Lijst gedichten

Wat moet je doen als je over een nijlpaard struikelt - Edward van de Vendel

Geplaatst 31 mei 2019 02:53 door susan *   [ 31 mei 2019 02:54 bijgewerkt ]


Er zijn mensen die denken dat gedichten saai en niet nuttig zijn. Edward van de Vendel rekent definitief met deze vooroordelen af in zijn boek Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt. Aan zijn gedichten heb je wat en ze zijn verre van saai. Het boek is een bundel vol tips, in de vorm van gedichten, over uiteenlopende problemen. Bijvoorbeeld wat je moet doen als je geen lievelingsdier hebt, of als je ouders je nooit eens laten winnen, of als je niet slapen kunt, of als je trein vertraging heeft, of als je je zorgen maakt over je beste vriend of vriendin en natuurlijk wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt. Er zijn ook gedichten die antwoord geven op gevoelige vragen, bijvoorbeeld wat je moet doen als je moeder huilt, of als je opa steeds meer vergeet of als je verliefd bent. 
    De altijd fraai verwoorde raad kan verschillende kanten op gaan. Ben je bijvoorbeeld verliefd op een jongen dan moet je een blokfluit kopen, wil je weten wat je moet doen als het regent, kijk dan naar salamanders en als je een boekbespreking over dit boek moet houden is deze al voor je uitgeschreven. Van de Vendel ontroert als het over emoties gaat, bijvoorbeeld in het gedicht wat je moet doen als je moeder huilt. Als je moeder moet huilen, schaag haar dan, steun haar met je lichaam: ‘Als ze voelt dat ze eventjes op je mag leunen/ spoelt er een beetje gedoe/ uit haar hoofd./ Hoe?/ dat doet er niet toe.’ 

Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt is het tweede boek waarin Edward van de Vendel en Martijn van der Linden intensief samenwerken. Dat deden ze eerder in Stem op de okapi, dat in 2016 de Woutertje Pieterse Prijs kreeg. Opnieuw laat Van der Linden zien hoe goed hij dieren kan tekenen in allerlei stijlen en in veel verschillende technieken. Zo zien we spreeuwen die in een losse speelse stijl op papier zijn gezet naast levensecht afgebeelde dieren, zoals het nijlpaard op de kaft. Prachtig is ook de illustratie van de Noorse komkommer die Van der Linden niet alleen overtuigend tekent maar ook antwoord laat geven op een vraag die in het gedicht gesteld wordt. Het is een van de vele voorbeelden waar tekst en beeld op elkaar reageren. 
    Van der Linden heeft een levendige fantasie die volop tot zijn recht komt in dit boek. Zo laat hij meubels dansen, zet een nors kijkende kat op een troon en plaatst een ambitieuze slak naast zijn rolmodel. Mooi is ook de held die midden in de nacht braaf de opdracht van de Hersenkoning aanvaardt om door vorst en tocht in de allervroegste ochtend urine naar de wc te brengen. We zien hem als een ridder op een eenzame wc in een koude omgeving. 

Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt is een origineel en mooi gedichtenboek dat je soms doet lachen en op andere momenten ontroert. Tekst en beeld zijn gelijkwaardig en van hoge kwaliteit. Echt en heel fijn boek voor een breed publiek. 

Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt 
Edward van de Vendel (tekst) en Martijn van der Linden (illustraties

Querido, 2019     €17,99

Het ei - Diet Groothuis

Geplaatst 16 mei 2019 05:48 door susan *   [ 16 mei 2019 05:48 bijgewerkt ]


Diet Groothuis schrijft succesvolle poetsboeken, maar naast schoonmaakgoeroe is zij ook dichter. Onlangs werd Groothuis, samen met Mary Heylema, benoemd tot stadsdichter van haar woonplaats Zeist. In 2012 verscheen haar eerste gedichtenbundel voor kinderen Waar ik ben. In Het ei werkt Groothuis samen met de illustrators Ingrid en Dieter Schubert. Zij illustreerden al vele prachtige prentenboeken waaronder Woeste WillemMonkieKonijnentango en het pas uitgekomen boek Als mama van huis is... 

Het ei is een prentenboek, maar wel een die zich niet makkelijk in een hokje laat plaatsen. De tekst is een gedicht, een scheppingsverhaal. Het is een inspirerend gedicht dat in goedgekozen klankrijke taal de lezer laat genieten en uitdaagt, bijvoorbeeld om na te denken over wat scheppingskracht eigenlijk is. 
    Groothuis’ gedicht begint met een ei, ‘Een ongedacht groot ei.’ In het ei zoemt en zingt het. Het ei wordt ‘weids, licht en machtig’ tot de schaal breekt. ‘Een wolk water’ spoelt het leven naar buiten, als laatste vrouw en man.’ En allemaal/ ja allemaal/ droegen ze een ei/ in zich. Een wereld die kon openspringen.’ 
    Groothuis dicht meesterlijk, bij haar gaat het niet om rijm, maar om klank. De tekst komt dan ook het beste tot zijn recht als deze hardop wordt gelezen. Ritme, klank en inhoud zijn nauw met elkaar verbonden. Het is een toegankelijk gedicht in die zin dat je al op jonge leeftijd betekenis kunt geven aan de woorden. Een ei waaruit het leven stroomt is geen ingewikkeld verhaal. Oudere lezers zullen ook tussen de regels door lezen en zij kunnen mijmeren over wat niet gezegd wordt. 

De illustraties vormen een mooie eenheid met de tekst. Zij benadrukken de stemming van de woorden en laten zien wat er gebeurt. Zo zweeft het eenzame ei in een donker niemandsland, een ei dat van binnen gloeit, als een belofte. Als we het zoemende en zingende ei naderen zien we de blauw/groene buitenkant. Komen we nog dichterbij dan toont het ei leven in veel variaties, sommige levensvormen kennen we, andere lijken voorlopers van iets dat nog moet komen. Als het ei uiteindelijk openbarst zien we alleen kleur, brandende kleuren die aan de oerknal doen denken. 
    De Schuberts lijken in hun kleurgebruik de evolutietheorie te volgen, van blauwgroene waterkleuren naar bruinzwarte aardekleuren. Mooi is de afgebeelde ‘woordendragende en beeldenhoudende’ mens, een knipoog naar het schilderij Adam en Eva van Lucas Cranach. Ze staan tegen een achtergrond van diverse menselijke kunstuitingen. Ook mooi is de illustratie die laat zien dat ieder dier een ei in zich draagt en ook de interpretatie van de kringloop van het leven is prachtig, die kan zo op een poster. Net als de tekst zijn de tekeningen van de Schuberts toegankelijk, er valt voor iedere leeftijd iets in te ontdekken. 

Het ei is een prachtig lees-en kijkboek voor een breed publiek. De prachtige tekst en de mooie tekeningen nodigen de lezer uit weg te dromen bij de schoonheid van klank en beeld en/of te reflecteren over de betekenis en de oorsprong van het leven. 

Het ei 
Diet Groothuis (tekst) en Ingrid & Dieter Schubert (illustraties) 

Hoogland & Van Klaveren, 2019     €14,95


Poëzie hardop - Hans & Monique Hagen

Geplaatst 18 apr. 2019 03:48 door susan *   [ 18 apr. 2019 03:48 bijgewerkt ]


In april 2019 traden Hans en Monique Hagen terug als kinderboekenambassadeurs. Hun termijn van twee jaar zat erop. De kinderboekenambassadeur vraagt aandacht voor kinderboeken uit binnen- en buitenland en benadrukt dat (voor)lezen een groot verschil kan maken in het leven van jonge mensen. Iedere kinderboekenambassadeur, in dit geval een ‘ambassadeux’, kiest een aantal speerpunten. Hans en Monique vroegen onder andere aandacht voor poëzie en riepen op om iedere dag minstens een gedicht (voor) te lezen. Om te laten zien hoe leuk gedichten zijn en hoe je daar (als je dat zou willen) allemaal leuke dingen mee kunt doen schreven ze gedurende een jaar een wekelijkse column in Het Parool. Deze columns zijn nu gebundeld en in boekvorm uitgegeven. Het aantrekkelijke boekje is fraai vormgegeven en geïllustreerd door Maartje Kuiper. 

Poëzie hardop is een makkelijke weglezer. Je kunt er doorheen bladeren en willekeurig een van de 95 gedichten lezen die de Hagens in de bundel hebben opgenomen. Leuker is het natuurlijk om hun commentaar bij de gedichten te lezen. Verwacht dan geen uitleg en duiding, daar zijn Hans en Monique niet van. Wat ze vooral willen laten zien is hoe divers en leuk gedichten zijn.
Ze gaan wel in op een aantal veelgestelde vragen, bijvoorbeeld wat een gedicht eigenlijk is en wie dat bepaalt, de dichter of de lezer. Bij hun uitleg staan verhelderende voorbeelden, in dit geval uitdagende gedichten die sommige mensen raar vinden en andere
juist geniaal. Ook bespreken ze wat er leuk en bijzonder kan zijn aan een gedicht. Bijvoorbeeld dat een gedicht met weinig woorden veel kan zeggen, dat een gedicht goede raad kan geven (of juist niet),  dat een gedicht je met een frisse blik naar het alledaagse kan laten kijken, dat een gedicht je aan het denken kan zetten of dat een gedicht je kan laten lachen. Soms bespreken Hans en Monique specifieke stijlelementen, de functie van een titel bijvoorbeeld of het gebruik van een enjambement. Ook laten ze zien dat sommige dichters het zichzelf moeilijk maken omdat ze voor een vaste vorm kiezen en dat computers geen gedichten kunnen vertalen. 
    Het commentaar bij de gedichten is in een losse stijl geschreven die makkelijk en prettig leest. In het boek staan ook veel tips om met gedichten aan de slag te gaan. Hans en Monique geven geen saaie opdrachten, maar ze nodigen uit om te spelen met taal: raad bijvoorbeeld een woord dat is weggelaten of geef het gedicht een nieuwe titel. Alle tips en ideeën zijn aan het einde van het boek nog een keer overzichtelijk onder elkaar gezet. 

Poëzie hardop is een boek voor een breed publiek. Het is een fijne kennismaking met de rijkdom van de Nederlandstalige poëzie. Daarnaast laten de  Hagens de lezer op verschillende manieren kijken naar de dichtkunst. Voor mensen die werken in het onderwijs is dit inspirerende boek echt een must-have. 

Poëzie Hardop 
Hans & Monique Hagen (tekst en samenstelling) met illustraties van Maartje Kuiper 


Querido, 2019     €16,99

  

Jij & ik en al het moois om ons heen - Riet Wille (samenstelling)

Geplaatst 29 okt. 2018 04:31 door susan *   [ 29 okt. 2018 04:32 bijgewerkt ]


Kinderen zijn vaak gefascineerd, verwonderd door de natuur’ schrijft Riet Wille in het voorwoord van de bloemlezing Jij & ik en al het moois om ons heen die zij samenstelde. ‘Zowel op school als thuis gaan opvoeders bewuster om met aspecten als het sorteren van afval, openbaar vervoer, de kwaliteit van de lucht, gezonde voeding...’ en daarom besloot ze een bloemlezing samen te stellen bestaande uit ongeveer honderd gedichten over bloemen, bomen, zee, bergen, dieren en seizoenen. 

Gelukkig is de warrige inleiding niet representatief voor de bundel. Deze is met zorg samengesteld. Riet Wille, die zelf ook poëzie voor kinderen schrijft, koos voor korte gedichten. Ze zijn geordend op onderwerp en ieder onderwerp wordt door een filosofische vraag ingeleid, bijvoorbeeld Zijn bloemen gelukkiger als ze bloeien, Ademt een zee in en uit? of Hoeveel bomen heb je nodig voor een bos? 
    Wille koos voor dichters van nu en van wat langer geleden. Er is onder andere werk opgenomen van Cicely Mary Barker, Willem Wilmink, Annie M.G.Schmidt, Mies Bouhuys, Hans Andreus, Ted van Lieshout, Koos Meinderts, Edward van de Vendel, Geert De Kockere en er staan ook enkele gedichten in de samenstelster. 
    Het is leuk dat Wille de gedichten groepeert rond eenzelfde onderwerp, want zo wordt zichtbaar dat dichters heel verschillend naar hetzelfde kunnen kijken. Sommige geven fraaie woorden aan wat ze zien, andere filosoferen over een detail en weer andere beschrijven hun gevoel. Ook grappige gedichten (in tekst of vorm) en een enkel raadsel hebben een plek in de bloemlezing gekregen. 

Het boek is niet alleen de moeite waard door de gekozen gedichten, het ziet er ook prachtig uit. De illustraties van Martijn van der Linden krijgen alle ruimte. Van der Linden vertelt zijn eigen verhalen. Bij ieder hoofdstuk introduceert hij nieuwe hoofdrolspelers die in het tijdsbestek van dat hoofdstuk iets meemaken. We zien bijvoorbeeld een koala op de fiets een berg bedwingen, we zien een duif zijn hoeden aan de man, of beter gezegd de vogel, brengen en we volgen een krokodil die in ieder seizoen geniet van het lezen van een boek. Van der Linden tekent, zoals we van hem gewend zijn, moeiteloos dieren in onverwachte posities. Bij hem ziet een krokodil in een hangmat of een pinguïn op een strandstoel er altijd geloofwaardig uit. Ook de achtergronden zijn prachtig en doen recht aan het de wens van de auteur om te laten zien hoe mooi de natuur is. 

Jij & ik en al het moois om ons heen is een fantastische poëziebundel die in iedere schoolklas thuishoort. Wellicht dat kinderen door deze gedichten met meer respect naar de natuur zullen kijken; zeker is dat deze bundel het plezier in taal zal vergroten. 

Jij & ik en al het moois om ons heen 
Riet Wille (samenstelling) met illustraties van Martijn van der Linden 

Davidsfonds, 2018     €24,99


Laat een boodschap achter in het zand - Bibi Dumon Tak

Geplaatst 18 okt. 2018 05:45 door susan *   [ 18 okt. 2018 05:45 bijgewerkt ]


Bibi Dumon Tak en Annemarie van Haeringen zijn de hertoginnen van de kinderliteratuur. Het werk van beide dames is al vaak bekroond met prestigieuze prijzen. Dit najaar kreeg Dumon Tak de grootste prijs die een kinderboekenauteur kan krijgen: de Theo Thijssenprijs. 
Dumon Tak en Van Haeringen werken graag samen en dat leverde al de prachtige boeken Siens hemel en Ik wil ook! op. 
    Dumon Tak is een veelzijdig schrijfster. Ze schrijft prentenboeken, fictie en non-fictie. Vooral in dit laatste genre valt haar werk op. Ze weet lezers op een unieke en aantrekkelijke manier te informeren. Een boek van Dumon Tak is nooit saai. 
Voor haar nieuwe informatieve kinderboek koos ze voor een andere aanpak (‘ik wil mijzelf blijven uitdagen’) en dat werd poëzie. En zo kunnen we een nieuw genre aan de jeugdliteratuur toevoegen: informatieve poëzie. 

Laat een boodschap achter in het zand gaat over evenhoevige dieren, dat zijn alle dieren met twee of vier tenen (‘heb je drie tenen, zoals de tapir, dan mag je niet in dit boek.’) De gekozen vorm beperkt de schrijfster omdat gedichten zich niet lenen voor veel uitleg. Daarom kiest Dumon Tak voor een kenmerkende eigenschap van het dier en neemt dat als uitgangspunt. Bij de giraf is dat bijvoorbeeld zijn sterke hart: ’De giraf heeft een hart/ als een katapult./ Bij iedere slag /schiet het bloed,/ dat suist, dat giert, dat brult,/ door die eindeloze nek naar boven/ via aderen, vuistdik,/ en zo sterk als een ankertouw.’ 
    Dumon Taks poëzie is ritmisch, met mooie beelden en is ook vaak grappig. Ze speelt met de vorm en is daarin bijzonder origineel. Zo chat het wild zwijn met zijn tamme zus, stuurt de Kaapse buffel een ingezonden mededeling, interviewt de dikdik (live) voor Radio Impala een nijlpaard, plaatst de wilde kameel een contactadvertentie en houdt de tapir een spreekbeurt (en staat hij daarmee toch in een boek over evenhoevigen). 
Dumon Tak heeft altijd oog voor bijzondere verhalen, bijvoorbeeld het bizarre lot van de laatste Pyrenese steenbok Celia die overleed in een natuurpark. We lezen haar overlijdensadvertentie: ‘Door een noodlottig ongeval-/ een omgewaaide boom verbrijzelde haar kop- / kwam onze laatse Pyrenese steenbok om het leven,/ de Capra pyrenaica is bij dezen op.// (...) ‘Celia hield van gras, mos en kruiden./ '
Ontroerend is het gedicht De vicuña, spreek uit : vikoenja. Dit lichtvoetige dier dat ‘langs de hemel kan rennen’ omdat hij kan ademen in ijle lucht wordt gevraagd de groeten te doen: ‘Wij hadden namelijk iemand lief/ die daar voorgoed is heen gegaan.’ We zien het dier langs de hemel zweven, een hemel waarin een maan met mooi gestifte lippen staat en een sterretje met een bril. Het zijn subtiele verwijzingen naar de geliefden waarvan de makers van het boek afscheid moesten nemen. 

Annemarie van Haeringen heeft opnieuw prachtig werk gemaakt. Haar illustraties zijn vindingrijke, creatieve en beeldschone antwoorden op de woorden van Dumon Tak. 
Zo verschuilt de kleine kantjil zich in weelderig groen, lijkt de bijna uitgestorven oryx al uitgegumd, loopt de wilde kameelman gedreven door zijn brandende liefde bovenlangs de pagina en heeft het grootste landdier dat er bestaat natuurlijk erg veel ruimte nodig. Voor wie nog twijfelt aan de originaliteit van Van Haeringen moet nog eens goed naar de kaft kijken. 

Laat een boodschap achter in het zand is een adembenemend mooi boek. Zowel Dumon Tak als Van Haeringen leveren topwerk. Kopen dat boek! 

Laat een boodschap achter in het zand 
Bibi Dumon Tak (tekst) en Annemarie van Haeringen (illustraties) 


Querido, 2018     € 15,99 

Andere boeken van Bibi Dumon Tak op kinderboekenpraatjes: 
Het heel grote vogelboek 
Siens hemel 
Ik wil ook! 

Ze gaan er met je neus vandoor - Ted van Lieshout

Geplaatst 13 aug. 2018 03:44 door susan *   [ 13 aug. 2018 03:44 bijgewerkt ]


Ze gaan er met je neus vandoor is een bijzonder boek. Het begint als dichtbundel met een gedicht over een ongelukkige liefde. Nadat de dichter zijn verdriet en verbittering onder woorden heeft gebracht gaat hij onder de tafel liggen. Zijn verdriet is te groot om verder te schrijven. 
Erg lastig, want als de dichter niet schrijft komt er geen boek. Dat roept de volgende reactie op: ‘Hallo! Hallo! Dichter! We wachten al heel erg lang, hoor. We staan met zijn allen klaar voor een nieuwe dichtbundel. Kom je nou onderhand eens, dichter? Het is tijd om door te gaan met je nieuwe boek!’ 
De dichter gaat echter niet aan het werk. Naarstig wordt naar een oplossing gezocht. Misschien helpt het alvast een gedicht te plaatsen dat nog niet helemaal af is, of misschien kan er een nieuwe liefde voor de dichter gevonden worden. Ideeën worden uitgewerkt, maar pakken                                           desastreus uit: het leidt tot oorlog. 

Van Lieshout moest lang zoeken naar de juiste vorm, toon en invalshoek voor dit unieke boek waarin tekst en vormgeving het verhaal op een bijzondere manier vertellen. Blokgedichten, die bestaan uit een blok tekst zonder alinea’s, worden afgewisseld met traditionele gedichten en teksten die vooral betekenis krijgen door de vormgeving. De verleiding is groot om Van Lieshouts veelzijdige originaliteit uitgebreid te beschrijven, maar dat zou afbreuk kunnen doen aan het leesplezier. 
    Het boek heeft een aantal thema’s. De rode draad is het verhaal van de dichter met liefdesverdriet die zijn taak verzaakt. Daarnaast gaat het ook over strijd en oorlog, met speciale aandacht voor de loopgravenoorlog bij Ieper tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het is een veelzijdig verhaal dat de spanning goed vasthoudt, hier en daar erg grappig is en op andere momenten ontroert. Het is knap dat Van Lieshout ondanks zijn bijzondere manier van vertellen een goedlopend verhaal neerzet, dat zich ook leent om voorgelezen te worden. 



Ze gaan er met je neus vandoor is een zeer origineel en toegankelijk boek dat speelt met conventies. Liefde, verraad, dood en wederopstanding worden aan de lezer gepresenteerd op een geheel nieuwe wijze. De verrassende insteek laat opnieuw het grote talent van Van Lieshout zien als schrijver en vormgever. Wat mij betreft mag er alvast een Griffel met Van Lieshouts naam erop besteld worden. 

Ze gaan er met je neus vandoor 
Ted van Lieshout 


Leopold, 2018     € 14,99 



Andere boeken van Ted van Lieshout op kinderboekenpraatjes: 
Onder mijn matras de erwt 
Rond vierkant vierkant rond 
Driedelig paard

Zo raar - Inger Hagerup

Geplaatst 21 feb. 2018 04:30 door susan *   [ 21 feb. 2018 04:36 bijgewerkt ]


Dit verhaal begint bij Bette Westera, of eigenlijk bij haar dochter die een jaar naar Noorwegen ging. Het leek Westera wel leuk zich ook in de Noorse taal te verdiepen en dat werd meer dan een kennismaking, Bette Westera studeerde een aantal jaren Noors aan de Universiteit van Amsterdam. Gewapend met een gedegen kennis van de Noorse taal ligt het voor de hand dat de succesvolle en veel bekroonde schrijfster van kinderpoëzie onderzocht met welke poëzie Noorse kinderen opgroeien. Dat bleek het werk van Inger Hagerup (1905-1985) te zijn. Wellicht klinkt deze naam bekend, haar kinderen (Klaus en Helge) en ook haar kleindochter Hilde zijn kinder-en jeugdboekenschrijvers waarvan een aantal boeken in het Nederlands zijn vertaald. 
    Inger Hagerup wordt in de aanprijzing van dit boek vergeleken met Annie M.G.Schmidt, niet zozeer omdat Hagerups werk lijkt op dat van Schmidt, maar meer in de betekenis en waardering die beide kinderboekenschrijvers ten deel valt. Ook Hagerup brak (net als Schmidt) met de moralistische traditie en de gedragen toon van de kinderpoëzie uit de jaren vijftig en ook haar boeken worden zeer gewaardeerd. Het boek dat Westera vertaalde is samengesteld uit drie boeken, waarvan de eerste in 1950 uitkwam, de tweede in 1961 en de laatste in 1971. De gedichten uit de drie bundels hebben verschillende kwaliteiten. 
    De eerste bundel bestaat voornamelijk uit korte grappige klankrijke versjes die vaak gaan over dieren. De versjes zijn beeldend en ritmisch. Westera maakte een vrije speelse vertaling waarbij ze de Noorse verwijzingen vervangt door Nederlandse: 

‘Kevertje Kever, waar ga je naartoe? 
Een oude bekende bezoeken in Stroe. 

Kevertje Kever, hoe heet die bekende? 
Schipper Jan Pieterszoon Koen van der Ende.' 
(...)  


Een enkel vers draait voornamelijk om de klanken en ook die heeft Westera prachtig vertaald: 

‘Onderwaterbomen suizen, 
wieren wiegen heen en weer. 
In de verte klinkt het ruisen 
en het briesen en het bruisen 
van de branding. Alle slakken 
zuchten zachtjes: wát een weer!’ 
(...) 


In de gedichten uit 1961 speelt de natuur een grote rol met gedichten over een bloeiende erwt, fluitenkruid, de wesp of piramidezenegroen. Dat kunnen grappige gedichten zijn, zoals het moppergedicht De krab waarin het dier zich beklaagt dat hij ‘geen vlees en geen vis’ is. Andere gedichten sluiten aan op de verschijningsvorm, zo vraagt het fluitenkruid zich af of hij een bloem of een parasol is en schets het piramidezenegroen een treffend zelfportret. Sommige gedichten hebben een dubbele lading, zoals het gedicht Het varken

‘Het varken ligt in zijn varkenskot 
te peinzen over zijn varkenslot. 

Iedere keer weer diezelfde vraag: 
Gaat de vleesprijs omhoog 
Of omlaag vandaag?’ 


In de gedichten uit 1971 breek Hagerup met de vertrouwde vorm. Er is geen sprake meer van rijmende zinnen, al is de  vrije versvorm nog altijd ritmisch. De inhoud is subtieler en derhalve zijn deze gedichten geschikter voor wat oudere kinderen. Neem bijvoorbeeld het gedicht De mier

‘ Klein? 
 Ik? 
 Echt niet! 
 Ik ben precies groot genoeg. 
 Vul mezelf dubbel en dwars, 
 van top tot teen. 
 Ben jij soms groter 
 dan jezelf?’ 


De illustraties zijn gemaakt door Paul René Gauguin, een kleinzoon van de beroemde Franse kunstenaar Paul Gauguin. Ze spelen een belangrijke rol in het boek. In de eerste bundel zijn de illustraties een vrolijke ondersteuning van de tekst, maar bij de latere bundels raken tekst en beeld steeds meer met elkaar verknoopt. Gauguins illustraties zijn meestal in zwart-wit met slechts een steunkleur. Allerlei elementen uit de gedichten zijn erop te zien, zoals theedrinkende kangoeroes, olifanten met zwarte wanten, de bezigheden van oom, tante, neef en nicht of een portret van Pennelientje Pennelotje en haar bijzondere neus. Bij de gedichten uit het laatste boek zijn tekst en beeld niet meer los van elkaar te zien, woord en beeld hebben zich vermengd. 



Zo raar is een heerlijke rijke poëziebundel met leuke, grappige, mooie en serieuze gedichten die prachtig zijn vertaald. De illustraties van Paul René Gauguin zijn de kers op de taart. 

Zo raar 
Inger Hagerup (vertaald door Bette Westera) met illustraties van Paul René Gauguin 


Gottmer, 2018     € 14,99

Was de aarde vroeger plat? - Bette Westera

Geplaatst 12 jan. 2018 05:55 door susan *   [ 12 jan. 2018 06:35 bijgewerkt ]


Was de aarde vroeger plat? is een nieuw boek van het gouden duo Westera en Weve. Na boeken met gedichten over ouder worden, de dood en een sprookje staan nu lastig te beantwoorde vragen centraal, of zoals Bette Westera dat formuleert: (...) ‘vragen die vragen/ om een versje/ een gedicht/ een schilderij/ Vragen die vragen/ om iets/ wat dartel om ze heen kan draaien/ zoals de aarde/ eeuwig om zijn as. 
    Op de kaft krijgt de lezer al een indruk om wat voor soort vragen het gaat en daarbij valt op dat ze vaak om het thema tijd draaien. Voorbeelden daarvan zijn: Hoe weet je dat tijd bestaat, Kun je langzamer zijn dan de tijd, Kan de tijd echt vliegen, Wanneer begint iets of Kun je altijd sneller blijven worden. Er zijn ook vragen die inspelen op andere moeilijk te begrijpen grootheden zoals de vraag waar de ruimte ophoudt, hoe diep je kunt slapen of uit hoeveel vissen een school bestaat. 
    De antwoorden geven geen uitleg, ze zijn het startpunt van een dichterlijke associatie. Soms levert dit een gedicht rijk aan beeldspraak op, bijvoorbeeld het antwoord op de vraag Hoe weet je dat tijd bestaat?: ‘De tijd zit in de gaten in je broek./ De tijd zit in het hoofd van oude mensen./ De tijd zit in de schimmel op de koek./ De tijd zit in verwachtingen en wensen. (...) 
    Bij andere gedichten is de vraag aanleiding tot een uitdagend taalspel zoals de discussie tussen de kip en het ei: ‘Dag ei’, zei de kip/’Dag kip,’ zei het ei./ ‘Wie was er nu eerder, ik of jij?// ‘Jij,' zei de kip./ ‘Nee jij,' zei het ei./’Want ik lag hier nog niet en toen legde jij mij.’// (...)
    Sommige vragen krijgen echt een antwoord, bijvoorbeeld de vraag Wanneer begin je met bestaan?: (...) ‘Ik ben ik weet niet hoeveel jaar./Zo oud als mama’s ei/en papa’s zaadje bij elkaar. 
    Andere vragen krijgen helemaal geen antwoord, maar zijn het startpunt van een fantasie. Bijvoorbeeld in het versje Kun je door de tijd reizen? waarin de eerste regel geen antwoord maar een feit is: ‘In mijn toffe tijdmachine/ kan ik zelf de tijd bedienen.’ (...)
     De versjes van Westera zijn, zoals altijd, mooi ritmisch en ze lezen prettig voor. Westera kiest voor beproefde rijmschema’s en stijlfiguren en binnen haar oeuvre verrassen ze niet. Dat is jammer voor de ervaren poëzielezer, maar voor de beoogde doelgroep van jonge lezers zal dit geen bezwaar zijn. Westerta’s kinderpoëzie blijft tot het beste behoren. 

De illustraties van Sylvia Weve komen in dit mooi vormgegeven boek volledig tot hun recht. Er is goed nagedacht over de vormgeving. Het valt op dat de vouw tussen de pagina’s vaak verwerkt wordt in de illustraties. Zo kan het de grens zijn tussen een dag-en een nachttafereel of de dominerende lijn die het perspectief bepaalt. Op andere pagina’s wordt de vouw juist genegeerd en loopt de tekening er brutaal overheen. Dit spelen met de vouw tusen de pagina’s past bij Weves stijl. Ze speelt ook graag en vakkundig met de kijkrichting of met het perspectief. 
Het samenspel tussen tekst en beeld is niet altijd origineel. Zo zien we een tijdmachine en een kip bij bovengenoemde gedichten. Overigens zijn die verre van standaard getekend. Origineler is haar vrolijke compositie van bloemetjes en bijtjes bij het gedicht over de vraag wanneer je begint, of haar uitwerking van het gedicht Houdt de ruimte ergens op? waarin het gevoel van de toekomstige astronaut treffend wordt weergeven als hij in een vogelkooi door de ruimte zweeft. 

Was de aarde vroeger plat? is een aantrekkelijk boek vol mooie gedichten over wat minder voor de hand liggende onderwerpen. De prachtige vormgeving en de heerlijke tekeningen van Weve maken het helemaal af. 

Was de aarde vroeger plat? 
Bette Westera (tekst) met illustraties van Sylvia Weve 


Gottmer, 2017     € 16,99 



Ander boeken van Bette Westera en Sylvia Weve op kinderboekenpraatjes: 
Aan de kant, ik ben je oma niet! 
Doodgewoon 

Roltrap naar de maan - Harrie Jekkers & Koos Meinderts

Geplaatst 29 nov. 2017 03:49 door susan *   [ 29 nov. 2017 03:49 bijgewerkt ]


Voor de liefhebbers van het werk van Koos Meinderts en Harrie Jekkers ging bij de aankondiging van dit boek de vlag uit. De teksten die zij schreven voor hun elpee Roltrap naar de maan(bekroond met een Edison) zijn al zo’n twintig jaar oud, maar nog lang niet vergeten. In deze uitgave zijn de teksten geïllustreerd door Annette Fienieg en lijkt het boek op het eerste gezicht een gedichtenprentenboek. Zo kan het ook prima gelezen worden. Nog leuker wordt het echter met de bijgevoegde cd waarop de teksten nog beter tot hun recht komen met de muziek en uitvoering van Klein Orkest. 

Er komt van alles aan de orde in de goed geschreven teksten. Er zijn verschillende liedjes die draaien om de kunst van het overdrijven. In De leugenaar bijvoorbeeld staat het betere liegen centraal en in Leuk is raar wordt met een fenomenaal woordenspel alles op z’n kop gezet: ‘Wie steelt krijgt een beloning, wie weggeeft is een dief. Voor braaf zijn krijg je strafwerk en klieren dat is lief.’ 
Iedereen wordt vrolijk van het verhaal over de dromedaris die de dierentuin spuugzat is en eens gaat kijken in de stad en onvergetelijk is het bloeddorstige relaas over de kinderverslinder:
 ‘Hij maakt je klaar, met peper, zout en met een uitje en braadt je in een oven of een grill. Likkebaardend kijkt hij naar je door het ruitje en prikt af en toe een vork in je bil.’ 
Er zijn ook intieme liedjes, bijvoorbeeld over hoe blij je kunt zijn met je step of hoe verschrikkelijk het is dat het meisje van je dromen je niet ziet staan. Ook is Ballade van de Dood in de bundel opgenomen, een tekst waarvoor Meinderts en Jekkers in 2009 een Zilveren Griffel kregen. 

Annette Fienieg schept een kleurrijke wereld rond de liedjes met scènes uit de teksten. Vaak is hetzelfde jongetje te zien en ook voorwerpen uit eerdere liedjes duiken elders weer op. Fienieg pakt uit als er feest gevierd wordt, maar wie goed kijkt moet toch even huiveren als hij middenin een feestelijk optocht de kinderverslinder ziet lopen, met een kind aan zijn hand. 

Roltrap naar de maan is een must have voor iedereen die in de buurt van kinderen vertoefd. Harrie Jekkers en Koos Meinderts staan naast Annie M.G.Schmidt en Willem Wilmink op de eregalerij van de allerbeste kinderliedjesschrijvers. 

Roltrap naar de maan 
Harrie Jekkers en Koos Meinderts (tekst) en Annette Fienieg (illustraties) 

Rubinstein, 2017     € 12,99


Onder mijn matras de erwt - Ted van Lieshout

Geplaatst 8 nov. 2017 04:13 door susan *   [ 8 nov. 2017 04:14 bijgewerkt ]


Elk boek van Ted van Lieshout vormt een eenheid. Tekst, beeld en vormgeving zijn zorgvuldig, door van Lieshout zelf, op elkaar afgestemd. Ook in de dichtbundel Onder mijn matras de erwt zijn beeld en tekst gelijkwaardige eenheden en dat wordt onderstreept door de ondertitel gedichten en portretten
De gedichten gaan over een opgroeiend meisje. We zien haar portret, getekend in enkele stevige lijnen, de pagina’s van de inhoudsopgave domineren. De lezer zal haar belevingswereld binnengaan. 
De gedichten zijn min of meer chronologisch geordend en volgen de ontwikkeling van kind naar jong volwassene. In de inhoudsopgave kunnen we aan de lay-out zien dat sommige gedichten bij elkaar horen. Soms hebben ze dezelfde titel en soms hebben ze hetzelfde thema. 

In het eerste gedicht sorteert het meisje haar poppen. Het gedicht heeft het ritme van een aftelversje en benadrukt zo bijna ongemerkt dat we hier met een kind te maken hebben. Toch kondigt de puberteit zich al aan, want het meisje kijkt met een nieuwe kritische blik naar het bekende, ze wikt en weegt en doet weg wat haar niet bevalt. 
In de puberteit is het leven niet makkelijk en zijn gevoelens groot en onstuimig. Van Lieshout geeft daar op verschillende manieren voorbeelden van. Vaak sluimeren er emoties tussen en onder de woorden, emoties die zich niet direct laten benoemen, maar wel herkenbaar zijn. Zoals in het gedicht Ik ben

Ik ben 
de prinses. 

Ik zoek 
de dappere. 

Ik zoek 
dapper de 

kikker. 
Ik ben 

de dappere 
prinses 

die dapper 
de kikker 

gaat kussen. 


De gedichten gaan niet alleen over kolkende puberteitsperikelen, ze gaan ook over echtscheiding en het afscheid van een dementerende oma. In deze gedichten zien we aan de ene kant de koele ongenadige blik op de werkelijkheid en aan de andere kant de emoties die de gebeurtenissen oproepen. 
Van Lieshout dicht in vele vormen, soms in enkele woorden, soms in een langere aaneengesloten tekst en alle denkbare vormen daartussen in. Het ritme in de gedichten is wisselend, de ene keer is het een adembenemende tirade, de andere keer staan er nog geen twintig woorden op papier. Soms rijmt de tekst en vaak ook niet. Vorm, taal en inhoud zijn altijd een eenheid. 

Naast de taal is het beeld een gelijkwaardige speler in dit boek. Dat beeld bestaat uit poppenportretten. Geen snoezige poppen, maar zelfgemaakte kleipoppen met knikkerogen die Van Lieshout al in de jaren tachtig maakte. Hij liet ze expres slingeren en oud worden tot de tijd rijp was ze te fotograferen. Het zijn vijftien licht gekleurde poppen met verschillende gelaatstrekken. Ook de structuur verschilt: sommige poppenhoofden hebben een glad oppervlak, andere hebben barsten. 
Van Lieshout toont alleen de hoofden van de poppen die hij op verschillende manieren aankleedt. Fascinerend zijn de pagina’s waar dezelfde pop op verschillende manieren is aangekleed en gefotografeerd. Het is soms nauwelijks te geloven dat eenzelfde kop er zo verschillend uit kan zien. 
Rond de gedichten staan portretten die als het ware een dialoog aangaan met de tekst. Zo staat bij het gedicht Zeven keukens een pop die gekleed is in keukendoeken en bij het titelgedicht is de pop voorzien van een haardracht bestaande uit erwten. Ontroerend mooi is de gerimpelde pop die bij de gedichten over de oma staan, een passend beeld bij de prachtige regel ‘Het is of ze uit het leven wegsmelt;/ ik zie dat ze al aan het voorbijgaan is./’ 


Onder mijn matras de erwt is een magnifiek boek zowel in tekst als in beeld. De gedichten zijn veelzijdig in vorm en ritme en geven woorden aan een scala herkenbare gevoelens. Toch geven ze niet alles in een keer bloot, de gelaagdheid van de tekst doet recht aan de weg die de verteller gaat van meisje naar jong volwassene. Op deze vaak moeizame reis vol ingewikkelde en tegenstrijdige gevoelens hoeft niet alles direct benoemd en begrepen te worden. 
De poppenportretten doen recht aan de tekst (of andersom), ook zij zijn veelzijdig en bezitten een eigen schoonheid. Onder mijn matras de erwt is wat mij betreft een tijdloos meesterwerk. 

Onder mijn matras de erwt 
Ted van Lieshout 


Leopold, 2017     € 15,99 

Andere dichtbundels van Ted van Lieshout op kinderboekenpraatjes: 
Rond vierkant vierkant rond 
Driedelig paard 

1-10 of 45