Lijst Leespluim

De zoektocht van papa Zeepaardje - Anita Bijsterbosch

Geplaatst 25 feb. 2016 07:41 door susan *   [ 25 feb. 2016 07:42 bijgewerkt ]


De Kiddo-Leespluim van januari 2016 gaat naar


De zoektocht van papa Zeepaardje
Anita Bijsterbosch


Clavis, 2015     €14,94







Vijf vriendjes- Quentin Blake

Geplaatst 29 jan. 2016 06:52 door susan *   [ 25 feb. 2016 07:33 bijgewerkt ]


De Kiddo-Leespluim van februari 2016 gaat naar 

Vijf vriendjes 
Quentin Blake

BBNC uitgevers, 2015     €12,99

Memorykonijn - Maranke Rinck

Geplaatst 29 jan. 2016 06:39 door susan *   [ 29 jan. 2016 06:39 bijgewerkt ]


Wat een briljant idee om het memoryspel als uitgangspunt voor een prentenboek te nemen en een verhaal te maken waarin het draait om het vinden van je evenbeeld. Is de gelijke eenmaal gevonden, dan verlaten ze het verhaal. 
Het boek begint met 32 memorykaartjes waarvan er één is omgedraaid. Het is Konijn. En Konijn zoekt het andere konijn. Maar hij vindt een vliegtuig. Samen vliegen ze weg. Onderweg vraagt Konijn aan een groep vliegende vogels waar het andere konijn is. Dat weten ze niet, maar ze willen wel helpen zoeken. Tot ze andere vogels tegenkomen, dan vliegen ze met hen het verhaal uit. 
Het zit Konijn niet mee, want zijn vliegtuig gaat stuk. Hij landt vlug op een eiland, naast een ander vliegtuig, dat ook stuk is. Konijn laat de vliegtuigen achter en gaat verder. 
Tijdens zijn queeste ontmoet hij onder andere een koning, een kip, het volk en vissen. Zij helpen hem tot ze hun evenbeeld hebben gevonden en dan gaan ze hun eigen weg. Uiteindelijk vindt Konijn het andere konijn op een eiland met een draak. De draak is niet van plan om het andere konijn te geven want zonder het konijn is hij alleen. 

Maranke Rinck en Martijn van der Linden werken het basisidee schitterend uit. Woord en beeld vullen elkaar speels aan en zijn beide erg origineel. Het verloop van het verhaal heeft een prettige voorspelbaarheid, maar wordt nergens saai omdat de sprankelende korte teksten zichzelf niet herhalen. Het avontuur van Konijn is een goedlopend verhaal dat ook spannend is. Konijn moet bijvoorbeeld een noodlanding maken en hij krijgt bijna een botsing met een andere auto. Als hij dan eindelijk het andere konijn heeft gevonden wil de draak hem niet geven ´Ik wil hem toch´ zegt Konijn dan. Even ziet Konijn het niet meer zitten. Prachtig dat het verhaal ook zo´n uitzichtloos moment heeft, dat hoort in een goed verhaal. Natuurlijk komt Konijn daar weer bovenop en komt uiteindelijk alles goed. 
En dan de illustraties. Martijn van de Linden laat weer een andere kant van zijn talent zien. Tegen een witte achtergrond zien we in diverse stijlen de hoofdpersonen langs komen. Bijvoorbeeld ´het volk´dat bestaat uit zwart omlijnde dieren die allemaal even groot zijn en waar zelfs een vis tussen staat. Als Konijn erdoorheen zit vult de achtergrond zich met stipjes, alsof de omgeving even met hem meehuilt. 
Wanneer iedereen elkaar gevonden heeft kan er nog lang gekeken worden naar de afsluitende illustratie waar alle figuren uit het boek op te zien zijn, allemaal in paren natuurlijk. Tot slot zijn er 32 kartonnen kaartjes die uit het boek gedrukt kunnen worden om er zelf het populaire geheugenspel mee te spelen. 

Memorykonijn is een prentenboek waarin alles klopt. De illustraties en de tekst zijn helder en van grote schoonheid. 

Memorykonijn 
Maranke Rinck (tekst) en Martijn van der Linden (illustraties) 

Lemniscaat, 2015     € 16,95 

Andere boeken van Maranke Rinck en Martijn van de Linden op kinderboekenpraatjes:



Het boek zonder tekeningen - B.J. Novak

Geplaatst 29 jan. 2016 06:36 door susan *   [ 29 jan. 2016 06:36 bijgewerkt ]


Benjamin Joseph´B.J.´ Novak is acteur, scriptschrijver, stand-upcomedian en auteur. The book with no pictures is zijn eerste kinderboek. Het boek veroverde de wereld met dit YouTube filmpjewaarin hij het boek voorleest aan een groep kinderen die daar zichtbaar van geniet. 
Novak werkt in zijn boek op meesterlijke wijze een origineel idee uit. De tekst richt zich direct tot de luisterende kinderen, want het boek gaat een verbond met hen aan waarvan de voorlezer het slachtoffer wordt.
Het begint onschuldig met een paar opmerkingen dat een boek zonder tekeningen niet saai hoeft te zijn, want de voorlezer moet namelijk elk woord dat er staat ook echt voorlezen. Daarna kan de pret beginnen. Het boek laat de voorlezer eerst een paar rare woorden zeggen (Blork en Bluurf), vervolgens leest de voorlezer dat hij een aapje is met een apensmoeltje en een apenstem. Dat is nog maar het begin, want er moet nog een liedje gezongen worden en er wachten nog veel meer rare woorden. Tot slot laat het boek de voorlezer wat aardige dingen zeggen over de kinderen die luisteren. Als dan eindelijk de laatste bladzijde in zicht komt heeft de voorlezer nog maar een wens:´Kies de volgende keer alsjeblieft alsjeblieft alsjeblieft alsjeblieft ALSJEBLIEFT een boek met plaatjes. Toe? Want dit boek hier is gewoon te GEK om voor te lezen.´ 

In handen van een stand-upcomedian is succes verzekerd, dat laat het filmpje goed zien. Maar ook minder ervaren voorlezers kunnen rekenen op dankbaar publiek omdat de tekst de voorlezer helpt in zijn/haar rol te blijven. Het boek schrijft namelijk ook de reacties van de voorlezer op het gebeuren uit:´Wacht eens even! Wat?´ of ’Dat is niet het soort boek dat ik wilde voorlezen! Moet ik echt elk woord uitspreken dat er staat? O... eh...’ 
Bij het voorlezen moet de balans gevonden worden tussen het uitbundig in de maling laten nemen en het blijven uitstralen van plezier. Het moet voor de kinderen duidelijk zijn dat de voorlezer de plagerijen van het boek wel kan hebben. Als de kinderen denken dat de voorlezer het echt niet leuk vindt wordt pret hebben uitlachen en dat voelt voor menigeen niet fijn. 

De Nederlandse uitgave ziet er anders uit dan het oorspronkelijke Engelse boek, dat heeft namelijk een witte kaft met grote zwarte letters en oogt behoorlijk saai. De Nederlandse uitgave kiest voor een opvallend gekleurde kaft en is daarmee aantrekkelijker voor kinderen. 
De tekst is vertaald door Sylvia Vanden Heede, die vooral bekend is als auteur van de Vos en Haas boeken. De vertaling van de titel is opmerkelijk, ik ken geen kinderen die spreken over boeken met/zonder tekeningen; boeken hebben ‘plaatjes’. Misschien dat hier de Vlaamse herkomst van de vertaling een rol speelt. Overigens is er later in het boek alleen nog sprake van´een boek zonder plaatjes´ en is het woord tekeningen vervallen. Het is jammer dat Vanden Heede de macht van woorden tot dit ene boek beperkt: ’Kijk, dit boek zit zo in elkaar’ waar Novak het algemener maakt: ‘Here is how books work’. 
Tegenover een paar minder geslaagde vertalingen (´mouth´ wordt vertaald als smoeltje´ of de moeizame zin ´dit woord betekent niet eens iets´) staan een aantal mooie vertaalvondsten zoals het liedje dat de voorlezer moet zingen en het heerlijke woord ´Poepiekont´ dat garant staat voor een schaterend publiek. 
Dat het boek ook in het Nederlands werkt laat cabaretier Wim Helsen zien in  dit filmpje 

Het boek zonder tekeningen 
B.J. Novak (vertaald door Sylvia Vanden Heede) 

Lannoo, 2015     € 12,50

Van wie is die hoed? - Joukje Akveld

Geplaatst 29 jan. 2016 06:33 door susan *   [ 29 jan. 2016 06:34 bijgewerkt ]


Uitgeverij Gottmer geeft een nieuwe serie boekjes voor peuters uit in samenwerking met Joukje Akveld. Akveld heeft haar sporen ruimschoots verdient in de kinderboekenwereld als recensent, vertaler en prentenboekenmaker. Daarnaast schreef ze boeken over bekende kinderboekenmakers waaronder Sieb Posthuma en (samen met Annemarie Terhell) Thé Tjong-Khing en Tonke Dragt. 
In het eerste deel van deze peuterserie, waarvoor Akveld het concept bedacht, is de centrale vraag ´Van wie is die hoed?´. Op de linkerbladzijde staat een hoofddeksel, op de rechterbladzijde staan vier figuren waarvan eentje de eigenaar van de hoed is. 
Dit eenvoudige concept is briljant uitgewerkt. De opgave het juiste hoofddeksel bij het juiste figuurtje te zoeken is voor peuters, die nog niet zoveel kennis over de wereld hebben, een uitdaging. De koksmuts en de kroon zijn niet zo moeilijk, de mijter is wat lastiger (zeker in de zomer) en een cap wellicht te moeilijk, misschien belandt die wel op het hoofd van de sneeuwman en wat geeft dat eigenlijk? Als laatste vindt de feestmuts het juiste hoofd. Alhoewel, een losse muts en een tovenaar vinden elkaar ook nog, buiten de bladzijden om. 

Voor deze serie worden bekende Nederlandse tekenaars gevraagd voor de illustraties. Thé Tjong-Khing trapt af en hij doet dat grandioos. De hoeden en de figuren zijn makkelijk te herkennen: de kok heeft een lepel en een ovenwant, de koning is in vol ornaat met sjerp en koningsmantel en het jongetje heeft al een feestballon te pakken. 
Als het hoofddeksel zijn eigenaar heeft gevonden laat Thé Tjong- Khing zien hoe het verder gaat. De kok loopt met een soepterrine naar de tafel en ziet de bananenschil op de grond niet liggen, de koning poseert voor een schilder, de ruiter moet met haar paard door het water en de jongen krijgt heel veel cadeautjes. Op deze tekeningen valt veel te ontdekken. De koning wordt bijvoorbeeld veel mooier geschilderd dan hij in werkelijkheid is, Sinterklaas lijkt alleen maar op het voorleesboek te staan tot je beter kijkt en de ridder die door het bos sluipt kan maar beter snel achterom kijken. 

Van wie is die hoed? is een geweldig peuterboek. Het stevig uitgegeven kartonnen boekje zal niet snel vervelen omdat er zoveel te zien is. De tekeningen van Thé Tjong- Khing lenen zich om verhalen bij te verzinnen en daarmee is dit boekje ook interessant voor wat oudere kinderen. Een prachtig eerste deel van een veelbelovende serie. 

Van wie is die hoed? 
Joukje Akveld & Thé Tjong-Khing 


Gottmer, 2015     € 8,95 

Andere boeken van Joukje Akveld op kinderboekenpraatjes:

Er was eens een prins en die wou een prinses - Martine Bijl

Geplaatst 29 jan. 2016 06:31 door susan *   [ 29 jan. 2016 06:31 bijgewerkt ]


Martine Bijl heeft iets met sprookjes. Zesendertig jaar geleden schreef ze haar eerste sprookje (Elfje Twaalfje) en in 1974 maakte ze samen met Anton Pieck een sprookjesboek voor De Efteling. Daarin vertelt ze niet alleen in haar eigen woorden sprookjes na, ze schreef ook twee nieuwe sprookjes. Verder maakte ze samen met illustrator Eppo Doeve nog een aantal boeken met de sprookjes van Andersen. 
Bijl is taalkundig gezien vooral bekend als vertaler/bewerker van oorspronkelijk Engelstalige televisieseries en musicals. Ze werd hiervoor diverse malen onderscheiden met de John Kraaijkamp Musical Award. 

Als kinderboekenschrijfster kennen we haar voornamelijk van de reclame-uitgaven van de firma Douwe Egberts. Ze schreef voor hen een sinterklaasboek en twee sprookjesboeken. De zeven sprookjes uit Er was eens een prins en die wou een prinses zijn uit deze eerdere uitgaven geselecteerd en ongewijzigd overgenomen. 
Bijl vertelt de sprookjes op rijm en gebruikt daarbij verschillende rijmschema´s. Het bekt over het algemeen lekker, ondanks de kunstgrepen die soms worden toegepast. Zo beginnen veel strofen met hetzelfde woord (´toen´, ´en´ ,´maar´,´zo´) en binnen het rijm wordt veelvuldig gebruik gemaakt van opvulwoorden om het ritme vast te houden. Daar staat tegenover dat er ook originele vondsten zijn die de lezer even doen glimlachen:´Dus gans het volk riep ‘Aaah!’ en ´Oooh!´/uit angst om dom te lijken, /maar ja...men zag de witte borst/en ook de billen van de vorst.../Men dorst haast niet te kijken./ En bovendien - nou ja, vooruit.../het zag er ook niet lekker uit./ '
Bijl volgt de verhaallijnen van de sprookjes en voegt daar soms een eigentijds zijstapje aan toe. Zo vieren de zeven geitjes jaarlijks Geitjes-Bevrijdingsdag en overweegt de domme keizer de republiek uit te roepen. 
De berijmde sprookjes zijn geen vervanging van het sprookjesboek. De vorm dwingt tot het indikken van het verhaal en daarmee gaat een deel van de unieke sprookjessfeer met zijn herhalingen verloren. 

In deze heruitgave zijn ook de kostelijke tekeningen van Noëlle Smit opgenomen. Zij komen in de doordachte vormgeving van het boek goed tot hun recht. Smit is origineel in haar keuzes. Neem bijvoorbeeld de prins uit het titelverhaal die van Parijs, via Kollumerzwaag, tot in China op zoek is naar een geschikte prinses. Hij is afgebeeld zittend op een paard (dat rustig staat te eten) met een telescoop voor het oog, terwijl paard en prins onder een luchtballon hangen. Smit is ook sterk in het weergeven van emoties, bijvoorbeeld tijdens het diner waar de kikker aanzit en het dier zich gelukkig mag prijzen dat blikken niet kunnen doden. Heel anders is de sfeer op de illustratie waar de kikker in zijn vijver naar boven kijkt en de silhouetten ziet van de prinsesjes die daar met de gouden bal spelen. Hier voert het prachtige kleurgebruik van Smit de boventoon. 
Noëlle Smits speelse beweeglijke stijl, haar verrassende perspectiefkeuzes en de vaak grappige details passen goed bij de tekst, die ook beweeglijk en vol onverwachte wendingen zit. Het is een goed koppel, Bijl en Smit. Het smaakt naar meer. 

Er was eens een prins en die wou een prinses 
Martine Bijl (tekst)  & Noëlle Smit (ill)

Gottmer, 2015     € 14,95

Doei! - Edward van de vendel

Geplaatst 29 jan. 2016 06:27 door susan *   [ 29 jan. 2016 06:27 bijgewerkt ]


Een prentenboek gemaakt door Edward van de Vendel en Marije Tolman klinkt als´a match made in heaven´: Van de Vendel die kan schilderen met woorden en Tolman die illustreert met altijd verrassende beelden.Doei! is dan ook een bijzonder prentenboek. 
Ogenschijnlijk heeft het een eenvoudig verhaal. Maartje is een meisje dat zich moeiteloos overgeeft aan haar fantasie. Zij heeft elke nacht heerlijke vliegdromen waarin ze over bergen, huizen en eilanden zweeft totdat ze wakker wordt. Als ze aan de ontbijttafel over haar dromen vertelt zegt haar broer Bor dat ze kletst:´Dat zijn maar dromen. Dromen zijn verzonnen. Straks haal je alles door elkaar, echt en net-echt, en nu ga ik naar school. Doei!´ Als Maartje een vleugelpak krijgt (´dan kan ze overdag ook vogel spelen´) noemt Bor haar ´Maartje Fladderpaardje´. Hij moet daarvoor zijn excuses aanbieden. Dat doet Bor, maar als ze die avond naar bed gaan zegt hij niets tegen Maartjes zelfs geen doei. Maartje vraagt dan: ´Bor? Wat doe jij dan in je droom?´ Pas als ze het drie keer heeft gevraagd geeft Bor antwoord: ´Niks! Niks! Helemaal niks! Ik droom nooit over iets leuks. HELEMAAL NOOIT!´ Maartje verzint een plan om hem te helpen. 

De tekst van Van de Vendel is kort. Het zijn welgekozen woorden die het frame vormen waarbinnen het werk van Tolman tot bloei kan komen. Tolman laat zien wat achter de woorden schuilgaat. De wereld van Maartje is vol kleur, die van Bor is somber en bestaat uit zwart en grijstinten. Als beide werelden elkaar ontmoeten wordt het spannend. Maartjes kleurige wereld wordt donker als ze steeds aan Bor moet denken en zijn nare dromen. Daarentegen vult Bors kamer zich met roze en duikt er een groot vriendelijk wezen op als Maartje tot actie overgaat. Toch blijft de dreiging aanwezig in de vorm van een zwarte vogel. De kleuren overwinnen, zelfs de dreigende zwarte vogel blijkt wel mee te vallen als Bor Maartjes wereld binnentreedt. 
De droomwereld die Tolman schept is een bruisend geheel waarin golvende lijnen iedereen meevoeren, ook de lezer. Met Maartje (en later Bor) kijkt de lezer naar beneden en ziet dan allerlei wonderlijke dingen: rode olifanten die overal opduiken, een tijger, gebouwen in uiteenlopende vormen en nog veel meer. Er zijn ook dingen te zien die buiten de droomwereld bestaan zoals Maartjes knuffels of haar bed dat in de buik van een grote neushoorn te vinden is. De lezer mag zelf uitmaken of het bed echt deze vorm heeft of dat de lezer naar een beeld uit Maartjes fantasie kijkt. 
Tolman gebruikt voor haar illustraties diverse technieken. Er zijn grote kleurvlakken (nooit egaal, maar altijd met levendige accenten) die worden gecombineerd met verfijnd tekenwerk. Vaak is het gezichtspunt van bovenaf wat het vliegdroomgevoel verhoogd. 
Doei! is een prentenboek waar je niet snel mee klaar bent, in beeld en tekst schuilen meerdere lagen die de lezer uitdagen. Samen met de kinderen kan de voorlezer op zoek gaan naar antwoorden. Wat denken de kinderen bijvoorbeeld van al die rode olifanten, welke rol geven zij aan de knuffels van Maartje en wat vinden zij van de verschillen tussen Maartje en Bor. Het boek leent zich ook om enkel te beleven, om alleen maar mee te vliegen door die schitterende wereld die Tolman heeft geschapen. Niet iedere mooie droom hoef je immers te begrijpen. 

Doei! 
Edward van de Vendel en Marije Tolman 

Querido, 2014     € 17,50

Meneer Tijger wordt wild - Peter Brown

Geplaatst 29 jan. 2016 06:24 door susan *   [ 29 jan. 2016 06:24 bijgewerkt ]


Meneer Tijger woont in een stad die is bevolkt met keurige bewoners. In sepia-tinten zien we de dieren voorbij lopen: keurig gekleed, ogen dicht en een neutrale gezichtsuitdrukking. Meneer Tijger valt direct op. Hij is weliswaar ook keurig in pak en hij doet ook niets raars, maar hij heeft kleur en zijn mondhoeken hangen licht naar beneden. 
Meneer Tijger is het beu om altijd maar netjes te zijn, hij wil lol maken, hij wil wild worden! Op een dag krijgt hij een´bijzonder wild idee´: hij gaat op vier poten lopen. Zijn vrienden weten niet wat ze daarvan moeten denken, maar meneer Tijger voelt zich een stuk beter. Elke dag wordt hij een stukje wilder tot hij ´een stapje te ver gaat´: als hij zijn kleren uittrekt sturen zijn vrienden hem naar de wildernis. 
Aanvankelijk vindt Meneer Tijger dit een geweldig idee, maar na enige tijd mist hij zijn vrienden, de stad en zijn huis. Hij besluit om terug te keren en ziet dan dat er in de stad iets is veranderd: ook andere dieren zijn op vier poten gaan lopen.´Nu kon meneer Tijger rustig zichzelf zijn. En dat deden de anderen ook.´ 

De Amerikaanse illustrator Peter Brown heeft een bijzonder prentenboek gemaakt met zijn originele onderwerpkeuze en unieke illustraties. Brown speelt in op een van de uitdagingen in de opvoeding: kinderen de balans leren vinden tussen doen waar je zin in hebt en je aanpassen aan de omgeving. Brown laat zien dat teveel aanpassen ongelukkig maakt, maar ook dat teveel toegeven aan ´wilde gevoelens´ eenzaamheid tot gevolg kan hebben. Het zoeken naar evenwicht brengt Brown subtiel en erg mooi in beeld. Zo is bijvoorbeeld de afwijzing van de stadsgenoten niet unaniem en zorgt het gedrag van Meneer Tijger voor veel verwarring, met name bij zijn vrienden.
Browns tekenstijl is uniek en laat zich lastig omschrijven. De keurige dieren in de stad zijn statig en met veel rechte lijnen neergezet, ze lijken veel op elkaar. Ook de stad oogt eentonig, met huizen die vrijwel hetzelfde zijn en nauwelijks kleur hebben. Daar tegenover staat de kleurige natuur, al is het kleurgebruik niet uitbundig. In de natuur zien we ook meer ronde vormen. 
Het kleurgebruik van Brown is uitgekiend. Zijn bescheiden kleurpalet zet hij effectief in. Vooral het oranje van meneer Tijger springt eruit als symbool van zijn eigenheid. Gedurende het verhaal is het oranje meer of minder zichtbaar, maar altijd aanwezig. 
Dat er iets is veranderd als meneer Tijger in de stad terugkeert is niet alleen te zien aan het gedrag van de dieren, ook aan het feit dat de bewoners van de stad nu hun ogen open hebben en duidelijk meer contact met elkaar maken. In de sombere stad is voorzichtig wat kleur gekomen: een lichte bruintint die misschien wel helder oranje kan worden. 

Het verhaal, dat is vertaald door Edward van de Vendel, laat zich goed voorlezen. De volwassen lezer zal de diepere boodschap zien: het zoeken naar evenwicht tussen´jezelf zijn´ en je aanpassen aan de omgeving. Meneer Tijger wordt wild is een bijzonder prentenboek dat een plaatsje verdient naast Max en de maximonsters van Maurice Sendak. 

Meneer Tijger wordt wild 
Peter Brown (vertaald door Edward van de Vendel) 

Gottmer, 2014     € 13,95

Sneeuwwitje breit een monster - Annemarie van Haeringen

Geplaatst 29 jan. 2016 06:21 door susan *   [ 29 jan. 2016 06:22 bijgewerkt ]


Sneeuwwitje, een geit zo wit als vers gevallen sneeuw, breit voor iedereen geitenwollen sokken. Maar vandaag (de dag dat wij dit boek lezen) heeft ze zin om iets meer te breien dan een geitenwollen sok, een hele geit bijvoorbeeld. Om te oefenen breit ze (zeven) kleine geitjes. Sneeuwwitje heeft er plezier in, tot mevrouw Schaap op bezoek komt. Zij praat aan één stuk door:´Ik kan véél beter breien! En ook véél sneller en mooier! (...) Wat je nu maakt lijkt nergens naar, dat is broddelwerk! ´ 
Sneeuwwitje zal eens laten zien wie er het snelst kan breien. Ze breit zonder op of om te kijken, de ene steek na de andere. Als ze klaar is hecht ze zonder te kijken de draad af en ze ziet niet wat er van haar breinaalden springt. Het is een wolf. Hij eet direct mevrouw Schaap op, met huid en haar. Sneeuwwitje vlucht de wolkast in en de kleine geitjes rennen naar buiten. Snel breit Sneeuwwitje een tijger die meteen na het afhechten de kast wordt uitgeschopt. De tijger verslindt de wolf en heeft daarna wel trek in een mals geitje. Sneeuwwitje moet snel iets breien dat haar kan redden. 

Annemarie van Haeringen mixt in haar boek verschillende sprookjesbeelden door elkaar, zowel in de tekst als in de tekeningen. Sneeuwwitje is deze keer een geit, maar wel met een huid ‘zo blank als vers gevallen sneeuw’. Dat kunnen we goed zien op de illustratie waar ze door de sneeuw loopt en bijna wegvalt tegen de witte achtergrond. 
Sneeuwwitje breit zeven vrolijke geitjes. De een heeft een blauw pootje (het bolletje wol hangt er nog aan), een andere een rode vlek of een roze staartje. 
Als mevrouw Schaap zich meldt komt de afgunst in het verhaal, het thema ‘ik ben beter dan jij’ refereert weer aan het oorspronkelijk sprookje van Sneeuwwitje. Maar hier laat Sneeuwwitje zich niet wegvoeren naar een donker bos, zij laat (weliswaar per ongeluk) de concurrente opvreten door de wolf. Als Sneeuwwitje zelf moet vluchten voor het woeste dier spurt ze de wolkast in. De deur die toegang geeft tot de kast is niet toevallig onder de klok geplaatst, even denk je dat ze haar toevlucht zoekt in een staande klok. 
Sneeuwwitje weet de tijger die haar belaagt weg te werken als ze razendsnel een monster breit. Maar deze keer zorgt ze er wel voor dat zij er de baas over blijft. Ze heeft iets geleerd van haar eerdere ervaringen en ook dat hoort zo in een sprookje. Als het monster de tijger heeft verslonden trekt Sneeuwwitje ‘ritsrats, ritsrats’ het breiwerk uit en komt zowaar mevrouw Schaap bibberend weer te voorschijn. 
De tekst leest fijn voor, niet in de laatste plaatst door de terugkerende regel `tikketikketikketik. Eén recht. Eén averecht.’ 

Maar het hoogtepunt van het boek blijven de illustraties. Wat een talent is die Van Haeringen toch, geen wonder dat ze grossier in Zilveren- en Gouden Penselen. Haar composities zijn zo doordacht. Het plezier van Sneeuwwitje in het breien van het ene na het andere geitje wordt bijvoorbeeld benadrukt door haar hoog op de pagina te plaatsen, zo lijkt het net of de geitjes moeiteloos van haar breipennen af druppelen. Als de situatie benauwd wordt, wordt de beslotenheid van Sneeuwwitjes kamer pas zichtbaar. Was het eerst een ruime witte vlakte, nu zijn de planken en de ramen te zien. Achter de ramen zijn de silhouetten van de zeven kleine geitjes nog zichtbaar. In de donkere wolkast schemert hier en daar wat kleurige wol door de beklemmende duisternis, als voorbodes van de kleurrijke oplossing. Het monster dat Sneeuwwitje breit is zo groot dat het alleen in zijn geheel te zien als het twee bladzijden tot zijn beschikking heeft. Hier en daar hangt er nog een losse draad aan het enorme beest, maar Sneeuwwitje heeft geen broddelwerk geleverd, ze heeft hem ondanks alle haast nog een ring gegeven die aan een van zijn grote klauwnagels prijkt. 

Sneeuwwitje breit een monster is een sprookjesprentenboek zoals je het nog nooit zag. Het is ook een succesvol boek. Het is opgenomen de voorlees TopTien, de penseeljury heeft het bekroond en Van Haeringen kreeg er een prestigieuze buitenlandse prijs voor: een Gouden Plaque van de Biennial of Illustrations Bratislava 

Sneeuwwitje breit een monster 
Annemarie van Haeringen 


Leopold, 2014     €13,99 

Uit het juryrapport van de Penseeljury: ‘De tekeningen zijn van hoog niveau, het niveau dat we Annemarie van Haeringen gewend zijn. Ze speelt met beelden, vormen en kleuren die over de bladzijden dwarrelen, bladzijden die altijd prachtig van compositie zijn.’



Koning Koen en de Draak - Helen Oxenbury & Peter Bently

Geplaatst 6 mei 2013 01:22 door susan *


Kijk, daar gaat koning Koen. Hij gaat drakenvechten. Fier loopt hij voorop met zijn papieren kroon, houten zwaard en een grote lap stof. Achter hem loopt Joris met stokken en stenen en daarachter loopt kleine Casper. Hij heeft een speen in zijn mond en ook hij sjouwt een grote lap mee. Met stenen, dozen, hout en lappen trekken de jongens een fort op, met een troon voor koning Koen en een wapperende vlag. ´Ridders´, roep koning Koen, ´we gaan vechten! Komen er al draken aan?` Casper, Joris en koning Koen ´slaan en hakken erop los´ en verslaan draken en monsters. 

Als het donker wordt komt er een reus aan die Joris meeneemt en even later verschijnt er nóg een reus die Casper schreeuwend en wel naar bed gaat brengen. Koning Koen is nu moederziel alleen. ´Dan schrikt hij zich echt een hoedje./ Snuffelt er iets aan zijn huis?/ Komt er een draak aangeslopen?/ Nee, het is alleen een muis!/´ 
Als er dan opeens iets hééél groots op het tuinpad staat wordt het de kleine koning teveel. Gelukkig is redding nabij. 

Helen Oxenbury illustreerde dit verhaal van Peter Bently. De Britse Oxenbury is een bekend en vaak onderscheiden illustratrice. Ook Koning Koen en de Draak heeft de shortlist gehaald voor de prestigieuze Kate Greenaway Medal, die later dit jaar zal worden uitgereikt. In Nederland zijn Wij gaan op berenjacht en Tien vingertjes en tien teentjes haar bekendste prentenboeken 
Oxenbury weet de stoere ridders overtuigend neer te zetten, zelfs de kleine Casper in zijn hansopje en met zijn speen staat zijn mannetje. Al doet de naam het niet vermoeden is Joris een zwarte ridder. Fijn dat er ook eens een kind met een kleurtje in een prentenboek voorkomt. De draken die Oxenbury tekent zijn niet mis. Vuur en stoom blazend en met boze gezichten komen ze uit het bos. De overige monsters die de ridders bestrijden zijn groot, maar kijken zo sullig dat ze vast minder gevaarlijk zijn dan draken. De ´reuzen´ die Joris en Casper meenemen zien we maar gedeeltelijk. De oplettende lezer kan aan het einde van het verhaal zien dat het de ouders zijn. 
Het kleurgebruik van Oxenbury is, zoals altijd, warm en prettig. Ze tekent met oog voor detail, bijvoorbeeld papa´s onderbroek die nog net boven de broeksband te zien is. Oxenbury gebruikt in dit boek de arceertechniek om donkere vlakken aan te geven. Deze tekentechniek roept in combinatie met het verhaal associaties op met de klassieker Max en de Maximonsters van Maurice Sendak. 

Koning Koen en de Draak is een fijn spannend avontuur op rijm, uitstekend vertaald door Maria van Donkelaar. Voor jonge kinderen kan het verhaal verwarrend zijn omdat het twee niveaus heeft: dat wat er echt gebeurt en dat wat zich in de fantasie afspeelt. Dat is een hele opgave voor kleuters die het onderscheid tussen realiteit en fantasie nog moeilijk maken. De voorlezer zal hier en daar te hulp moeten schieten. 

Koning Koen en de Draak 
Helen Oxenbury (ill) en Peter Bently (tekst) 

De Vier Windstreken, 2013     €14,95 

Dit boek kreeg de Kiddo – Leespluim van mei 2013


1-10 of 45