Lijst Griffels en Penselen 2014

Het hondje dat Nino niet had - Edward van de Vendel

Geplaatst 18 sep. 2014 02:24 door susan *   [ 18 sep. 2014 02:24 bijgewerkt ]


Het hondje dat Nino niet had
 koppelt de ervaren schrijver Edward van de Vendel aan debuterend illustrator Anton van Hertbruggen. Samen vertellen ze het verhaal van Nino, een jongen met een levendige fantasie. 
In een woeste bosomgeving fantaseert Nino dat hij een hondje heeft´een hondje dat hij niet had´. De lezer kan (net als Nino) het hondje zien, tenminste als hij goed kijkt. Nino en´zijn hondje dat hij niet had´ beleven van alles: ze besluipen een kat, ze rennen door het bos en ze bezoeken oudoma. Het gefantaseerde hondje durft zelfs bij oudoma op schoot. Natuurlijk begrijpt het hondje dat Nino zijn vader mist:´het hondje dat Nino niet had, hield van tranen. Hij vond ze lekker. Dropwater´.
Het is Nino´s ouders opgevallen dat hij veel plezier heeft met zijn gefantaseerde hondje. Als hij jarig is krijgt hij daarom een echt hondje. Het nieuwe hondje is een heel ander hondje:´Het hondje dat Nino nu heeft, weet niet wie papa is. Dat kan ook niet, want papa is ver weg. (...) Het hondje heeft misschien niet zoveel verstand van papa en de telefoon. En het houdt misschien ook niet van zout water.` 
Nino is duidelijk van slag, het hondje dat hij wel heeft is heel anders dan zijn fantasiehondje. Maar gelukkig is zijn fantasie vindingrijk, Nino ontdekt dat hij ook aan andere dieren kan denken, bijvoorbeeld aan ´een hertje dat hij niet heeft´, of een zebra, of een´gedachtengiraf´. Hij kan zelfs nog wat onbestaande hondjes aan zijn wereld toevoegen. 

Het hondje dat Nino niet had is een poëtisch prentenboek, een ode aan de fantasie. De mooie tekst is de ruggengraat van het boek, maar de illustraties spelen de hoofdrol. In een eigen stijl zet Van Hertbruggen een bijzonder landschap neer, een landschap dat doet denken aan het Scandinavische platteland: dennenbomen, berkenbomen, grote stenen, lege meren en hier en daar een houten huis. Het kleurgebruik is uniek, in een palet van groen, bruin, geel en beige wordt een sfeer opgeroepen die de woeste schoonheid van de natuur prachtig neerzet. De illustraties laten het hondje dat er eigenlijk niet is toch zien, maar het valt niet direct op. Later in het verhaal verschijnen er meer fantasiedieren en dan zien we zelfs het hondje dat Nino nu heeft kennis maken met het hondje dat hij niet had. 
Het talent van Van Hertbruggen is niet onopgemerkt gebleven. In België kreeg hij voor zijn illustraties De Boekenpauw en in Nederland een Zilveren Palet. De Paletjury zegt over Van Hertbruggen in het juryrapport:´Hij illustreerde het verhaal met een zeer oorspronkelijk, eigen handschrift – van aardse, maar warme kleuren, compositorisch gewaagde maar buitengewoon geslaagde voorstellingen, waarbij de illustrator het grote formaat van het boek ten volle benut.´ 

Het hondje dat Nino niet had 
Edward van de Vendel (tekst) en Anton van Hertbruggen (ill) 

De Eenhoorn, 2013     € 16,50

Deze hoed is niet van mij - Jon Klassen

Geplaatst 8 sep. 2014 06:03 door susan *   [ 10 sep. 2014 04:18 bijgewerkt ]


De Canadees Jon Klassen loopt de kans na twee succesvolle prentenboeken over dieren die op zoek gaan naar hun verdwenen hoed als ´the hat-man´ door het leven te gaan. Zelf refereert hij liever naar zijn prentenboeken als´the bear-book´ en
´the fish-book´. Deze hoed is niet van mij is dan´the fish-book´; een boek dat inmiddels veel mooie prijzen kreeg waaronder de prestigieuze Kate Greenaway Medal in Engeland. Ook in Nederland viel het boek in de prijzen, het kreeg een Zilveren Palet, de prijs voor het best geïllustreerde niet oorspronkelijk Nederlandse boek. 

Het prachtig uitgegeven boek op oblongformaat vertelt het verhaal over de diefstal van een hoed. Een kleine vis is de verteller en richt zich op de eerste bladzijde direct tot de lezer:´Deze hoed is niet van mij. Ik heb hem gestolen´. Het visje zwemt in het zwarte water waar slechts enkele waterplanten te zien zijn. De kleine vis vertelt verder:´Ik heb hem gestolen van een grote vis. Die vis sliep toen ik het deed. En ik denk niet dat hij gauw wakker wordt. En zelfs als hij wakker wordt, heeft hij vast niet in de gaten dat zijn hoed weg is.´ Op de illustraties zien we inmiddels die grote vis, hij is zo groot dat hij twee pagina´s vult. De vis wordt wel degelijk wakker en hij merkt ook direct dat zijn hoed weg is. Duidelijk geïrriteerd gaat hij gaat achter de dader aan. 
Het kleine visje zwemt ondertussen naar´een plek waar héél veel héél grote planten héél dicht op elkaar groeien.´ Alleen een krab ziet het visje langs zwemmen, maar het visje vertrouwd erop dat de krab niets zal zeggen. Dat doet de krab echter wel. 
Het kleine visje praat ondertussen zijn daad goed:´Ik weet dat deze hoed niet van mij is. Maar ik houd hem toch. Hij was trouwens toch te klein voor hem. Mij past hij precies.´Dan zwemt het visje een woest woud van waterplanten binnen, op korte afstand gevolgd door de grote vis. De lezer kan niet zien wat zich afspeelt tussen de waterplanten maar alleen de grote vis komt weer te voorschijn mét het hoedje op zijn hoofd. De vertelstem zwijgt. 

Klassens ervaring met het maken van tekenfilms (hij werkte onder andere mee aan de animatiefilmKung Fu Panda) is duidelijk zichtbaar. Met bescheiden middelen, bijvoorbeeld de stand van de ogen of de bubbels in het water, weet Klassen de intenties en emoties van de vissen uit te drukken.
Het samenspel tussen tekst en beeld is fenomenaal. De gebeurtenissen worden alleen in beeld verteld, de monoloog van de kleine dief voegt de spanning, de humor en de tragiek aan het verhaal toe. Want tragisch is het wel dat de verteller die zijn daad zo standvastig heeft gebagatelliseerd er niet mee weg komt. De lezer kan echter de noodlottige afloop ook bagatelliseren en denken dat de kleine vis nog ergens tussen de waterplanten zit bij te komen van de schrik. Maar Klassen zelf is duidelijk over het lot van het visje: hij is opgegeten. 
De rol van de krab geeft goede aanknopingspunten voor een gesprek. Is hij nu altijd van plan geweest de verblijfplaats van het visje prijs te geven, of was hij eigenlijk van plan om niets te zeggen? Volgens Klassen (die de krab als zijn meest favoriete figuur in het boek omschrijft) is het dier echt van plan om te zwijgen, maar uiteindelijk durft hij niet standvastig te zijn. Dat het lot van de kleine vis hem niet onverschillig laat is te zien aan zijn gezichtsuitdrukking als de grote vis met het hoedje op de waterplanten verlaat. 

De Paletjury schrijft in het juryrapport dat Klassens boek weleens een klassieker zou kunnen worden: ´Het is in elk geval een prentenboek om hartstochtelijk van te houden: een hilarisch en dankbaar voorleesboek en een waanzinnige artistiek prestatie ineen.´ 

Deze hoed is niet van mij 
Jon Klassen 
(vertaald door J.H.Gever)

Gottmer, 2013     €13,95

Coco of het kleine zwarte jurkje - Annemarie van Haeringen

Geplaatst 4 sep. 2014 03:21 door susan *   [ 4 sep. 2014 03:21 bijgewerkt ]


Coco of het kleine zwarte jurkje
 is het elfde deel uit de serie kinderkunstboeken die uitgeverij Leopold in samenwerking met het Gemeente Museum Den Haag heeft uitgebracht. De aanleiding was een tentoonstelling over het werk van modeontwerpster Coco Chanel. Meervoudig Penseelwinnares Annemarie van Haeringen ging met het thema aan de slag en maakte een prachtig prentenboek. De Penseeljury beloonde dat (alweer) met een Zilveren Penseel. 
Van Haeringen vertelt en tekent Coco´s levensverhaal. Coco groeit op in een kindertehuis waar ze hard moet werken en onder steng toezicht van de nonnen leert naaien, borduren en verstellen als de beste. Als Coco het weeshuis kan verlaten besluit ze om rijk en beroemd te worden, ze wil nooit meer arm zijn. Ze gaat dansen en zingen in een nachtclub en trekt in bij een steenrijke vriend; ´Vind je het fijn als ik je kom vermaken?´ In haar nieuwe omgeving observeert Coco de rijke dames in hun protserige kleding en nauwe korsetten. Ze komt tot de conclusie dat het een stuk praktischer kan. Ze ontwerpt en maakt een paardrijbroek, ze maakt smaakvolle eenvoudige hoedjes en later jurken die prettig zitten en waarin je kunt dansen en fietsen. Haar ontwerpen worden een groot succes. Steeds meer deftige dames gooien hun korset aan de kant en laten hun kleding maken door Coco Chanel. 

Het is de vraag of het doorsnee prentenboekpubliek, kinderen tussen vier en zeven jaar, erg geïnteresseerd zullen zijn in het leven en werk van Coco Chanel. Het is in ieder geval een prachtig boek geworden voor liefhebbers van mooie illustraties. De eenzame jeugd gevuld met veel en hard werken wordt goed zichtbaar in de eindeloze gang die gedweild moet worden en de reusachtige non die toezicht houdt op het naaiwerk. Als Coco het weeshuis eindelijk achter zich kan laten en inmiddels een charmante jongedame is geworden moet ze alleen haar weg vinden. Van Haeringen laat een dappere Coco in haar eentje een enorme bordestrap beklimmen op weg naar een nieuw leven. Vanuit een hoekje (letterlijk) bekijkt Coco haar nieuwe wereld. Ze ziet rijke dames in overweldigende toiletten met enorme hoeden en ingesnoerde tailles; de groene achtergrond benadrukt de uitbundigheid. Kostelijk zijn de afbeeldingen van de dames en hun korset, zowel het pijnlijke insnoeren als de heerlijke tekening waarin een vrouw zich bevrijdt van het gehate kledingstuk. 
Van Haeringen verwerkt in haar illustraties het kenmerkende modebeeld dat Coco Chanel beroemd maakte: de mantelpakjes, de elegante lange broek en natuurlijk het kleine zwarte jurkje´dat laat zien hoe mooi de vrouw is´. Chanels beroemde parfum staat op de kaft. 

De zwierige luchtige stijl en het uitgekiende kleurenpalet overtuigde de Penseeljury. Zij schreven in het juryrapport:´Annemarie van Haeringen heeft zich in haar carrière telkens verder ontwikkeld, tot één van de beste illustratrices die Nederland op dit moment kent – en Coco of het kleine zwarte jurkje heeft een kracht die maar weinig prentenboeken hebben. De jury zegt chapeau, voor dit meesterwerk.´ 

Coco of het kleine zwarte jurkje 
Annemarie van Haeringen 

Leopold i.s.m. Het Gemeentemuseum Den Haag, 2013     € 14,99

Kleine stemmen - Gil vander Heyden

Geplaatst 28 aug. 2014 06:29 door susan *   [ 28 aug. 2014 06:29 bijgewerkt ]


Kleine stemmen
 is een bescheiden boek, het is niet erg dik en het heeft een eenvoudige illustratie op de kaft. Toch viel het de griffeljury op, zij gaven deze dichtbundel van de Vlaamse Gil vander Heyden een Zilveren Griffel. De schrijfster, geboren in 1937, schreef een uitgebreid oeuvre kinderboeken voor diverse leeftijden. Kleine stemmen is haar zevende dichtbundel. 

In het boek zijn drieëndertig korte gedichten opgenomen. De gedichten zijn ingedeeld in vier hoofdstukken die als titel enkele woorden uit een gedicht meekregen: Het warmste huisEen lapje luchtAdemloos kijk ik toe en Je zult het nooit vertellen
Het thema van de gedichten uit het eerste hoofdstuk laat zich moeilijk vangen. De gedichten gaan onder anderen over verlangen naar een warme veilige plek, over angst en over verdriet:´Zoals een blikje/ dat buiten blijft staan/ zich langzaam vult/ met regen,/ zo vullen zich mijn ogen.// Als een slak in haar huisje/rol ik me op/met alles dicht,/gesloten en toe.´
In het hoofdstuk Een lapje lucht staat de liefde centraal, zoals in het gedicht Klavertjevier:´Vanochtend bij de post/ in een blauwe enveloppe:/ een wit servetje. Voor mij. Van jou.// 
Erin,/ platgestreken,/ een glanzend groen/ klavertje vier.// Ik was meteen gelukkig/en ben het nog altijd./´ 
In het hoofdstuk Ademloos kijk ik toe verwoordt vander Heyden gevoelens over diverse mensen, over opa´s en oma´s, over een eenzame buurman of over en Tonia:´Tonia woont nu bij haar oma./ Tot haar mama terugkomt./ Als haar mama terugkomt. /Tot dan.//Oma´s stem is dunner/ dan die van mama./ ´s Avonds leest ze een boek/en moet de televisie uit.// Het is goed bij oma, zegt Tonia.// Maar waar blijft mama?// 
Je zult het nooit vertellen is de titel van het laatste hoofdstuk. Het is een zin uit het gedicht Poes, want poezen vertellen immers nooit wat ze´s nachts uitspoken. In dit hoofdstuk staan meer gedichten met dieren in de hoofdrol, samen met gedichten over hitte, wind, herfst en de nacht. Ook het titelgedicht is hier te vinden:´Sneeuw is regen/die het koud heeft,/ druppels/ met een jasje aan.// Is miljoenen/witte zoenen.// Is kleine stemmen/ achter de ruiten:/Kom. Kom mee/ naar buiten.// 

Kleine stemmen staat vol met tere gedichtjes over grote en kleine gevoelens. Ieder woord is overdacht en goed geplaatst. Niet altijd laat zich precies vangen waar het gedicht over gaat, maar dat stoort niet. Alles wat niet wordt uitgesproken kan de lezer immers zelf inkleuren. 
Er worden geen moeilijke woorden in de gedichten gebruikt en de beelden die Vander Heyden oproept zijn herkenbaar voor kinderen. Haar poëzie verrast door de onderwerpkeuze, de opbouw en het woordgebruik. De griffeljury verwoordt dit zo:´Kleine stemmen, grootse gedichten´. 

Kleine stemmen 
Gil vander Heyden (tekst) en André Solie (ill)
 

Clavis, 2013     € 14,95

Garmanns straat - Stian Hole

Geplaatst 20 aug. 2014 06:35 door susan *   [ 20 aug. 2014 06:35 bijgewerkt ]


Een Zilveren Griffel voor Garmanns straat van de Noorse schrijver en illustrator Stian Hole verraste menigeen tijdens de Griffeluitreiking. De prentenboeken over de zevenjarige Garmann zijn in Nederland niet erg bekend. Garmanns zomer, het eerste prentenboek van de serie, werd in 2011 vertaald. Dit boek heeft in het buitenland prestigieuze prijzen gewonnen, waaronder de Bologna Ragazzi Award en de Deutsche Jugendliteraturpreis, maar werd in Nederland nauwelijks opgemerkt. 

Garmanns dag begint niet goed als hij een zwarte kat de weg ziet oversteken:´Zeven jaar ongeluk, denkt hij terwijl Roy uit groep zes voorbijfietst. (...) Roy is de koning, de generaal, het parlement, God, de topscoorder van het voetbalteam en in alles het best.´ Hij laat de tweelingzusjes blozen en iedereen luistert naar hem´zelfs als hij liegt´. 
Roy beweert dat de Postzegelman, die ook in de straat woont, een griezel is die babypoesjes verdrinkt in de baai. Garmann wil graag in de tuin van de Postzegelman omdat daar de ontbrekende planten voor zijn herbarium groeien. Maar deze tuin ingaan´is bijna hetzelfde als een donker bos in gaan, of in je eentje naar de kelder gaan.´ Als hij zich toch de tuin in waagt hoort hij een zachte stem achter zijn rug. Het is Roy. De ontmoeting leidt tot een dramatische gebeurtenis: brand. In tegenstelling tot Roy zet Garmann alles op alles om uitbreiding van de brand te voorkomen. Deze gebeurtenis vormt het begin van de vriendschap tussen Garmann en de Postzegelman. 

Garmanns straat is een prentenboek voor oudere kinderen. Voor hen zal het gegeven van´de grote pestkop´ en een´enge´ meneer of mevrouw uit de buurt vaak vertrouwd zijn. Het poëtisch taalgebruik van Hole sluit op deze leeftijdsgroep aan. De tekst is associatief, de ene opmerking leidt naar een andere en vaak kan er meer in gelezen worden dan de woorden feitelijk zeggen. Bijvoorbeeld in deze dialoog tussen Garmann en de Postzegelman:´Het is 440 stappen naar school, 231 dagen tot de zomervakantie, 366 dagen in een schrikkeljaar en ik blijf altijd over als de klas voetbalteams kiest in de pauze. (...) “Er zijn altijd sommen die niet kloppen,” zegt de Postzegelman en hij veegt de druppel weg met de rug van zijn hand.´ 
De liefde voor cijfers die Garmann en de Postzegelman delen geeft de lezer ook stof tot nadenken: zou de wereld echt uit balans raken als ze in China een grote dam bouwen en wat bedoelt de Postzegelman als hij zegt dat van de 200.000 mensen die je in je leven zult ontmoeten hij ze nu wel zo´n beetje allemaal heeft ontmoet? 
De twee verhaallijnen ( het pesten van Roy en de vriendschap tussen Garmann en de Postzegelman) staan los van elkaar. Na de brand verdwijnt Roy uit beeld. Aan het slot van het boek duikt hij ineens weer op als Garmann opnieuw uit het raam kijkt en ziet dat Roy nu een stuk minder stoer is. 
Garmanns straat is op een bijzondere wijze geïllustreerd. Hole gebruikt computertechnieken waarmee hij bijna surrealistische illustraties maakt. Hij speelt daarbij met het perspectief en geeft mensen en dieren vaak een opvallend groot hoofd waarop de emoties zich makkelijk laten aflezen. De expressieve illustraties zijn vaak een associatief commentaar op de tekst; soms indringend, bijvoorbeeld als de woede van de Postzegelman over de brand wordt weergegeven, en soms grappig, bijvoorbeeld als er mensen als een regenbui uit de lucht komen vallen. 
De Griffeljury schreef over Garmanns straat:´Het verhaal (...) kenmerkt zich door een poëtische stijl en is geschreven met grote aandacht voor het detail.´ 

Garmanns straat 
Stian Hole (vertaald door Femke Blekkingh-Muller 

Hoogland & Van Klaveren, 2013     € 14,50

Wij samen op stap - Leo Timmers & Jean Reidy

Geplaatst 20 jul. 2014 04:50 door susan *   [ 20 jul. 2014 04:50 bijgewerkt ]


De Belgische illustrator Leo Timmers (1970) verovert stormenderhand de prentenboekenwereld. Zijn herkenbare originele stijl werd in 2012 beloond met De Boekenpauw, de prijs voor het mooist geïllustreerde prentenboek in België. Timmers houdt van´pure prentenboeken´ die een sterk verhaal vertellen in weinig woorden en duidelijke beelden. 
Vaak schrijft Timmers de tekst voor zijn prentenboeken zelf, maar inWij samen op stap is de oorspronkelijke tekst van de Amerikaanse Jean Reidy. De rode draad van het verhaal is een tocht door de stad van een konijntje en zijn moeder. De dag begint om 7.00:´elke dag om/ klokslag zeven/ komt de hele/ stad tot leven´. Moeder konijn zet het kleine konijn in de kinderwagen en samen gaan ze op stap. Eerst gaan ze ontbijten, dan lopen ze langs het station, over de markt, langs de school en door een drukke straat naar het postkantoor om een brief te posten. Daarna gaan ze op ziekenbezoek, rusten ze uit bij een fontein naast de bibliotheek en ten slotte gaan ze met de bus naar huis. Op de laatste pagina zien we het konijntje tussen zijn speelgoed. Dat speelgoed komt de lezer bekend voor en roept de vraag op of het konijntje echt op stap is geweest. 

De illustraties van Timmers zijn gemaakt met acrylverf en opvallend helder van kleur. Door het spel met licht en schaduw lijken ze driedimensionaal. Dit stadse prentenboek vol met dieren, voertuigen en gebeurtenissen doet denken aan het werk van Richard Scarry, al zijn de tekenstijlen van Scarry en Timmers niet met elkaar te vergelijken. 
Wij samen op stap is een prentenboek waar je niet snel op uitgekeken raakt, er is zoveel te zien. De gewone dagelijkse gebeurtenissen zoals de bakker die brood verkoopt, iemand die de schoolbus instapt, een winkelier die zijn etalageruit schoonmaakt en kinderen die een boek uitzoeken in de bibliotheek. Maar er gebeuren ook ongewone dingen: iemand die zijn boeken verliest, een verkeersongelukje, brandweer en politie die uitrukken, een straat die opgebroken is of een eettentje dat nog geschilderd wordt. 
Jean Reidy maakte korte teksten bij de illustraties die voornamelijk bestaan uit ´ing-woorden´: ´Spraying, sweeping, backing, beeping´. Bart Moeyaert heeft haar teksten bewerkt. Hij omschrijft meer de sfeer dan de handeling:´de stoep is nat/de kraan is stuk/de straat is vol/met ongeluk´. Moeyaert legt de oorspronkelijk tekst vaak naast zich neer. Als het konijntje met zijn moeder op stap gaat is de oorspronkelijke tekst bijvoorbeeld: ´Seeding, sowing. Rooster crowing. Counting ears of corn`. Moeyaert maakt daarvan:´lekker weertje/wij naar buiten/buurman groeten/ liedje fluiten´. 
De teksten van Moeyaert zijn kleine gedichten die op een originele manier iets toevoegen aan de illustraties. Ook de Griffeljury is de schoonheid van deze korte teksten opgevallen, ze kende het boek een Zilveren Griffel toe. Uit het juryrapport:´ Een poëtisch gedicht waaruit gevoel spreekt, zonder dat het wordt opgedrongen. (...) Zowel binnen de weinige woorden als in de rijke beelden wordt veel verteld.´ Het is wrang dat de Griffel naar Reidy gaat en niet naar Moeyaert. 

Wij samen op stap 
Leo Timmers (ill), Jean Reidy (tekst) Bart Moeyaert (vertaling) 

Querido, 2013     € 14,95



Held op sokken - Bette Westera

Geplaatst 27 jun. 2014 08:27 door susan *   [ 27 jun. 2014 08:28 bijgewerkt ]


´Er woonde eens een ridder in een middeleeuws kasteel. 

 Hij had geen baard. Die baard was blijven steken in zijn keel. 
 Nu hadden in de middeleeuwen alle ridders baarden. 
 Die hoorden ze te hebben, net als harnassen en zwaarden.´ 

De ridders met baarden trekken erop uit om prinsessen uit torens te bevrijden, ridders uit vijandige landen te verslaan en draken met zeven koppen in mootjes te hakken. Die ridders zijn erg populair en de jonkvrouwen staan voor hen in de rij. 
Ridders zonder baarden tellen niet mee:´Ze waren goed om bloed van dode draken op te dweilen, om harnassen te poetsen en om zwaarden bij te vijlen, om stallen uit te mesten, met gewone kleren aan, om aardappels te schillen en om paarden te beslaan.´ Een ridder zonder baard heeft zelfs geen laarzen, hij gaat op geitenwollen sokken door het leven. 
Op een dag komt er een schone jonkvrouw dineren op het kasteel. Alle ridders met baarden willen indruk op haar maken en vertellen over hun heldendaden. De jonkvrouw is daar niet in geïnteresseerd, zij wil graag weten wie die verrukkelijke drakenballen heeft gemaakt. En zo gaat uiteindelijk de ridder zonder baard er met de schone jonkvrouw vandoor. 

Het grappige verhaal vertelt Bette Westera in goed lopend rijm. Heerlijk om voor lezen. 
Thé Tjong-Khing maakte de illustraties. Het stoere ridderverhaal vol gevechten en draken heeft ook stoere illustraties. Het is op de kaft al te zien: de baardloze ridder zit aardappels te schillen tegen een achtergrond van een in stukjes gesneden draak. In het boek zien we hem bloed opdweilen en een drakenstaart verwerken in de gehaktmolen. De heldendaden van de ridders mét baarden worden eveneens in hun volle glorie getoond: met een ferme schop tegen het geharnaste achterste worden vreemde ridders weggejaagd en in één klap slaat de ridder met de rode baard een drakenkop af. Daarnaast zijn er ook grappige illustraties. Thé Tjong-Khing laat zien hoe de ridders ´s morgens voor de spiegels staan te tutten en hij volgt de geitenwollen-sokken-mode op de voet. Zoals altijd weet hij de gezichtsuitdrukkingen weer goed te treffen. 

Held op sokken, de titel doet het niet vermoeden, is een lekker stoer prentenboek met heerlijke spannende illustraties en een leuk verhaal op rijm. 

Het boek kreeg van de Griffeljury 2014 een Zilveren Griffel. Uit het juryrapport:´Held op sokken is een humoristisch verhaal over de zegevierende anti-held, waarin de taal zingt dankzij rijm en ritme.´


Held op sokken 
Bette Westera (tekst) en Thé Tjong-Khing (ill) 

Gottmer, 2013     € 13,95 

Andere boeken van Bette Westera op kinderboekenpraatjes

Aan de kant, ik ben je oma niet! 
Ik leer je liedjes van verlangen, en aan je apenstaartje hangen 

Groter dan een droom - Jef Aerts

Geplaatst 27 jun. 2014 08:15 door susan *   [ 27 jun. 2014 08:15 bijgewerkt ]


De Vlaamse auteur Jef Aerts (1972) is een veelzijdig schrijver. Hij publiceerde romans voor volwassenen, (kinder)gedichten en toneelteksten. In 2012 verscheen zijn eerst kinderboek Het kleine paradijs
Groter dan een droom is een prentenboek waarvoor Aerts de tekst schreef en Gouden Penseel winnares Marit Törnqvist de illustraties maakte. Het verhaal is als een droom: wat beleefd wordt lijkt echt, maar kan niet waar zijn. 
Het verhaal begint met een jongetje, de verteller, die zacht gefluister hoort. Gefluister dat overgaat in brullen´zo luid dat het bijna verstaanbaar werd´. Het is zus die roept. Zus waarvan een grijze foto aan de wand hangt, zus ´die gesprekken kan doen die stil vallen´, waarvan de naam plechtig wordt uitgesproken, zus die dood is. ´Zullen we? ´vraagt ze aan haar broer ´Wat?´ `Fietsen´´Vannacht neem ik je mee.
´ s Nachts staat zus voor het bed van haar broertje. Ze neemt hem mee op een onvergetelijke fietstocht. Ze fietsen door het bos, ze doen een wedstrijdje wie de langste remsporen kan trekken in het gras, ze fietsen hoger dan de bomen en tot halverwege de maan. Ze bezoeken ook het graf waar zus begraven ligt:´Wat zit er onder die stenen?´´Oh, daar ligt een kist. En in die kist bewaar ik mijn skelet.´ 
Aan het einde van de nacht fietsen broer en zus naar huis en vallen samen in slaap. De volgende dag is zus weg, maar niet vergeten:´Vannacht heb ik zus gezien´ vertelt haar broer aan het ontbijt ´en ze was groter dan een droom.´ 

Groter dan een droom ontroert door zijn mooie poëtische tekst en de sfeervolle illustraties. Het heeft iets feestelijks dat de broer eindelijk zijn grote zus ontmoet; even lijkt alles te zijn zoals bedoeld. Maar zus is dood. Het gemis vangt Aerts in weinig woorden:´Het hing als behangpapier in alle kamers van ons huis. Het zat verstopt in de soep van mama, in het klussen van papa of in de muts voor de kou.´ Soms zit het gemis in een mooi beschreven detail, zo zal zus alleen deze nacht haar broer aankijken´zoals grote zussen hun domme broertjes aankijken´. 
Törnqvist brengt het verhaal in beeld zoals alleen zij dat kan. In schitterende kleuren, gewaagde perspectiefkeuzes en met oog voor detail volgt ze de tekst. De lezer ziet bijvoorbeeld de foto´s van de twee hoofdpersonen aan de muur, een gekleurde en een grijze, tegen een achtergrond van wegvliegende vogels. 

Groter dan een droom is een poëtisch cadeautje in een heel mooie verpakking 

Jef Aerts kreeg voor dit boek De Boekenleeuw 2014 en de Griffeljury 2014 bekroonde het boek met een Zilveren Griffel. Uit het juryrapport van de Griffeljury:´ In de illustraties van Marit Törnqvist weerklinkt het sensitieve verhaal. Zij laat zien wat Aerts in zinnen als gedichten laat voelen.´

Groter dan een droom 
Jef Aerts (tekst) en Marit Törnqvist (ill)


Querido, 2013     € 16,95 

Andere boeken van Jef Aerts op kinderboekenpraatjes: 

Vissen smelten niet - Jef Aerts

Geplaatst 27 jun. 2014 08:05 door susan *   [ 27 jun. 2014 08:05 bijgewerkt ]


De Vlaamse auteur Jef Aerts (1972) is een veelzijdig schrijver. Hij publiceerde romans voor volwassenen, gedichten en toneelteksten. In 2012 verscheen zijn eerste kinderboek Het kleine paradijs, gevolgd door het prachtige prentenboekGroter dan een droom
Vissen smelten niet is een winterverhaal. Waar het zich afspeelt is niet duidelijk, maar het is een land waar´s zomers kraanvogels op een bloemenwei dansen en het in de winter zo hard vriest dat de vrachtwagens over het ijs kunnen rijden. Het verhaal begint op de dag dat de ijsweg tussen de stad en het plaatsje Winteroever geopend kan worden. Dat is een feestdag voor het dorp omdat de ijsweg de kortst mogelijke weg is tussen de stad en het dorp. De twaalfjarige Matti heeft geen zin in feest. Zijn moeder en neef Jarno hebben besloten de vissen van zijn vader te verkopen en omdat het kempvissen zijn wil zijn neef ze eerst uit laten komen in vissengevechten, om zo door middel van weddenschappen nog wat extra´s te verdienen. Matti gelooft niet dat zijn depressieve vader echt toestemming hiervoor heeft gegeven. Zijn vader zit nu al een jaar op de bank tegen zichzelf te schaken en Matti kan geen contact met hem krijgen. Jarno, die in huis kwam om moeder te helpen, zal een eigen kamer krijgen, het kamertje waar nu nog de potten met vissen staan. Matti heeft een hekel aan Jarno die net als zijn bijna naamgenoot Janus twee gezichten heeft: hij is aardig tegen moeder en gemeen tegen Matti. 
Matti heeft een plan: hij gaat de lievelingsvis van zijn vader redden. Hij kan de vis net lang genoeg warm houden om via de ijsweg naar de stad te lopen en daar de vis achter te laten in het aquarium van de universiteit. In de donkere nacht gaat hij op weg. Er is echter nog een eenzame wandelaar op het ijs: een koppig blind meisje dat zich verstopt voor haar zoekende ouders en persé naar Winteroever wil. Matti ziet zich gedwongen haar te helpen. 

Jef Aerts vertelt het verhaal chronologisch en hij laat de lezer de tikkende klok die de resterende levenstijd van de vis aangeeft bijna horen. De ontmoeting met het blinde meisje Drika maakt van het verhaal meer dan een beschrijving van een barre tocht in een ijskoude winternacht. Aanvankelijk moeten Matti en Drika niet veel van elkaar hebben, maar gedurende de nacht delen ze toch hun verhalen. Het wordt steeds duidelijker hoe groot Matti´s verdriet is dat hij het contact met zijn vader is kwijtgeraakt:´Vader werd van niets meer blij. Verjaardagen of kerstfeest, een goed rapport op school of een zelfgeschreven verhaal raakten hem nauwelijks nog. Alsof er een laagje olie op hem zat waar alle woorden als druppels op bleven liggen, om meteen weer van hem af te glijden.´ 
Aerts voert de lezer met zijn prachtige zinnen en beeldspraken door de ijskoude nacht, al wordt het gelaagde verhaal hier en daar wat ontsierd door een theatrale zin of een belegen´oorverdovende stilte´. De Nederlandse lezer zal sommige zinsneden twee keer lezen en zich afvragen of er sprake is van foutief of van Vlaams taalgebruik:´ hij veegde de kruimels af zijn bord´, ´Als het sneeuwt in het donker is alles één grijs waas.´, ´Zelfs het gedreun van de vrachtauto´s was er niets tegen.´ Soms neemt het verhaal een ongeloofwaardige wending, zoals het gemak waarmee Matti en Drika het aquarium binnen komen. Toch is Vissen smelten niet een ontroerend mooi verhaal. 

De Griffeljury 2014 kende het boek een Zilveren griffel toe. Uit het juryrapport:´In taal die even raak als origineel is, schept Jef Aerts een bijzondere sfeer. Nostalgisch, surrealistisch en tijdloos.´


Vissen smelten niet 
Jef Aerts

Querido, 2013     € 13,95

Broergeheim - Emiel de Wild

Geplaatst 27 jun. 2014 07:53 door susan *   [ 27 jun. 2014 07:54 bijgewerkt ]


Het is de eerste dag van de zomervakantie en de elfjarige Joeri popelt om vakantieplannen te maken met zijn grote broer Stefan. Maar dat pakt anders uit. Geheel onverwachts pakken zijn ouders wat kleren in een sporttas en brengen hem naar oma. Stefan gaat niet mee. Joeri voelt dat er iets aan de hand is maar zijn ouders negeren zijn vragen. Het wordt nog vreemder. Het lukt Joerie maar niet om contact met Stefan te krijgen. Niet per telefoon, niet via internet en ook niet via een brief. En het houdt niet op. Als Joeri, na een maand, weer wordt opgehaald door zijn ouders blijken ze te zijn verhuisd. In het nieuwe huis staan al zijn spullen, maar Stefan lijkt van de aardbodem verdwenen: er is geen kamer voor hem en ook zijn spullen zijn weg. De enige informatie die Joeri krijgt is dat Stefan het erg moeilijk heeft en op een plek verblijft waar hij beter af is. 

Joeri is wanhopig. Op allerlei manieren verzet hij zich tegen het halsstarrig zwijgen van zijn ouders, maar hij komt er niet doorheen. Het duurt ruim twee maanden voor hij erachter komt waar zijn broer is. En dan moet hij een verschrikkelijke waarheid onder ogen zien. 

Het boek is een briefroman. Joeri schrijft, verspreidt over verschillende periodes, brieven aan Stefan. In de eerste reeks schrijft hij voornamelijk over zijn verwarring en zijn onbeantwoorde vragen. Later vertelt hij ook over het nieuwe huis en zijn nieuwe vrienden. Vooral Lonneke, die ´heel veel Lonneke is´, dringt zijn leven binnen. Hij neemt haar zelfs in vertrouwen en samen ontdekken ze in het nieuwe huis verborgen herinneringen aan Stefan. 
Als eindelijk duidelijk wordt wat er is gebeurd stopt Joeri met het schrijven. Een jaar later, als er veel meer duidelijk is, pakt hij de draad weer op. Dan krijgt hij ook eindelijk een brief terug. 
Debutant Emiel de Wild schrijft ingetogen en geloofwaardig. De lezer wordt meegezogen in Joeri´s wanhoop, denkt mee in mogelijkheden om erachter te komen waar Stefan is en begrijpt waarom Joeri zich steeds meer bij het onvermijdelijke neerlegt. Hoewel het niet waarschijnlijk is dat een elfjarige zo levendig en beeldend schrijft, is het toch een geloofwaardige stem die aan het woord is. Ook de lezer wordt tot het uiterste gedreven door de ouders van Stefan die zo hardnekkig weigeren te praten over hun oudste zoon. Later in het verhaal wordt dit onvermogen van de ouders verklaard. 
Ik heb geen achtergrondinformatie over De Wild kunnen vinden en weet dus niet of hij een geoefend schrijver of een natuurtalent is. Edward van de Vendel noemt De Wild, op de omslag van het boek, een ´bijzondere schrijver´. Wellicht herkent hij elementen van zijn eigen schrijfstijl: korte veelzeggende zinnen die de lezer blijven boeien, met af en toe een schijnbaar achteloos geplaatste wonderschone zin of beeldspraak. Broergeheim is in ieder geval een prachtig debuut. 

De Griffeljury 2014 kende Broergeheim een Zilveren Griffel toe. Uit het juryrapport:´Broergeheim is een spannend, aangrijpend en goed gecomponeerd en stilistisch sterk boek, dat des te meer bewondering afdwingt omdat Emiel de Wild hiermee zijn eerste stap zet in de wereld van het kinderboek.´

Broergeheim 
Emiel de Wild 

Leopold, 2013     € 14,95

1-10 of 20