheid/ met mijn koffertje sta te wachten// misschien moet hij de vliegen vliegen laten/ zijn hoofd een slagje draaien/ mij zien, uitzwaaien// 
Een aantal gedichten zijn van een tekening voorzien door Nynke Kuipers. Ze gaat in haar illustraties met Schlingermanns beeldtaal aan de haal en dat leidt tot grappige tekeningen. 

Wondermiddel is een rijke bundel waarvan je hoopt dat het zijn weg vindt naar de jonge lezers, want ieder kind verdient het om kennis te maken met de rijke wereld van de poëzie. 

Wondermiddel 
Kate Schlingemann (tekst) en Nynke Kuipers (illustraties) 


Xanten, 2015     € 14,95

                    
              

Nooit denk ik aan niets - Hans & Monique Hagen

Geplaatst 30 mrt. 2015 03:25 door susan *   [ 30 mrt. 2015 03:25 bijgewerkt ]


Hans en Monique Hagen maakten al eerder samen met vooraanstaande illustratoren prachtige poëzieprentenboeken waarvan Jij bent de liefste(Querido, 2000) de bekendste is. Deze keer is het Charlotte Dematons die de gedichten van het echtpaar Hagen illustreerde. Dematons is vooral bekend van haar prentenboeken Sinterklaas en Nederland
In Nooit denk ik aan niets gaan de gedichten onder andere over emoties (bang, boos, blij), over grote levensthema´s (liefde, dood, de hemel, God), over kleine vreugdes (zweven in de zweefmolen, haantje de voorste zijn) en over verwondering.  
Emoties lenen zich goed om uit te drukken in klankrijke woorden:´rode knetter dynamiet/ takkenbijter kakkepiet/ stekkert kukert slakkensop/ de boze bui knalt uit mijn kop/ hou op hou op hou op//´ 
Filosofisch getinte gedichten vragen om een ander soort woorden, om gewone woorden die in handen van de Hagens ineens tot nadenken aanzetten:´ik denk nooit aan niets/ want als ik dat probeer/ denk ik stiekem toch aan iets// ooit ben ik met denken klaar/ dan weet ik alles/ van nul en niets en nergens/ dan ben ik een wetenaar//´ 
Mooi zijn de gedichten over verlies; over de knuffel die eenzaam achterbleef en de dood van een huisdier:´mijn kat kan niet meer spelen/ ik aai zijn koude oortjes/ en het neusje van fluweel/ ik hoor hem niet meer spinnen/ hij wordt nooit meer heel´// Dit gedicht wordt gevolgd door twee filosofisch getinte gedichten met vragen over de hemel en over god:´zou er een god zijn/ en als er een is/ waar is hij dan van/ van water of van glas/ van zilver of van goud/ is god doorzichtig/ en als hij in de spiegel kijkt/ wat ziet hij dan/een kind een vrouw een man//´ 

In het prentenboek zijn de illustraties van Dematons meer dan een plaatje bij het gedicht. Ze vertellen een eigen verhaal dat soms verder gaat dan de tekst. Zo ziet de lezer dat de vergeten knuffel weer in de juiste armen terecht komt en ook dat er een nieuwe kat is. Soms geeft de illustratie een leuke toevoeging op het gedicht. Zoals het grote ei op de verkeerstoren dat een logisch gevolg is van de veronderstelling in het gedicht. 
Er is veel te ontdekken in de details, zoals een zeemeermin, een bekend prentenboek of een van de vele verwijzingen naar beroemde kunstvoorwerpen. Erg leuk is ook dat verschillende locaties terugkomen, zoals een huis uit een straat of het interieur van de slaapkamer. 

Niet alle gedichten zullen door kleuters begrepen worden, maar daar groeien ze wel in. Nooit denk ik aan niets is eigenlijk een boek voor iedereen. Een bijzonder mooi boek. 

Nooit denk ik aan niets 
Hans en Monique Hagen (tekst) en Charlotte Dematons (ill) 


Querido, 2015     € 15.99 

Andere boeken van Monique en Hans Hagen op kinderboekenpraatjes: 
Jij bent de liefste 
Ik zoek een woord 

Meer over het werk van Charlotte Dematons: 
Sinterklaas 

Zo mooi anders- een gedichtenprentenboek

Geplaatst 20 feb. 2015 03:02 door susan *   [ 20 feb. 2015 03:02 bijgewerkt ]


Uitgeverij Lemniscaat vroeg eenentwintig illustratoren hun favoriete gedicht te illustreren. Het resultaat is het prachtig uitgegeven boek Zo mooi anders. De keuze van de illustratoren is divers en loopt van Annie M.G. Schmidt tot W.B.Yeats. Het gedicht van Yeats is zowel in het Engels als in de vertaling opgenomen. Boerneefs Zuid Afrikaanse gedicht zonder titel blijft onvertaald en geeft zo alle ruimte aan de schoonheid van de taal die zo dicht bij het Nederlands ligt maar toch vreemd is. Er zijn gedichten die makkelijk weglezen en gedichten die de lezer uitdagen. 
De illustratoren geven ieder op hun eigen wijze vorm aan de opdracht. De een geeft een beeld van de inhoud, andere kiezen voor het weergeven van de stemming en weer andere kiezen voor een combinatie daarvan. 
Bij het gedicht XXII van Rutger Kopland laat Doesjka Bramlage op schitterende wijze een vrouw zien die ooit jong en mooi was (wie goed kijkt kan haar nog zien), maar nu´met oude thee en oude handen´ in haar sombere wereld zit te wachten. 
Paula Gerritsen tekent een overweldigende oude binnenstadstad met op elkaar gestapelde huizen die schots en scheef staan en ze tekent ook de hoofdpersonen van het gedicht die door deze stad lopen:´We liepen samen krom,/ als een gezinnetje van zotten./ Zij wist de weg, ik droeg haar oude botten.´ ( Joke van Leeuwen). 
Irene Goede plaatst een gedicht van Vasalis in de kleuren die het gedicht beschrijft:´Een witte ochtend, eerste dooi/ de lucht wit-grijs, egaal gespreid/ en aan de lange horizon/welt nu een witte zon./ 
Annette Fienieg speelt op een directe manier in op de tekst. Zij laat een zichtbaar vermoeide moeder zien, met de spelden nog in haar mond, tegen een vrolijk gekleurde achtergrond terwijl ze naar haar zoon luistert die zijn met zoveel inspanning gemaakte prikkebeenkostuum toch liever niet aantrekt:´Onze klas heeft een verkleedpartij,/maar ik moet op het schoolplein kind´ren voorbij/uit àndere klassen. Die pesten mij,/ moeder. (Willem Wilmink). 
Martijn van der Linden lost de spraakverwarring uit een gedicht van Mustafa Stitou op: hij laat een konijn zien dat tegelijkertijd een eend is (of is het een eend die tegelijkertijd een konijn is?) 
Dieter Schubert laat ook de hoofdpersoon uit het gedicht zien, de Blauwbilgorgel uit het gelijknamige gedicht van Cees Buddingh. 
Marije en Ronald Tolman tekenen de ´santekraam´ uit het stormachtige klankrijke gedicht van Ronelda Kamfer. 

Zo mooi anders is niet echt een kinderboek, veel gedichten zullen kinderen nog niet begrijpen. Maar wellicht zullen ze wel genieten van de mooie platen en misschien ook wel van de woorden die erbij horen, ook al begrijpen ze de wereld achter die woorden nog niet. 
Dit gedichtenprentenboek is een rijk boek waarin woord en beeld elkaar op fraaie wijze ontmoeten. Een prachtig cadeau voor gedichtenliefhebbers (en voor hen die dat nog moeten worden) 

Zo mooi anders 
Lemniscaat, 2015     €19,95

Superguppie is alles - Edward van de Vendel

Geplaatst 5 jan. 2015 05:44 door susan *   [ 5 jan. 2015 05:44 bijgewerkt ]


Ruim tien jaar geleden verscheen het eerste superguppieboek. Edward van de Vendel en Fleur van der Weel kregen voor deze bundel samen de Woutertje Pieterse Prijs en het boek werd ook bekroond met een Zilveren Griffel. Voor Fleur van der Weel was het haar debuut als illustrator van kinderboeken, Van de Vendel was al op weg de bekende en veel bekroonde schrijver te worden die hij nu is. Inmiddels zijn er vijf superguppiebundels verschenen en werd het hoog tijd voor een stevige mooie verzamelbundel.Superguppie is alles is een goede vervanging van de boekjes met de slappe kaften die na intensief gebruik er al snel armoedig en weinig aantrekkelijk uitzien. In deze bundel zijn alle eerder gepubliceerde gedichten opgenomen en daarnaast ook tweeëntwintig nieuwe gedichten met nieuwe illustraties. Er staan ook tips in voor scholen en een index waar op onderwerp gezocht kan worden. 

De superguppiegedichten hebben een aantal unieke kenmerken. Ze zijn kort, ze gaan over onderwerpen die dicht bij kinderen staan, ze verrassen en geven woorden aan diverse emoties. In enkele woorden weet hij grote en kleine gevoelens te vangen, bijvoorbeeld de schok als na de feestdagen de kerstboom ineens weg is: 
Ik kom thuis,/ januari,/ en wat tref ik aan?/ Een open plek/waar de boom heeft gestaan./ Hij was nog lang niet uitgevierd,/maar mama heeft hem leegversierd./ (...) 
In het gedicht kapper geeft Van de Vendel woorden aan de ambivalente gevoelens die veel kinderen hebben ten aanzien van het haren knippen: 
´Het geluid van de schaar in mijn haar/vinden mijn oren/gevaarlijk./ Ze horen er pijn in en knippen en bloed./ Dat is raar,/ want de kapper is vreselijk goed,/dus moeten mijn oren niet zeuren/en alles laten gebeuren.´/ (...) 
Een ander prachtig gedicht is papa:´Papa heeft gehuild./ Vandaag./ Ik zag het./ Het is waar./ Ik wist niet dat hij huilen kon./ Nu geloof ik dat dan maar./ (...) 
In de eerste bundel, Superguppie, staat het gedicht waaraan de bundels hun naam ontlenen:
´Alle guppies die ik had/zwemmen nu/ in onze kat-´ / nou ja, waarschijnlijk zijn ze dood./ Hij viste zo,/zo,/ met zijn poot./ Er is er één maar die hij miste./ (...) Dit visje keert in latere bundels terug. Hij krijgt een vrouw en kan met haar nieuwe supervisjes maken en hij gaat dood (´Alles is bedorven./ Superguppie is gestorven´), maar leeft voort in zijn nageslacht. Ook in een van de nieuwe gedichten keert Superguppie terug, nu als geuzennaam voor degenen die eigenwijs zijn. 

De superguppiegedichten vormen een eenheid met de illustraties en vormgeving van Fleur van der Weel. Een hondje is de hoofdfiguur. Ze tekent hem met een kroontjespen en inkt in zwart/wit. Er wordt maar een steunkleur gebruikt, appelgroen. De illustraties zijn net als de tekst origineel, fantasierijk en drukken emoties uit, vaak op een subtiele manier. Zo druppelen er watertranen uit de hand van het hondje als Superguppie dood is, of Van der Weel laat zien dat het hondje in bed inderdaad in een ´dekbed-envelop´ zit. 

Ieder kind gun je deze schatkamer van fantasievolle mooie vrolijke en soms verdrietige gedichten. Superguppie is alles! 

Superguppie is alles 
Edward van de Vendel (tekst) en Fleur van der Weel (ill) 


Querido, 2014     € 22,50 

Andere boeken van Edward van de Vendel en Fleur van der Weel op kinderboekenpraatjes: 
Hallo 

Doodgewoon - Bette Westera

Geplaatst 11 dec. 2014 02:49 door susan *   [ 23 mei 2017 02:14 bijgewerkt ]


Soms komt er een boek binnen waarvan je direct ondersteboven bent. Doodgewoon van Bette Westera en Sylvia Weve is zo´n boek. Een prachtig boek vol gedichten en illustraties die lijken te gaan over de dood, maar toch vooral het leven beschrijven. 

Het gewaagde thema is divers is uitgewerkt. Natuurlijk zijn er gedichten waar de pijn van het verlies prachtig onder woorden wordt gebracht, maar het gaat over veel meer. Westera stelt bijvoorbeeld de vraag hoe het leven zou zijn als je niet kon sterven:´Als je nou eens niet kon sterven,/ was vakantie dan nog fijn?/ Zou je je nog steeds verheugen/ op dat reisje met de trein?´/ 
Of het gaat over de angst voor de dood: ´Ik wil je graag iets vragen, Dood./ Mag ik even op je schoot?/ Even maar. Ik ben nog klein/ en vraag me af hoe het zal zijn/ om dichter naar je toe te leven./´ 
Grafspreuken ontbreken niet en die zijn, zoals gebruikelijk in dit genre, grappig:´Deze rups werd nooit een vlinder. Jammer weer een vlinder minder´. 
Verschillende gedichten gaan niet direct over sterven en rouw, maar over onderwerpen die geassocieerd worden met de dood, zoals het gedicht Hospice:´Het huis staat in een doodgewone straat./ Hij komt erlangs als hij naar judo gaat./ Een donkerbruine voordeur met een bel, maar zonder namen./ Er gaan ook mensen levend in en uit,/ met lege handen, tranen, bloemen, fruit./ Een huis in een gewone straat, met zeven brede ramen.´/ 
Westera maakt ook gedichten waarin het omgaan met de dood vanuit andere culturen aan de orde komt, waaronder het ontroerende gedicht Narayama waarin de zoon huilend zijn oude moeder de berg op draagt waar hij haar zal achterlaten om te sterven. 
Westera´s gedichten zijn vaak vergeleken met het werk van Annie M.G. Schmidt. Dat is een voor de hand liggende vergelijking omdat beide dames hun gevoel voor ritme en humor met elkaar delen. Ook in Doodgewoon staan gedichten die voor deze vergelijking in aanmerking komen, zoals het gedicht Vaas:´Ze eet. Hij staat er net een uur./ Ze vond hem eigenlijk te duur,/ die vaas. Maar ach, hij past bij de gordijnen./ Precies hetzelfde donkerrood./ Te duur voor Jan. Maar Jan is dood- /het zijn nu echt háár centen, niet de zijne.´/ 
Toch maakt Westera zich in deze bundel definitief los van Schmidt. De gedichten in Doodgewoonlaten een grote diversiteit zien, zowel in onderwerpkeuze als in rijmschema´s en alles klopt. Wellicht komen daarom de gedichten die gaan over het definitieve van de dood, de oneerlijkheid ervan en over het gemis van degene die je lief hebt zo binnen. Het zijn gedichten die spreken van ´de leegste stoel die er bestaat´, of een lange litanie van alle situaties waarin de overledene wordt gemist, of de hartverscheurend rouwkaart waarin alle troost vergeefs lijkt, of de pijn om het verlies van het kindje dat te vroeg geboren werd. 

Sylvia Weve, die een Gouden Penseel kreeg voor een ander boek dat ze samen met Westera maakte (Aan de kant, ik ben je oma niet!) vindt zichzelf wederom opnieuw uit. Haar stijl blijft weliswaar herkenbaar maar is toch vernieuwend. Het kleurpalet is divers, al domineren de bruin/rode tinten. Vaak zijn de illustraties verrassend, zoals een hinkelbaan waar vanaf de zeven de getallen zijn door gekruist bij een gedicht over een vroege dood, of haar versie van magere Hein, of de speelse illustratie van een wereld zonder dood, een stadsgezicht dat grote overeenkomsten vertoont met de illustratie bij het gedicht Zonder jou waarop te zien is dat de wereld ´zonder jou´ gewoon door raast. 
Omdat het boek soms halve bladzijden heeft kan Weve spelen met overgangen naar een nieuwe pagina. Dat doet ze briljant, zo blijkt onder de illustratie van de hinkelbaan het graf van een rups te liggen. Ook verbindt ze door middel van haar illustraties gedichten aan elkaar, zoals het gedichtNooit meer is voor altijd met het gedicht Beter niet dat gaat over´zeven dingen die je beter niet kunt zeggen tegen iemand die een tijdje terug zijn vader heeft verloren´. Weve is origineel, bijvoorbeeld op de prachtige illustratie waar de jas van oma nog overduidelijk haar vingerafdruk draagt of de dansende spullen van een erfenis. 
Het laatste gedicht, dat nog gevolgd wordt door een uitleg over onderwerpen die in het boek aan de orde komen, is een opgewekt gedicht. Kleurige insecten zoemen rond een grafsteen in een vrolijke omgeving:´Hier lig ik dan,/ begraven in een grazig stukje groen,/ en denk wat ik al eerder dacht:/ de dood is goed te doen.´/ 

Wat mij betreft is Doodgewoon het mooiste boek van 2014, een boek om (jezelf) cadeau te doen. 

Doodgewoon 
Bette Westera (tekst) en Sylvia Weve (ill) 


Gottmer, 2014     € 19,95 

Andere boeken van Bette Westera en Sylvia Weve: 
Aan de kant, ik ben je oma niet! 
Ik leer je liedjes van verlangen 
Sint gaat op gym

1-10 of 34