Lijst gedichten

Nooit denk ik aan niets - Hans & Monique Hagen

Geplaatst 30 mrt. 2015 03:25 door susan *   [ 30 mrt. 2015 03:25 bijgewerkt ]


Hans en Monique Hagen maakten al eerder samen met vooraanstaande illustratoren prachtige poëzieprentenboeken waarvan Jij bent de liefste(Querido, 2000) de bekendste is. Deze keer is het Charlotte Dematons die de gedichten van het echtpaar Hagen illustreerde. Dematons is vooral bekend van haar prentenboeken Sinterklaas en Nederland
In Nooit denk ik aan niets gaan de gedichten onder andere over emoties (bang, boos, blij), over grote levensthema´s (liefde, dood, de hemel, God), over kleine vreugdes (zweven in de zweefmolen, haantje de voorste zijn) en over verwondering.  
Emoties lenen zich goed om uit te drukken in klankrijke woorden:´rode knetter dynamiet/ takkenbijter kakkepiet/ stekkert kukert slakkensop/ de boze bui knalt uit mijn kop/ hou op hou op hou op//´ 
Filosofisch getinte gedichten vragen om een ander soort woorden, om gewone woorden die in handen van de Hagens ineens tot nadenken aanzetten:´ik denk nooit aan niets/ want als ik dat probeer/ denk ik stiekem toch aan iets// ooit ben ik met denken klaar/ dan weet ik alles/ van nul en niets en nergens/ dan ben ik een wetenaar//´ 
Mooi zijn de gedichten over verlies; over de knuffel die eenzaam achterbleef en de dood van een huisdier:´mijn kat kan niet meer spelen/ ik aai zijn koude oortjes/ en het neusje van fluweel/ ik hoor hem niet meer spinnen/ hij wordt nooit meer heel´// Dit gedicht wordt gevolgd door twee filosofisch getinte gedichten met vragen over de hemel en over god:´zou er een god zijn/ en als er een is/ waar is hij dan van/ van water of van glas/ van zilver of van goud/ is god doorzichtig/ en als hij in de spiegel kijkt/ wat ziet hij dan/een kind een vrouw een man//´ 

In het prentenboek zijn de illustraties van Dematons meer dan een plaatje bij het gedicht. Ze vertellen een eigen verhaal dat soms verder gaat dan de tekst. Zo ziet de lezer dat de vergeten knuffel weer in de juiste armen terecht komt en ook dat er een nieuwe kat is. Soms geeft de illustratie een leuke toevoeging op het gedicht. Zoals het grote ei op de verkeerstoren dat een logisch gevolg is van de veronderstelling in het gedicht. 
Er is veel te ontdekken in de details, zoals een zeemeermin, een bekend prentenboek of een van de vele verwijzingen naar beroemde kunstvoorwerpen. Erg leuk is ook dat verschillende locaties terugkomen, zoals een huis uit een straat of het interieur van de slaapkamer. 

Niet alle gedichten zullen door kleuters begrepen worden, maar daar groeien ze wel in. Nooit denk ik aan niets is eigenlijk een boek voor iedereen. Een bijzonder mooi boek. 

Nooit denk ik aan niets 
Hans en Monique Hagen (tekst) en Charlotte Dematons (ill) 


Querido, 2015     € 15.99 

Andere boeken van Monique en Hans Hagen op kinderboekenpraatjes: 
Jij bent de liefste 
Ik zoek een woord 

Meer over het werk van Charlotte Dematons: 
Sinterklaas 

Zo mooi anders- een gedichtenprentenboek

Geplaatst 20 feb. 2015 03:02 door susan *   [ 20 feb. 2015 03:02 bijgewerkt ]


Uitgeverij Lemniscaat vroeg eenentwintig illustratoren hun favoriete gedicht te illustreren. Het resultaat is het prachtig uitgegeven boek Zo mooi anders. De keuze van de illustratoren is divers en loopt van Annie M.G. Schmidt tot W.B.Yeats. Het gedicht van Yeats is zowel in het Engels als in de vertaling opgenomen. Boerneefs Zuid Afrikaanse gedicht zonder titel blijft onvertaald en geeft zo alle ruimte aan de schoonheid van de taal die zo dicht bij het Nederlands ligt maar toch vreemd is. Er zijn gedichten die makkelijk weglezen en gedichten die de lezer uitdagen. 
De illustratoren geven ieder op hun eigen wijze vorm aan de opdracht. De een geeft een beeld van de inhoud, andere kiezen voor het weergeven van de stemming en weer andere kiezen voor een combinatie daarvan. 
Bij het gedicht XXII van Rutger Kopland laat Doesjka Bramlage op schitterende wijze een vrouw zien die ooit jong en mooi was (wie goed kijkt kan haar nog zien), maar nu´met oude thee en oude handen´ in haar sombere wereld zit te wachten. 
Paula Gerritsen tekent een overweldigende oude binnenstadstad met op elkaar gestapelde huizen die schots en scheef staan en ze tekent ook de hoofdpersonen van het gedicht die door deze stad lopen:´We liepen samen krom,/ als een gezinnetje van zotten./ Zij wist de weg, ik droeg haar oude botten.´ ( Joke van Leeuwen). 
Irene Goede plaatst een gedicht van Vasalis in de kleuren die het gedicht beschrijft:´Een witte ochtend, eerste dooi/ de lucht wit-grijs, egaal gespreid/ en aan de lange horizon/welt nu een witte zon./ 
Annette Fienieg speelt op een directe manier in op de tekst. Zij laat een zichtbaar vermoeide moeder zien, met de spelden nog in haar mond, tegen een vrolijk gekleurde achtergrond terwijl ze naar haar zoon luistert die zijn met zoveel inspanning gemaakte prikkebeenkostuum toch liever niet aantrekt:´Onze klas heeft een verkleedpartij,/maar ik moet op het schoolplein kind´ren voorbij/uit àndere klassen. Die pesten mij,/ moeder. (Willem Wilmink). 
Martijn van der Linden lost de spraakverwarring uit een gedicht van Mustafa Stitou op: hij laat een konijn zien dat tegelijkertijd een eend is (of is het een eend die tegelijkertijd een konijn is?) 
Dieter Schubert laat ook de hoofdpersoon uit het gedicht zien, de Blauwbilgorgel uit het gelijknamige gedicht van Cees Buddingh. 
Marije en Ronald Tolman tekenen de ´santekraam´ uit het stormachtige klankrijke gedicht van Ronelda Kamfer. 

Zo mooi anders is niet echt een kinderboek, veel gedichten zullen kinderen nog niet begrijpen. Maar wellicht zullen ze wel genieten van de mooie platen en misschien ook wel van de woorden die erbij horen, ook al begrijpen ze de wereld achter die woorden nog niet. 
Dit gedichtenprentenboek is een rijk boek waarin woord en beeld elkaar op fraaie wijze ontmoeten. Een prachtig cadeau voor gedichtenliefhebbers (en voor hen die dat nog moeten worden) 

Zo mooi anders 
Lemniscaat, 2015     €19,95

Superguppie is alles - Edward van de Vendel

Geplaatst 5 jan. 2015 05:44 door susan *   [ 5 jan. 2015 05:44 bijgewerkt ]


Ruim tien jaar geleden verscheen het eerste superguppieboek. Edward van de Vendel en Fleur van der Weel kregen voor deze bundel samen de Woutertje Pieterse Prijs en het boek werd ook bekroond met een Zilveren Griffel. Voor Fleur van der Weel was het haar debuut als illustrator van kinderboeken, Van de Vendel was al op weg de bekende en veel bekroonde schrijver te worden die hij nu is. Inmiddels zijn er vijf superguppiebundels verschenen en werd het hoog tijd voor een stevige mooie verzamelbundel.Superguppie is alles is een goede vervanging van de boekjes met de slappe kaften die na intensief gebruik er al snel armoedig en weinig aantrekkelijk uitzien. In deze bundel zijn alle eerder gepubliceerde gedichten opgenomen en daarnaast ook tweeëntwintig nieuwe gedichten met nieuwe illustraties. Er staan ook tips in voor scholen en een index waar op onderwerp gezocht kan worden. 

De superguppiegedichten hebben een aantal unieke kenmerken. Ze zijn kort, ze gaan over onderwerpen die dicht bij kinderen staan, ze verrassen en geven woorden aan diverse emoties. In enkele woorden weet hij grote en kleine gevoelens te vangen, bijvoorbeeld de schok als na de feestdagen de kerstboom ineens weg is: 
Ik kom thuis,/ januari,/ en wat tref ik aan?/ Een open plek/waar de boom heeft gestaan./ Hij was nog lang niet uitgevierd,/maar mama heeft hem leegversierd./ (...) 
In het gedicht kapper geeft Van de Vendel woorden aan de ambivalente gevoelens die veel kinderen hebben ten aanzien van het haren knippen: 
´Het geluid van de schaar in mijn haar/vinden mijn oren/gevaarlijk./ Ze horen er pijn in en knippen en bloed./ Dat is raar,/ want de kapper is vreselijk goed,/dus moeten mijn oren niet zeuren/en alles laten gebeuren.´/ (...) 
Een ander prachtig gedicht is papa:´Papa heeft gehuild./ Vandaag./ Ik zag het./ Het is waar./ Ik wist niet dat hij huilen kon./ Nu geloof ik dat dan maar./ (...) 
In de eerste bundel, Superguppie, staat het gedicht waaraan de bundels hun naam ontlenen:
´Alle guppies die ik had/zwemmen nu/ in onze kat-´ / nou ja, waarschijnlijk zijn ze dood./ Hij viste zo,/zo,/ met zijn poot./ Er is er één maar die hij miste./ (...) Dit visje keert in latere bundels terug. Hij krijgt een vrouw en kan met haar nieuwe supervisjes maken en hij gaat dood (´Alles is bedorven./ Superguppie is gestorven´), maar leeft voort in zijn nageslacht. Ook in een van de nieuwe gedichten keert Superguppie terug, nu als geuzennaam voor degenen die eigenwijs zijn. 

De superguppiegedichten vormen een eenheid met de illustraties en vormgeving van Fleur van der Weel. Een hondje is de hoofdfiguur. Ze tekent hem met een kroontjespen en inkt in zwart/wit. Er wordt maar een steunkleur gebruikt, appelgroen. De illustraties zijn net als de tekst origineel, fantasierijk en drukken emoties uit, vaak op een subtiele manier. Zo druppelen er watertranen uit de hand van het hondje als Superguppie dood is, of Van der Weel laat zien dat het hondje in bed inderdaad in een ´dekbed-envelop´ zit. 

Ieder kind gun je deze schatkamer van fantasievolle mooie vrolijke en soms verdrietige gedichten. Superguppie is alles! 

Superguppie is alles 
Edward van de Vendel (tekst) en Fleur van der Weel (ill) 


Querido, 2014     € 22,50 

Andere boeken van Edward van de Vendel en Fleur van der Weel op kinderboekenpraatjes: 
Hallo 

Doodgewoon - Bette Westera

Geplaatst 11 dec. 2014 02:49 door susan *   [ 11 dec. 2014 02:49 bijgewerkt ]


Soms komt er een boek binnen waarvan je direct ondersteboven bent. Doodgewoon van Bette Westera en Sylvia Weve is zo´n boek. Een prachtig boek vol gedichten en illustraties die lijken te gaan over de dood, maar toch vooral het leven beschrijven. 

Het gewaagde thema is divers is uitgewerkt. Natuurlijk zijn er gedichten waar de pijn van het verlies prachtig onder woorden wordt gebracht, maar het gaat over veel meer. Westera stelt bijvoorbeeld de vraag hoe het leven zou zijn als je niet kon sterven:´Als je nou eens niet kon sterven,/ was vakantie dan nog fijn?/ Zou je je nog steeds verheugen/ op dat reisje met de trein?´/ 
Of het gaat over de angst voor de dood: ´Ik wil je graag iets vragen, Dood./ Mag ik even op je schoot?/ Even maar. Ik ben nog klein/ en vraag me af hoe het zal zijn/ om dichter naar je toe te leven./´ 
Grafspreuken ontbreken niet en die zijn, zoals gebruikelijk in dit genre, grappig:´Deze rups werd nooit een vlinder. Jammer weer een vlinder minder´. 
Verschillende gedichten gaan niet direct over sterven en rouw, maar over onderwerpen die geassocieerd worden met de dood, zoals het gedicht Hospice:´Het huis staat in een doodgewone straat./ Hij komt erlangs als hij naar judo gaat./ Een donkerbruine voordeur met een bel, maar zonder namen./ Er gaan ook mensen levend in en uit,/ met lege handen, tranen, bloemen, fruit./ Een huis in een gewone straat, met zeven brede ramen.´/ 
Westera maakt ook gedichten waarin het omgaan met de dood vanuit andere culturen aan de orde komt, waaronder het ontroerende gedicht Narayama waarin de zoon huilend zijn oude moeder de berg op draagt waar hij haar zal achterlaten om te sterven. 
Westera´s gedichten zijn vaak vergeleken met het werk van Annie M.G. Schmidt. Dat is een voor de hand liggende vergelijking omdat beide dames hun gevoel voor ritme en humor met elkaar delen. Ook in Doodgewoon staan gedichten die voor deze vergelijking in aanmerking komen, zoals het gedicht Vaas:´Ze eet. Hij staat er net een uur./ Ze vond hem eigenlijk te duur,/ die vaas. Maar ach, hij past bij de gordijnen./ Precies hetzelfde donkerrood./ Te duur voor Jan. Maar Jan is dood- /het zijn nu echt háár centen, niet de zijne.´/ 
Toch maakt Westera zich in deze bundel definitief los van Schmidt. De gedichten in Doodgewoonlaten een grote diversiteit zien, zowel in onderwerpkeuze als in rijmschema´s en alles klopt. Wellicht komen daarom de gedichten die gaan over het definitieve van de dood, de oneerlijkheid ervan en over het gemis van degene die je lief hebt zo binnen. Het zijn gedichten die spreken van ´de leegste stoel die er bestaat´, of een lange litanie van alle situaties waarin de overledene wordt gemist, of de hartverscheurend rouwkaart waarin alle troost vergeefs lijkt, of de pijn om het verlies van het kindje dat te vroeg geboren werd. 

Sylvia Weve, die een Gouden Penseel kreeg voor een ander boek dat ze samen met Westera maakte (Aan de kant, ik ben je oma niet!) vindt zichzelf wederom opnieuw uit. Haar stijl blijft weliswaar herkenbaar maar is toch vernieuwend. Het kleurpalet is divers, al domineren de bruin/rode tinten. Vaak zijn de illustraties verrassend, zoals een hinkelbaan waar vanaf de zeven de getallen zijn door gekruist bij een gedicht over een vroege dood, of haar versie van magere Hein, of de speelse illustratie van een wereld zonder dood, een stadsgezicht dat grote overeenkomsten vertoont met de illustratie bij het gedicht Zonder jou waarop te zien is dat de wereld ´zonder jou´ gewoon door raast. 
Omdat het boek soms halve bladzijden heeft kan Weve spelen met overgangen naar een nieuwe pagina. Dat doet ze briljant, zo blijkt onder de illustratie van de hinkelbaan het graf van een rups te liggen. Ook verbindt ze door middel van haar illustraties gedichten aan elkaar, zoals het gedichtNooit meer is voor altijd met het gedicht Beter niet dat gaat over´zeven dingen die je beter niet kunt zeggen tegen iemand die een tijdje terug zijn vader heeft verloren´. Weve is origineel, bijvoorbeeld op de prachtige illustratie waar de jas van oma nog overduidelijk haar vingerafdruk draagt of de dansende spullen van een erfenis. 
Het laatste gedicht, dat nog gevolgd wordt door een uitleg over onderwerpen die in het boek aan de orde komen, is een opgewekt gedicht. Kleurige insecten zoemen rond een grafsteen in een vrolijke omgeving:´Hier lig ik dan,/ begraven in een grazig stukje groen,/ en denk wat ik al eerder dacht:/ de dood is goed te doen.´/ 

Wat mij betreft is Doodgewoon het mooiste boek van 2014, een boek om (jezelf) cadeau te doen. 

Doodgewoon 
Bette Westera (tekst) en Sylvia Weve (ill) 


Gottmer, 2014     € 19,95 

Andere boeken van Bette Westera en Sylvia Weve: 
Aan de kant, ik ben je oma niet! 
Ik leer je liedjes van verlangen 
Sint gaat op gym

Kleine stemmen - Gil vander Heyden

Geplaatst 28 aug. 2014 06:53 door susan *   [ 28 aug. 2014 06:55 bijgewerkt ]


Kleine stemmen
 is een bescheiden boek, het is niet erg dik en het heeft een eenvoudige illustratie op de kaft. Toch viel het de griffeljury op, zij gaven deze dichtbundel van de Vlaamse Gil vander Heyden een Zilveren Griffel. De schrijfster, geboren in 1937, schreef een uitgebreid oeuvre kinderboeken voor diverse leeftijden. Kleine stemmen is haar zevende dichtbundel. 

In het boek zijn drieëndertig korte gedichten opgenomen. De gedichten zijn ingedeeld in vier hoofdstukken die als titel enkele woorden uit een gedicht meekregen: Het warmste huisEen lapje luchtAdemloos kijk ik toe en Je zult het nooit vertellen
Het thema van de gedichten uit het eerste hoofdstuk laat zich moeilijk vangen. De gedichten gaan onder anderen over verlangen naar een warme veilige plek, over angst en over verdriet:´Zoals een blikje/ dat buiten blijft staan/ zich langzaam vult/ met regen,/ zo vullen zich mijn ogen.// Als een slak in haar huisje/rol ik me op/met alles dicht,/gesloten en toe.´
In het hoofdstuk Een lapje lucht staat de liefde centraal, zoals in het gedicht Klavertjevier:´Vanochtend bij de post/ in een blauwe enveloppe:/ een wit servetje. Voor mij. Van jou.// 
Erin,/ platgestreken,/ een glanzend groen/ klavertje vier.// Ik was meteen gelukkig/en ben het nog altijd./´ 
In het hoofdstuk Ademloos kijk ik toe verwoordt vander Heyden gevoelens over diverse mensen, over opa´s en oma´s, over een eenzame buurman of over en Tonia:´Tonia woont nu bij haar oma./ Tot haar mama terugkomt./ Als haar mama terugkomt. /Tot dan.//Oma´s stem is dunner/ dan die van mama./ ´s Avonds leest ze een boek/en moet de televisie uit.// Het is goed bij oma, zegt Tonia.// Maar waar blijft mama?// 
Je zult het nooit vertellen is de titel van het laatste hoofdstuk. Het is een zin uit het gedicht Poes, want poezen vertellen immers nooit wat ze´s nachts uitspoken. In dit hoofdstuk staan meer gedichten met dieren in de hoofdrol, samen met gedichten over hitte, wind, herfst en de nacht. Ook het titelgedicht is hier te vinden:´Sneeuw is regen/die het koud heeft,/ druppels/ met een jasje aan.// Is miljoenen/witte zoenen.// Is kleine stemmen/ achter de ruiten:/Kom. Kom mee/ naar buiten.// 

Kleine stemmen staat vol met tere gedichtjes over grote en kleine gevoelens. Ieder woord is overdacht en goed geplaatst. Niet altijd laat zich precies vangen waar het gedicht over gaat, maar dat stoort niet. Alles wat niet wordt uitgesproken kan de lezer immers zelf inkleuren. 
Er worden geen moeilijke woorden in de gedichten gebruikt en de beelden die Vander Heyden oproept zijn herkenbaar voor kinderen. Haar poëzie verrast door de onderwerpkeuze, de opbouw en het woordgebruik. De griffeljury verwoordt dit zo:´Kleine stemmen, grootse gedichten´. 

Kleine stemmen 
Gil vander Heyden (tekst) en André Solie (ill)
 

Clavis, 2013     € 14,95

Samen over een muurtje - Geert De Kockere

Geplaatst 16 mei 2014 04:21 door susan *   [ 19 mei 2014 01:02 bijgewerkt ]


Vijfentwintig jaar geleden debuteerde de Vlaamse Geert De Kockere met een poëziebundel voor kinderen: Vingers in de jam. Inmiddels zijn er meer dan 100 boeken van zijn hand verschenen in verschillende genres en voor diverse leeftijden. Ter ere van het schrijversjubileum verscheen Samen over een muurtje. Het boek bevat 101 gedichten die niet eerder werden gepubliceerd. Vijfentwintig illustratoren met wie Geert De Kockere eerder samenwerkte hebben ieder een paginagrote illustratie voor de bundel gemaakt. 
De gedichten die De Kockere voor kinderen schrijft zijn toegankelijk en toch ´echte poëzie´. Bij De Kockere vind je geen slordig aan elkaar geplakte zinnen die altijd rijmen, je vindt geen woorden die niet relevant zijn en de gedichten´bekken´ allemaal lekker als je ze voorleest. Wat zijn werk toegankelijk maakt voor kinderen is de onderwerpkeuze en de gekozen beeldspraken; hij kijkt door kinderogen naar de wereld en vangt wat hij ziet in prachtige taal. Vakkundig bouwt hij met zijn taalstenen een speels en mooi bouwwerk. 

Fantasie heeft De Kockere hoog in zijn vaandel staan en de lezer komt dan ook veel onverwachte zaken tegen. Als De Kockere schrijft´In een schuurtje/zonder naam/zat een muurtje/met een raam./´, dan kun je er zeker van zijn dat achter dat raam iets heel bijzonders te zien is. Ook laat hij de lezer kennis maken met de´hondorie´:´Telkens als hij niest,/wat een gek verhaal,/krijgt hij nieuwe krullen/en plukt men hem weer kaal.´. Hij waarschuwt ook:´Als je als kind/op een dag in het bos/een rood kapje vindt,/laat het dan liggen/en zet het vooral niet op./ En doe je het toch,/zet je het op je hoofd,/keer dan snel terug/als je nog/in sprookjes gelooft./ 
De Kockere staat bekend als een liefhebber van het woordspel:´Als een hap/uit een appel/een happel is,/dan is een beet/uit een boterham/een beterham. 
Het ritme in de gedichten klopt altijd. Zo ruist de zee door het volgende gedicht:´Als je goed kijkt,/kun je de zee/zien ademen./In en uit/en weer in/en nog eens uit./ Heel langzaam,/terwijl jij erin/en eruit/en er weer in/en er nog eens uit./´ 
Ook de vijfentwintig illustratoren voegen vaak met hun illustraties iets aan het gedicht toe. Lieve Baeten laat bijvoorbeeld de situatie zien die De Kockere schetst:´Een muis/op een poes/op een stoel/in een bad/met een vis./´. Sabien Clement weerspiegelt het gevoel uit het gedicht:´Ze omhelst de stam,/te ruim van hart,/ te wijds van arm,/te groots gebaar./´. Op de illustratie staat een eenzame zwarte figuur in een subtiel aangegeven grijs bos met duidelijk een te groots gebaar,´wijds van arm´. 
Samen over een muurtje is een mooi uitgegeven boek met een linnen rug, een leeslint en prachtig vormgegeven. Aanvankelijk dacht ik dat de illustratoren niet genoemd werden, maar gelukkig had ik ongelijk. Wie in de plooien tussen de bladzijden zoekt vindt de naam van de illustrator. De uitgever heeft laten weten in een een herdruk aan deze namen wat meer ruimte te geven.

Samen over een muurtje 
Geert De Kockere 


De Eenhoorn, 2014     € 18,95 

Andere boeken van De Kockere op kinderboekenpraatjes: 

Ik zoek een woord - Hans & Monique Hagen

Geplaatst 7 okt. 2013 03:10 door susan *   [ 7 okt. 2013 14:54 bijgewerkt ]


Woorden zijn het gereedschap van de dichter. In de bloemlezing Ik zoek een woord bundelden Hans en Monique Hagen 167 gedichten over taal. Vier jaar werkten ze eraan. Ze lazen ´karren vol poëzie voor jong en oud´ en maakten een mooie selectie voor iedereen van 9 tot 99 jaar. 

Dichters over taal blijkt een breed onderwerp. Zo zijn er dichters die het spelen met taal als uitgangspunt nemen en zich uitleven in tongtwisters en nieuwe woorden, bijvoorbeeld Jaap Bakker in het gedicht Knoop in de tong: ´Ik stakkel en hotter/Het is geen gehoor/Ik stuikel en stroddel en bruntel maar door/´. Marion van de Coolwijk maakte een gedicht zonder klinkers:´knnn w wrdn mkn zndr klnkrs? /knnn w vrhln schrvn zndr klnkrs?/ ls j dz tkst bgrpt.../ls j dz tkst knt lzn.../Dan wel!/ en Willem Wilmink verwerkte diverse dialecten in zijn gedicht: ´-In Appelschae en Grauningn/daer binn´n graute wauningn./ -Geef mij maar een rustieke steeg/ in onze sjoene stad Maastreech./ Joke van Leeuwen schrijft over verwarrende werkwoorden:´Lopen wordt liep,/ maar hopen niet hiep./Laten wordt liet,/maar praten niet priet./ Er veel gedichten opgenomen waarin het spelen met klanken voorop staat, ook enkele ´dadagedichten´ waaronder het bekende Oote en De Mus van Jan Hanlo. 
Woorden zijn natuurlijk meer dan klanken en ook dat komt aan de orde. De macht van het woord bijvoorbeeld in het gedicht Recht op vrije meningsuiting van Jan Boerstoel en ook het liefdesgedicht ontbreekt niet:´ik zoek een woord/ een heel nieuw woord/een woord dat niemand kent/ik zoek een woord/dat zeggen wil/ dat jij de liefste bent/ (Hans en Monique Hagen). 
De bundel is geïllustreerd door Deborah van der Schaaf die op zoek ging naar beelden die de woorden niet zouden overvleugelen´want de taal staat centraal´. Ze koos onder andere voor beeldgrapjes, zoals potloden die in de knoop zijn geraakt of een wc gemaakt van drukletters. Erg leuk zijn de ´gevonden voorwerpen´ tussen de pagina´s, waarvan er eentje bladzijden later het onderwerp van een gedicht blijkt te zijn. Naast de illustraties van Van der Schaaf zijn er ook grafische grapjes en cartoons over taal in het boek opgenomen. 

Ik zoek een woord is met recht een boek voor 9 tot 99, een boek dat nooit verveelt. Een boek dat in iedere klas naast de taalmethode zou moeten staan om kinderen naast taalvaardigheid ook liefde voor de taal aan te reiken. 

Ik zoek een woord 
Gekozen door Hans & Monique Hagen met illustraties van Deborah van der Schaaf

Querido, 2013     € 19,95

De auteurs maakten lessuggesties bij het boek die hier te vinden zijn.




Bij ons in het circus - Koos Meinderts

Geplaatst 2 apr. 2013 01:11 door susan *


De spreekstalmeester, een grote panda met een kleine hoge hoed, neemt het woord en nodigt de lezer uit zijn circus te betreden. Zoals dat gaat in een circus doet hij dat met verve:´Bij ons in het circus, hier is de piste/werken uitsluitend wereldartiesten./´ De spreekstalmeester overdrijft niet. Als eerste wordt Zorba de Griek voorgesteld: een ´wereldberoemd acrobaat./Kijk eens hoe soepel hij door een brandende hoepel/achterstevoren een saltootje maakt/´ Dan volgt de ´sensatie op het slappe koord:/ de ietwat gezette Kokette Jeanette/ met een adembenemende prachtpirouette.´ De voorstelling gaat verder met onder andere Don Alfredo, de degenslikker, Zorro de messenwerper, Kinky Kaaiman in de trapeze en ´Joli-Coeur,´s werelds jongste jongleur´. Een hoogtepunt in de voorstelling is Mighty Mouse en´zijn act van de eeuw./Met gevaar voor eigen leven steekt hij heel even /zijn hoofd in de muil van de leeuw./´ 


Woordkunstenaar Koos Meinderts, al 30 jaar schrijver, legt de spreekstalmeester prachtige verzen in de mond. De rijmende aankondigen zijn speels, ritmisch, origineel en geheel in de circustraditie met zinnen als ´nu een daverend applaus´, ´dames en heren, mag ik u thans presenteren´, ´Hier moet u zijn, hier moet u wezen´. 
Het blijft niet bij de wervende teksten. Annette Fienieg neemt de toeschouwer mee naar binnen en daar kan de lezer de artiesten met eigen ogen zien: achterstevoren gaat otter Zorba door een brandende hoepel, Pinguin Sushi is klaar om afgevuurd te worden vanuit een kanon en Hannibal de olifant spuwt overtuigend de grootste vlammen. Voor wie goed kijkt ziet meer dan de tekst beschrijft. Zo staat de kleine brandweerman altijd paraat en werpt Zorro zijn mes ook wel eens naar een doel dat hij wél graag wil raken. 

Bij ons in het circus is een prentenboek waar je vrolijk van wordt. De originele goed lopende versjes van Meinderts en de kleurige illustraties van Fienieg nemen de lezer mee naar die bijzondere circussfeer waar het onmogelijke mogelijk wordt. 

Bij ons in het circus 
Koos Meinderts (tekst) &  Annette Fienieg (ill) 

Lemniscaat, 2013     €11,95


Ik weet wat ik worden wil - Erik van Os & Elle van Lieshout

Geplaatst 1 mrt. 2013 01:33 door susan *


De kinderen uit groep 1 en 2 weten nog niet dat ze over zo´n jaar of tien al serieus moeten nadenken over de vraag ´wat wil ik worden?´ Zij kunnen zich nog onbevangen, onwetend van toelatingseisen, profielkeuzes en studieschuld overgeven aan de fantasie. In Ik weet wat ik worden wil fantaseren Erik van Os en Elle van Lieshout met ze mee. 

In het boek worden 35 beroepen, op rijm, besproken. Natuurlijk zijn daar de immer populaire beroepen bij als profvoetballer, brandweerman, juffrouw en piloot:´Dames en heren/ladies en gentlemen/welkom aan boord/good morning, hello/gordels vast/let´s go!´ Maar ook minder bekende beroepen passeren, zoals dirigent, diepzeeduiker, pretparkdirecteur of minister-president:`Ik ben minister-president/je kent me wel/ik ben bekend/van de krant en van tv/heeft het volk een goed idee/dan zeg ik ja/maar meestal nee´ Als kleuter kun je natuurlijk ook kiezen voor een carrière als indiaan, prinses of piraat:´Kijk hoe kwaad ik kijken kan/wie krijgt daar niet de bibbers van!?/ aagenaam/Jan Piraat/- de broer van Piet/wie kent hem niet?-/ik word gevreesd/ik word gehaat/doe driemaal daags een slechte daad/piratenschip of rondvaartboot/beroof ik/dat beloof ik/zo kom ik eerlijk aan mijn brood/ 

Erik van Os en Elle van Lieshout schreven over elk beroep een een kort of wat langer versje. De dichtvorm is losjes: meestal rijmt het, maar niet altijd. De versjes hebben een goed ritme, dat zich soms aan het besproken beroep aanpast. In het versje over de zeeman deinen de woorden op een golvend ritme en bij de fotograaf ligt het tempo hoog, zijn de zinnen kort en klikt voortdurend de camera. 
12 versjes zijn op muziek gezet en te beluisteren op de bijgevoegde cd. De muziek voegt vaak wat toe aan de geschreven tekst. Bij de indiaan klinken indianengeluiden, de dirigent laat de instrumenten uit het versje duidelijk horen, het werk van de politieagent wordt nóg leuker als er een spannend muziekje bij klinkt en wie had gedacht dat een astronaut je zo fijn in slaap kan zingen? 

In het grote langwerpige boek krijgt illustratrice Mies van Hout alle ruimte de verschillende beroepen te laten zien. Het zijn de kinderen zelf die ze uitvoeren. De rolverdeling tussen jongens en meisjes is goed verdeeld. Er zit een enthousiaste jongen achter de kassa en een meisje dirigeert een orkest, jongens zijn piraat en profvoetballer, meisjes zijn prinses en schooljuffrouw. De illustraties van Mies van Hout zijn kleurrijk, speels en toegankelijk en sluiten goed aan bij de belevingswereld van de kinderen: een boer staat tussen de dieren, de juffrouw staat voor het bord en een uitvinder tussen zijn spectaculaire uitvindingen. 

Ik weet wat ik worden wil is een heerlijk kleuterboek. De speelse versje zullen niet snel vervelen en de prachtige tekeningen staan garant voor veel kijkplezier. De cd is daarbij een fijne bonus. 

Ik weet wat ik worden wil 
Erik van os en Elle van Lieshout (tekst), Mies van Hout (ill) 

Gottmer, 2008     € 14,95

Andere boeken van Erik van Os en Elle van Lieshout op kinderboekenpraatjes:


Wie knipt de tenen van de reus? - Jan Smeekens

Geplaatst 10 feb. 2013 04:22 door susan *


Wie knipt de tenen van de reus?
 is een´versjesgroeiboek´. Jan Smeekens stelde deze rijke bloemlezing met kleuterpoëzie samen.
 Smeekens, die in 2011 overleed, was kinder-en jeugdboekenrecensent en jurylid bij alle belangrijke kinderboekenprijzen. 
De verzameling telt 120 gedichten die zijn onderverdeeld in drie leeftijdsgroepen: tot 3 jaar, voor jonge kleuters (4-5 jaar) en voor oudere kleuters (5-6) jaar. Deze indeling is een leidraad en zeker niet als dwangbuis bedoeld. 

De gedichtjes voor de jongste groep zijn veelal klankspelletjes en doen vaak aan aftelversjes denken. Ze zijn ritmisch en de inhoud speelt nauwelijks een rol. Ze liggen prettig in het gehoor. Een willekeurige strofe: 

‘Flapperhandjes, wapperhandjes 
aai-en zwaai- en zwabberhandjes 
wapper die hier 
wapper die daar 
klap er die tegen mekaar’ 


        Joke van Leeuwen 

De illustraties bij deze versjes zijn gemaakt door Ingrid Godon. Zij tekent strak omlijnde figuren, met grote hoofden. Haar kleurgebruik is sober maar wel sfeervol. De illustraties sluiten mooi aan op de inhoud van de versjes. 

Voor de jongste kleuters krijgen de gedichtjes al meer inhoud. Het ‘verhaaltje’ is nog niet lang en vaak is het grappig. Ook hiervan een willekeurige strofe ter illustratie: 

‘Kwek’ zegt de muis 
of is het ´miauw´? 
Hoe was het nou? 
Help eens gauw 


        Ilse Elders 

Voor dit gedeelte heeft Kristien Aertssen de illustraties gemaakt. Haar stijl is gedetailleerder en kleurrijker dan die van Godon. Het spel met afmetingen en kleur delen ze. Twee figuren met groene hoofden en één oog of een boom met handschoenen aan en laarzen in de takken zijn voorbeelden van Aertssens originele interpretatie van de tekst. 

Voor de oudste kleuters zijn de gedichtjes wat langer en soms is het een echt verhaaltje met een kop en een staart, bijvoorbeeld in de versjes van Annie M.G. Schmidt. In dit gedeelte zijn ook gedichten opgenomen waarin gevoelens een belangrijke rol spelen. Onbestemde gevoelens bijvoorbeeld zoals in het gedicht Huilerig van Nannie Kuiper, een strofe: 

´Ik weet het niet, ik weet het niet 
 O, hou toch op met dat gevraag. 
 Ik ben gewoon wat huilerig vandaag!’ 


Humor ontbreekt niet, er zijn veel grappige gedichten. 

De versjes voor de oudste kinderen zijn geïllustreerd door Sylvia Weve. Haar stijl past goed bij die van Godon en Aertssen. Het is kleurrijk, speels, vol beweging en ook zij houdt zich niet altijd aan de wetten van de natuur en vergroot of verkleind om de illustratie meer zeggingskracht te geven. 

Wie knipt de tenen van de reus? is een geslaagde bloemlezing en geeft ruime mogelijkheden voor gebruik. In kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en kleuterscholen mag het eigenlijk niet ontbreken als bron van inspiratie. In huis groeit het boek met de kinderen mee en geeft het jarenlang kijk- en voorleesplezier. Veel voorlezen is wat Smeekens voor ogen stond bij de samenstelling, want zijn motto was: ´wie voorgelezen wordt, voelt zich geborgen´. 

Wie knipt de tenen van de reus? 
Jan Smeekens (samenstelling) 
Ingrid Godon, Kristien Aertssen, Sylvia Weve (ill) 

Davidsfonds/Infodok, 2008     € 18,50



1-10 of 28