Lijst gedichten

Was de aarde vroeger plat? - Bette Westera

Geplaatst 12 jan. 2018 05:55 door susan *   [ 12 jan. 2018 06:35 bijgewerkt ]


Was de aarde vroeger plat? is een nieuw boek van het gouden duo Westera en Weve. Na boeken met gedichten over ouder worden, de dood en een sprookje staan nu lastig te beantwoorde vragen centraal, of zoals Bette Westera dat formuleert: (...) ‘vragen die vragen/ om een versje/ een gedicht/ een schilderij/ Vragen die vragen/ om iets/ wat dartel om ze heen kan draaien/ zoals de aarde/ eeuwig om zijn as. 
    Op de kaft krijgt de lezer al een indruk om wat voor soort vragen het gaat en daarbij valt op dat ze vaak om het thema tijd draaien. Voorbeelden daarvan zijn: Hoe weet je dat tijd bestaat, Kun je langzamer zijn dan de tijd, Kan de tijd echt vliegen, Wanneer begint iets of Kun je altijd sneller blijven worden. Er zijn ook vragen die inspelen op andere moeilijk te begrijpen grootheden zoals de vraag waar de ruimte ophoudt, hoe diep je kunt slapen of uit hoeveel vissen een school bestaat. 
    De antwoorden geven geen uitleg, ze zijn het startpunt van een dichterlijke associatie. Soms levert dit een gedicht rijk aan beeldspraak op, bijvoorbeeld het antwoord op de vraag Hoe weet je dat tijd bestaat?: ‘De tijd zit in de gaten in je broek./ De tijd zit in het hoofd van oude mensen./ De tijd zit in de schimmel op de koek./ De tijd zit in verwachtingen en wensen. (...) 
    Bij andere gedichten is de vraag aanleiding tot een uitdagend taalspel zoals de discussie tussen de kip en het ei: ‘Dag ei’, zei de kip/’Dag kip,’ zei het ei./ ‘Wie was er nu eerder, ik of jij?// ‘Jij,' zei de kip./ ‘Nee jij,' zei het ei./’Want ik lag hier nog niet en toen legde jij mij.’// (...)
    Sommige vragen krijgen echt een antwoord, bijvoorbeeld de vraag Wanneer begin je met bestaan?: (...) ‘Ik ben ik weet niet hoeveel jaar./Zo oud als mama’s ei/en papa’s zaadje bij elkaar. 
    Andere vragen krijgen helemaal geen antwoord, maar zijn het startpunt van een fantasie. Bijvoorbeeld in het versje Kun je door de tijd reizen? waarin de eerste regel geen antwoord maar een feit is: ‘In mijn toffe tijdmachine/ kan ik zelf de tijd bedienen.’ (...)
     De versjes van Westera zijn, zoals altijd, mooi ritmisch en ze lezen prettig voor. Westera kiest voor beproefde rijmschema’s en stijlfiguren en binnen haar oeuvre verrassen ze niet. Dat is jammer voor de ervaren poëzielezer, maar voor de beoogde doelgroep van jonge lezers zal dit geen bezwaar zijn. Westerta’s kinderpoëzie blijft tot het beste behoren. 

De illustraties van Sylvia Weve komen in dit mooi vormgegeven boek volledig tot hun recht. Er is goed nagedacht over de vormgeving. Het valt op dat de vouw tussen de pagina’s vaak verwerkt wordt in de illustraties. Zo kan het de grens zijn tussen een dag-en een nachttafereel of de dominerende lijn die het perspectief bepaalt. Op andere pagina’s wordt de vouw juist genegeerd en loopt de tekening er brutaal overheen. Dit spelen met de vouw tusen de pagina’s past bij Weves stijl. Ze speelt ook graag en vakkundig met de kijkrichting of met het perspectief. 
Het samenspel tussen tekst en beeld is niet altijd origineel. Zo zien we een tijdmachine en een kip bij bovengenoemde gedichten. Overigens zijn die verre van standaard getekend. Origineler is haar vrolijke compositie van bloemetjes en bijtjes bij het gedicht over de vraag wanneer je begint, of haar uitwerking van het gedicht Houdt de ruimte ergens op? waarin het gevoel van de toekomstige astronaut treffend wordt weergeven als hij in een vogelkooi door de ruimte zweeft. 

Was de aarde vroeger plat? is een aantrekkelijk boek vol mooie gedichten over wat minder voor de hand liggende onderwerpen. De prachtige vormgeving en de heerlijke tekeningen van Weve maken het helemaal af. 

Was de aarde vroeger plat? 
Bette Westera (tekst) met illustraties van Sylvia Weve 


Gottmer, 2017     € 16,99 



Ander boeken van Bette Westera en Sylvia Weve op kinderboekenpraatjes: 
Aan de kant, ik ben je oma niet! 
Doodgewoon 

Roltrap naar de maan - Harrie Jekkers & Koos Meinderts

Geplaatst 29 nov. 2017 03:49 door susan *   [ 29 nov. 2017 03:49 bijgewerkt ]


Voor de liefhebbers van het werk van Koos Meinderts en Harrie Jekkers ging bij de aankondiging van dit boek de vlag uit. De teksten die zij schreven voor hun elpee Roltrap naar de maan(bekroond met een Edison) zijn al zo’n twintig jaar oud, maar nog lang niet vergeten. In deze uitgave zijn de teksten geïllustreerd door Annette Fienieg en lijkt het boek op het eerste gezicht een gedichtenprentenboek. Zo kan het ook prima gelezen worden. Nog leuker wordt het echter met de bijgevoegde cd waarop de teksten nog beter tot hun recht komen met de muziek en uitvoering van Klein Orkest. 

Er komt van alles aan de orde in de goed geschreven teksten. Er zijn verschillende liedjes die draaien om de kunst van het overdrijven. In De leugenaar bijvoorbeeld staat het betere liegen centraal en in Leuk is raar wordt met een fenomenaal woordenspel alles op z’n kop gezet: ‘Wie steelt krijgt een beloning, wie weggeeft is een dief. Voor braaf zijn krijg je strafwerk en klieren dat is lief.’ 
Iedereen wordt vrolijk van het verhaal over de dromedaris die de dierentuin spuugzat is en eens gaat kijken in de stad en onvergetelijk is het bloeddorstige relaas over de kinderverslinder:
 ‘Hij maakt je klaar, met peper, zout en met een uitje en braadt je in een oven of een grill. Likkebaardend kijkt hij naar je door het ruitje en prikt af en toe een vork in je bil.’ 
Er zijn ook intieme liedjes, bijvoorbeeld over hoe blij je kunt zijn met je step of hoe verschrikkelijk het is dat het meisje van je dromen je niet ziet staan. Ook is Ballade van de Dood in de bundel opgenomen, een tekst waarvoor Meinderts en Jekkers in 2009 een Zilveren Griffel kregen. 

Annette Fienieg schept een kleurrijke wereld rond de liedjes met scènes uit de teksten. Vaak is hetzelfde jongetje te zien en ook voorwerpen uit eerdere liedjes duiken elders weer op. Fienieg pakt uit als er feest gevierd wordt, maar wie goed kijkt moet toch even huiveren als hij middenin een feestelijk optocht de kinderverslinder ziet lopen, met een kind aan zijn hand. 

Roltrap naar de maan is een must have voor iedereen die in de buurt van kinderen vertoefd. Harrie Jekkers en Koos Meinderts staan naast Annie M.G.Schmidt en Willem Wilmink op de eregalerij van de allerbeste kinderliedjesschrijvers. 

Roltrap naar de maan 
Harrie Jekkers en Koos Meinderts (tekst) en Annette Fienieg (illustraties) 

Rubinstein, 2017     € 12,99


Onder mijn matras de erwt - Ted van Lieshout

Geplaatst 8 nov. 2017 04:13 door susan *   [ 8 nov. 2017 04:14 bijgewerkt ]


Elk boek van Ted van Lieshout vormt een eenheid. Tekst, beeld en vormgeving zijn zorgvuldig, door van Lieshout zelf, op elkaar afgestemd. Ook in de dichtbundel Onder mijn matras de erwt zijn beeld en tekst gelijkwaardige eenheden en dat wordt onderstreept door de ondertitel gedichten en portretten
De gedichten gaan over een opgroeiend meisje. We zien haar portret, getekend in enkele stevige lijnen, de pagina’s van de inhoudsopgave domineren. De lezer zal haar belevingswereld binnengaan. 
De gedichten zijn min of meer chronologisch geordend en volgen de ontwikkeling van kind naar jong volwassene. In de inhoudsopgave kunnen we aan de lay-out zien dat sommige gedichten bij elkaar horen. Soms hebben ze dezelfde titel en soms hebben ze hetzelfde thema. 

In het eerste gedicht sorteert het meisje haar poppen. Het gedicht heeft het ritme van een aftelversje en benadrukt zo bijna ongemerkt dat we hier met een kind te maken hebben. Toch kondigt de puberteit zich al aan, want het meisje kijkt met een nieuwe kritische blik naar het bekende, ze wikt en weegt en doet weg wat haar niet bevalt. 
In de puberteit is het leven niet makkelijk en zijn gevoelens groot en onstuimig. Van Lieshout geeft daar op verschillende manieren voorbeelden van. Vaak sluimeren er emoties tussen en onder de woorden, emoties die zich niet direct laten benoemen, maar wel herkenbaar zijn. Zoals in het gedicht Ik ben

Ik ben 
de prinses. 

Ik zoek 
de dappere. 

Ik zoek 
dapper de 

kikker. 
Ik ben 

de dappere 
prinses 

die dapper 
de kikker 

gaat kussen. 


De gedichten gaan niet alleen over kolkende puberteitsperikelen, ze gaan ook over echtscheiding en het afscheid van een dementerende oma. In deze gedichten zien we aan de ene kant de koele ongenadige blik op de werkelijkheid en aan de andere kant de emoties die de gebeurtenissen oproepen. 
Van Lieshout dicht in vele vormen, soms in enkele woorden, soms in een langere aaneengesloten tekst en alle denkbare vormen daartussen in. Het ritme in de gedichten is wisselend, de ene keer is het een adembenemende tirade, de andere keer staan er nog geen twintig woorden op papier. Soms rijmt de tekst en vaak ook niet. Vorm, taal en inhoud zijn altijd een eenheid. 

Naast de taal is het beeld een gelijkwaardige speler in dit boek. Dat beeld bestaat uit poppenportretten. Geen snoezige poppen, maar zelfgemaakte kleipoppen met knikkerogen die Van Lieshout al in de jaren tachtig maakte. Hij liet ze expres slingeren en oud worden tot de tijd rijp was ze te fotograferen. Het zijn vijftien licht gekleurde poppen met verschillende gelaatstrekken. Ook de structuur verschilt: sommige poppenhoofden hebben een glad oppervlak, andere hebben barsten. 
Van Lieshout toont alleen de hoofden van de poppen die hij op verschillende manieren aankleedt. Fascinerend zijn de pagina’s waar dezelfde pop op verschillende manieren is aangekleed en gefotografeerd. Het is soms nauwelijks te geloven dat eenzelfde kop er zo verschillend uit kan zien. 
Rond de gedichten staan portretten die als het ware een dialoog aangaan met de tekst. Zo staat bij het gedicht Zeven keukens een pop die gekleed is in keukendoeken en bij het titelgedicht is de pop voorzien van een haardracht bestaande uit erwten. Ontroerend mooi is de gerimpelde pop die bij de gedichten over de oma staan, een passend beeld bij de prachtige regel ‘Het is of ze uit het leven wegsmelt;/ ik zie dat ze al aan het voorbijgaan is./’ 


Onder mijn matras de erwt is een magnifiek boek zowel in tekst als in beeld. De gedichten zijn veelzijdig in vorm en ritme en geven woorden aan een scala herkenbare gevoelens. Toch geven ze niet alles in een keer bloot, de gelaagdheid van de tekst doet recht aan de weg die de verteller gaat van meisje naar jong volwassene. Op deze vaak moeizame reis vol ingewikkelde en tegenstrijdige gevoelens hoeft niet alles direct benoemd en begrepen te worden. 
De poppenportretten doen recht aan de tekst (of andersom), ook zij zijn veelzijdig en bezitten een eigen schoonheid. Onder mijn matras de erwt is wat mij betreft een tijdloos meesterwerk. 

Onder mijn matras de erwt 
Ted van Lieshout 


Leopold, 2017     € 15,99 

Andere dichtbundels van Ted van Lieshout op kinderboekenpraatjes: 
Rond vierkant vierkant rond 
Driedelig paard 

Dag poes! - Mies van Hout

Geplaatst 18 sep. 2017 04:21 door susan *   [ 18 sep. 2017 07:09 bijgewerkt ]


De speelse kleurrijke tekeningen van Mies van Hout vervelen nooit. Deze keer tekende ze prachtige en heel verschillende poezen. Van Hout dook onder in de belevingswereld van de kat en overhandigde uiteindelijk twintig tekeningen aan vijf dichters. De vijf dichters, Bette Westera, Koos Meinderts, Sjoerd Kuyper en Hans & Monique Hagen, hebben allemaal hun sporen als schrijvers van kinderpoëzie ruimschoots verdiend. 
Voor kattenkenners is dit prachtig uitgegeven boek een feest van herkenning, van de dromerige kat op de vensterbank tot de doodsbange kat op oudejaarsavond. De dichters kiezen echter lang niet altijd voor een voor de hand liggend onderwerp. In het gedicht van de Hagens bij een tekening van een kat die zich uitrekt zoals alleen katten dat kunnen, begint de tekst ontspannen en lieflijk en sluit daarmee mooi aan bij de vrolijke lentekleuren waarmee de kat getekend is: ‘de merel zingt/de roodborst hipt/de ekster lacht/het zonlicht toe’ Maar dan komt de verrassende wending als de dichters de aandacht op een ander detail op de tekening vestigen waardoor de vogels voor hun leven moeten vrezen. 
Het jachtinstinct (of het ontbreken daarvan) is vaker het onderwerp van een gedicht, van het vangen van een vlieg tot het verlangen naar de jacht op een moddervette maaltijdmuis. Andere katten zien liever dat mensen hun eten verzorgen en de lat ligt daarbij hoog. Bette Westera somt de wensen van een blakende blozende kat op: ‘Dun gesneden runderhart/ en lamsvlees, mals en mager,/ parelhoen of kwartel/van een echte scharrelslager’. 
Andere katten zijn in de war, bijvoorbeeld omdat ze zichzelf in de knoop gespeeld hebben. In de woorden van Sjoerd Kuyper klinkt dat zo:’ Ik weet niet meer wat onder is/ en ook niet meer wat boven./ En dat een bal een bal is,/ dat kan ik niet meer geloven.’ Op de illustratie staat een enigszins verbaasd kijkende jonge kat, ondersteboven en pluizig en verstrikt in de draad van een bolletje wol. 
Grappig is het gedicht van Koos Meinderts over een weinig heldhaftige kat die voor van alles en nog wat bang is. Er volgt een opsomming van enge dingen en dan de climax: ‘Maar ik vrees het allermeest/ het enge Poezebeest/dat zich met zijn giechel/verstopt heeft in de spiegel.’ 

De illustraties van Van Hout zijn geweldig. Ze zijn divers, vol beweging, in verrassende kleuren en ze laten een breed spectrum aan typisch kattengedrag zien. Bijvoorbeeld een ontspannen kat, liggend op zijn rug en in alles een uitnodiging om hem te strelen. Hij ligt op een donkerroze achtergrond en is niet omlijnd, zijn aaibaarheid dijt aan alle kanten uit. Het is een zwarte kat, maar wel eentje op zijn Mies’ en dus zijn er kleurige patronen in diverse technieken in zijn vacht verwerkt. Bette Westera schreef er een klankrijk gedicht bij dat precies uitdrukt wat de kat wil zeggen: Streel me! 
Er staan veel poezen met bijzondere kleuren in het boek. Het nodigt de dichters uit om in te spelen op de stemming die een kleur kan oproepen. Zoals het warme rood en paars dat een illustratie van een slapende kat domineert. Die kat droomt duidelijk een mooie droom. En een kat omhult door grijs, die mijmert natuurlijk en is de achtergrond rood en de ogen van de kat ook, dan is hij een ‘Poesje Wrauw’. 

Dag Poes! is een prachtig uitgegeven boek met betoverend mooie en originele illustraties die aan kracht winnen door de goed gekozen woorden van de dichters. Een must-have voor iedere kattenliefhebber. 

Dag poes! 
Mies van Hout (illustraties) met gedichten van Bette Westera, Koos Meinderts, Sjoerd Kuyper en Hans & Monique Hagen (tekst)


Hoogland & Van Klaveren, 2017     € 16,50 
 


Andere boeken van Mies van Hout op kinderboekenpraatjes: 
Speeltuin 
Vriendjes 

De zombietrein en andere stripgedichten - Edward van de Vendel & Floor de Goede

Geplaatst 31 mei 2017 03:55 door susan *   [ 31 mei 2017 04:42 bijgewerkt ]


De laatste tijd worden er gelukkig weer meer gedichten voor kinderen uitgegeven en daarbij maakt vooral het zogenaamde gedichtenprentenboek opgang. Edward van de Vendel, een van onze beste kinderpoëzieschrijvers, kiest voor een andere vorm: het stripgedicht. Dat deed hij al eerder, maar dat is al zeven jaar geleden. Aan het succes kan dat niet gelegen hebben, de stripgedichten werden positief ontvangen en bekroond met onder andere een Zilveren Griffel. De stripgedichten maakt Van de Vendel samen met Floor de Goede, waarmee hij vaker samenwerkt onder andere in de succesvolle serie over Sofie. 
Je zou de stripgedichten kunnen zien als een dialoog tussen de dichter Van de Vendel en de striptekenaar De Goede. De teksten zijn op zichzelf staande gedichten, waar De Goede mee gaat stoeien. Soms werkt hij een beeldspraak uit, zoals in het gedicht Spreeuwen waar een jongetje enthousiast aan zijn vader vraagt of hij wel gezien heeft hoe de boom zijn hoed afnam en inderdaad zien we dat de zwerm spreeuwen die opvliegt uit een boom de vorm van een hoed heeft. De Goede kan een beeldspraak ook gebruiken om eens lekker uit te pakken en flink te overdrijven. Dat doet hij bijvoorbeeld in het gedicht Wie kiest de nies? ‘Sommige niezen klinken heel zachtjes. Sommige niezen klinken als lachjes. Je hebt niezen die broeien, je hebt niezen die vloeien. En dan die van papa ... ‘ Terwijl het gedicht zich ontrolt zien we in de strip dat de spreker zich in een speciale uitrusting hult en die is nodig ook zoals blijkt als we aan de slotregels toe zijn. 


Het leukst zijn de gedichten waar de tekeningen afwijken van de inhoud en er zo een nieuwe dimensie aan het stripgedicht wordt toegevoegd. Bijvoorbeeld in een gedicht waarin iemand wenst eens een dagje te kunnen spelen met zijn vader ‘toen hij tien was. Met mijn opa ook’. Hij wil avonturen beleven als broertjes, 'met de tijd als laddertje ineengeschoven’. De Goede tekent geen avontuurlijke jongens, maar eekhoorns die rooksignalen maken, hutten bouwen en kijken wie het verst kan plassen. Ook in het gedicht In de bioscoop vult De Goede op eigenzinnige wijze de tekst aan door een zaal vol bijzonder filmpubliek te tekenen. In het titelgedicht (wellicht gekozen met het oog op de komende Kinderboekenweek) versterken Van de Vendel en De Goede elkaar ook. Een jongen zit in de trein en gelooft er niets van dat de mensen die hij in de ruit ziet weerspiegelingen zijn: ‘Hierbinnen ademen wij allemaal samen, maar daarbuiten leven wij ook. Zweven we mee als kopietje, als spook.’ De Goede tekent gewone mensen en zombies in een spookachtige groen/blauwe omgeving waarin het volkomen normaal lijkt dat mensen ook zombies kunnen zijn. 
Van de Vendels gedichten gaan altijd ergens naartoe en verrassen vaak in de laatste regel. Zijn onderwerpkeuze blijft dicht bij de belevingswereld van kinderen. Soms is een typische kinderervaring het onderwerp, zoals een jongetje dat niet wil spelen bij een vriendje omdat hij zijn vader zo eng vindt, een andere keer is een normale gebeurtenis de kapstok waaraan het gedicht wordt opgehangen. Bijvoorbeeld als bij het uitzwaaien van oma de zwaaiende hand een onzichtbare knop omdraait die oma ‘in de verte stopt’. 
De kracht van De Goede is zijn toegankelijke beweeglijke tekenstijl. Hij tekent kinderen, dieren, monsters en filmsterren in alle soorten en maten, vaak uit een onverwachte hoek en altijd met precies de goede expressie. Zijn kleurgebruik is uitgekiend, evenals de lay-out. Het geheel oogt vrolijk is zeer uitnodigend. 

De zombietrein en andere stripgedichten is een geslaagde bundel stripgedichten waarin Van de Vendel en De Goede met zichtbaar plezier spelen met taal en beeld. Het resultaat is een heerlijk stripboek vol prachtige gedichten. Nu maar hopen dat de volgende bundel niet zo lang op zich laat wachten. 

De zombietrein en andere stripgedichten 
Edward van de Vendel (tekst) & Floor de Goede (illustraties) 

Querido, 2017     € 12,99

Denk dag doen - Margreet Schouwenaar

Geplaatst 27 jan. 2017 05:34 door susan *   [ 27 jan. 2017 05:34 bijgewerkt ]


Het gedichtenprentenboek kunnen we inmiddels wel als een apart genre beschouwen. Het zijn boeken die eruitzien als een doorsnee prentenboek waarin gedichten (letterlijk) volop de ruimte krijgen en omringd worden door paginavullende illustraties. 
In deze aantrekkelijke vorm verscheen eind december Denk dag doen met gedichten van Margreet Schouwenaar en illustraties van Esther Miskotte. Schouwenaar schrijft naast gedichten voor kinderen en volwassenen ook kinderboeken. In 2009 volgde ze Joost Zwagerman op als stadsdichter van Alkmaar. Naast haar schrijf-en dichtwerk geeft Schouwenaar pedagogiek aan de Pabo in Alkmaar. 

In deze bundel staat het dagelijks kinderleven centraal. De gedichten gaan onder andere over het fijne gevoel van thuis, een leugentje om bestwil, verliefdheid en opa´s en oma´s. De gedichten over de grootouders zijn liefdevol, neem bijvoorbeeld deze zin uit het gedicht Vel:´Ze drukt mij in haar/ fluwelen armen waarin ik naadloos pas. // Ik hou mij in haar omhelzing vast.´ 
Andere gedichten geven woorden aan uiteenlopende gevoelens zoals verlegenheid (´De letters lopen niet zo hard./Ze plakken op mijn tong en worden/maar geen woorden. Mijn wangen/spreken blozend rood. Dat wel.//´), of het heerlijke gevoel met blote voeten over het gras te lopen (´Ik wil geen schoenen, ook geen sandalen of slippers/en zeker geen veters. Ik wil op blote voeten lopen/ en voelen hoe zacht gras, hoe takjes knakken, aarde tussen/mijn tenen wringt. (...)`) 
Er wordt ook geobserveerd, bijvoorbeeld hoe oma vasthoudt aan de spullen uit haar verleden of hoe moeder hoopt dat de oude man op het pleintje haar niet aanspreekt. Ook zijn er gedichten die ingaan op een opmerkelijke vraag, bijvoorbeeld over de gevoelens van deuren en bomen of wat is er met D is gebeurd (D is zoek,/ ik zocht hem overal./ In dik, dom, draak,/ in daar, deur, denk./ Ik zocht maar door,/in bed, hand, brand,/in haard en hond./ Ik liep maar rond en rond.// (...) )
Schouwenaar speelt in haar gedichten met het ritme en breekt haar zinnen vaak op een onverwacht punt af. Haar beeldspraken kloppen en zijn goed gekozen. Vernieuwend is de kinderpoëzie van Schouwenaar niet, maar wel mooi en toegankelijk.  

De tekeningen van Miskotte laten voornamelijk zien wat er in de gedichten gebeurt en voegen weinig aan de inhoud toe. Het meest bepalend is haar keus een jongen of een meisje te laten zien als het gedicht daar geen uitsluitsel over geeft. Ze maakt een aantal beelden uit het gedicht zichtbaar en zo zien we letterlijk dat het woorden regent, een deur een gezicht heeft of een dood konijn op weg naar de hemel zijn jas uittrekt. Miskotte kiest hier en daar voor een verrassend perspectief, we zien bijvoorbeeld een aantal keer alleen maar onderbenen. Het kleurgebruik benadrukt de sfeer het gedicht, zo staat het verlegen blozende meisje in het knalrood en rent de optimist door het vrolijke lichtgeel. Het is jammer dat Miskottte alleen blanke mensen afbeeldt, het zou leuk zijn als ook kinderen met een andere huidkleur zich zouden kunnen herkennen in de tekeningen bij de gedichten. 

Denk dag doen 
Margreet Schouwenaar (tekst) en Esther Miskotte (illustraties) 

Clavis, 2016     € 17,95


Niets liever dan jij - Erik van Os & Elle van Lieshout

Geplaatst 21 nov. 2016 03:24 door susan *   [ 21 nov. 2016 03:24 bijgewerkt ]


Erik van Os en Elle van Lieshout maakten al tal van mooie boeken voor kleuters, zoals het grappige Schatje en Scheetje of de verhalen van Mejuffrouw Muis. In Niets liever dan jij werken Van Os en Van Lieshout opnieuw samen met Marije Tolman, onder andere bekend van het prachtige boek De boomhut. 
De gedichten van Van Os en Van Lieshout zijn niet erg moeilijk, het zijn geen verzameling woorden waaraan de lezer naar eigen inzicht betekenis moet geven. De gedichten sluiten aan bij de belevingswereld van kinderen en doen wat gedichten horen te doen: verrassen en ontroeren. 
Er wordt bijvoorbeeld gespeeld met de klank van de taal:´Ik tik-tak-tik./ Ik klik-klak-klik./ Ik loop op mama´s hakken/ de tik-tak-tik/ de klik-klak-klik/ de kamer door te klakken. ´
De dichters bekijken de wereld ook letterlijk van de andere kant:´Als ik op een wolk zou liggen/ en dan naar beneden keek/ dan zou ik papa willen zien.// En zien dat hij op papa leek.´
Natuurlijk zijn er gedichten die woorden geven aan grote en kleine gevoelens, van ´een kruimeltje verdriet´ omdat je in een café geen koekje bij de appelsap krijgt tot de wens papa te kunnen troosten:´ Was ik maar een reus/ zo groot./ Dan nam ik papa op mijn schoot./ (...) Huil maar gerust./ Hou je maar niet groot./ Hou me maar vast/ want oma is dood./ ´

Bij een gedichtenprentenboek horen de illustraties een belangrijke rol te spelen en meer te zijn dan ´het plaatje bij het praatje.´ Dat zit wel goed in deze bundel. Tolman heeft bij de gedichten dieren getekend op haar unieke humorvolle wijze. De klik klakkende giraf bijvoorbeeld is heel grappig getekend met een coltrui en elegante schoenen. Ze staat afgebeeld naast de benen van een aantal volwassen giraffen die niet helemaal op de pagina passen. Aan een paar subtiele details kunnen we toch zien dat het giraffen zijn, bijvoorbeeld aan dat kleine stukje zichtbare huid tussen jurk en kousen. 
Tolman speelt prachtig in op de beschreven emoties. Van de uitbundige blijdschap aan het begin van een feest met veel roze ballonnen  tot het machteloze gevoel een grote vader troost te willen geven waar de kleine omarming van een groot nijlpaard ontroert. 
Er zijn verschillende gedichten waar Tolmans humor om de hoek komt kijken. In een gedicht over een moeder die niet graag te dik wil zijn tekent ze een broodmager insect en bij het gedicht In de speeltuin zien we oma-papegaai met parelketting en al helemaal los gaan in de speeltuin. In het gedicht Smakelijk eten zwakt Tolman de inhoud wat af. In het gedicht wordt een kind dat niet netjes eet met een bord op de grond gezet, naast de hond. Op de illustratie zien we dat het om een familie ijsberen gaat en dat het kind heel gezellig zit te eten met een zeehond. 

Niets liever dan jij is een innemend gedichtenprentenboek waarin tekst en beeld elkaar goed weten te vinden. Een boek vol kleine verrassingen. 

Niets liever dan jij 
Erik van Os & Elle van Lieshout (tekst) en Marije Tolman ( illustraties) 


Querido, 2016     € 15,99 



Bij mij op de maan - Robbert-Jan Henkes (samenstelling)

Geplaatst 20 jun. 2016 04:05 door susan *   [ 20 jun. 2016 09:03 bijgewerkt ]


Bij mij op de maan is een fantastische bundel met Russische kindergedichten. Het boek geeft een overzicht van de Russische kinderpoëzie vanaf de zeventiende eeuw. Robbert-Jan Henkes tekent voor de samenstelling en de vertaling. Hij heeft een enorme klus geklaard, het boek telt bijna zeshonderd pagina´s. Henkes baseerde zijn selectie op zijn ruime lees- en luisterervaring. Verschillende gedichten voorziet hij van aantekeningen waarin begrippen verklaard worden en (vertaal)keuzes worden toegelicht. Henkes schreef ook een uitgebreid en zeer informatief nawoord. Of de vertalingen recht doen aan de originele gedichten kan ik niet beoordelen, ik ben het Russisch niet machtig, maar wat voorligt is een dikke pil vol heerlijke poëzie. 

Henkes opent de bundel met slaap-en wiegeliedjes, peuterspelletjes en aftelversjes waarin de Russische oorsprong zich verraad in de woordkeuze - het sussende ´bajoe-bajenki-bajoe bijvoorbeeld - of in de inhoud als er kaviaar met rijstebrij gegeten wordt. 
Na deze bonte verzameling rijmpjes en versjes waarvan de schrijvers veelal niet bekend zijn geeft Henkes ruim baan aan de grote Russische kinderpoëziedichters. Dat begint bij Ivan Krylov (1769-1844), de grondlegger van de Russische kinderpoëzie die liefdevol ´grootvadertje´ wordt genoemd. Hij is vooral bekend van zijn rijmende fabels waarvan er twaalf in de bundel zijn opgenomen. Deze verhalende gedichten lezen prettig voor, mede door de vrijmoedige eigentijdse vertaling, soms met een knipoog naar de actualiteit: 

" Ergens vandaan sprong een keffertje naar voren, 
  Die ging grommen en grauwen , 
      Waffen en blaffen, keffen en klauwen, 
  Alsof hij wou zeggen:- Pas op, ik val aan! 
        Pas op of ik bijt in je oren! 
 - Doe effe normaal man, stel je niet aan, 
 - Zei Fikkie hem: - Denk je dat je ´m kunt verslaan? "


Uit: De olifant en het keffertje (Ivan Krylov) 

Veel ruimte is er voor het werk van Aleksandr Poesjkin (1799-1837), ´het stralend licht der Russische letteren´. Hij schreef vooral sprookjes. Net als elders in Europa was deze poëzie oorspronkelijk niet speciaal voor kinderen bedoeld, maar is inmiddels wel uitgeroeid tot klassieke kinderliteratuur. Het zijn lange verhalen op rijm waarvan sommige bekend zullen voorkomen, zoals Het sprookje van de dode tsarenprinses en van de zeven heldenridders dat grote overeenkomsten heeft met Grimms Sneeuwwitje. 
In een bloemlezing Russische poëzie kun je niet om het communisme heen. In de communistische opvoedingsleer was er voor sprookjes en onzinrijmpjes geen plaats, ze werden door de sovjetpedagogen als schadelijk bestempeld. Zelfs het populaire lange gedicht Krokodilvan Kornej Tsjoekovski ( 1882-1962) werd in de ban gedaan. Het vrolijke rijm en de spannende avonturen van het dier werden afgedaan als gevaarlijke onzin; dichters konden de kinderen beter iets over het natuurlijke leven van krokodillen vertellen. Gelukkig bleek dit ´sprookje uit de hele oude doos´ sterker dan de communistische leer. In de bundel is het lange verhalende gedicht opgenomen. 
Henkes heeft ook verschillende gedichten vertaald waarin de communistische opvoedingsleer duidelijk klinkt. Bijvoorbeeld in dit gedeelte van een gedicht van Vladimir Majakovski (1893- 1930): 

 "Wie houdt van werken mag er wezen, 
  zoals je net hebt kunnen lezen. 
  Bescherm de zwakkeren (ja die!) 
  en redt ze uit de klauwen van de bourgeoisie. 
  Dan groei je op – als jullie ´t al niet wisten - 
  als je later groot bent, tot kordate communisten " 


Bij mij op de maan is een goudmijn. De bundel staat boordevol grappige toegankelijke kinderpoëzie die uitnodigt voorgelezen te worden. De gedichten zijn soepel en speels vertaald en hebben een goed ritme. Natuurlijk is er hier en daar weleens sprake van een minder goed vertaalde zin of loopt het ritmisch even uit de pas, maar daar staat zoveel kwaliteit tegenover dat we de vertaler deze kleine haperingen snel vergeven. 
Deze bundel hoort thuis in schoolklassen en in de buurt van open haarden, makkelijke stoelen en bedranden. Hopelijk komt Bij de maan snel in handen van illustratoren op zoek naar een onderwerp en kunnen we in de toekomst een aantal pareltjes uit dit boek niet alleen horen maar ook in zien. 

Bij mij op de maan
Robbert-Jan Henkes (vertaling en samenstelling) 

Van Oorschot, 2016     € 29,99 (softback), € 44,99 (hardback)

één gedicht is nooit genoeg - Mia Goes (samenstelling)

Geplaatst 30 nov. 2015 03:51 door susan *   [ 30 nov. 2015 03:51 bijgewerkt ]


Plint is een bijzondere uitgeverij die in allerlei vormen gedichten uitgeeft. Zij koppelen die gedichten aan het werk van beeldend kunstenaars en illustratoren. Dat de uitkomst daarvan niet altijd een boek hoeft te zijn laat hun uitgebreide assortiment zien. Tekst en beeld staan onder andere op kaarten, kalenders, posters, kussenslopen, zadelhoesjes en servies. Maar het kan ook in een boek. 

één gedicht is nooit genoeg is een bijzonder fraai uitgegeven boek -´voor kinderen van 6 tot 106’- waarin (bijna) 100 poëzieposters zijn samengebracht. Ieder gedicht krijgt twee pagina´s. Links onderaan staan altijd de namen van de dichter en de kunstenaar en bovenaan de pagina staat het thema waaronder het gedicht valt. 
De illustraties bij de gedichten hebben ieder een eigen stijl en ze zijn heel verschillend. Sommige zijn uitbundig en kleurrijk, andere zijn sober en subtiel. Meestal geeft de rechterpagina de illustrator genoeg ruimte, maar er zijn er ook die eveneens (delen) van de linkerpagina gebruiken. Ondanks deze diversiteit oogt het boek door zijn doordachte vormgeving als een eenheid. Ook de informatie om de gedichten heen, zoals een overzicht van de hoofdstukken, een overzicht van de dichters en de kunstenaars, de inhoudsopgave en een trefwoordenregister is overzichtelijk en aantrekkelijk vormgegeven. In dit boek is aan alle bladzijden evenveel zorg besteed, tot en met de verwijzing naar de auteursrechten aan toe. 

Bij de dichters komen we veel bekende namen tegen: Edward van de Vendel, Annie M.G. Schmidt, Willem Wilmink, Hans en Monique Hagen en Joke van Leeuwen bijvoorbeeld. Maar ook is er een gedicht van de bijna vergeten kinderboekenschrijfster Lea Smulders of van dichters die vooral bekend zijn van hun poëzie voor volwassenen zoals Jules Deelder. Dat dit boek niet is bedoeld als een canonbepalend overzicht van de kinderpoëzie blijkt uit het ontbreken van enkele grote namen, zoals Han Hoekstra of Ted van Lieshout. 
Het boek kent diverse hoofdstukken die thematisch zijn geordend. De thema´s zijn ontleend aan dichtregels. Het levert hoofdstukken op met titels als boeken gaan altijd precies zo vlug als ikom zo te kunnen kijkenof me sokke sakke so. De samenstellers beschrijven wat we per thema kunnen verwachten. Bijvoorbeeld bij het thema wie kende groot verlangen  vinden we gedichten over ´niet bang zijn, heel zacht zeggen dat iemand terug moet komen, betere raad, een feestneus die goed van pas komt en dansen tot je de tijd vergeet´. 

Het is erg leuk om te zien wat de diverse kunstenaars toevoegen aan de tekst, vooral als daarbij van het vertrouwde wordt afgeweken. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij het gedicht De regenworm en zijn moeder van Annie M.G.Schmidt. Nu niet met een illustratie van  Wim Bijmoer of Fiep Westendorp maar eentje in de eigenzinnige stijl van Joshua van Iersel. Of Gup van Edward van de Vendel zonder het zwarte hondje van Fleur van der Weel, maar met de bijzondere letters van Mieke Driessen. Verrassend is ook de combinatie tussen de Hagens en Beerd van Stokkum. Niet alle bekende combinaties zijn doorbroken, zo is bij een gedicht van Wim Hofman zijn eigen illustratie gehandhaafd. 

één gedicht is nooit genoeg is een prachtig kijk-lees en bladerboek voor een groot publiek. Een boek waar altijd iets in te ontdekken valt zowel in de tekst als in de illustraties. Een boek dat een leven lang meegaat. 

één gedicht is nooit genoeg 
Samenstelling Mia Goes 


Plint, 2015     € 19,95

                         

Wondermiddel - Kate Schlingemann

Geplaatst 4 nov. 2015 02:31 door susan *   [ 4 nov. 2015 02:31 bijgewerkt ]


Kate Schlingemann (1958) kennen we als kinderboekenschrijfster, illustrator en zeker ook als dichter. Enkele gedichten van haar werden opgenomen in 
Querido´s Poëziespektakel (deel 4 en 5), een podium voor kinderpoëzie dat helaas ten onder is gegaan. Ook won ze in 2012 de tweede prijs in de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd, een prestigieuze prijs. Schlingemann schrijft graag poëzie voor kinderen, een genre waarin maar weinig boeken verschijnen. We moesten dan ook lang wachten op haar debuutdichtbundel. 

Schlingemann schrijft geen lekker lopende grappige versjes, haar gedichten verdienen het in rust gelezen te worden om er volop van te genieten. Niet omdat ze ´moeilijk´ zijn, de inhoud is over het algemeen makkelijk te volgen, maar om niets te missen van het rijke en ritmische taalspel. 
De dichteres kiest vaak voor een originele invalshoek, bijvoorbeeld een paradoxale aanpak als wondermiddel tegen verdriet of een superheld die zich afvraagt wanneer het genoeg geweest is. Er zijn ook gedichten over herkenbare kinderthema´s, zoals een juf die je spullen afpakt, een kat die begraven wordt en het verlangen de dood van oma ongedaan te maken. 
Schlingemann gebruikt in haar gedichten mooie beelden, bijvoorbeeld in haar gedicht de wind zien: in kriskras van vogels/ in schrapzet van haas/in krom op de fiets/in zand uit het niets/in haar in je ogen/in fladder van jas/in platslag van gras/in rood op je wangen/in meeuwen die hangen/in regen in strepen/in omval, en... au!´(...)´ 
We zien in de gedichten wel vaker opsommingen van een reeks beelden om een fenomeen te beschrijven, bijvoorbeeld in het gedicht ik wou verschrikkelijk heel graag dat de vele eigenaardige van katten omschrijft. Maar ook hondenliefhebbers komen aan hun trekken, in het gedicht dát!: het hondje met de rondste ogen/en met een neus van drop/en met de flapste oortjes/en krullen op zijn kop/het hondje met de zachtste pootjes/en met de liefste blik/en met een kwispelstaartje/dát hondje /dat wil ik. 
Niet alle gedichten geven direct alles prijs, deze gedichten laten meer ruimte voor een eigen invulling. Zoals het gedicht na het logeren:´wat de vliegen doen in opa´s keuken/ zoevend gonzend snorrend, zich druk maken over horren/ door duizend gaatjes niet naar buiten kunnen/doet mijn opa ook// ga dan, roept hij, de mepper zwiepend in zijn hand/ je hebt
maar één dag om te leven/ hoe graag wil je dood?// maar hij heeft niet in de gaten/ dat ik bij de open deur al een eeuwigheid/ met mijn koffertje sta te wachten// misschien moet hij de vliegen vliegen laten/ zijn hoofd een slagje draaien/ mij zien, uitzwaaien// 
Een aantal gedichten zijn van een tekening voorzien door Nynke Kuipers. Ze gaat in haar illustraties met Schlingermanns beeldtaal aan de haal en dat leidt tot grappige tekeningen. 

Wondermiddel is een rijke bundel waarvan je hoopt dat het zijn weg vindt naar de jonge lezers, want ieder kind verdient het om kennis te maken met de rijke wereld van de poëzie. 

Wondermiddel 
Kate Schlingemann (tekst) en Nynke Kuipers (illustraties) 


Xanten, 2015     € 14,95

                    
              

1-10 of 38