Lijst Griffels en penselen

Wie moet de gouden griffel krijgen?

Geplaatst 4 okt. 2011 01:22 door susan *   [ 5 okt. 2011 01:37 bijgewerkt ]

 
Na het bespreken van alle boeken die dit jaar een zilveren griffel kregen, is het nu tijd de balans op te maken, wie moet De Gouden Griffel krijgen?

En? Van Kitty Crowther zal niet in aanmerking komen, het betreft een vertaling. Bovendien kan ik mij niet voorstellen dat een boek waarin de tekst tot slechts enkele woorden is teruggebracht een Gouden Griffel zal winnen.
Het tweede boek in de categorie tot zes jaar, Het boeboek van Imme Dros wordt door de griffeljury geprezen als ´origineel voorleesboek´. Maar hoe origineel is een griezelhuis aan het rilmeer met wind die door de kieren giert, vleermuizen in de kelder heeft en spoken op zolder? Het boeboek is zeker een leuk voorleesboek waarin de lezers zich kunnen uitleven in veelvuldig boegeroep, maar voor mij geen Gouden Griffel waard.

Roodkapje was een toffe meid van Marjet Huiberts is het boek met ´de swingende raps´ die volgens de griffeljury lekker meezingen. Ik vind ze niet zo makkelijk om mee te zingen en ik kies er niet voor een Gouden Griffel te geven aan een boek dat bij het opzetten van een cd pas tot leven komt.
Hoe oma almaar kleiner werd van Michael de Cock is echt zo´n boek waarvan ik hoop dat het de Gouden Griffel niet krijgt, het zou het beeld versterken dat de Gouden Griffel altijd gaat naar een voor kinderen onbegrijpelijk boek.

In de categorie vanaf negen jaar zitten voor mij de grote kanshebbers. Dissus van Simon van der Geest heeft alles wat een Gouden Griffelboek moet hebben, het taalgebruik is origineel, knap en toegankelijk. Het oude verhaal is in een prachtig nieuw jasje gestoken en het boek ziet er met de illustraties van Jan Jutte ook aantrekkelijk uit; voor mij is dit boek een winnaar.
Ook het tweede boek in deze categorie, Vliegen tot de hemel van Michael de Cock, is een geslaagde hervertelling met mooi taalgebruik en prachtig gerelateerd aan de verhouding tussen vaders en zonen. De bijgeleverde cd is een pluspunt, maar de Gouden Griffel is geen prijs voor performers.

De informatieve boeken zijn niet mijn kanshebbers. Ik! Wie is dat? van de Kinderuniversiteit van Tilburg geeft veel interessante informatie maar ik deel de mening van de griffeljury niet dat het ´toegankelijke teksten´ zijn. Menig kind tussen de 9-12 jaar zal moeite hebben om deze teksten met de hoge informatiedichtheid te kunnen volgen.
Meneer Kandinsky was een schilder van Daan Remmerts de Vries is als begeleidend boek bij de Kandinskytentoonstelling heel waardevol, maar voor kinderen die nog nooit van het expressionisme en Kandinsky hebben gehoord zal het toch een vreemd verhaal zijn.

In de categorie poëzie springt voor mij Hoera voor Superguppie! van Edward van de Vendel eruit. Prachtige toegankelijke poëzie voor een brede doelgroep, van mij mag hij goud winnen.
De poëzie van Bette Westera in Ik leer je liedjes van verlangen, en aan je apenstaartje hangen is complex en lang niet voor alle kinderen geschikt, hoe mooi haar verzen ook zijn.

Dus, ik ben blij als de Gouden Griffel gaat naar Simon van der Geest, Michael de Cock (voor Vliegen tot de hemel) of Edward van de Vendel, vanavond weten we het!
 
nb Op 4 oktober kreeg Dissus van Simon van der Geest de Gouden Griffel!
 

Ik leer je liedjes van verlangen - Bette Westera

Geplaatst 24 sep. 2011 12:58 door susan *   [ 24 sep. 2011 12:59 bijgewerkt ]

Het eerste dat opvalt aan Ik leer je liedjes van verlangen en aan je apenstaartje hangen, is niet de lange titel maar het formaat van het boek waar die lange titel makkelijk op past. Het boek is groot, en naar verhouding smal. Bij het openslaan ziet de lezer prachtige kleurige illustraties en in een zacht grijs gekleurd lettertype een, meestal vrij lang, gedicht.
Bette Westera presenteert 47 gedichten over dieren die in alfabetisch volgorde aan de orde komen, van aasgier tot zeester.

Er komen heel wat dieren met hun problemen en eigenaardigheden langs: een kikker met een identiteitsprobleem omdat hij niet kan springen, een teleurgestelde koekoek die zich uiteindelijk terugtrekt in de koekoeksklok, een helderziende meeuw die de kost verdient met zijn toekomstvoorspellingen en een school vissen vermaakt zich met de jaarlijks 1 aprilgrap.
Westera vertelt hun verhalen op rijm en gebruikt daarvoor verschillende rijmschema´s, waarvan het ene wat makkelijker wegleest dan het andere.
De inhoud van de dierengedichten heeft vaak een filosofische ondertoon en de beschreven problemen en oplossingen liggen nogal eens ver buiten de belevingswereld van het jonge kind, zoals een kritisch kijk op de alternatieve geneeskunst en de labiele aard en wisselende stemmingen van de (jawel) lemmingen. Ook de inventieve woordspelingen zullen voor de jonge lezer moeilijk zijn, bijvoorbeeld de woordgrapjes over de pimpelmees: ´als de kater is geweken, dan is het onherroepelijk hetzelfde oude lied. Zijn hele voorgeslacht is aan de alcohol bezweken. Ach ja, je bent een pimpelmees of niet.´
Het boek mag dan door de uitgever geschikt bevonden worden vanaf acht jaar, maar het zal beter tot zijn recht komen bij kinderen vanaf een jaar of elf en (veel) ouder. Het inventieve rijm, de onderliggende kritiek en knipogen en de vaak originele woordgrapjes hebben wat levens- en leeservaring nodig.

Het bijzondere formaat van het boek laat de prachtige illustraties van Sylvia Weve goed tot hun recht komen. Voor het eerst zien we van haar werk in kleur en haar kleurgebruik is prachtig. We zien bijvoorbeeld pastelroze vissen zwemmen, sommige met ´echte ogen´ die zwemmen tussen pieren en vissersloodjes die in een andere techniek getekend zijn, strak omlijnd en met harde kleuren. Geweldig is ook de kwal ´glibberig, glad en doorzichtig´, of de koe die nog net te zien is aan de bovenkant van de bladzijde, starend naar haar spiegelbeeld dat in een fraai palet van kleuren het grootste gedeelte van de pagina vult. Sylvia Weve had, wat mij betreft, voor dit boek minstens een zilveren penseel moeten krijgen.

Tot slot een gedeelte uit het gedicht ooievaar, om even te proeven van die heerlijke woorden van Bette Westera:

´De mensen weten altijd alles beter,
Een baby komt niet uit de boerenkool
en ook niet zomaar ergens uit de ether.
Ze zien mij nog alleen maar als symbool
voor op geboortekaartjes, net als muisjes met beschuit.
De ooievaar bestaat, maar het geloof in hem sterft uit.

Ik overweeg mij om te laten scholen,
tot postbesteller bij de TNT,
ver hier vandaan, op Walcheren of Tholen.
Heel landelijk en lekker dicht bij zee.
Als niemand wil geloven in de zin van je bestaan,
dan heb je toch als ooievaar geen poot om op te staan…´

Ik leer je liedjes van verlangen, en aan je apenstaartje hangen
Bette Westera (tekst) en Sylvia Weve (ill)
 
Gottmer, 2010     € 19,95
 
 

Armandus de Zoveelste- Dimitri Lene

Geplaatst 22 sep. 2011 03:47 door susan *   [ 22 sep. 2011 03:48 bijgewerkt ]

Armandus de Zoveelste van Dimitri Lene is het enige bekroonde Penseelboek dat daadwerkelijk een kinderboek is met illustraties. De bekroonde illustraties zijn van Vanessa Verstappen.

Het sprookjesachtige verhaal gaat over koning Armandus en zijn gezin. De vrouw van de koning, de koningin, ligt als een schone slaapster in bed en niemand krijgt haar wakker, ze is stervende. Hun zoon, prins Eduardus de Zoveelste, heeft niet veel op met zijn koninklijke plichten en hij is verliefd op een kamermeisje. Zijn zus, prinses Bellatrix de Zoveelste, is ambitieus, zij zou graag koningin willen worden, maar komt niet in aanmerking voor de post.
Op zoek naar een geneesmiddel voor de koningin moeten Armandus en zijn kinderen een queeste maken.
Het verhaal wordt in bloemrijke taal verteld, met veel uitweidingen en woordgrapjes. Bijvoorbeeld als Puur Toeval aan het woord is: ´Dat kan niet, betekent eigenlijk: dat geloof ik niet. Dat geloof ik niet betekent eigenlijk: ik kan daar met mijn verstand niet bij. Dat kan niet, betekent dus eigenlijk: sorry, hier is geen plaats voor in mijn hoofd. Maak dan plaats! Zie het! Geloof het! Alles kan! Want ik ben er toch: Puur Toeval. Het is ook puur toeval dat ik er ben. Ik had evengoed iemand anders kunnen zijn. Als je zou mogen kiezen om iemand anders te zijn, wie wil je dan zijn? Mij natuurlijk, dat begrijp ik´

De Antwerpse Vanessa Verstappen debuteert als illustratrice met dit boek. Zij maakte bij het verhaal 60 klassieke houtsneden uit lindehout, dat is ambachtelijk werk. Verstappen houdt van deze ´langzame weg´ van het idee naar het uiteindelijke beeld.
Voor de illustraties worden slechts twee kleuren gebruikt: rood en bruin. De houtsneden zijn meestal in één van deze kleuren op een witte achtergrond gezet, maar ook een rode achtergrond met een bruine afdruk is te zien.
De gebruikte beelden zijn rijk, vaak wordt in één beeld verschillende aspecten van het verhaal gepakt, of wordt de verbondenheid van personen weergeven. Zo worden de prins en zijn lief als één figuur afgebeeld en de prinses zien we letterlijk ´molenwieken´.
De illustraties sluiten goed aan op de tekst van het boek, het verband met de tekst is vaak op een bijzondere manier uitgewerkt, zo wordt bijvoorbeeld de zin ´Prinses Bellatrix was heel veel dingen´ geïllustreerd met een houtsnede waarop we vijf Bellatrixen in één figuur zien. De fantasierijke wijze van afbeelden past bij de sfeer van het boek waarin ook het taalgebruik vaak associatief is.

Armandus de Zoveelste
Dimitri Lene (tekst) en Vanessa Verstappen (ill)

Lannoo, 2010     € 19,95
 
 

Seizoenen - Blexbolex

Geplaatst 20 sep. 2011 02:28 door susan *   [ 20 sep. 2011 02:29 bijgewerkt ]

De Zilveren Penseel voor Seizoenen van Blexbolex is geen verrassende bekroning. Blexbolex, achter deze naam gaat de Franse illustrator Bernard Granger schuil, mag zich de maker van het ´mooiste boek ter wereld´ noemen, tenminste volgens een jury op de Leipziger Buchmesse in 2009, die zijn boek Allemaal mensen bekroonde.
In Seizoenen zien we zijn kenmerkende stijl terug. Blexbolex plaatst ook in dit boek twee illustraties naast elkaar die een onderling verband hebben. Soms is dat verband direct duidelijk, meestal is het een doordenkertje. Zo staat ´een teleurstelling´ tegenover ´genot´, ´hulst´ tegenover ´een mandarijn´ en ´vuurvliegjes´ tegenover ´een wens´.
Blexbolex´ stijl wordt gekenmerkt door grove silhouetten. De afbeeldingen worden vaak (mede) gevormd door uitsparingen waardoor de achtergrond onderdeel wordt van het afgebeelde. De meeste afbeeldingen hebben weinig details, uitzonderingen daargelaten.
Het meest opvallend is het kleurgebruik, Blexbolex werkt met een bescheiden kleurpalet dat gedomineerd wordt door pasteltinten.

Zoals de titel van het boek aangeeft draait het om de seizoenen. Het boek begint met vier illustraties die een impressie geven van de jaargetijden en dan volgen reeksen illustraties die de seizoenen volgen. Boven de illustraties staat altijd een titel, soms geeft die weer wat de lezer ziet ´een bloemknop´, ´een zwempartij´ en soms is het een gemoedsgesteldheid,´een teleurstelling´ of ´plezier´.

Het werk van Blexbolex is door zijn veelvuldig gebruik van associaties en bijzondere vormgeving verassend en origineel.

Seizoenen
Blexbolex
 
Clavis, 2010     € 19,95
 

Kleur alles - Joelle Jolivet

Geplaatst 19 sep. 2011 01:44 door susan *   [ 19 sep. 2011 01:45 bijgewerkt ]

De Penseeljury, onder voorzitterschap van Wim Pijbes (directeur van het Rijksmuseum) was zeer onder de indruk van het ingezonden buitenlandse werk. De Zilveren Penselen zijn derhalve toegekend aan twee Franse en een Belgische illustrator. Een van hen zal op 28 september een Gouden Penseel krijgen.
De komende dagen bespreek ik de bekroonde boeken.

Kleur alles van de Franse Joelle Jolivet is een opvallende bekroning. Het boek is namelijk een kleurboek. Jolivet illustreerde eerder meerdere kinderboeken, waaronder Het Beestenboek en Het Klerenboek.
Zij werkt met een linosnede-techniek en haar figuren zijn met ferme zwart/wit lijnen neergezet. Meestal kleurt Jolivet haar werk met frisse felle kleuren in, maar bij dit boek heeft ze dat dus niet gedaan, hier mag de lezer (of ´kleurder´) zelf aan het werk.

In het kleurboek zien we een echo van haar eerdere werk, er zijn een aantal platen met dieren en er kan kleding worden ingekleurd.
Het boek opent met een boom vol vogels die echt wel een kleurtje kunnen gebruiken, in de zwart/wit weergave is het bijna een zoekplaatje. Er zijn meer bladzijden waar een groep dieren is afgebeeld, vissen bijvoorbeeld of steppedieren.
Andere dieren vullen groots twee bladzijden in hun eentje, een Koraalduivel of een broedende vogel. Bij de vogel kan de vleugel worden omgeslagen en drie maal raden wat er dan te voorschijn komt.
Er zijn meer afbeeldingen met flapjes, in een bloementuin zijn vlinders verborgen, of er kan achter de ramen van een rij gevels worden gegluurd.

Kleur alles is niet zomaar een kleurboek, het werk van Jolivet met de stevige zwarte lijnen heeft een heel eigen stijl, en de illustraties nodigen uit om te gaan inkleuren.

Kleur alles
Joelle Jolivet

De Harmonie, 2010     € 9,90
 

Ik! Wíe is dat? - Marga van Zundert

Geplaatst 11 sep. 2011 06:22 door susan *   [ 11 sep. 2011 06:23 bijgewerkt ]

Dat je iemand bent lijkt zo logisch, tot je erover gaat nadenken, want wíe ben je nu eigenlijk, wat maakt jou nu juist jou? Deze vraag staat centraal in het boek Ik! Wíe is dat?
In samenwerking met professoren van de kinderuniversiteit van Tilburg worden antwoorden op deze vraag vanuit een veelheid aan wetenschappelijk disciplines besproken.
Zo wordt duidelijk dat een persoon meerdere ´ikken´ heeft, dat een´ik´ altijd deel uit maakt van een groep en dat die groep invloed heeft op de persoonlijkheid. Verder wordt ingegaan op de vraag in hoeverre de biologie een rol speelt in het bepalen wie je bent en komt de vraag aan de orde of de mens slechts een veredelde aap is en welke rol erfelijkheid speelt.
Andere vragen die besproken worden zijn: hoe zit het met godsdienst, is het waar dat mensen steeds onbeschofter worden en hoe het zit met je talenten, is talent aangeboren of kun je met veel oefenen en een grote inzet alles bereiken wat je maar wilt?

Het zijn interessante vragen die aan de orde komen en de professoren gaan er serieus op in. Deze professoren van de Tilburgse Kinderuniversiteit organiseren jaarlijks colleges voor kinderen vanaf tien jaar om ze op een speelse manier kennis te laten maken met wetenschap. Vanuit diverse wetenschappelijke disciplines zijn daar ook boeken uit voortgekomen, naast dit boek zijn er boeken over de werking van economie (Wat kost dat?), over emoties (Hoe voelt dat?) en over recht en rechtvaardigheid (Mag dat?).
De kinderuniversiteit staat open voor alle kinderen uit groep 6, 7 en 8; de kinderen hoeven niet speciaal heel slim te zijn.

Het is een sympathieke gedachte om wetenschap voor iedereen toegankelijk te maken en de professoren doen hun best deze complexe materie behapbaar te maken voor kinderen. Daar slagen ze, in dit boek, niet altijd in. De teksten hebben een hoge informatiedichtheid. Veelal wordt een begrip eenmalig kort uitgelegd en vervolgens in de verdere tekst bekend verondersteld en dan gaat het vaak om complexe begrippen zoals identiteit, of verzuiling.
Het komt ook regelmatig voor dat een begrip helemaal niet wordt uitgelegd en de context waarbinnen dat begrip gebruikt wordt geen hulp biedt, hoeveel tienjarige kennen begrippen als virtueel, concurrentie, religie, individu of weten wat de voormalige koloniën zijn.
Omdat de tekst door verschillende personen geschreven is, is de moeilijkheidsgraad van de teksten wisselend. Soms is de opbouw van de tekst niet makkelijk door het veelvuldig gebruik van samengestelde zinnen. Een enkele professor heeft een ondersteund schema bij de tekst opgenomen.

De illustraties van Helen van Vliet zijn kleurig en ze heeft een zwierige realistische stijl. Haar illustraties sluiten aan bij de tekst, maar zijn nauwelijks ingezet om de tekst te verduidelijken.

Ik! Wíe is dat? is een zeer informatief boek, maar niet ieder kind zal met de hoge informatiedichtheid van de tekst uit de voeten kunnen.

Het boek heeft in 2011 een zilveren griffel gekregen.

Ik! Wíe is dat?
Marga van Zundert (red.) i.s.m. Kinderuniversiteit Tilburg
 
Zwijsen, 2010     € 14,95
 

Hoera voor Superguppie! - Edward van de Vendel

Geplaatst 31 aug. 2011 03:01 door susan *   [ 31 aug. 2011 03:03 bijgewerkt ]

Alwéér een zilveren griffel voor Edward van de Vendels Superguppie, dat deed bij mij een wenkbrauwtje fronzen, wordt dat niet wat afgezaagd? Nee dus, Hoera voor Superguppie is een prachtige dichtbundel die zeker griffelwaardig is.

De Superguppiegedichten van Edward van de Vendel hebben hun eigen unieke toon en inhoud, het roept geen enkel verlangen op om zijn werk met andere dichters voor kinderen te vergelijken, het staat als een huis in zijn eigen kracht.
Superguppie is onlosmakelijk verbonden met illustratrice Fleur van der Weel die de lezer in haar grafische illustraties laat zien dat Superguppie een dier is dat veel op een hond lijkt.

Van der Vendel weet in zijn gedichtjes goed de aansluiting naar kinderen te vinden, op een originele manier dicht hij over typische kindervragen en gevoelens. Bijvoorbeeld slapen in een vreemd bed als je gaat logeren: ´Logeren is moeilijker /dan ik had verwacht./ Je moet overal aan wennen,/ vooral in de nacht. / Want ik lig hier/ in een oud bed,/ en ik moet dus/ in een goed bed, / een zoet bed,/ een/ zzzzzzz.
Zijn gedichten zijn ook een heerlijk taalspel, origineel en toch goed te volgen voor het jonge lezerspubliek. Zo krijgt Superguppie altijd schoenen ´die pesten´, of is dit wellicht de schuld van zijn voeten? ´Ze moeten die schoenen/ een schop verkopen!/ Maar wat doen ze?/ Zichzelf erin laten lopen.´
Naast de herkenbaarheid en het fraaie spelen met taal laat Van de Vendel zijn jonge lezers door de ogen van Superguppie op een andere manier naar dagelijkse voorwerpen kijken, naar uitgedroogde sinaasappels bijvoorbeeld: ´Arme ouwe sinaasappeltjes./ Ze waren zo fris/ en zo rond/ en zo groot./ Nu zijn ze zo hard/ en zo bruin en zo dood./  en vervolgens gaat hij nog een stap verder naar een complexere beeldspraak: ´vruchtenmummies/ zijn het./ Tot in de eeuwigheid./ Op een arme ouwe fruitschaal./ Museum van tijd.
Een van de toppers uit deze bundel vind ik het gedicht Tanden, wat een rake woorden gebruikt Van de Vendel daar om de wiebeltand te beschrijven: ´Eerst wat gebungel,/ en dan wat geklungel/
Met je tong, net eronder./ En dan trekken en wrikken en dan/ zit je zonder.´


Hoera voor Superguppie is een mooi feestje waarvoor Edward van de Vendel een verdiende griffel in zijn prijzenkast mag toevoegen. Ik ben benieuwd welke kleur die griffel krijgt.

Hoera voor Superguppie!
Edward van de Vendel (tekst) en Fleur van der Weel (ill)
 
Querido, 2010     €12,95

Vliegen tot de hemel - Michael De Cock

Geplaatst 20 aug. 2011 04:06 door susan *

Michael de Cock krijgt dit jaar een zilveren griffel voor Vliegen tot de hemel uit de serie Kleine Klassiekers. Het is een hervertelling van verhalen uit de Griekse mythologie. Al eerder bracht De Cock in deze serie De lange weg naar huis uit, over de reizen van Odysseus en in maart van dit jaar waagde hij zich aan een bewerking van verhalen van Ovidius.

Vliegen tot in de hemel heeft als thema de relatie tussen vader en zoon. In twee verhalen, die draaien om de Minotaurus op Kreta, wordt dit uitgewerkt.
In het eerste verhaal komt Icarus met zijn vader Daedalus, een gevierde architect, aan op Kreta waar ze van de koning opdracht krijgen een gevangenis voor de mensenetende Minotaurus te bouwen. De Minotaurus, half mens en half stier, wordt opgesloten in een doolhof.
De koning van Kreta, Minos, is tevreden, maar Daedalus en zijn zoon mogen het eiland niet meer verlaten, omdat zij bekend zijn met de weg door het doolhof. Daedalus weet een oplossing: van was en veren maakt hij vleugels en zo zullen vader en zoon vliegend het eiland verlaten. Icarus slaat echter het advies van zijn vader om niet te dicht bij de zon te vliegen in de wind. De was op zijn vleugels smelt en hij stort in zee.

Ook aan het einde van het tweede verhaal stort er iemand in zee en dit keer is het de vader, koning Aegeus van Athene. Zijn zoon, Theseus, wil niet accepteren dat er jaarlijks Atheense jonge mensen aan de Minotaurus worden geofferd. Hij wil het monster verslaan. Theseus zeilt uit naar Kreta en belooft zijn vader met witte zeilen op zijn schip terug te keren als hij heeft overwonnen.
Theseus weet met hulp van Ariadne, de dochter van koning Minos, de Minotaurus te doden. Als dank voor haar hulp heeft Theseus belooft Ariadne te trouwen en haar mee te nemen naar Athene. Hij komt zijn belofte niet na, hij laat zijn bruid achter op het eiland Naxos.
De belofte aan zijn vader om witte zeilen te voeren bij een succesvolle tocht komt hij ook niet na, het heeft de dood van zijn vader tot gevolg.
Over de Minotaurus, Daedelus, Minos, Theseus en Ariadne is nog heel veel meer te vertellen, maar dat wordt hier grotendeels achterwege gelaten. Michael de Cock heeft een mooie strakke navertelling gemaakt rond een origineel thema.
In het eerste verhaal kijkt de lezer mee met Icarus. Hij is trots op zijn vader die het monster weet op te sluiten, maar de bewondering voor zijn vader weerhoudt hem niet zijn fatale fout te maken. De Cock weet dat overtuigend op te schrijven: ´Waarom zou hij alleen maar in het midden mogen vliegen, braaf en gehoorzaam in het spoor van zijn vader? (…)En wat is er aan het leven als je alleen maar mag doen wat je vader vertelt´.
Koning Aegeus kent de natuurwet over vaders en zonen: ´soms zeggen vaders wat ze van zonen verlangen, maar doen de zonen toch gewoon hun zin´. Ook deze vader en zoon moeten hiervoor een hoge prijs betalen: op het moment dat Theseus beseft dat hij de zeilen op het schip had moeten wisselen valt koning Aegeus als een steen van de rotsen ´zo luid schreeuwde hij dat zelfs Theseus, die op het dek van het schip stond, het kon horen.´

Het boek is geïllustreerd door Gerda Dendooven met grafische illustraties in rood, blauw en zwart.
Bij het boek zit een cd waarop de tekst als hoorspel wordt uitgevoerd. Met Vlaamse tongval wordt het verhaal vertelt, met bijpassende geluiden en met prachtige muziek, uitgevoerd door het Brussels Jazz Orchestra. Kijk hier om een indruk te krijgen.

Vliegen tot de hemel
Michael de Cock (tekst) en Gerda Dendooven (ill)
 
Davidsfonds/infodok, 2010     €19,95

Dissus

Geplaatst 28 jul. 2011 02:44 door susan *   [ 28 jul. 2011 02:45 bijgewerkt ]

In 2009 debuteerde Simon van der Geest als kinderboekenschrijver met Geel gras, dat goed werd ontvangen. Het boek wordt momenteel verfilmd.
In zijn tweede boek, Dissus, slaat Van der Geest een andere weg in. Hier is geen sprake van proza, maar eerder van poëzie. Zijn tekst oogt als een gedicht en kan het best omschreven worden als ´vrij vers´. De tekst is ritmisch, maar rijmt slecht hier en daar. Deze vorm past uitstekend bij de inhoud, want Dissus is een eigentijdse navertelling van de reis van Odysseus.

Niet de volwassen slimme krijgsman Odysseus is de hoofdpersoon, maar de onzekere sprieterige puber Dissus. Odysseus vocht zijn Trojaanse oorlog en ook Dissus moet zijn oorlog voeren, in het zwembad. Dissus vlucht naar de wc en zittend met zijn plakzwembroek op de enkels droomt hij van het heldendom.
In het tweede deel van het verhaal beleeft de lezer deze droom mee. Dissus en zijn vrienden verdwalen in een storm en aarzelend geeft de groep de leiding van de reis in handen van Dissus. Het wordt een gevaarlijke tocht waarbij Dissus en zijn vrienden oog in oog komen te staan met mythische vijanden. Met list en de moed der wanhoop gaat Dissus onder andere de strijd aan met een hedendaagse cycloop, met Skylla 2000 de nietsontziende kraanmachine, met Kirke die de jongens verleidt met cola, met de verleidelijke Sirenen en met de koeien van boer Zonnema.
Niet alle jongens overleven de reis, maar uiteindelijk komen ze thuis. Het verhaal is dan nog niet afgelopen, want Dissus wacht geen warm onthaal, zijn plaats is ingenomen door een reusachtige en kwaadaardige hond.

Van der Geest kan in een paar woorden veel vertellen: Dissus´ vijanden in het zwembad zijn ´De jongens met de kettinkjes/en een paar/met okselhaar´, de strijd die dat oplevert heeft maar zeven korte regels nodig om de lezer de volle gruwelijkheid daarvan duidelijk te maken: Tekkelen, glijen, bommetje vlakbij en randje douwen,/ onderhouwen, proesten, schoppen, blauwe plekken,/schuilen bij het bubbelbad, onze gele mat gejat/Badmeesters keken wel maar zeiden niets/ Job een bloedneus/Bram zijn knieën lagen open, en ik, ik was zowat verzopen.´
Knap en vermakelijk laat Van der Geest herhaaldelijk zien dat hier geen Griekse helden op reis zijn, maar jongens in de puberteit. Als er niemand meer om een scheet kan lachen is het duidelijk dat de problemen écht groot zijn. Ontroerend is de wijze waarop de overlevenden aan het einde van de reis afscheid nemen van elkaar: ´Een hand geef je opa/ ´Tot ziens´ is zo stijf/ Omhelzen is klef, en armengeknoei/ Wat blijft er dan over? /weet ik het/ doei´

De illustraties van Jan Jutte maken het geheel compleet. De illustraties zijn zwart/wit en hebben als steunkleur verschillende tinten bruin. Dit roept associaties op met de klassieke Griekse vazen.
Jutte tekent het reisgezelschap als eigentijdse jongens en plaatst deze in een omgeving vol verwijzingen naar het oude Griekenland. Er worden mythologische personages afgebeeld, zoals een Sirene en Kirke, maar ook eigentijdse tegenhangers zoals boer Eenoog en de Skylla 2000.
Iedere bladzijde is rijk geïllustreerd en laat, soms met een knipoog, zien wat Dissus en zijn vrienden moeten doorstaan.

Alles aan dit boek klopt, de tekst is origineel, gelaagd, grappig en ontroerend, de illustraties sluiten uitstekend aan bij de sfeer van het boek en behoren tot het beste werk van Jan Jutte.
Een terechte winnaar van een zilveren griffel.

Dissus
Simon van der Geest (tekst) en Jan Jutte (ill)
 
Querido, 2010     € 13,95
 
 

Hoe oma almaar kleiner werd

Geplaatst 14 jul. 2011 04:02 door susan *   [ 14 jul. 2011 04:03 bijgewerkt ]

Hoe oma almaar kleiner werd
gaat over oma Roos. ´Vroeger was oma groot´, maar ´hoe ouder ze werd, hoe kleiner ze werd. Het lijkt misschien eigenaardig, maar krimpen is voor oma´s heel normaal´.
De vertelster, we zien op het plaatje dat het een meisje is, vertelt over het leven van haar oma Roos. Ze vertelt hoe oma verliefd werd op opa, een matroos, en hoe ze samen gelukkig waren in het huis bij de rivier. Maar het huis wordt stil als opa dood gaat en oma wil daar niet langer wonen. Ze verhuist naar een kamer boven een bloemenwinkel. Oma mist opa heel erg, ´een beetje alsof iemand met een klein mesje gaatjes in je hart prikt´.
Oma gaat steeds meer vergeten, ze raakt zelfs de weg naar huis kwijt ´alles ziet er zo hetzelfde uit´.
Het meisje ziet oma maar kleiner en kleiner worden ´Ik ben net een kaars´ zegt oma, ´Ik word alsmaar kleiner, tot ik er op een dag niet meer zal zijn.´
Maar voor het zover is geeft oma nog een feest voor iedereen die ze nog ´een aller-, allerlaatste keer wil zien´, het wordt een vrolijk feest.
Op een zomerdag sterft oma, maar eerst vertelt ze aan het meisje dat ze niet echt weg gaat:´net zoals opa altijd bij mij is, zo zal ik ook altijd bij jou zijn (…) Weet je niet waarom oude mensen alsmaar kleiner en kleiner worden?´ Het meisje weet het antwoord: ´om altijd bij mij te kunnen zijn. Om voorgoed te komen wonen in een van de kamers van mijn hart´.

De Vlaamse Michael De Cock debuteerde als schrijver met dit boek dat dit jaar een zilveren griffel krijgt. Eerder besprak ik op kinderboekenpraatjes zijn tweede boek Rosie en Moussa.
De Cock kan mooi vertellen en zijn boek begint dan ook met een stevige eerste zin: ´Mijn oma was stokoud, piepklein, en soms ook verschrikkelijk verward´, maar dan neemt het verhaal een wonderlijke wending: ´Als ik de vingers van mijn hand uitstrekte, dan kon ik haar tussen mijn duim en wijsvinger houden. Zo klein was ze. Geloof je me niet? Toch was het zo
De poëtische beeldspraak van De Cock kan treffend en mooi zijn, maar ook de plank goed mis slaan. Het krimpen van oma tot ze in het hart past is een gezocht beeld en het wordt te ver doorgevoerd. Het beoogde lezerspubliek is immers nog maar een beginner in het begrijpen van beeldspraak, ze verlaten net de fantasiefase waarin alles mogelijk is en lezen dan dat oma´s letterlijk kunnen krimpen. Hoe moeten ze dit begrijpen? Het is ook een rare beeldspraak dat geliefden eerst moeten krimpen om in je hart te passen, je zal maar net je geliefde labrador moeten begraven, past die dan niet in je hart?

De kleurige illustraties van Kristien Aertssen laten het nog eens duidelijk zien, naarmate oma ouder wordt krimpt ze letterlijk: de stoelen worden te groot, oma moet op een stoel gaan staan om even groot te zijn als andere volwassenen en op het laatst ligt ze in een piepklein bedje in een kastje, een letterlijke verbeelding van de tekst ´mijn piepkleine oma lag in haar piepkleine bed´.
Aertssen kiest er vaker voor de tekst letterlijk uit te beelden: de koffer vol verdriet die oma meeneemt uit haar oude huis is een grote koffer met tranen erop en ook het hart met de gaatjes waaruit tranen lopen is te zien. Het zichtbaar maken van de beeldspraak heeft een vervreemdende werking, het doet afbreuk aan de tekst.

Hoe oma almaar kleiner werd is een onevenwichtig en gezocht verhaal over de levensloop van een oma. Er wordt weinig rekening gehouden met het beoogde lezerspubliek van zes plussers die geconfronteerd worden met een verwarrend en niet altijd geslaagd gebruik van beeldspraak.
 
Hoe oma almaar kleiner werd
Michael De Cock (tekst) en Kristien Aertssen (ill)
 
Querido, 2010     € 14,95
 
 

1-10 of 15