Lijst gedichten

Jij & ik en al het moois om ons heen - Riet Wille (samenstelling)

Geplaatst 29 okt. 2018 04:31 door susan *   [ 29 okt. 2018 04:32 bijgewerkt ]


Kinderen zijn vaak gefascineerd, verwonderd door de natuur’ schrijft Riet Wille in het voorwoord van de bloemlezing Jij & ik en al het moois om ons heen die zij samenstelde. ‘Zowel op school als thuis gaan opvoeders bewuster om met aspecten als het sorteren van afval, openbaar vervoer, de kwaliteit van de lucht, gezonde voeding...’ en daarom besloot ze een bloemlezing samen te stellen bestaande uit ongeveer honderd gedichten over bloemen, bomen, zee, bergen, dieren en seizoenen. 

Gelukkig is de warrige inleiding niet representatief voor de bundel. Deze is met zorg samengesteld. Riet Wille, die zelf ook poëzie voor kinderen schrijft, koos voor korte gedichten. Ze zijn geordend op onderwerp en ieder onderwerp wordt door een filosofische vraag ingeleid, bijvoorbeeld Zijn bloemen gelukkiger als ze bloeien, Ademt een zee in en uit? of Hoeveel bomen heb je nodig voor een bos? 
    Wille koos voor dichters van nu en van wat langer geleden. Er is onder andere werk opgenomen van Cicely Mary Barker, Willem Wilmink, Annie M.G.Schmidt, Mies Bouhuys, Hans Andreus, Ted van Lieshout, Koos Meinderts, Edward van de Vendel, Geert De Kockere en er staan ook enkele gedichten in de samenstelster. 
    Het is leuk dat Wille de gedichten groepeert rond eenzelfde onderwerp, want zo wordt zichtbaar dat dichters heel verschillend naar hetzelfde kunnen kijken. Sommige geven fraaie woorden aan wat ze zien, andere filosoferen over een detail en weer andere beschrijven hun gevoel. Ook grappige gedichten (in tekst of vorm) en een enkel raadsel hebben een plek in de bloemlezing gekregen. 

Het boek is niet alleen de moeite waard door de gekozen gedichten, het ziet er ook prachtig uit. De illustraties van Martijn van der Linden krijgen alle ruimte. Van der Linden vertelt zijn eigen verhalen. Bij ieder hoofdstuk introduceert hij nieuwe hoofdrolspelers die in het tijdsbestek van dat hoofdstuk iets meemaken. We zien bijvoorbeeld een koala op de fiets een berg bedwingen, we zien een duif zijn hoeden aan de man, of beter gezegd de vogel, brengen en we volgen een krokodil die in ieder seizoen geniet van het lezen van een boek. Van der Linden tekent, zoals we van hem gewend zijn, moeiteloos dieren in onverwachte posities. Bij hem ziet een krokodil in een hangmat of een pinguïn op een strandstoel er altijd geloofwaardig uit. Ook de achtergronden zijn prachtig en doen recht aan het de wens van de auteur om te laten zien hoe mooi de natuur is. 

Jij & ik en al het moois om ons heen is een fantastische poëziebundel die in iedere schoolklas thuishoort. Wellicht dat kinderen door deze gedichten met meer respect naar de natuur zullen kijken; zeker is dat deze bundel het plezier in taal zal vergroten. 

Jij & ik en al het moois om ons heen 
Riet Wille (samenstelling) met illustraties van Martijn van der Linden 

Davidsfonds, 2018     €24,99


Laat een boodschap achter in het zand - Bibi Dumon Tak

Geplaatst 18 okt. 2018 05:45 door susan *   [ 18 okt. 2018 05:45 bijgewerkt ]


Bibi Dumon Tak en Annemarie van Haeringen zijn de hertoginnen van de kinderliteratuur. Het werk van beide dames is al vaak bekroond met prestigieuze prijzen. Dit najaar kreeg Dumon Tak de grootste prijs die een kinderboekenauteur kan krijgen: de Theo Thijssenprijs. 
Dumon Tak en Van Haeringen werken graag samen en dat leverde al de prachtige boeken Siens hemel en Ik wil ook! op. 
    Dumon Tak is een veelzijdig schrijfster. Ze schrijft prentenboeken, fictie en non-fictie. Vooral in dit laatste genre valt haar werk op. Ze weet lezers op een unieke en aantrekkelijke manier te informeren. Een boek van Dumon Tak is nooit saai. 
Voor haar nieuwe informatieve kinderboek koos ze voor een andere aanpak (‘ik wil mijzelf blijven uitdagen’) en dat werd poëzie. En zo kunnen we een nieuw genre aan de jeugdliteratuur toevoegen: informatieve poëzie. 

Laat een boodschap achter in het zand gaat over evenhoevige dieren, dat zijn alle dieren met twee of vier tenen (‘heb je drie tenen, zoals de tapir, dan mag je niet in dit boek.’) De gekozen vorm beperkt de schrijfster omdat gedichten zich niet lenen voor veel uitleg. Daarom kiest Dumon Tak voor een kenmerkende eigenschap van het dier en neemt dat als uitgangspunt. Bij de giraf is dat bijvoorbeeld zijn sterke hart: ’De giraf heeft een hart/ als een katapult./ Bij iedere slag /schiet het bloed,/ dat suist, dat giert, dat brult,/ door die eindeloze nek naar boven/ via aderen, vuistdik,/ en zo sterk als een ankertouw.’ 
    Dumon Taks poëzie is ritmisch, met mooie beelden en is ook vaak grappig. Ze speelt met de vorm en is daarin bijzonder origineel. Zo chat het wild zwijn met zijn tamme zus, stuurt de Kaapse buffel een ingezonden mededeling, interviewt de dikdik (live) voor Radio Impala een nijlpaard, plaatst de wilde kameel een contactadvertentie en houdt de tapir een spreekbeurt (en staat hij daarmee toch in een boek over evenhoevigen). 
Dumon Tak heeft altijd oog voor bijzondere verhalen, bijvoorbeeld het bizarre lot van de laatste Pyrenese steenbok Celia die overleed in een natuurpark. We lezen haar overlijdensadvertentie: ‘Door een noodlottig ongeval-/ een omgewaaide boom verbrijzelde haar kop- / kwam onze laatse Pyrenese steenbok om het leven,/ de Capra pyrenaica is bij dezen op.// (...) ‘Celia hield van gras, mos en kruiden./ '
Ontroerend is het gedicht De vicuña, spreek uit : vikoenja. Dit lichtvoetige dier dat ‘langs de hemel kan rennen’ omdat hij kan ademen in ijle lucht wordt gevraagd de groeten te doen: ‘Wij hadden namelijk iemand lief/ die daar voorgoed is heen gegaan.’ We zien het dier langs de hemel zweven, een hemel waarin een maan met mooi gestifte lippen staat en een sterretje met een bril. Het zijn subtiele verwijzingen naar de geliefden waarvan de makers van het boek afscheid moesten nemen. 

Annemarie van Haeringen heeft opnieuw prachtig werk gemaakt. Haar illustraties zijn vindingrijke, creatieve en beeldschone antwoorden op de woorden van Dumon Tak. 
Zo verschuilt de kleine kantjil zich in weelderig groen, lijkt de bijna uitgestorven oryx al uitgegumd, loopt de wilde kameelman gedreven door zijn brandende liefde bovenlangs de pagina en heeft het grootste landdier dat er bestaat natuurlijk erg veel ruimte nodig. Voor wie nog twijfelt aan de originaliteit van Van Haeringen moet nog eens goed naar de kaft kijken. 

Laat een boodschap achter in het zand is een adembenemend mooi boek. Zowel Dumon Tak als Van Haeringen leveren topwerk. Kopen dat boek! 

Laat een boodschap achter in het zand 
Bibi Dumon Tak (tekst) en Annemarie van Haeringen (illustraties) 


Querido, 2018     € 15,99 

Andere boeken van Bibi Dumon Tak op kinderboekenpraatjes: 
Het heel grote vogelboek 
Siens hemel 
Ik wil ook! 

Ze gaan er met je neus vandoor - Ted van Lieshout

Geplaatst 13 aug. 2018 03:44 door susan *   [ 13 aug. 2018 03:44 bijgewerkt ]


Ze gaan er met je neus vandoor is een bijzonder boek. Het begint als dichtbundel met een gedicht over een ongelukkige liefde. Nadat de dichter zijn verdriet en verbittering onder woorden heeft gebracht gaat hij onder de tafel liggen. Zijn verdriet is te groot om verder te schrijven. 
Erg lastig, want als de dichter niet schrijft komt er geen boek. Dat roept de volgende reactie op: ‘Hallo! Hallo! Dichter! We wachten al heel erg lang, hoor. We staan met zijn allen klaar voor een nieuwe dichtbundel. Kom je nou onderhand eens, dichter? Het is tijd om door te gaan met je nieuwe boek!’ 
De dichter gaat echter niet aan het werk. Naarstig wordt naar een oplossing gezocht. Misschien helpt het alvast een gedicht te plaatsen dat nog niet helemaal af is, of misschien kan er een nieuwe liefde voor de dichter gevonden worden. Ideeën worden uitgewerkt, maar pakken                                           desastreus uit: het leidt tot oorlog. 

Van Lieshout moest lang zoeken naar de juiste vorm, toon en invalshoek voor dit unieke boek waarin tekst en vormgeving het verhaal op een bijzondere manier vertellen. Blokgedichten, die bestaan uit een blok tekst zonder alinea’s, worden afgewisseld met traditionele gedichten en teksten die vooral betekenis krijgen door de vormgeving. De verleiding is groot om Van Lieshouts veelzijdige originaliteit uitgebreid te beschrijven, maar dat zou afbreuk kunnen doen aan het leesplezier. 
    Het boek heeft een aantal thema’s. De rode draad is het verhaal van de dichter met liefdesverdriet die zijn taak verzaakt. Daarnaast gaat het ook over strijd en oorlog, met speciale aandacht voor de loopgravenoorlog bij Ieper tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het is een veelzijdig verhaal dat de spanning goed vasthoudt, hier en daar erg grappig is en op andere momenten ontroert. Het is knap dat Van Lieshout ondanks zijn bijzondere manier van vertellen een goedlopend verhaal neerzet, dat zich ook leent om voorgelezen te worden. 



Ze gaan er met je neus vandoor is een zeer origineel en toegankelijk boek dat speelt met conventies. Liefde, verraad, dood en wederopstanding worden aan de lezer gepresenteerd op een geheel nieuwe wijze. De verrassende insteek laat opnieuw het grote talent van Van Lieshout zien als schrijver en vormgever. Wat mij betreft mag er alvast een Griffel met Van Lieshouts naam erop besteld worden. 

Ze gaan er met je neus vandoor 
Ted van Lieshout 


Leopold, 2018     € 14,99 



Andere boeken van Ted van Lieshout op kinderboekenpraatjes: 
Onder mijn matras de erwt 
Rond vierkant vierkant rond 
Driedelig paard

Zo raar - Inger Hagerup

Geplaatst 21 feb. 2018 04:30 door susan *   [ 21 feb. 2018 04:36 bijgewerkt ]


Dit verhaal begint bij Bette Westera, of eigenlijk bij haar dochter die een jaar naar Noorwegen ging. Het leek Westera wel leuk zich ook in de Noorse taal te verdiepen en dat werd meer dan een kennismaking, Bette Westera studeerde een aantal jaren Noors aan de Universiteit van Amsterdam. Gewapend met een gedegen kennis van de Noorse taal ligt het voor de hand dat de succesvolle en veel bekroonde schrijfster van kinderpoëzie onderzocht met welke poëzie Noorse kinderen opgroeien. Dat bleek het werk van Inger Hagerup (1905-1985) te zijn. Wellicht klinkt deze naam bekend, haar kinderen (Klaus en Helge) en ook haar kleindochter Hilde zijn kinder-en jeugdboekenschrijvers waarvan een aantal boeken in het Nederlands zijn vertaald. 
    Inger Hagerup wordt in de aanprijzing van dit boek vergeleken met Annie M.G.Schmidt, niet zozeer omdat Hagerups werk lijkt op dat van Schmidt, maar meer in de betekenis en waardering die beide kinderboekenschrijvers ten deel valt. Ook Hagerup brak (net als Schmidt) met de moralistische traditie en de gedragen toon van de kinderpoëzie uit de jaren vijftig en ook haar boeken worden zeer gewaardeerd. Het boek dat Westera vertaalde is samengesteld uit drie boeken, waarvan de eerste in 1950 uitkwam, de tweede in 1961 en de laatste in 1971. De gedichten uit de drie bundels hebben verschillende kwaliteiten. 
    De eerste bundel bestaat voornamelijk uit korte grappige klankrijke versjes die vaak gaan over dieren. De versjes zijn beeldend en ritmisch. Westera maakte een vrije speelse vertaling waarbij ze de Noorse verwijzingen vervangt door Nederlandse: 

‘Kevertje Kever, waar ga je naartoe? 
Een oude bekende bezoeken in Stroe. 

Kevertje Kever, hoe heet die bekende? 
Schipper Jan Pieterszoon Koen van der Ende.' 
(...)  


Een enkel vers draait voornamelijk om de klanken en ook die heeft Westera prachtig vertaald: 

‘Onderwaterbomen suizen, 
wieren wiegen heen en weer. 
In de verte klinkt het ruisen 
en het briesen en het bruisen 
van de branding. Alle slakken 
zuchten zachtjes: wát een weer!’ 
(...) 


In de gedichten uit 1961 speelt de natuur een grote rol met gedichten over een bloeiende erwt, fluitenkruid, de wesp of piramidezenegroen. Dat kunnen grappige gedichten zijn, zoals het moppergedicht De krab waarin het dier zich beklaagt dat hij ‘geen vlees en geen vis’ is. Andere gedichten sluiten aan op de verschijningsvorm, zo vraagt het fluitenkruid zich af of hij een bloem of een parasol is en schets het piramidezenegroen een treffend zelfportret. Sommige gedichten hebben een dubbele lading, zoals het gedicht Het varken

‘Het varken ligt in zijn varkenskot 
te peinzen over zijn varkenslot. 

Iedere keer weer diezelfde vraag: 
Gaat de vleesprijs omhoog 
Of omlaag vandaag?’ 


In de gedichten uit 1971 breek Hagerup met de vertrouwde vorm. Er is geen sprake meer van rijmende zinnen, al is de  vrije versvorm nog altijd ritmisch. De inhoud is subtieler en derhalve zijn deze gedichten geschikter voor wat oudere kinderen. Neem bijvoorbeeld het gedicht De mier

‘ Klein? 
 Ik? 
 Echt niet! 
 Ik ben precies groot genoeg. 
 Vul mezelf dubbel en dwars, 
 van top tot teen. 
 Ben jij soms groter 
 dan jezelf?’ 


De illustraties zijn gemaakt door Paul René Gauguin, een kleinzoon van de beroemde Franse kunstenaar Paul Gauguin. Ze spelen een belangrijke rol in het boek. In de eerste bundel zijn de illustraties een vrolijke ondersteuning van de tekst, maar bij de latere bundels raken tekst en beeld steeds meer met elkaar verknoopt. Gauguins illustraties zijn meestal in zwart-wit met slechts een steunkleur. Allerlei elementen uit de gedichten zijn erop te zien, zoals theedrinkende kangoeroes, olifanten met zwarte wanten, de bezigheden van oom, tante, neef en nicht of een portret van Pennelientje Pennelotje en haar bijzondere neus. Bij de gedichten uit het laatste boek zijn tekst en beeld niet meer los van elkaar te zien, woord en beeld hebben zich vermengd. 



Zo raar is een heerlijke rijke poëziebundel met leuke, grappige, mooie en serieuze gedichten die prachtig zijn vertaald. De illustraties van Paul René Gauguin zijn de kers op de taart. 

Zo raar 
Inger Hagerup (vertaald door Bette Westera) met illustraties van Paul René Gauguin 


Gottmer, 2018     € 14,99

Was de aarde vroeger plat? - Bette Westera

Geplaatst 12 jan. 2018 05:55 door susan *   [ 12 jan. 2018 06:35 bijgewerkt ]


Was de aarde vroeger plat? is een nieuw boek van het gouden duo Westera en Weve. Na boeken met gedichten over ouder worden, de dood en een sprookje staan nu lastig te beantwoorde vragen centraal, of zoals Bette Westera dat formuleert: (...) ‘vragen die vragen/ om een versje/ een gedicht/ een schilderij/ Vragen die vragen/ om iets/ wat dartel om ze heen kan draaien/ zoals de aarde/ eeuwig om zijn as. 
    Op de kaft krijgt de lezer al een indruk om wat voor soort vragen het gaat en daarbij valt op dat ze vaak om het thema tijd draaien. Voorbeelden daarvan zijn: Hoe weet je dat tijd bestaat, Kun je langzamer zijn dan de tijd, Kan de tijd echt vliegen, Wanneer begint iets of Kun je altijd sneller blijven worden. Er zijn ook vragen die inspelen op andere moeilijk te begrijpen grootheden zoals de vraag waar de ruimte ophoudt, hoe diep je kunt slapen of uit hoeveel vissen een school bestaat. 
    De antwoorden geven geen uitleg, ze zijn het startpunt van een dichterlijke associatie. Soms levert dit een gedicht rijk aan beeldspraak op, bijvoorbeeld het antwoord op de vraag Hoe weet je dat tijd bestaat?: ‘De tijd zit in de gaten in je broek./ De tijd zit in het hoofd van oude mensen./ De tijd zit in de schimmel op de koek./ De tijd zit in verwachtingen en wensen. (...) 
    Bij andere gedichten is de vraag aanleiding tot een uitdagend taalspel zoals de discussie tussen de kip en het ei: ‘Dag ei’, zei de kip/’Dag kip,’ zei het ei./ ‘Wie was er nu eerder, ik of jij?// ‘Jij,' zei de kip./ ‘Nee jij,' zei het ei./’Want ik lag hier nog niet en toen legde jij mij.’// (...)
    Sommige vragen krijgen echt een antwoord, bijvoorbeeld de vraag Wanneer begin je met bestaan?: (...) ‘Ik ben ik weet niet hoeveel jaar./Zo oud als mama’s ei/en papa’s zaadje bij elkaar. 
    Andere vragen krijgen helemaal geen antwoord, maar zijn het startpunt van een fantasie. Bijvoorbeeld in het versje Kun je door de tijd reizen? waarin de eerste regel geen antwoord maar een feit is: ‘In mijn toffe tijdmachine/ kan ik zelf de tijd bedienen.’ (...)
     De versjes van Westera zijn, zoals altijd, mooi ritmisch en ze lezen prettig voor. Westera kiest voor beproefde rijmschema’s en stijlfiguren en binnen haar oeuvre verrassen ze niet. Dat is jammer voor de ervaren poëzielezer, maar voor de beoogde doelgroep van jonge lezers zal dit geen bezwaar zijn. Westerta’s kinderpoëzie blijft tot het beste behoren. 

De illustraties van Sylvia Weve komen in dit mooi vormgegeven boek volledig tot hun recht. Er is goed nagedacht over de vormgeving. Het valt op dat de vouw tussen de pagina’s vaak verwerkt wordt in de illustraties. Zo kan het de grens zijn tussen een dag-en een nachttafereel of de dominerende lijn die het perspectief bepaalt. Op andere pagina’s wordt de vouw juist genegeerd en loopt de tekening er brutaal overheen. Dit spelen met de vouw tusen de pagina’s past bij Weves stijl. Ze speelt ook graag en vakkundig met de kijkrichting of met het perspectief. 
Het samenspel tussen tekst en beeld is niet altijd origineel. Zo zien we een tijdmachine en een kip bij bovengenoemde gedichten. Overigens zijn die verre van standaard getekend. Origineler is haar vrolijke compositie van bloemetjes en bijtjes bij het gedicht over de vraag wanneer je begint, of haar uitwerking van het gedicht Houdt de ruimte ergens op? waarin het gevoel van de toekomstige astronaut treffend wordt weergeven als hij in een vogelkooi door de ruimte zweeft. 

Was de aarde vroeger plat? is een aantrekkelijk boek vol mooie gedichten over wat minder voor de hand liggende onderwerpen. De prachtige vormgeving en de heerlijke tekeningen van Weve maken het helemaal af. 

Was de aarde vroeger plat? 
Bette Westera (tekst) met illustraties van Sylvia Weve 


Gottmer, 2017     € 16,99 



Ander boeken van Bette Westera en Sylvia Weve op kinderboekenpraatjes: 
Aan de kant, ik ben je oma niet! 
Doodgewoon 

Roltrap naar de maan - Harrie Jekkers & Koos Meinderts

Geplaatst 29 nov. 2017 03:49 door susan *   [ 29 nov. 2017 03:49 bijgewerkt ]


Voor de liefhebbers van het werk van Koos Meinderts en Harrie Jekkers ging bij de aankondiging van dit boek de vlag uit. De teksten die zij schreven voor hun elpee Roltrap naar de maan(bekroond met een Edison) zijn al zo’n twintig jaar oud, maar nog lang niet vergeten. In deze uitgave zijn de teksten geïllustreerd door Annette Fienieg en lijkt het boek op het eerste gezicht een gedichtenprentenboek. Zo kan het ook prima gelezen worden. Nog leuker wordt het echter met de bijgevoegde cd waarop de teksten nog beter tot hun recht komen met de muziek en uitvoering van Klein Orkest. 

Er komt van alles aan de orde in de goed geschreven teksten. Er zijn verschillende liedjes die draaien om de kunst van het overdrijven. In De leugenaar bijvoorbeeld staat het betere liegen centraal en in Leuk is raar wordt met een fenomenaal woordenspel alles op z’n kop gezet: ‘Wie steelt krijgt een beloning, wie weggeeft is een dief. Voor braaf zijn krijg je strafwerk en klieren dat is lief.’ 
Iedereen wordt vrolijk van het verhaal over de dromedaris die de dierentuin spuugzat is en eens gaat kijken in de stad en onvergetelijk is het bloeddorstige relaas over de kinderverslinder:
 ‘Hij maakt je klaar, met peper, zout en met een uitje en braadt je in een oven of een grill. Likkebaardend kijkt hij naar je door het ruitje en prikt af en toe een vork in je bil.’ 
Er zijn ook intieme liedjes, bijvoorbeeld over hoe blij je kunt zijn met je step of hoe verschrikkelijk het is dat het meisje van je dromen je niet ziet staan. Ook is Ballade van de Dood in de bundel opgenomen, een tekst waarvoor Meinderts en Jekkers in 2009 een Zilveren Griffel kregen. 

Annette Fienieg schept een kleurrijke wereld rond de liedjes met scènes uit de teksten. Vaak is hetzelfde jongetje te zien en ook voorwerpen uit eerdere liedjes duiken elders weer op. Fienieg pakt uit als er feest gevierd wordt, maar wie goed kijkt moet toch even huiveren als hij middenin een feestelijk optocht de kinderverslinder ziet lopen, met een kind aan zijn hand. 

Roltrap naar de maan is een must have voor iedereen die in de buurt van kinderen vertoefd. Harrie Jekkers en Koos Meinderts staan naast Annie M.G.Schmidt en Willem Wilmink op de eregalerij van de allerbeste kinderliedjesschrijvers. 

Roltrap naar de maan 
Harrie Jekkers en Koos Meinderts (tekst) en Annette Fienieg (illustraties) 

Rubinstein, 2017     € 12,99


Onder mijn matras de erwt - Ted van Lieshout

Geplaatst 8 nov. 2017 04:13 door susan *   [ 8 nov. 2017 04:14 bijgewerkt ]


Elk boek van Ted van Lieshout vormt een eenheid. Tekst, beeld en vormgeving zijn zorgvuldig, door van Lieshout zelf, op elkaar afgestemd. Ook in de dichtbundel Onder mijn matras de erwt zijn beeld en tekst gelijkwaardige eenheden en dat wordt onderstreept door de ondertitel gedichten en portretten
De gedichten gaan over een opgroeiend meisje. We zien haar portret, getekend in enkele stevige lijnen, de pagina’s van de inhoudsopgave domineren. De lezer zal haar belevingswereld binnengaan. 
De gedichten zijn min of meer chronologisch geordend en volgen de ontwikkeling van kind naar jong volwassene. In de inhoudsopgave kunnen we aan de lay-out zien dat sommige gedichten bij elkaar horen. Soms hebben ze dezelfde titel en soms hebben ze hetzelfde thema. 

In het eerste gedicht sorteert het meisje haar poppen. Het gedicht heeft het ritme van een aftelversje en benadrukt zo bijna ongemerkt dat we hier met een kind te maken hebben. Toch kondigt de puberteit zich al aan, want het meisje kijkt met een nieuwe kritische blik naar het bekende, ze wikt en weegt en doet weg wat haar niet bevalt. 
In de puberteit is het leven niet makkelijk en zijn gevoelens groot en onstuimig. Van Lieshout geeft daar op verschillende manieren voorbeelden van. Vaak sluimeren er emoties tussen en onder de woorden, emoties die zich niet direct laten benoemen, maar wel herkenbaar zijn. Zoals in het gedicht Ik ben

Ik ben 
de prinses. 

Ik zoek 
de dappere. 

Ik zoek 
dapper de 

kikker. 
Ik ben 

de dappere 
prinses 

die dapper 
de kikker 

gaat kussen. 


De gedichten gaan niet alleen over kolkende puberteitsperikelen, ze gaan ook over echtscheiding en het afscheid van een dementerende oma. In deze gedichten zien we aan de ene kant de koele ongenadige blik op de werkelijkheid en aan de andere kant de emoties die de gebeurtenissen oproepen. 
Van Lieshout dicht in vele vormen, soms in enkele woorden, soms in een langere aaneengesloten tekst en alle denkbare vormen daartussen in. Het ritme in de gedichten is wisselend, de ene keer is het een adembenemende tirade, de andere keer staan er nog geen twintig woorden op papier. Soms rijmt de tekst en vaak ook niet. Vorm, taal en inhoud zijn altijd een eenheid. 

Naast de taal is het beeld een gelijkwaardige speler in dit boek. Dat beeld bestaat uit poppenportretten. Geen snoezige poppen, maar zelfgemaakte kleipoppen met knikkerogen die Van Lieshout al in de jaren tachtig maakte. Hij liet ze expres slingeren en oud worden tot de tijd rijp was ze te fotograferen. Het zijn vijftien licht gekleurde poppen met verschillende gelaatstrekken. Ook de structuur verschilt: sommige poppenhoofden hebben een glad oppervlak, andere hebben barsten. 
Van Lieshout toont alleen de hoofden van de poppen die hij op verschillende manieren aankleedt. Fascinerend zijn de pagina’s waar dezelfde pop op verschillende manieren is aangekleed en gefotografeerd. Het is soms nauwelijks te geloven dat eenzelfde kop er zo verschillend uit kan zien. 
Rond de gedichten staan portretten die als het ware een dialoog aangaan met de tekst. Zo staat bij het gedicht Zeven keukens een pop die gekleed is in keukendoeken en bij het titelgedicht is de pop voorzien van een haardracht bestaande uit erwten. Ontroerend mooi is de gerimpelde pop die bij de gedichten over de oma staan, een passend beeld bij de prachtige regel ‘Het is of ze uit het leven wegsmelt;/ ik zie dat ze al aan het voorbijgaan is./’ 


Onder mijn matras de erwt is een magnifiek boek zowel in tekst als in beeld. De gedichten zijn veelzijdig in vorm en ritme en geven woorden aan een scala herkenbare gevoelens. Toch geven ze niet alles in een keer bloot, de gelaagdheid van de tekst doet recht aan de weg die de verteller gaat van meisje naar jong volwassene. Op deze vaak moeizame reis vol ingewikkelde en tegenstrijdige gevoelens hoeft niet alles direct benoemd en begrepen te worden. 
De poppenportretten doen recht aan de tekst (of andersom), ook zij zijn veelzijdig en bezitten een eigen schoonheid. Onder mijn matras de erwt is wat mij betreft een tijdloos meesterwerk. 

Onder mijn matras de erwt 
Ted van Lieshout 


Leopold, 2017     € 15,99 

Andere dichtbundels van Ted van Lieshout op kinderboekenpraatjes: 
Rond vierkant vierkant rond 
Driedelig paard 

Dag poes! - Mies van Hout

Geplaatst 18 sep. 2017 04:21 door susan *   [ 18 sep. 2017 07:09 bijgewerkt ]


De speelse kleurrijke tekeningen van Mies van Hout vervelen nooit. Deze keer tekende ze prachtige en heel verschillende poezen. Van Hout dook onder in de belevingswereld van de kat en overhandigde uiteindelijk twintig tekeningen aan vijf dichters. De vijf dichters, Bette Westera, Koos Meinderts, Sjoerd Kuyper en Hans & Monique Hagen, hebben allemaal hun sporen als schrijvers van kinderpoëzie ruimschoots verdiend. 
Voor kattenkenners is dit prachtig uitgegeven boek een feest van herkenning, van de dromerige kat op de vensterbank tot de doodsbange kat op oudejaarsavond. De dichters kiezen echter lang niet altijd voor een voor de hand liggend onderwerp. In het gedicht van de Hagens bij een tekening van een kat die zich uitrekt zoals alleen katten dat kunnen, begint de tekst ontspannen en lieflijk en sluit daarmee mooi aan bij de vrolijke lentekleuren waarmee de kat getekend is: ‘de merel zingt/de roodborst hipt/de ekster lacht/het zonlicht toe’ Maar dan komt de verrassende wending als de dichters de aandacht op een ander detail op de tekening vestigen waardoor de vogels voor hun leven moeten vrezen. 
Het jachtinstinct (of het ontbreken daarvan) is vaker het onderwerp van een gedicht, van het vangen van een vlieg tot het verlangen naar de jacht op een moddervette maaltijdmuis. Andere katten zien liever dat mensen hun eten verzorgen en de lat ligt daarbij hoog. Bette Westera somt de wensen van een blakende blozende kat op: ‘Dun gesneden runderhart/ en lamsvlees, mals en mager,/ parelhoen of kwartel/van een echte scharrelslager’. 
Andere katten zijn in de war, bijvoorbeeld omdat ze zichzelf in de knoop gespeeld hebben. In de woorden van Sjoerd Kuyper klinkt dat zo:’ Ik weet niet meer wat onder is/ en ook niet meer wat boven./ En dat een bal een bal is,/ dat kan ik niet meer geloven.’ Op de illustratie staat een enigszins verbaasd kijkende jonge kat, ondersteboven en pluizig en verstrikt in de draad van een bolletje wol. 
Grappig is het gedicht van Koos Meinderts over een weinig heldhaftige kat die voor van alles en nog wat bang is. Er volgt een opsomming van enge dingen en dan de climax: ‘Maar ik vrees het allermeest/ het enge Poezebeest/dat zich met zijn giechel/verstopt heeft in de spiegel.’ 

De illustraties van Van Hout zijn geweldig. Ze zijn divers, vol beweging, in verrassende kleuren en ze laten een breed spectrum aan typisch kattengedrag zien. Bijvoorbeeld een ontspannen kat, liggend op zijn rug en in alles een uitnodiging om hem te strelen. Hij ligt op een donkerroze achtergrond en is niet omlijnd, zijn aaibaarheid dijt aan alle kanten uit. Het is een zwarte kat, maar wel eentje op zijn Mies’ en dus zijn er kleurige patronen in diverse technieken in zijn vacht verwerkt. Bette Westera schreef er een klankrijk gedicht bij dat precies uitdrukt wat de kat wil zeggen: Streel me! 
Er staan veel poezen met bijzondere kleuren in het boek. Het nodigt de dichters uit om in te spelen op de stemming die een kleur kan oproepen. Zoals het warme rood en paars dat een illustratie van een slapende kat domineert. Die kat droomt duidelijk een mooie droom. En een kat omhult door grijs, die mijmert natuurlijk en is de achtergrond rood en de ogen van de kat ook, dan is hij een ‘Poesje Wrauw’. 

Dag Poes! is een prachtig uitgegeven boek met betoverend mooie en originele illustraties die aan kracht winnen door de goed gekozen woorden van de dichters. Een must-have voor iedere kattenliefhebber. 

Dag poes! 
Mies van Hout (illustraties) met gedichten van Bette Westera, Koos Meinderts, Sjoerd Kuyper en Hans & Monique Hagen (tekst)


Hoogland & Van Klaveren, 2017     € 16,50 
 


Andere boeken van Mies van Hout op kinderboekenpraatjes: 
Speeltuin 
Vriendjes 

De zombietrein en andere stripgedichten - Edward van de Vendel & Floor de Goede

Geplaatst 31 mei 2017 03:55 door susan *   [ 31 mei 2017 04:42 bijgewerkt ]


De laatste tijd worden er gelukkig weer meer gedichten voor kinderen uitgegeven en daarbij maakt vooral het zogenaamde gedichtenprentenboek opgang. Edward van de Vendel, een van onze beste kinderpoëzieschrijvers, kiest voor een andere vorm: het stripgedicht. Dat deed hij al eerder, maar dat is al zeven jaar geleden. Aan het succes kan dat niet gelegen hebben, de stripgedichten werden positief ontvangen en bekroond met onder andere een Zilveren Griffel. De stripgedichten maakt Van de Vendel samen met Floor de Goede, waarmee hij vaker samenwerkt onder andere in de succesvolle serie over Sofie. 
Je zou de stripgedichten kunnen zien als een dialoog tussen de dichter Van de Vendel en de striptekenaar De Goede. De teksten zijn op zichzelf staande gedichten, waar De Goede mee gaat stoeien. Soms werkt hij een beeldspraak uit, zoals in het gedicht Spreeuwen waar een jongetje enthousiast aan zijn vader vraagt of hij wel gezien heeft hoe de boom zijn hoed afnam en inderdaad zien we dat de zwerm spreeuwen die opvliegt uit een boom de vorm van een hoed heeft. De Goede kan een beeldspraak ook gebruiken om eens lekker uit te pakken en flink te overdrijven. Dat doet hij bijvoorbeeld in het gedicht Wie kiest de nies? ‘Sommige niezen klinken heel zachtjes. Sommige niezen klinken als lachjes. Je hebt niezen die broeien, je hebt niezen die vloeien. En dan die van papa ... ‘ Terwijl het gedicht zich ontrolt zien we in de strip dat de spreker zich in een speciale uitrusting hult en die is nodig ook zoals blijkt als we aan de slotregels toe zijn. 


Het leukst zijn de gedichten waar de tekeningen afwijken van de inhoud en er zo een nieuwe dimensie aan het stripgedicht wordt toegevoegd. Bijvoorbeeld in een gedicht waarin iemand wenst eens een dagje te kunnen spelen met zijn vader ‘toen hij tien was. Met mijn opa ook’. Hij wil avonturen beleven als broertjes, 'met de tijd als laddertje ineengeschoven’. De Goede tekent geen avontuurlijke jongens, maar eekhoorns die rooksignalen maken, hutten bouwen en kijken wie het verst kan plassen. Ook in het gedicht In de bioscoop vult De Goede op eigenzinnige wijze de tekst aan door een zaal vol bijzonder filmpubliek te tekenen. In het titelgedicht (wellicht gekozen met het oog op de komende Kinderboekenweek) versterken Van de Vendel en De Goede elkaar ook. Een jongen zit in de trein en gelooft er niets van dat de mensen die hij in de ruit ziet weerspiegelingen zijn: ‘Hierbinnen ademen wij allemaal samen, maar daarbuiten leven wij ook. Zweven we mee als kopietje, als spook.’ De Goede tekent gewone mensen en zombies in een spookachtige groen/blauwe omgeving waarin het volkomen normaal lijkt dat mensen ook zombies kunnen zijn. 
Van de Vendels gedichten gaan altijd ergens naartoe en verrassen vaak in de laatste regel. Zijn onderwerpkeuze blijft dicht bij de belevingswereld van kinderen. Soms is een typische kinderervaring het onderwerp, zoals een jongetje dat niet wil spelen bij een vriendje omdat hij zijn vader zo eng vindt, een andere keer is een normale gebeurtenis de kapstok waaraan het gedicht wordt opgehangen. Bijvoorbeeld als bij het uitzwaaien van oma de zwaaiende hand een onzichtbare knop omdraait die oma ‘in de verte stopt’. 
De kracht van De Goede is zijn toegankelijke beweeglijke tekenstijl. Hij tekent kinderen, dieren, monsters en filmsterren in alle soorten en maten, vaak uit een onverwachte hoek en altijd met precies de goede expressie. Zijn kleurgebruik is uitgekiend, evenals de lay-out. Het geheel oogt vrolijk is zeer uitnodigend. 

De zombietrein en andere stripgedichten is een geslaagde bundel stripgedichten waarin Van de Vendel en De Goede met zichtbaar plezier spelen met taal en beeld. Het resultaat is een heerlijk stripboek vol prachtige gedichten. Nu maar hopen dat de volgende bundel niet zo lang op zich laat wachten. 

De zombietrein en andere stripgedichten 
Edward van de Vendel (tekst) & Floor de Goede (illustraties) 

Querido, 2017     € 12,99

Denk dag doen - Margreet Schouwenaar

Geplaatst 27 jan. 2017 05:34 door susan *   [ 27 jan. 2017 05:34 bijgewerkt ]


Het gedichtenprentenboek kunnen we inmiddels wel als een apart genre beschouwen. Het zijn boeken die eruitzien als een doorsnee prentenboek waarin gedichten (letterlijk) volop de ruimte krijgen en omringd worden door paginavullende illustraties. 
In deze aantrekkelijke vorm verscheen eind december Denk dag doen met gedichten van Margreet Schouwenaar en illustraties van Esther Miskotte. Schouwenaar schrijft naast gedichten voor kinderen en volwassenen ook kinderboeken. In 2009 volgde ze Joost Zwagerman op als stadsdichter van Alkmaar. Naast haar schrijf-en dichtwerk geeft Schouwenaar pedagogiek aan de Pabo in Alkmaar. 

In deze bundel staat het dagelijks kinderleven centraal. De gedichten gaan onder andere over het fijne gevoel van thuis, een leugentje om bestwil, verliefdheid en opa´s en oma´s. De gedichten over de grootouders zijn liefdevol, neem bijvoorbeeld deze zin uit het gedicht Vel:´Ze drukt mij in haar/ fluwelen armen waarin ik naadloos pas. // Ik hou mij in haar omhelzing vast.´ 
Andere gedichten geven woorden aan uiteenlopende gevoelens zoals verlegenheid (´De letters lopen niet zo hard./Ze plakken op mijn tong en worden/maar geen woorden. Mijn wangen/spreken blozend rood. Dat wel.//´), of het heerlijke gevoel met blote voeten over het gras te lopen (´Ik wil geen schoenen, ook geen sandalen of slippers/en zeker geen veters. Ik wil op blote voeten lopen/ en voelen hoe zacht gras, hoe takjes knakken, aarde tussen/mijn tenen wringt. (...)`) 
Er wordt ook geobserveerd, bijvoorbeeld hoe oma vasthoudt aan de spullen uit haar verleden of hoe moeder hoopt dat de oude man op het pleintje haar niet aanspreekt. Ook zijn er gedichten die ingaan op een opmerkelijke vraag, bijvoorbeeld over de gevoelens van deuren en bomen of wat is er met D is gebeurd (D is zoek,/ ik zocht hem overal./ In dik, dom, draak,/ in daar, deur, denk./ Ik zocht maar door,/in bed, hand, brand,/in haard en hond./ Ik liep maar rond en rond.// (...) )
Schouwenaar speelt in haar gedichten met het ritme en breekt haar zinnen vaak op een onverwacht punt af. Haar beeldspraken kloppen en zijn goed gekozen. Vernieuwend is de kinderpoëzie van Schouwenaar niet, maar wel mooi en toegankelijk.  

De tekeningen van Miskotte laten voornamelijk zien wat er in de gedichten gebeurt en voegen weinig aan de inhoud toe. Het meest bepalend is haar keus een jongen of een meisje te laten zien als het gedicht daar geen uitsluitsel over geeft. Ze maakt een aantal beelden uit het gedicht zichtbaar en zo zien we letterlijk dat het woorden regent, een deur een gezicht heeft of een dood konijn op weg naar de hemel zijn jas uittrekt. Miskotte kiest hier en daar voor een verrassend perspectief, we zien bijvoorbeeld een aantal keer alleen maar onderbenen. Het kleurgebruik benadrukt de sfeer het gedicht, zo staat het verlegen blozende meisje in het knalrood en rent de optimist door het vrolijke lichtgeel. Het is jammer dat Miskottte alleen blanke mensen afbeeldt, het zou leuk zijn als ook kinderen met een andere huidkleur zich zouden kunnen herkennen in de tekeningen bij de gedichten. 

Denk dag doen 
Margreet Schouwenaar (tekst) en Esther Miskotte (illustraties) 

Clavis, 2016     € 17,95


1-10 of 42