Lijst gedichten

Doodgewoon - Bette Westera

Geplaatst 11 dec. 2014 02:49 door susan *   [ 11 dec. 2014 02:49 bijgewerkt ]


Soms komt er een boek binnen waarvan je direct ondersteboven bent. Doodgewoon van Bette Westera en Sylvia Weve is zo´n boek. Een prachtig boek vol gedichten en illustraties die lijken te gaan over de dood, maar toch vooral het leven beschrijven. 

Het gewaagde thema is divers is uitgewerkt. Natuurlijk zijn er gedichten waar de pijn van het verlies prachtig onder woorden wordt gebracht, maar het gaat over veel meer. Westera stelt bijvoorbeeld de vraag hoe het leven zou zijn als je niet kon sterven:´Als je nou eens niet kon sterven,/ was vakantie dan nog fijn?/ Zou je je nog steeds verheugen/ op dat reisje met de trein?´/ 
Of het gaat over de angst voor de dood: ´Ik wil je graag iets vragen, Dood./ Mag ik even op je schoot?/ Even maar. Ik ben nog klein/ en vraag me af hoe het zal zijn/ om dichter naar je toe te leven./´ 
Grafspreuken ontbreken niet en die zijn, zoals gebruikelijk in dit genre, grappig:´Deze rups werd nooit een vlinder. Jammer weer een vlinder minder´. 
Verschillende gedichten gaan niet direct over sterven en rouw, maar over onderwerpen die geassocieerd worden met de dood, zoals het gedicht Hospice:´Het huis staat in een doodgewone straat./ Hij komt erlangs als hij naar judo gaat./ Een donkerbruine voordeur met een bel, maar zonder namen./ Er gaan ook mensen levend in en uit,/ met lege handen, tranen, bloemen, fruit./ Een huis in een gewone straat, met zeven brede ramen.´/ 
Westera maakt ook gedichten waarin het omgaan met de dood vanuit andere culturen aan de orde komt, waaronder het ontroerende gedicht Narayama waarin de zoon huilend zijn oude moeder de berg op draagt waar hij haar zal achterlaten om te sterven. 
Westera´s gedichten zijn vaak vergeleken met het werk van Annie M.G. Schmidt. Dat is een voor de hand liggende vergelijking omdat beide dames hun gevoel voor ritme en humor met elkaar delen. Ook in Doodgewoon staan gedichten die voor deze vergelijking in aanmerking komen, zoals het gedicht Vaas:´Ze eet. Hij staat er net een uur./ Ze vond hem eigenlijk te duur,/ die vaas. Maar ach, hij past bij de gordijnen./ Precies hetzelfde donkerrood./ Te duur voor Jan. Maar Jan is dood- /het zijn nu echt háár centen, niet de zijne.´/ 
Toch maakt Westera zich in deze bundel definitief los van Schmidt. De gedichten in Doodgewoonlaten een grote diversiteit zien, zowel in onderwerpkeuze als in rijmschema´s en alles klopt. Wellicht komen daarom de gedichten die gaan over het definitieve van de dood, de oneerlijkheid ervan en over het gemis van degene die je lief hebt zo binnen. Het zijn gedichten die spreken van ´de leegste stoel die er bestaat´, of een lange litanie van alle situaties waarin de overledene wordt gemist, of de hartverscheurend rouwkaart waarin alle troost vergeefs lijkt, of de pijn om het verlies van het kindje dat te vroeg geboren werd. 

Sylvia Weve, die een Gouden Penseel kreeg voor een ander boek dat ze samen met Westera maakte (Aan de kant, ik ben je oma niet!) vindt zichzelf wederom opnieuw uit. Haar stijl blijft weliswaar herkenbaar maar is toch vernieuwend. Het kleurpalet is divers, al domineren de bruin/rode tinten. Vaak zijn de illustraties verrassend, zoals een hinkelbaan waar vanaf de zeven de getallen zijn door gekruist bij een gedicht over een vroege dood, of haar versie van magere Hein, of de speelse illustratie van een wereld zonder dood, een stadsgezicht dat grote overeenkomsten vertoont met de illustratie bij het gedicht Zonder jou waarop te zien is dat de wereld ´zonder jou´ gewoon door raast. 
Omdat het boek soms halve bladzijden heeft kan Weve spelen met overgangen naar een nieuwe pagina. Dat doet ze briljant, zo blijkt onder de illustratie van de hinkelbaan het graf van een rups te liggen. Ook verbindt ze door middel van haar illustraties gedichten aan elkaar, zoals het gedichtNooit meer is voor altijd met het gedicht Beter niet dat gaat over´zeven dingen die je beter niet kunt zeggen tegen iemand die een tijdje terug zijn vader heeft verloren´. Weve is origineel, bijvoorbeeld op de prachtige illustratie waar de jas van oma nog overduidelijk haar vingerafdruk draagt of de dansende spullen van een erfenis. 
Het laatste gedicht, dat nog gevolgd wordt door een uitleg over onderwerpen die in het boek aan de orde komen, is een opgewekt gedicht. Kleurige insecten zoemen rond een grafsteen in een vrolijke omgeving:´Hier lig ik dan,/ begraven in een grazig stukje groen,/ en denk wat ik al eerder dacht:/ de dood is goed te doen.´/ 

Wat mij betreft is Doodgewoon het mooiste boek van 2014, een boek om (jezelf) cadeau te doen. 

Doodgewoon 
Bette Westera (tekst) en Sylvia Weve (ill) 


Gottmer, 2014     € 19,95 

Andere boeken van Bette Westera en Sylvia Weve: 
Aan de kant, ik ben je oma niet! 
Ik leer je liedjes van verlangen 
Sint gaat op gym

Kleine stemmen - Gil vander Heyden

Geplaatst 28 aug. 2014 06:53 door susan *   [ 28 aug. 2014 06:55 bijgewerkt ]


Kleine stemmen
 is een bescheiden boek, het is niet erg dik en het heeft een eenvoudige illustratie op de kaft. Toch viel het de griffeljury op, zij gaven deze dichtbundel van de Vlaamse Gil vander Heyden een Zilveren Griffel. De schrijfster, geboren in 1937, schreef een uitgebreid oeuvre kinderboeken voor diverse leeftijden. Kleine stemmen is haar zevende dichtbundel. 

In het boek zijn drieëndertig korte gedichten opgenomen. De gedichten zijn ingedeeld in vier hoofdstukken die als titel enkele woorden uit een gedicht meekregen: Het warmste huisEen lapje luchtAdemloos kijk ik toe en Je zult het nooit vertellen
Het thema van de gedichten uit het eerste hoofdstuk laat zich moeilijk vangen. De gedichten gaan onder anderen over verlangen naar een warme veilige plek, over angst en over verdriet:´Zoals een blikje/ dat buiten blijft staan/ zich langzaam vult/ met regen,/ zo vullen zich mijn ogen.// Als een slak in haar huisje/rol ik me op/met alles dicht,/gesloten en toe.´
In het hoofdstuk Een lapje lucht staat de liefde centraal, zoals in het gedicht Klavertjevier:´Vanochtend bij de post/ in een blauwe enveloppe:/ een wit servetje. Voor mij. Van jou.// 
Erin,/ platgestreken,/ een glanzend groen/ klavertje vier.// Ik was meteen gelukkig/en ben het nog altijd./´ 
In het hoofdstuk Ademloos kijk ik toe verwoordt vander Heyden gevoelens over diverse mensen, over opa´s en oma´s, over een eenzame buurman of over en Tonia:´Tonia woont nu bij haar oma./ Tot haar mama terugkomt./ Als haar mama terugkomt. /Tot dan.//Oma´s stem is dunner/ dan die van mama./ ´s Avonds leest ze een boek/en moet de televisie uit.// Het is goed bij oma, zegt Tonia.// Maar waar blijft mama?// 
Je zult het nooit vertellen is de titel van het laatste hoofdstuk. Het is een zin uit het gedicht Poes, want poezen vertellen immers nooit wat ze´s nachts uitspoken. In dit hoofdstuk staan meer gedichten met dieren in de hoofdrol, samen met gedichten over hitte, wind, herfst en de nacht. Ook het titelgedicht is hier te vinden:´Sneeuw is regen/die het koud heeft,/ druppels/ met een jasje aan.// Is miljoenen/witte zoenen.// Is kleine stemmen/ achter de ruiten:/Kom. Kom mee/ naar buiten.// 

Kleine stemmen staat vol met tere gedichtjes over grote en kleine gevoelens. Ieder woord is overdacht en goed geplaatst. Niet altijd laat zich precies vangen waar het gedicht over gaat, maar dat stoort niet. Alles wat niet wordt uitgesproken kan de lezer immers zelf inkleuren. 
Er worden geen moeilijke woorden in de gedichten gebruikt en de beelden die Vander Heyden oproept zijn herkenbaar voor kinderen. Haar poëzie verrast door de onderwerpkeuze, de opbouw en het woordgebruik. De griffeljury verwoordt dit zo:´Kleine stemmen, grootse gedichten´. 

Kleine stemmen 
Gil vander Heyden (tekst) en André Solie (ill)
 

Clavis, 2013     € 14,95

Samen over een muurtje - Geert De Kockere

Geplaatst 16 mei 2014 04:21 door susan *   [ 19 mei 2014 01:02 bijgewerkt ]


Vijfentwintig jaar geleden debuteerde de Vlaamse Geert De Kockere met een poëziebundel voor kinderen: Vingers in de jam. Inmiddels zijn er meer dan 100 boeken van zijn hand verschenen in verschillende genres en voor diverse leeftijden. Ter ere van het schrijversjubileum verscheen Samen over een muurtje. Het boek bevat 101 gedichten die niet eerder werden gepubliceerd. Vijfentwintig illustratoren met wie Geert De Kockere eerder samenwerkte hebben ieder een paginagrote illustratie voor de bundel gemaakt. 
De gedichten die De Kockere voor kinderen schrijft zijn toegankelijk en toch ´echte poëzie´. Bij De Kockere vind je geen slordig aan elkaar geplakte zinnen die altijd rijmen, je vindt geen woorden die niet relevant zijn en de gedichten´bekken´ allemaal lekker als je ze voorleest. Wat zijn werk toegankelijk maakt voor kinderen is de onderwerpkeuze en de gekozen beeldspraken; hij kijkt door kinderogen naar de wereld en vangt wat hij ziet in prachtige taal. Vakkundig bouwt hij met zijn taalstenen een speels en mooi bouwwerk. 

Fantasie heeft De Kockere hoog in zijn vaandel staan en de lezer komt dan ook veel onverwachte zaken tegen. Als De Kockere schrijft´In een schuurtje/zonder naam/zat een muurtje/met een raam./´, dan kun je er zeker van zijn dat achter dat raam iets heel bijzonders te zien is. Ook laat hij de lezer kennis maken met de´hondorie´:´Telkens als hij niest,/wat een gek verhaal,/krijgt hij nieuwe krullen/en plukt men hem weer kaal.´. Hij waarschuwt ook:´Als je als kind/op een dag in het bos/een rood kapje vindt,/laat het dan liggen/en zet het vooral niet op./ En doe je het toch,/zet je het op je hoofd,/keer dan snel terug/als je nog/in sprookjes gelooft./ 
De Kockere staat bekend als een liefhebber van het woordspel:´Als een hap/uit een appel/een happel is,/dan is een beet/uit een boterham/een beterham. 
Het ritme in de gedichten klopt altijd. Zo ruist de zee door het volgende gedicht:´Als je goed kijkt,/kun je de zee/zien ademen./In en uit/en weer in/en nog eens uit./ Heel langzaam,/terwijl jij erin/en eruit/en er weer in/en er nog eens uit./´ 
Ook de vijfentwintig illustratoren voegen vaak met hun illustraties iets aan het gedicht toe. Lieve Baeten laat bijvoorbeeld de situatie zien die De Kockere schetst:´Een muis/op een poes/op een stoel/in een bad/met een vis./´. Sabien Clement weerspiegelt het gevoel uit het gedicht:´Ze omhelst de stam,/te ruim van hart,/ te wijds van arm,/te groots gebaar./´. Op de illustratie staat een eenzame zwarte figuur in een subtiel aangegeven grijs bos met duidelijk een te groots gebaar,´wijds van arm´. 
Samen over een muurtje is een mooi uitgegeven boek met een linnen rug, een leeslint en prachtig vormgegeven. Aanvankelijk dacht ik dat de illustratoren niet genoemd werden, maar gelukkig had ik ongelijk. Wie in de plooien tussen de bladzijden zoekt vindt de naam van de illustrator. De uitgever heeft laten weten in een een herdruk aan deze namen wat meer ruimte te geven.

Samen over een muurtje 
Geert De Kockere 


De Eenhoorn, 2014     € 18,95 

Andere boeken van De Kockere op kinderboekenpraatjes: 

Ik zoek een woord - Hans & Monique Hagen

Geplaatst 7 okt. 2013 03:10 door susan *   [ 7 okt. 2013 14:54 bijgewerkt ]


Woorden zijn het gereedschap van de dichter. In de bloemlezing Ik zoek een woord bundelden Hans en Monique Hagen 167 gedichten over taal. Vier jaar werkten ze eraan. Ze lazen ´karren vol poëzie voor jong en oud´ en maakten een mooie selectie voor iedereen van 9 tot 99 jaar. 

Dichters over taal blijkt een breed onderwerp. Zo zijn er dichters die het spelen met taal als uitgangspunt nemen en zich uitleven in tongtwisters en nieuwe woorden, bijvoorbeeld Jaap Bakker in het gedicht Knoop in de tong: ´Ik stakkel en hotter/Het is geen gehoor/Ik stuikel en stroddel en bruntel maar door/´. Marion van de Coolwijk maakte een gedicht zonder klinkers:´knnn w wrdn mkn zndr klnkrs? /knnn w vrhln schrvn zndr klnkrs?/ ls j dz tkst bgrpt.../ls j dz tkst knt lzn.../Dan wel!/ en Willem Wilmink verwerkte diverse dialecten in zijn gedicht: ´-In Appelschae en Grauningn/daer binn´n graute wauningn./ -Geef mij maar een rustieke steeg/ in onze sjoene stad Maastreech./ Joke van Leeuwen schrijft over verwarrende werkwoorden:´Lopen wordt liep,/ maar hopen niet hiep./Laten wordt liet,/maar praten niet priet./ Er veel gedichten opgenomen waarin het spelen met klanken voorop staat, ook enkele ´dadagedichten´ waaronder het bekende Oote en De Mus van Jan Hanlo. 
Woorden zijn natuurlijk meer dan klanken en ook dat komt aan de orde. De macht van het woord bijvoorbeeld in het gedicht Recht op vrije meningsuiting van Jan Boerstoel en ook het liefdesgedicht ontbreekt niet:´ik zoek een woord/ een heel nieuw woord/een woord dat niemand kent/ik zoek een woord/dat zeggen wil/ dat jij de liefste bent/ (Hans en Monique Hagen). 
De bundel is geïllustreerd door Deborah van der Schaaf die op zoek ging naar beelden die de woorden niet zouden overvleugelen´want de taal staat centraal´. Ze koos onder andere voor beeldgrapjes, zoals potloden die in de knoop zijn geraakt of een wc gemaakt van drukletters. Erg leuk zijn de ´gevonden voorwerpen´ tussen de pagina´s, waarvan er eentje bladzijden later het onderwerp van een gedicht blijkt te zijn. Naast de illustraties van Van der Schaaf zijn er ook grafische grapjes en cartoons over taal in het boek opgenomen. 

Ik zoek een woord is met recht een boek voor 9 tot 99, een boek dat nooit verveelt. Een boek dat in iedere klas naast de taalmethode zou moeten staan om kinderen naast taalvaardigheid ook liefde voor de taal aan te reiken. 

Ik zoek een woord 
Gekozen door Hans & Monique Hagen met illustraties van Deborah van der Schaaf

Querido, 2013     € 19,95

De auteurs maakten lessuggesties bij het boek die hier te vinden zijn.




Bij ons in het circus - Koos Meinderts

Geplaatst 2 apr. 2013 01:11 door susan *


De spreekstalmeester, een grote panda met een kleine hoge hoed, neemt het woord en nodigt de lezer uit zijn circus te betreden. Zoals dat gaat in een circus doet hij dat met verve:´Bij ons in het circus, hier is de piste/werken uitsluitend wereldartiesten./´ De spreekstalmeester overdrijft niet. Als eerste wordt Zorba de Griek voorgesteld: een ´wereldberoemd acrobaat./Kijk eens hoe soepel hij door een brandende hoepel/achterstevoren een saltootje maakt/´ Dan volgt de ´sensatie op het slappe koord:/ de ietwat gezette Kokette Jeanette/ met een adembenemende prachtpirouette.´ De voorstelling gaat verder met onder andere Don Alfredo, de degenslikker, Zorro de messenwerper, Kinky Kaaiman in de trapeze en ´Joli-Coeur,´s werelds jongste jongleur´. Een hoogtepunt in de voorstelling is Mighty Mouse en´zijn act van de eeuw./Met gevaar voor eigen leven steekt hij heel even /zijn hoofd in de muil van de leeuw./´ 


Woordkunstenaar Koos Meinderts, al 30 jaar schrijver, legt de spreekstalmeester prachtige verzen in de mond. De rijmende aankondigen zijn speels, ritmisch, origineel en geheel in de circustraditie met zinnen als ´nu een daverend applaus´, ´dames en heren, mag ik u thans presenteren´, ´Hier moet u zijn, hier moet u wezen´. 
Het blijft niet bij de wervende teksten. Annette Fienieg neemt de toeschouwer mee naar binnen en daar kan de lezer de artiesten met eigen ogen zien: achterstevoren gaat otter Zorba door een brandende hoepel, Pinguin Sushi is klaar om afgevuurd te worden vanuit een kanon en Hannibal de olifant spuwt overtuigend de grootste vlammen. Voor wie goed kijkt ziet meer dan de tekst beschrijft. Zo staat de kleine brandweerman altijd paraat en werpt Zorro zijn mes ook wel eens naar een doel dat hij wél graag wil raken. 

Bij ons in het circus is een prentenboek waar je vrolijk van wordt. De originele goed lopende versjes van Meinderts en de kleurige illustraties van Fienieg nemen de lezer mee naar die bijzondere circussfeer waar het onmogelijke mogelijk wordt. 

Bij ons in het circus 
Koos Meinderts (tekst) &  Annette Fienieg (ill) 

Lemniscaat, 2013     €11,95


Ik weet wat ik worden wil - Erik van Os & Elle van Lieshout

Geplaatst 1 mrt. 2013 01:33 door susan *


De kinderen uit groep 1 en 2 weten nog niet dat ze over zo´n jaar of tien al serieus moeten nadenken over de vraag ´wat wil ik worden?´ Zij kunnen zich nog onbevangen, onwetend van toelatingseisen, profielkeuzes en studieschuld overgeven aan de fantasie. In Ik weet wat ik worden wil fantaseren Erik van Os en Elle van Lieshout met ze mee. 

In het boek worden 35 beroepen, op rijm, besproken. Natuurlijk zijn daar de immer populaire beroepen bij als profvoetballer, brandweerman, juffrouw en piloot:´Dames en heren/ladies en gentlemen/welkom aan boord/good morning, hello/gordels vast/let´s go!´ Maar ook minder bekende beroepen passeren, zoals dirigent, diepzeeduiker, pretparkdirecteur of minister-president:`Ik ben minister-president/je kent me wel/ik ben bekend/van de krant en van tv/heeft het volk een goed idee/dan zeg ik ja/maar meestal nee´ Als kleuter kun je natuurlijk ook kiezen voor een carrière als indiaan, prinses of piraat:´Kijk hoe kwaad ik kijken kan/wie krijgt daar niet de bibbers van!?/ aagenaam/Jan Piraat/- de broer van Piet/wie kent hem niet?-/ik word gevreesd/ik word gehaat/doe driemaal daags een slechte daad/piratenschip of rondvaartboot/beroof ik/dat beloof ik/zo kom ik eerlijk aan mijn brood/ 

Erik van Os en Elle van Lieshout schreven over elk beroep een een kort of wat langer versje. De dichtvorm is losjes: meestal rijmt het, maar niet altijd. De versjes hebben een goed ritme, dat zich soms aan het besproken beroep aanpast. In het versje over de zeeman deinen de woorden op een golvend ritme en bij de fotograaf ligt het tempo hoog, zijn de zinnen kort en klikt voortdurend de camera. 
12 versjes zijn op muziek gezet en te beluisteren op de bijgevoegde cd. De muziek voegt vaak wat toe aan de geschreven tekst. Bij de indiaan klinken indianengeluiden, de dirigent laat de instrumenten uit het versje duidelijk horen, het werk van de politieagent wordt nóg leuker als er een spannend muziekje bij klinkt en wie had gedacht dat een astronaut je zo fijn in slaap kan zingen? 

In het grote langwerpige boek krijgt illustratrice Mies van Hout alle ruimte de verschillende beroepen te laten zien. Het zijn de kinderen zelf die ze uitvoeren. De rolverdeling tussen jongens en meisjes is goed verdeeld. Er zit een enthousiaste jongen achter de kassa en een meisje dirigeert een orkest, jongens zijn piraat en profvoetballer, meisjes zijn prinses en schooljuffrouw. De illustraties van Mies van Hout zijn kleurrijk, speels en toegankelijk en sluiten goed aan bij de belevingswereld van de kinderen: een boer staat tussen de dieren, de juffrouw staat voor het bord en een uitvinder tussen zijn spectaculaire uitvindingen. 

Ik weet wat ik worden wil is een heerlijk kleuterboek. De speelse versje zullen niet snel vervelen en de prachtige tekeningen staan garant voor veel kijkplezier. De cd is daarbij een fijne bonus. 

Ik weet wat ik worden wil 
Erik van os en Elle van Lieshout (tekst), Mies van Hout (ill) 

Gottmer, 2008     € 14,95

Andere boeken van Erik van Os en Elle van Lieshout op kinderboekenpraatjes:


Wie knipt de tenen van de reus? - Jan Smeekens

Geplaatst 10 feb. 2013 04:22 door susan *


Wie knipt de tenen van de reus?
 is een´versjesgroeiboek´. Jan Smeekens stelde deze rijke bloemlezing met kleuterpoëzie samen.
 Smeekens, die in 2011 overleed, was kinder-en jeugdboekenrecensent en jurylid bij alle belangrijke kinderboekenprijzen. 
De verzameling telt 120 gedichten die zijn onderverdeeld in drie leeftijdsgroepen: tot 3 jaar, voor jonge kleuters (4-5 jaar) en voor oudere kleuters (5-6) jaar. Deze indeling is een leidraad en zeker niet als dwangbuis bedoeld. 

De gedichtjes voor de jongste groep zijn veelal klankspelletjes en doen vaak aan aftelversjes denken. Ze zijn ritmisch en de inhoud speelt nauwelijks een rol. Ze liggen prettig in het gehoor. Een willekeurige strofe: 

‘Flapperhandjes, wapperhandjes 
aai-en zwaai- en zwabberhandjes 
wapper die hier 
wapper die daar 
klap er die tegen mekaar’ 


        Joke van Leeuwen 

De illustraties bij deze versjes zijn gemaakt door Ingrid Godon. Zij tekent strak omlijnde figuren, met grote hoofden. Haar kleurgebruik is sober maar wel sfeervol. De illustraties sluiten mooi aan op de inhoud van de versjes. 

Voor de jongste kleuters krijgen de gedichtjes al meer inhoud. Het ‘verhaaltje’ is nog niet lang en vaak is het grappig. Ook hiervan een willekeurige strofe ter illustratie: 

‘Kwek’ zegt de muis 
of is het ´miauw´? 
Hoe was het nou? 
Help eens gauw 


        Ilse Elders 

Voor dit gedeelte heeft Kristien Aertssen de illustraties gemaakt. Haar stijl is gedetailleerder en kleurrijker dan die van Godon. Het spel met afmetingen en kleur delen ze. Twee figuren met groene hoofden en één oog of een boom met handschoenen aan en laarzen in de takken zijn voorbeelden van Aertssens originele interpretatie van de tekst. 

Voor de oudste kleuters zijn de gedichtjes wat langer en soms is het een echt verhaaltje met een kop en een staart, bijvoorbeeld in de versjes van Annie M.G. Schmidt. In dit gedeelte zijn ook gedichten opgenomen waarin gevoelens een belangrijke rol spelen. Onbestemde gevoelens bijvoorbeeld zoals in het gedicht Huilerig van Nannie Kuiper, een strofe: 

´Ik weet het niet, ik weet het niet 
 O, hou toch op met dat gevraag. 
 Ik ben gewoon wat huilerig vandaag!’ 


Humor ontbreekt niet, er zijn veel grappige gedichten. 

De versjes voor de oudste kinderen zijn geïllustreerd door Sylvia Weve. Haar stijl past goed bij die van Godon en Aertssen. Het is kleurrijk, speels, vol beweging en ook zij houdt zich niet altijd aan de wetten van de natuur en vergroot of verkleind om de illustratie meer zeggingskracht te geven. 

Wie knipt de tenen van de reus? is een geslaagde bloemlezing en geeft ruime mogelijkheden voor gebruik. In kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en kleuterscholen mag het eigenlijk niet ontbreken als bron van inspiratie. In huis groeit het boek met de kinderen mee en geeft het jarenlang kijk- en voorleesplezier. Veel voorlezen is wat Smeekens voor ogen stond bij de samenstelling, want zijn motto was: ´wie voorgelezen wordt, voelt zich geborgen´. 

Wie knipt de tenen van de reus? 
Jan Smeekens (samenstelling) 
Ingrid Godon, Kristien Aertssen, Sylvia Weve (ill) 

Davidsfonds/Infodok, 2008     € 18,50



Waar ik ben - Diet Groothuis

Geplaatst 29 nov. 2012 03:43 door susan *   [ 30 nov. 2012 06:47 bijgewerkt ]


Diet Groothuis houdt van gedichten voor kinderen. Zodra je haar de kans geeft zet ze ook anderen met haar enthousiasme aan het dichten. Zelf verstaat ze deze kunst uitstekend en dat heeft geleid tot de uitgave van haar eerste dichtbundel ´voor kinderen en anderen´: Waar ik ben

De gedichten zijn in zeven hoofdstukken ondergebracht, met titels als Niet pluis, Miauw en Geel ei. Onder de noemer Niet pluis gaat een diversiteit van onbehagen schuil: van steeds maar meer willen hebben tot een muis die wraak neemt. Ook opgesloten zitten in een auto is niet pluis:´Mijn tenen wippen/op en neer, mijn benen gaan/vanzelf tekeer, ze willen springen/in de regen, rennen met/wind tegen/tot ik bijna stik./ Maar ja, ik zit opgesloten/in dit blik.´ 
Groothuis is goed in het verwoorden van emoties:´Mijn mond is een mistwolk, mijn ogen/zijn spleten vol hagel en regen, donder/in mijn oren die niemand kan horen./´ 
In het hoofdstuk Miauw staan de katten centraal. Het gaat over het verlangen naar een kat, hun eigenaardige gedrag, hun dood en de moeilijke keus in het asiel als er een nieuwe wordt uitgezocht:´Tachtig bange oogjes, honderdzestig grage pootjes/in veertig kleine kooitjes./Ik mag kiezen./´ 
Er is ook een hoofdstuk gewijd aan ´moeilijkste vragen´. Dit is er een van:´Als je dood bent/ga je naar de hemel./Waarom begraven ze je dan?/´ 

De gedichten van Diet Groothuis zijn speels en divers. Sommige zijn grappig, andere ontroeren en vele verrassen. Het taalspel en de gebruikte beelden zijn origineel en begrijpelijk voor kinderen. Het wordt nergens ´kinderachtig´. Diet Groothuis schrijft volwassen poëzie die toegankelijk is voor kinderen. 

De bundel is geïllustreerd door de Antwerpse Merel Eyckerman. Haar werk vult de gedichten mooi aan. Ze tekent duidelijk herkenbare mensen en dieren en haar kleurgebruik is fris. De ene keer laat  Eyckerman details uit een gedicht zien, de andere keer geeft ze de essentie weer. Zo zien we de tien jaar oude cavia´s uit het gedicht Oud hun verjaardag vieren met ballonnen, cadeautjes en taart. Ook de´oerstoere tante, sterk als een gietijzeren pot´ kunnen we bewonderen. De tekst is letterlijk in beeld gebracht, maar tante oogt, geheel in de geest van het gedicht, ondanks haar opmerkelijke vorm als een sterke tante. Bij andere gedichten laat Eyckerman het overheersende gevoel van het gedicht zien en ook dat doet ze overtuigend. 

Waar ik ben 
Diet Groothuis (tekst) en Merel Eyckerman (ill) 

De Eenhoorn, 2012     € 18,95

Als iemand ooit mijn botjes vindt - Jaap Robben

Geplaatst 9 okt. 2012 02:03 door susan *   [ 9 okt. 2012 06:39 bijgewerkt ]


´Ik heb handen/die graag iemand zouden aaien. 
 Al is af en toe eens zwaaien/ ook een goed begin.
´ 

Hier spreekt de Cajoleer. Nooit van gehoord? Dat is niet verwonderlijk want Jaap Robben koos als uitgangspunt voor zijn nieuwe dichtbundel voor ´vergeten woorden´. De dichter beschrijft in Als iemand ooit mijn botjes vindt twintig wonderlijke schepsels die Benjamin Leroy in zijn illustraties laat zien. Zo passeert onder andere een Graveeltje: ´zijn leven is saai als een steen./ Eén dag als een graveeltje/en je verveelt je meteen./ En een Schuiertje: ´Je doet een schuier geen groter plezier/dan met een snipper snoeppapier/ En een Kwukel:´Ik ben niet bijzonder,/ daar ben ik aan gewend./ Ik kan geen truc/die niemand kent/ (...) Misschien moet ik maar hopen/dat een mensenhand na duizend jaar/een paar botjes van me vindt en zegt:/´Ik weet niet wat het is geweest,/ maar dit was zo te zien/een heel bijzonder beest./ 

De keuze voor vergeten woorden geeft de gedichten een dubbele lading. Je kunt ze lezen als een weergave van een gevoel dat een onbekend woord oproept:´sprouw´ roept immers iets anders op dan ´dodijntje´. Maar als je de betekenis van de woorden kent, of opzoekt, dan ontdek je dat die betekenis in het gedicht doorklinkt. Zo is een cajoleer een streling, een graveeltje een kiezeltje en een schuiertje een klein borsteltje om kruimels van de tafel te vegen. 

Niet alleen in de gedichten valt veel te ontdekken, ook de illustraties dagen de lezer daartoe uit. Alle wonderlijke wezens heeft Benjamin Leroy getekend in zachte kleuren in een passende omgeving. Vijsten vliegen vrolijk rond, de Labbekakken hangen als ´zitzak zonder botten´ over een rots en de onsmakelijk sprouw hangt in een hangmat. En de Kwukel? Die is niet afgebeeld, want die is al zo lang vergeten dat niemand meer weet hoe hij eruit ziet. 
De Ponjaards, Falies, Aterlingen en andere schepsels duiken ook in elkaars gedichten op. Op de illustraties beleven ze hun eigen avonturen die verdergaan dan de gedichten beschrijven. Het geheel levert een prachtige originele dichtbundel op. Als iemand ooit mijn botjes vindt is een klein boekje boordevol grote avonturen. 

Als iemand ooit mijn botjes vindt 
Jaap Robben (tekst) en Benjamin Leroy (ill) 


De Geus, 2012      € 15,00

nb Nog even over de Kwukel, hij is er toch. Ik had beter moeten kijken!


Aan de kant, ik ben je oma niet! - Bette Westera

Geplaatst 7 sep. 2012 05:17 door susan *


Aan de kant, ik ben je oma niet
 is zo´n boek waarvan ik al halverwege wist dat het een vaste plaats in mijn boekenkast zou krijgen. Het boek ziet er prachtig uit, de gedichten van Westera zijn origineel en lopen als een tierelier en in de illustraties van Sylvia Weve valt steeds weer iets nieuws te ontdekken. 

Westera schets in het boek twaalf portretten van oude mensen. Meestal zijn ze alleen, soms is het een echtpaar. In ieder gedicht belicht Westera een aspect van het leven van de hoofdpersoon. Bijvoorbeeld dat over meneer Van Bemelen wordt gefluisterd. De zusters vinden hem zo lelijk als de nacht:´Die rare, natte neus,/ je weet gewoon niet wat je ziet./ Die hangerige wangen/en die spekkerige nek./En dan die mond. Dat is geen mond,/dat is gewoon een bek!´/ 
Het gedicht over het echtpaar Roest-van Remmerswaal schetst hun teleurstelling in het leven. Vrienden hebben ze niet en ze hebben last van bijna iedere kwaal. De dames Jansen en Verbruggen zijn beter af; zij trouwen met elkaar op 82 jarige leeftijd. 
De gedichten over de oude mensen worden gevolgd door een gedicht over hun jonge jaren. Dan blijkt dat Hans van Bemmelen altijd zielige min of meer mislukte honden een thuis geboden te heeft. Het mopperende echtpaar heeft een lange geschiedenis van vasthoudende ontevredenheid die hun dochter zelfs heeft weggejaagd. Als de dochter na zeven jaar een brief stuurt met foto´s is er voor het echtpaar nog steeds wat te mopperen:´Haar ouders zeiden:´Kijk nou toch, ze kan niet eens meer spellen./ Ze zegt dat het haar spijtte, maar het is: dat het haar speet!/ Ze had wel telefoon, maar ze besloten niet te bellen./Dat spijtte zat ze dwars- ´Dat zo´n slim kind dat niet meer weet!/´ 
De bruiden op leeftijd waren op de MMS al verliefd op elkaar, maar dat was een verboden liefde:´Joke ging met Johan,/Thea ging met Ton./Corrie ging met Karel,/Annet ging met Yvon./Maar niemand mocht het weten,/dus hielden ze het stil./Al kon het niet, Annet wist zeker:/Dit is wat ik wil.´/ 

De gedichten van Westera zijn lang en bloemrijk en daarin doet ze denken aan Annie M.G. Schmidt, die ook op losse toon met hier en daar een grappige veelzeggende tussenzin en veelvuldig gebruik van spreektaal een vers kon schrijven waarin de glimlach en de ontroering dicht bij elkaar liggen. Westera is vaker in haar dichtwerk met Schmidt vergeleken, maar in haar eerdere werk was ze minder stabiel. Ze smokkelde hier en daar met het ritme of koos voor een ongelukkig rijmwoord. Daar is in dit boek geen sprake van. Ritme, woordkeus, inhoud, het klopt allemaal. 

In de bekroonde dichtbundel Ik leer je liedjes van verlangen werkte Sylvia Weve en Bette Westera al succesvol samen. Weve maakte voor dit boek met dierengedichten vernieuwend werk. Ook voor Aan de kant, ik ben je oma niet vond Weve zichzelf opnieuw uit. De illustraties die ze voor dit boek maakte zijn in kleur en ze kiest voor een grafische stijl. Het boek bestaat uit diverse pagina´s die open geslagen kunnen worden en Weve speelt met deze vormgeving; ook de illustraties laten niet alles in één keer zien. Weve heeft het werk van Westera geïnterpreteerd vanuit verschillende invalshoeken. Soms voegt de tekst het ontbrekende element toe om het gedicht helemaal te begrijpen. Zo ziet de lezer dat de lelijke heer van Bemmelen op zijn zielige hondjes is gaan lijken. Soms gebruikt ze de tekst voor een grapje en tekent bijvoorbeeld een kraantje aan een loopneus. Een andere keer wordt door het kleurgebruik de stemming van de tekst versterkt. De associatieve illustraties zijn stuk voor stuk kunstwerken. Naast de dichtbundel haal je met dit boek een kunstboek in huis. 

Aan de kant ik ben je oma niet wordt als dichtbundel voor kinderen uitgegeven. De gedichten en de illustraties zijn geen eenhapscrackers. Ze lezen vlot weg en je kunt ze direct begrijpen, maar er zit ook een laagje onder, een emotie die niet uitgesproken wordt. Ondanks de focus op oudere mensen zullen veel kinderen wel met het centrale thema uit de voeten kunnen: heden en verleden hebben met elkaar te maken. Wellicht maakt het ze nieuwsgierig naar de levensloop van hun grootouders. 

Aan de kant, ik ben je oma niet! 
Bette Westera (tekst) & Sylvia Weve (ill) 

Gottmer, 2012     € 19,95

1-10 of 25