lijst Rondom

De verbeelder verbeeld[t]- Anna Cecilia Koldeweij & Jos Koldeweij [red.]

Geplaatst 2 feb. 2018 05:18 door susan *   [ 2 feb. 2018 05:18 bijgewerkt ]


Op 3 november 2017 ging Saskia de Bodt met emeritaat als bijzonder hoogleraar Illustratie aan de Universiteit van Amsterdam. De dag van haar afscheid was een feestelijke dag met toespraken, lezingen en geschenken. Een bijzonder geschenk was een vervolg op De Bodts overzichtswerk De Verbeelders uit 2014. Het werd samengesteld door haar man en dochter, respectievelijk Jos Koldeweij (hoogleraar kunstgeschiedenis van de middeleeuwen) en Anna Cecilia Koldeweij (kunsthistorica). Zesendertig collega’s van De Bodt werd gevraagd een bijdrage te schrijven en ook tien illustratoren werden uitgenodigd speciaal voor het boek een illustratie te maken. Het centrale thema gaat over verbeelding en hoe de kunstenaar de werkelijkheid manipuleert en weergeeft. 

De bijdragen heel divers en nemen de lezer mee naar allerlei uithoeken van de kunst- en illustratiegeschiedenis. Een willekeurige greep uit de bonte inhoud: Eddy de Jongh schrijft over de zelfportretten van Peter Vos, Noor Hellmann schrijft over het werk van Siegfried Woldhek, Roman Koot belicht ‘de chroniqueur van Utrecht rond 1900’ Johannes Moesman, J.F. Heijbroek schrijft over de geschiedenis van uitgeverij S.L van Looy en Manfred Sellink schrijft over ‘Bar Party’, een litho van David Hockney die recent werd ontdekt. 

Voor deze bespreking keek ik vooral naar de bijdragen die interessant zijn voor kinderboekenliefhebbers. Ook deze bijdragen zijn divers. 
Gioia Smid schrijft over Fiep Westendorps tekeningen van Jip en Janneke; hoe ze ontstonden, hoe ze veranderden en waarom ze in de Verenigde Staten met afgrijzen bekeken worden. 
Margreet van Wijk-Sluyterman beschrijft wat zij in de archieven van uitgever G.B. van Goor heeft gevonden over het productieproces van illustraties in kinderboeken uit de tweede helft van de 19e eeuw. Jeannette Koks bijdrage gaat over 'beroemde schilderijen in een kinderboek'. Ze beschrijft onder andere hoe afbeeldingen van beroemde schilderijen een nieuwe betekenis krijgen in een boek vol moraliserende verhalen.
Fia Dieteren beschrijft ‘de twijfel van Nellie van Kol’. Van Kol gaf kinderboeken uit en zij twijfelde of daar illustraties in moesten staan. Geïnspireerd door de theosofie was ze van mening dat een kind ‘een beeld in zijn gedachten’ moest vormen en dat gedetailleerde illustraties dat proces zouden kunnen verstoren. 
Mieke van der Wal schrijft over Jan Sluijters (1881-1951) en zijn streven dat zijn illustraties voor kinderboeken serieus werden genomen. Gieneke Arnolli schrijft over haar vader Jans Alef Arnolli (1919-1968) die de ondankbare opdracht aanvaarde om de illustraties van Cornelis Jetses in het populaire leesboek Buurkinderen te moderniseren. Albert Lemmens en Serge Stommels schrijven over ‘Het Russiche prentenboek in Nederland 1929-1931’, een hoofdstuk boordevol prachtige illustraties. Jos A.A.M. Biemans gaat in op het werk van Mance Post (wier talent overigens ontdekt werd door Simon Carmiggelt) en haar vriendschap met uitgever Reinold Kuipers, een van de directeuren van Querido en echtgenoot van de vermaarde Tine van Buul. En tot slot schreef Helma van Lierop-Debrauwer over Joke van Leeuwen en haar bijzondere samenspel tussen woord en beeld. 

Ook tien illustratoren geven hun interpretatie van het gekozen thema en laten zien hoe verschillend verbeelding en verbeelden kan zijn. Annemarie van Haeringen laat een zebra opstijgen uit een inktpot, Wouter van Reek laat in stripvorm zien hoeveel keuzes een tekenaar heeft om ‘de werkelijkheid’ weer te geven, Kris Nauwelaerts maakte een collage en verwerkte daarin een portret van Saskia de Bodt en Ted van Lieshout zorgde voor passende schutbladen. Ook werk van Joke van Leeuwen, Harrie Geelen, Tom Eyzenbach, Dingenus van de Vrie, Philip Wiesman en Marlies Visser zijn in het boek opgenomen. De kaft is van de hand van Thé Tjong-Khing en laat direct zien wat het centrale thema van het boek is. 

De verbeelder verbeeld [t] is een schitterend boek in vele opzichten. De artikelen zijn heel divers en van hoge kwaliteit. Het boek is schitterend uitgegeven en staat bomvol prachtig beeldmateriaal. Het is ongelooflijk dat dit prachtige boek voor deze prijs kan worden aangeboden. 

De verbeelder verbeeld[t] 
Anna Cecilia Koldeweij & Jos Koldeweij (red.) 

Vantilt, 2017     € 29,95


                    Kris Nauwelaerts, Geen woorden maar beelden, 2017

Dát is Pietje Bell! - Jan Maliepaard & Jan Oudenaarden

Geplaatst 26 jan. 2018 03:57 door susan *   [ 26 jan. 2018 03:57 bijgewerkt ]


Niet iedereen zal direct de naam Chris van Abkoude kunnen plaatsen, tot zijn bekendste boeken genoemd worden. Van Abkoude is, onder andere, de schrijver van Pietje Bell en Kruimeltje
Van Abkoude werd in 1880 in Rotterdam geboren. Hij werd onderwijzer, maar voelde zich niet thuis in het onderwijs, liever wilde hij schrijver worden. Al snel werd duidelijk dat zijn kracht niet lag in het schrijven van een literaire roman, Van Abkoude had meer aanleg voor journalistieke stukken. Hij ging schrijven voor de krant, onder andere over de schrijnende armoede in de stad. Later werd Van Abkoude kinderredacteur bij De Gids. Kinderen konden naar ‘Oom Chris’ schrijven en om raad vragen. De brieven werden beantwoord in De Gids en daarbij schuwde Van Abkoude een opgeheven vingertje niet. 
In 1906 legt Van Abkoude contact met uitgeverij Kluitman en een jaar later verschijnt zijn eerste kinderboek: Hollandsche jongens. Het boek past in zijn tijd en bevat naast een spannend verhaal ook de nodige morele lessen. Van Abkoude breekt met deze mores als hij zijn eerste Piet Bell-boek schrijft. Het boek krijgt prompt slechte kritieken en niet van de minsten, onder zijn criticasters zijn grote namen zoals Theo Thijssen, A.M de Jong, K. Norel en J.B.Schuil. Van Abkoude en uitgeverij Kluitman geven weerwoord, maar de polemiek over Pietje Bell brutale streken zal nog jaren aanhouden. Overigens greep Kluitman wel in en verwijderde of veranderde scènes die ze al te aanstootgevend vonden, vooral kritiek op de kerk werd niet op prijs gesteld. 
Van Abkoude leidde een kleurrijk leven. Hij schreef niet alleen, hij trad ook op als verteller, zanger en poppenkastspeler. Tijdens de Eerste Wereldoorlog emigreerde hij naar Amerika met zijn collega Betty Poulus, een zangeres. Zijn gezin moest achterblijven omdat de overtocht tijdens de oorlog te gevaarlijk was. Zijn vrouw Johanna en hun drie kinderen komen ruim een jaar later naar Amerika. Als ze aankomen is net het eerste kind van Van Abkoude en Poulus geboren. Ze krijgen samen nog een kind. Deze twee buitenechtelijke kinderen worden na een paar jaar liefdevol in het gezin opgenomen. Poulus maakte ondertussen carrière als zangeres en ze zou de kinderen nooit meer zien. De familie in Nederland weet van niets, Van Abkoude heeft hen nooit over zijn twee jongste kinderen verteld. 
Ook in Amerika treedt Van Abkoude met veel succes op. Tijdens de crises komt daar de klad in en het gezin heeft het moeilijk. Van Abkoude trekt door het land met zijn voorstelling om de kost te verdienen. Ondertussen blijft hij kinderboeken schrijven die in Nederland uitkomen. Pietje Bell is erg populair en uiteindelijk verschijnen er acht boeken met Pietje in de hoofdrol, waarvan hij de laatste niet meer zelf schreef. Naast zijn Pietje Bell-boeken is Kruimeltje het bekendste boek uit zijn oeuvre dat uit ongeveer veertig boeken bestaat.
In 1960 overlijdt Van Abkoude op 79-jarige leeftijd in het Amerikaanse Portland. 

Biografen Jan Maliepaard en Jan Oudenaarden hebben er een hele kluif aan gehad om informatie over de Rotterdamse schrijver boven water te krijgen. Er zijn nauwelijks persoonlijke bronnen voorhanden. De biografen baseren een belangrijk deel van het verhaal op het werk van Van Abkoude dat in hoge mate autobiografisch is. Ze citeren veel en vaak uit allerlei bronnen en onderbouwen en verantwoorden zo hun beweringen. 
De biografie is chronologisch opgebouwd en onderverdeeld in twee delen: het eerste deel beschrijft de periode in Nederland, het tweede deel de Amerikaanse periode. De informatie is zeer gedetailleerd. Er zijn uitgebreide citaten uit recensies, zowel van de optredens van Van Abkoude als van zijn boeken en ook zijpaden schuwen de biografen niet. Natuurlijk staan er foto’s in de biografie en is er een uitgebreid notenapparaat en bronvermelding opgenomen. Een bijzonder extraatje is de toegevoegde cd waarop verschillende liedjes die Van Abkoude schreef te horen zijn. 

Dát is Pietje Bell! is een goed onderbouwde uitgebreide biografie over het kleurrijke leven en werk van de schrijver van Pietje Bell en Kruimeltje

Dát is Pietje Bell! Het geheime leven van Chris van Abkoude 
Jan Maliepaard en Jan Oudenaarden 

Pepperbooks, 2017     €24,99

Het lijstje van 2017

Geplaatst 20 dec. 2017 02:38 door susan *   [ 14 jan. 2018 14:52 bijgewerkt ]


2017 begon rustig voor kinderboekenpraatjes. De stroom nieuwe boeken kwam langzaam op gang en bestond vooral uit prentenboeken. Maar toen het halverwege maart eenmaal begon te stromen was de hoeveelheid overweldigend, zelfs in de zomervakantie bleven de boeken op de mat vallen. Daarbij viel op dat er de laatste maanden vooral veel interessante boeken voor jongeren uitkwamen. 

Dit jaar besprak ik 117 boeken, ik gaf mijn mening over de genomineerde boeken voor de Woutertje Pieterse Prijs en de Gouden Griffel en maakte verschillende boekenlijstjes. 
Voor het komend jaar staat een belangrijke beslissing op de agenda: gaat kinderboekenpraatjes van naam veranderen? Kinderboekenpraatjes dekt namelijk niet langer de inhoud van de site, er staan immers geen vrijblijvende praatjes op, maar serieuze boekrecensies. Ik hou jullie op de hoogte. 
Verder ga ik komend jaar met een leuke ploeg mensen bepalen wie de Jenny Smelik/IBBY-prijs 2018 gaat krijgen, een prijs voor een boek waarin culturele diversiteit een vanzelfsprekende - en niet problematiserende rol speelt. Daar heb ik veel zin in. 

En dan nu mijn lijstje favoriete boeken uit 2017. Klik op de titel voor een uitgebreide besprekingen. 

Lampje – Annet Schaap 

Dit fantasievolle verhaal over de dochter van de vuurtorenwachter die te werk wordt gesteld in een ‘boos en stroef huis’ waar ook nog een monster woont is de verrassing van het jaar. Wie had kunnen denken dat deze succesvolle illustratrice ook een geweldige kinderboekenschrijfster is. 








De zweetvoetenman – Annet Huizing 

Van Annet Huizing wisten we al dat ze pakkend kan schrijven en heel goed ingewikkelde materie toegankelijk weet te maken. Haar uitleg van ons rechtssysteem is een zeer aangename must read voor iedereen. 









Weer een dichtbundel die zich met niets laat vergelijken. Tekst, beeld en vormgeving zijn magnifiek. 












Het heel grote vogelboek – Bibi Dumon Tak 

Dumon Tak bespreekt op haar unieke wijze enkele vogels uit het legendarische boek Nederlandsche Vogelen van Nozeman en Sepp dat tussen 1770 en 1829 uitgegeven werd. Haar kennis, gecombineerd met haar vermogen in weinig woorden iets goed uit te leggen en haar gevoel voor humor zijn onovertroffen. 








De lovebus – Tjibbe Veldkamp 

Een goed geschreven spannend verhaal over verlangen, wraak, liefde en seks op het Groningse platteland in het jaar 1976. 











De heerlijke vertelstem van Honey, die zichzelf veel te makkelijk wegcijfert, maakt dit boek tot een fijne leeservaring. 













Een boek over de Tweede Wereldoorlog waarin een gewone Amsterdamse jongen een ongewenste Jood wordt. Het is geen leuk boek, maar wel prachtig geschreven. 










Een beproefd verhaal over een kind dat een huisdier wil, maar uitstekend uitgewerkt. Van de vrolijke kleurrijke illustraties van Mark Janssen knalt de pret je tegemoet. 











Beer en Konijn – Julian Gough 

De altijd vrolijke Beer en haar vriend Konijn, die een stuk minder positief in het leven staat, vormen een vermakelijk duo. Warme grappige dierenverhalen met een serieuze ondertoon. 










Eindelijk weer een origineel en spannend verhaal met tovenaars en de magie van boeken in de hoofdrol.









Sieb Posthuma Werk

Geplaatst 13 okt. 2017 04:30 door susan *   [ 13 okt. 2017 04:37 bijgewerkt ]


Deze week was ik aanwezig bij de opening van de tentoonstelling Sieb Posthuma Werk in het Haarlemse Teylersmuseum. Teylers is het oudste museum van Nederland, in 1784 opgericht als kennisinstituut voor kunst en wetenschap. Het gebouw is authentiek en heeft nog vele zalen met het oorspronkelijke achttiende eeuwse interieur. Wie naar de tentoonstelling van Siebs werk loopt komt door indrukwekkende zalen met prachtige houten kasten en vitrines. De collectie van het museum is divers, zoals gebruikelijk was in de achttiende eeuw. Naast fossielen, instrumenten, penningen en schilderijen heeft Teylers een vermaarde collectie tekeningen. Siebs werk past daar goed tussen. 
De tentoonstelling Werk is te zien in het prentenkabinet, een intieme gedempt verlichte zaal. De tentoonstelling is met liefde samengesteld, onder andere door zijn man Ton Meijer. Het laat een doorsnede van het veelzijdige werk van Sieb (1960 –2014) zien. 
Het is bijzonder het originele werk te zien, vooral als daar een driedimensionaal aspect aanzit dat wegvalt zodra het gedrukt wordt. Zo zijn er tekeningen geheel of gedeeltelijk opgebouwd uit collages. 
Sieb maakte niet alleen illustraties voor kinderboeken, maar werkte ook voor kranten en tijdschriften, hij ontwierp decors en kostuums voor het theater en maakte muurschilderingen, postzegels en keramiek. 
In het prentenkabinet hangt naast bekend werk ook minder of zelfs onbekend werk. Soms is het kleurrijk en soms zijn het ogenschijnlijk simpele zwart-wittekeningen. Veel tekeningen doen de kijker glimlachen, maar Sieb weet zeker ook andere emoties op te roepen. 
In het midden van de zaal staat een vitrine met daarin bijzondere objecten waaronder borden met tekeningen van Sieb en schetsboeken. 

De boek van de tentoonstelling is prachtig vormgegeven en gedrukt op mooi dik papier. De tekeningen krijgen alle ruimte, er staat geen commentaar bij. Wie wil achterhalen waarvoor Sieb het betreffende werk maakte moet speuren in de summiere informatie achter in het boek. Jaap Robben schreef voor het boek een mooi voorwoord. 

Werk is een kleine tentoonstelling, maar zeer de moeite waard. 
De tentoonstelling is tot 14 januari 2018 te zien in Teylers Museum in Haarlem.


Sieb Posthuma Werk 
Querido, 2017     €25,00

Wie krijgt de Gouden Griffel 2017?

Geplaatst 3 okt. 2017 03:59 door susan *   [ 3 okt. 2017 03:59 bijgewerkt ]




De Griffeljury heeft dit jaar 157 boeken beoordeeld, iets minder dan vorig jaar. De meeste boeken werden ingediend voor de categorie Tot zes jaar (55) en de minste voor de categorie Poëzie. De jury heeft het langst gediscussieerd over de verdeling van de prijzen in de categorie Vanaf negen jaar: ‘er waren zoveel goede boeken dat de jury daar met pijn in het hart een aantal titels terzijde moest schuiven.’ 
De jury roemt in haar rapport de serie Tijgerlezen van uitgeverij Querido. Ze hebben met waardering kennis genomen van dit nieuwe initiatief voor beginnende lezers. Verder constateert de jury dat er, net als vorig jaar, relatief veel kinderboeken worden uitgegeven waarvoor de beeldende kunst inspiratie is. 

Laten we de keuze van de Griffeljury eens nader bekijken. 
In de categorie Tot zes jaar zijn twee prachtige titels genomineerd: Siens hemel van Bibi Dumon Tak over het verdriet als er een geliefd huisdier overlijdt en Tangramkat dat gaat over de avonturen van een bijzondere kat en geschreven is door Maranke Rinck. Dit boek kreeg overigens al een Gouden Penseel voor de illustraties gemaakt door Martijn van der Linden. Het is fijn om te zien dat hier twee dames genomineerd zijn die mooi kunnen schrijven voor een jonge doelgroep. Het is namelijk niet makkelijk om voor jonge kinderen met weinig taalervaring een tekst te schrijven die goed, mooi en begrijpelijk is. 
De categorie Vanaf zes jaar is ieder jaar weer lastig. Veel boeken die voor deze leeftijd worden uitgegeven hebben als doel om kinderen leesvaardig te maken en blinken niet uit in mooi taalgebruik. Het zou fijn zijn als uitgevers voor deze groep kinderen eens wat meer fijne voorleesboeken zouden uitbrengen. De jury bekroont in deze categorie slecht een boek: Kinderen met een ster van Martine Letterie. Het boek laat op indringende wijze zien hoe Joodse kinderen van ongeveer zes jaar de Tweede Wereldoorlog beleven. Maar of het daarmee een boek voor zes- tot negenjarige is betwijfel ik. Deze jonge lezers hebben nog (te) weinig kennis van de context en het is de vraag in hoeverre de voorlezer bereid is die context al te geven. 
In de categorie Vanaf negen jaar was het dus dringen. Zowel bij de Vlag en Wimpels (de eervolle vermeldingen van de Griffeljury) als bij de toegekende Griffels vinden we hele mooie boeken. Wat de doorslag heeft gegeven om uiteindelijk Koos Meinderts voor Naar het noorden en Anna Woltz voor Alaska de Griffels te gunnen weten we niet. Het zijn in ieder geval boeken die een Griffel verdienen. Woltz laat in Alaska weer zien waarom ze vorig jaar de Gouden Griffel won, want opnieuw schrijft ze op lichte toon op fraaie wijze over de pijn van het leven. Koos Meinderts is een kundig verhalenverteller die de lezer meetrekt in de wereld die hij schetst. Met zijn sobere taal weet hij te ontroeren. 
In de categorie Informatief vinden we twee auteurs die in andere categorieën eerder Gouden Griffels kregen, Daan Remmerts de Vries zelfs twee keer. Schrijven kunnen ze dus wel. Westera kreeg de Zilveren Griffel voor Baby’tje in mama’s buik, een verhalend informatief boek over zwangerschap en geboorte. Remmerts de Vries krijgt zilver voor T.rex in Naturalis waarin hij fictie combineert met informatie. 
In de categorie Poëzie heeft de jury niets bekroond. Hoewel er niet veel originele poëzie voor kinderen verschijnt vind ik de jury hier wel erg zuur. Ik vraag mij af waarom de prachtige eigenzinnige vertaling van Robbert-Jan Henkes van Russische kinderpoëzie (Bij mij op de maan, Van Oorschot 2016) niet gelauwerd is en ook de speelse vertaling van Koos Meinderts van een groot aantal Engelse nursery rhymes (Kak! zei de ezel, Rubinstein 2016) is in mijn ogen best een bekroning waard. Maar misschien komen poëzievertalingen niet in aanmerking voor Griffels en is dat de reden. 

En dan nu de hamvraag: wie krijgt mijn Gouden Griffel?
Bette Westera en Daan Remmerts de Vries zijn wat mij betreft geen kanshebbers. De boeken zijn kundig geschreven, maar zij kunnen veel beter. 
Kinderen met een ster van Martine Letterie is een interessant boek, maar of kinderen vanaf een jaar of zes ermee uit de voeten kunnen betwijfel ik. Liever geen goud voor dit boek. Anna Woltz’ Alaska is minstens even goede als Gips en dus Gouden Griffelwaardig. Maar om nu twee keer achter elkaar een vergelijkbaar boek van dezelfde auteur te bekronen vind ik niet nodig. Het boek van Koos Meinderts is absoluut een kanshebber en hij zou een mooie winnaar zijn. Maar ik hoop dat de Gouden Griffel deze keer wordt toegekend aan een van de schrijfsters uit de categorie Tot zes jaar. Ik gun deze auteurs de waardering voor hun geploeter om voor jonge onervaren lezers een toegankelijke mooie goed geschreven tekst te maken. Zowel in Tangramkat als in Siens hemel is de tekst niet alleen goed geschreven maar ook nauw verbonden met de illustraties. Dumon Tak en Rinck zeggen geen woord te veel, een kwaliteit die we vaak moeten missen in boeken voor jonge kinderen. Ik duim vanavond voor Maranke Rinck en Bibi Dumon Tak.

Wie krijgt de Woutertje Pieterse Prijs 2017?

Geplaatst 6 apr. 2017 09:00 door susan *   [ 6 apr. 2017 09:00 bijgewerkt ]



Zaterdag 8 april wordt in Amsterdam voor de 30e keer de Woutertje Pieterse Prijs uitgereikt. De prijs gaat naar ‘het beste oorspronkelijk Nederlandstalige jeugd-of kinderboek’ uit 2016. De jury, bestaande uit Noraly Beyer, Anne-Gine Goemans, Jen de Groeve, Mirjam Noorduijn en Peter de Kan nomineerde eind februari bovenstaande zes boeken. Gekozen werd ‘voor boeken met een universele en tijdloze waarde, waarin tekst en beeld elkaar op bijzondere wijze versterken.’ 

Laten we de kanshebbers eens wat nader bekijken. De afbeeldingen bij de tekst zijn afkomstig uit de genomineerde boeken.

Aap Beer Zebra
 van Bette Westera en Henriëtte Boerendans is een alfabetboek. Boerendans maakte 26 houtsneden van uiteenlopende dieren, Westera schreef daar informatieve versjes bij. Het fraaie werk van Boerendans valt op en werd al diverse keren bekroond. Westera, die eerder de Woutertje Pieterse Prijs won, maakte leuke en soms heel goede versjes bij de illustraties. Toch bereikt de tekst niet het niveau van het prijswinnende Doodgewoon waar alle gedichten raak waren. 







Het grootste en leukste beeldwoordenboek ter wereld van Tom Schamp doet zijn naam eer aan. Het groot uitgegeven boek staat bomvol tekeningen en tekst. De indeling laat het vaste stramien van een woordenboek helemaal los en laat in plaats daarvan een bonte selectie onderwerpen de revue passeren, van ‘wat eten we’ tot ‘olifantengeheugen’. Vaste figuren (zo’n vijftien stuks) bevolken de pagina’s die gevuld zijn met talrijke tekeningen. De klein gedrukte tekst, meestal een verklarend woord en soms een enkele regel, vult het beeld aan. Schamp speelt met tekst en beeld en stort zo een duizelingwekkende hoeveelheid informatie over de lezer uit. Het levert een boek op waar altijd weer nieuwe dingen in te ontdekken zijn. 

Met Stella wordt Gerda Dendooven alweer genomineerd voor een belangrijke prijs. Voor dit prentenboek maakte ze zowel de tekeningen als de tekst. Dendooven vertelt over Stella die als baby wordt opgevist uit zee en uitgroeit tot een reuzin. Ze past letterlijk niet meer in haar omgeving en wordt steeds eenzamer. Daarom besluit ze op een dag weg te gaan, op zoek naar een plek waar ze gelukkig kan zijn. Dendooven schrijft verdienstelijk, maar haar schrijfstijl kan niet tippen aan de teksten van (de ook genomineerde) Toon Tellegen, Benny Lindelauf of Lida Dijkstra. Haar illustraties zijn, zoals altijd, van hoog niveau. 

Zowel Toon Tellegen als Sylvia Weve mogen zich opnieuw verheugen op een kans de Woutertje Pieterse Prijs te winnen. Weve kreeg in 2015 (met Bette Westera) de prijs voor het al eerder genoemde boek Doodgewoon. In Op een ochtend vroeg in de zomer laat ze een andere kant van haar talent zien. Dat kunnen we niet zeggen over de tekst van Toon Tellegen, die al twee keer de Woutertje Pieterse Prijs won. Het in 1994 bekroonde boek Bijna iedereen kon omvallen is vergelijkbaar met het nu genomineerde boek. De kwaliteit van Tellegens werk is onomstreden, maar het is de vraag of meer van hetzelfde een dubbele bekroning waard is. De combinatie Weve/Tellegen vind ik minder geslaagd. Weve vult de verhalen van Tellegen gedetailleerd in en laat zo weinig ruimte voor de lezer om de enigszins vervreemdende verhalen van Tellegen met eigen beelden aan te vullen. 

In 2012 kreeg Lida Dijkstra al een eervolle vermelding van de Woutertje Pieterse jury voor haar boek Verhalen voor de vossenbroertjesDe ring van koning Salomo heeft raakvlakken met dit boek. Ook nu baseert Dijkstra zich op bestaande verhalen waar ze haar eigen draai aan geeft. De tekst van het boek is veelzijdig, evenals de illustraties van Martijn van de Linden die het verhaal ondersteunen. Van der Linden won vorig jaar de Woutertje Pieterse prijs samen met Edward van de Vendel voor het boek Stem op de Okapi. In vergelijking met dit boek zijn de illustraties minder veelzijdig en origineel. 





Het laatste genomineerde boek is Hoe Tortot zijn vissenhart verloor van Benny Lindelauf en Ludwig Volbeda. Ook Lindelauf won al eerder de Woutertje Pieterse Prijs voor zijn boek De hemel van Heivisj. In het genomineerde boek zien we opnieuw de meesterverteller aan het werk. Hij vertelt weer een meeslepend verhaal, maar de cynische hoofdpersoon vraagt om een andere stijl dan zijn eerdere boeken. In het gelaagde verhaal speelt de schrijver met absurditeit en serieuze emoties. De rijke volle illustraties van Volbeda passen goed bij Lindelaufs stijl. De gedetailleerde tekeningen ondersteunen niet alleen het verhaal, maar vullen het ook op een unieke manier aan. Het resultaat is een enerverende lees-en kijkbeleving. 

Mijn Woutertje Pieterse Prijs gaat naar Lindelauf en Volbeda voor hun unieke persoonlijke stijl én voor de meerwaarde die hun samenwerking oplevert. 

De kerntitels voor de Kinderboekenweek 2017

Geplaatst 9 mrt. 2017 03:04 door susan *   [ 5 sep. 2017 03:55 bijgewerkt ]




De Kinderboekenweek 2017 (4 t/m 15 oktober) heeft dit jaar griezelen als thema. 
Het kinderboekenweekgeschenk wordt geschreven door Janneke Schotveld en het prentenboek van de Kinderboekenweek wordt gemaakt door Martijn van der Linden en Maranke Rinck. 

Voor de Kinderboekenweek worden jaarlijks ook de zogenaamde kerntitels geselecteerd. De 20 kerntitels sluiten aan op het thema van de Kinderboekenweek en staan centraal in het lesmateriaal voor scholen. De kerntitels zijn gekozen door een commissie, samengesteld uit twee docenten, een boekhandelaar, een bibliothecaris en een recensent. 

Dit zijn de kerntitels voor Kinderboekenweek 2017 
(De onderstreepte titels zijn besproken op kinderboekenpraatjes)

Groep 1 & 2 

Dit is een boek vol monsters van Guido van Genechten, geïllustreerd door Guido van Genechten verschenen bij Clavis Uitgeverij 
Klein monster Motta van Yvonne Jagtenberg geïllustreerd door Yvonne Jagtenberg verschenen bij Rubinstein. 
Aaa-woe! Wie maakt dat geluid? van Jonny Lambert geïllustreerd door Jonny Lambert verschenen bij Veltman Uitgevers 
De grote gevaarlijke Grompel van Claire Freedman geïllustreerd door Kate Hindley verschenen bij Querido Kinderboeken 
Joke wil spoken van Jeroen Schipper geïllustreerd door Cindy van de Ven verschenen bij C. de Vries-Brouwers 

Groep 3 & 4 

De broers Grombek van Jozua Douglas geïllustreerd door Hugo van Look verschijnt bij Uitgeverij Zwijsen 
Bert en Bart en de zoen van de zombie van Tjibbe Veldkamp geïllustreerd door Kees de Boer verschenen bij Lemniscaat 
Draak van Nils Pieters geïllustreerd door Nils Pieters verschenen bij De Eenhoorn 
Knekelstad van Jean-Luc Fromental geïllustreerd door Joelle Jolivet verschenen bij Uitgeverij De Harmonie 
De sprookjesverteller. Sprookjes van Andersen door Thé Tjong Khing verschenen bij Gottmer 

Groep 5 & 6 

Gruwelijk Grappige Griezelverhalen van De Lachende Zaag (Jozua Douglas, Tosca Menten en Manon Sikkel) verschijnt bij Luitingh Sijthoff ism De Fontein en Van Goor 
Trubbel de trol: De Griezels van Bakstein van Reggie Naus geïllustreerd door Kees de Boer verschenen bij Ploegsma. 
Ben niet bang voor de wilde dieren van Geert-Jan Roebers, geïllustreerd door Wendy Panders verschenen bij Gottmer. 
De ongelooflijke avonturen van Merel Jansen van Will Mabbit, geïllustreerd door Ross Collins verschenen bij Kluitman. 
De Vloek van Woestewolf van Paul Biegel, geïllustreerd door Carl Hollander verschijnt bij Lemniscaat. 

Groep 7 & 8 

Spookschrijvers van Henk Hardeman, verschenen bij Holland. 
De Griezelbus 1 van Paul van Loon geïllustreerd door Ien van Laanen en Caren Limpens verschenen bij Leopold. 
Stranders van Iris Stobbelaar geïllustreerd door Maaike Putman verschenen bij Ploegsma. 
Dulle Griet van Geert de Kockere, geïllustreerd door Carll Cneut verschijnt bij De Eenhoorn. Spuitende slagaders van Jesse Goossens geïllustreerd door Linde Faas verschijnt bij Lemniscaat.

Deze dag, een leven De biografie van Astrid Lindgren - Jens Andersen

Geplaatst 23 jan. 2017 04:27 door susan *   [ 2 feb. 2018 05:16 bijgewerkt ]


De Zweedse kinderboekenschrijfster Astrid Lindgren is nog altijd een grote naam binnen de kinderliteratuur. Ze werd in 1907 geboren en stierf, vierennegentig jaar oud, in 2002. Ze leefde in een enerverende eeuw en dat had zijn weerslag op haar leven en werk. 
Je zou denken dat alles over deze beroemde schrijfster wel zo´n beetje bekend was, maar dat is niet het geval. De Deense biograaf Jens Andersen is de eerste die gebruik kon maken van het materiaal dat opgeslagen ligt in de Zweedse Koninklijke Bibliotheek en ook kon hij rekenen op de medewerking van Astrids dochter Karin Nyman. Andersen en Nyman wilden met dit boek een waarheidsgetrouwe biografie presenteren. Het is natuurlijk de vraag of de dochter van Astrid met een open eerlijke blik naar haar moeder kan kijken, maar gelukkig baseert Andersen zich voornamelijk op objectieve bronnen zoals de vele brieven die Astrid                                      schreef. 

Astrid wordt geboren op het Zweedse platteland als tweede kind van Samuel en Hanna Ericsson. Ze groeit op in een warm gezin op een idyllische plek. Als Astrid vijftien is wordt ze leerling-journaliste bij de plaatselijke krant, een niet alledaagse keus voor een meisje. Astrids schrijftalent valt al snel op. Maar de carrière wordt bruusk onderbroken als ze zwanger wordt van haar baas, de bijna vijftig jaar oudere Reinold Blomberg, vader van zeven kinderen en verwikkelt in een echtscheidingszaak. Ze is dan negentien. Astrid verhuist naar Stockholm. Ze bevalt in Denemarken omdat daar de geboortegegevens veilig zijn. Haar zoon Lasse (Lars) wordt ondergebracht in een liefdevol pleeggezin in Kopenhagen. Over deze ingrijpende periode in Astrids leven heeft ze lang gezwegen en dat zal de reden zijn dat er veel aandacht voor is in de biografie. Gedetailleerd wordt beschreven hoe het Lasse vergaat in het pleeggezin, hoeveel moeite Astrid heeft met de scheiding van haar kind, hoe ze uiteindelijk niet met de vader van Lasse wil trouwen en hoe ze zich over haar zoon ontfermt als zijn pleegmoeder niet langer voor hem kan zorgen. Als ze in 1931 met Sture Lindgren trouwt komt het kind bij hen wonen. In 1934 krijgt Astrid nog een tweede kind, Karin. 
Tijdens de oorlogsjaren werkt Astrid bij de Zweedse inlichtingendienst. In deze periode houdt ze een oorlogsdagboek bij, dat in ook in Nederlands werd uitgegeven (Oorlogsdagboek, Ploegsma 2015). 
Op de helft van de biografie komen we eindelijk toe aan de periode dat Astrid kinderboekenschrijfster wordt. Als ze noodgedwongen thuis zit met een verstuikte enkel besluit ze de verhalen over Pippi Langkous die ze schreef voor haar dochter te bewerken en aan te bieden aan een uitgever. Wat volgt is het klassieke verhaal over de grote uitgever die het boek afwijst en de kleine uitgever die het aandurft en daarmee zijn bedrijf redt. Pippi Langkous werd een enorm succes, mede omdat redactrice (en goede vriendin) Elsa Olenius een invloedrijke persoon binnen de kinderliteratuur was en zij het werk van Astrid onvermoeibaar overal onder de aandacht bracht. De uitgeverij bood Astrid een parttime baan aan als redactrice en gaf daarnaast al haar boeken uit. Astrid werd een invloedrijke persoon die als schrijfster en redactrice een groot stempel op de naoorlogse Zweedse kinderliteratuur drukte. In 1970 gaat Astrid met pensioen als redactrice, maar ze blijft wel kinderboeken schrijven. 
Astrid kreeg in de jaren zeventig, net als Annie M.G. Schmidt en Paul Biegel in Nederland, te maken met een realistische stroming die de westerse kinderliteratuur in die periode dicteerde. Fantasie werd in de ban gedaan:´Een goed boek is een boek dat vragen stelt vanuit de situatie van het kind en dat socialistische antwoorden geeft´ was het devies. Ze trok zich er niet veel van aan. In 1973 brengt ze haar meest omstreden boek uit: De gebroeders Leeuwenhart
In de jaren zeventig wordt Astrid politiek actief, volgens haar is de sociaal democratie ontaardt in een eigenmachtige, bureaucratische onrechtvaardige betuttelingsmaatschappij. Haar politieke invloed is aanzienlijk. In de jaren negentig wordt ze een stuwende kracht in de Zweedse milieubeweging. Het levert een dierenbeschermingswet op die haar naam draagt. 
Astrid overlijdt op 28 januari 2002, om tien uur in de ochtend in haar eigen huis. Ze wordt begraven op 8 maart. Honderdduizenden bewijzen haar de laatste eer. 

Deze dag een leven
 is een omvangrijke biografie. De biograaf besteedt veel aandacht aan Astrids boeken en zoekt naar raakvlakken tussen Astrids werk, haar persoonlijk leven en haar pedagogische en politieke ideeën. 
Soms kleurt Andersen dingen in door een bloemrijke omschrijving te geven van een scène uit het leven van Astrid. Hij doet dat bijvoorbeeld in zijn beschrijving van de eerste ontmoeting tussen Astrid en Carl, de zoon van Lasse´s pleegmoeder. Gelukkig is dat niet de overheersende stijl, de meeste informatie is objectiever en wordt onderbouwd met citaten uit brieven. Deze brieven laten vaak Astrids gevoel voor humor zien en natuurlijk ook haar weergaloze schrijftalent. 

Deze dag een leven is een prettig leesbare, goed gedocumenteerde en rijke biografie. Een mustread voor iedereen die nieuwsgierig is naar het leven en de gedachten van de nog altijd populaire kinderboekenschrijfster Astrid Lindgren. 

Deze dag, een leven 
De biografie van Astrid Lindgren 
Jens Andersen (vertaald door Lammie Post-Oostenbrink en Kor de Vries) 


Ploegsma, 2016     € 35,00 

Meer Astrid Lindgren op kinderboekenpraatjes: 
De gebroeders Leeuwenhart 

Het boekenboek - Mirjam Noorduijn en Veerle Vanden Bosch

Geplaatst 2 nov. 2016 04:29 door susan *   [ 2 nov. 2016 04:30 bijgewerkt ]


Het zal boekenliefhebbers niet zijn ontgaan dat Nederland en Vlaanderen een paar weken geleden gastland waren op de Frankfurter Buchmesse. Een mooie aanleiding om ook de Nederlandstalige jeugdliteratuur in het zonnetje te zetten en daarom benaderde gastheer Bart Moeyeart Mirjam Noorduijn en Veerle Vanden Bosch om een boek samen te stellen. Het moest een informatief, speels en toegankelijk overzicht van ´onmisbare jeugdboeken´ worden. 
Vanden Bosch, chef letteren van De Standaard en journalist/recensent Noorduijn, die onder andere recensies schrijft voor NRC Handelsblad, konden putten uit hun jarenlange ervaring en uitgebreide kennis van de jeugdliteratuur. 
Het boekenboek is geen encyclopedisch overzicht geworden en ook geen overzicht van de belangrijkste boeken uit de jeugdliteratuur. De auteurs hebben ervoor gekozen aan de hand van vijftig boektitels, vijfentwintig portretten van illustratoren en vijfentwintig thema´s een beeld te schetsen van de mooiste kinder- en jeugdboeken vanaf 1954, het jaar waarin voor het eerst de Kinderboekenweek werd georganiseerd. 
Voor de opzet van het boek diende de Gids voor de wereldliteratuur van Pieter Steinz (Nieuw Amsterdam, 2015) als voorbeeld. Er is niet gekozen voor een chronologische opsomming, er wordt een boekennetwerk gepresenteerd waarin boeken, schrijvers, thema´s en illustratoren naar elkaar verwijzen. Zo leidt de structuur van honderd hoofdstukken tot de bespreking van ongeveer duizend boeken uit allerlei genres en geschreven voor diverse leeftijden. 

De vijftig boeken die besproken worden zijn alle van gelauwerde schrijvers die Griffels, Boekenleeuwen en andere prestigieuze kinderboekenprijzen in de wacht sleepten. Ieder boek krijgt vier bladzijden waarop de lezer de begin- en de eindzin van het boek vindt, een korte beschrijving van de inhoud, een vlot geschreven biografie van de schrijver, welke boeken de schrijver hebben geïnspireerd, een ode aan de schrijver van een (min of meer) bekende persoon, een quote die de schrijver typeert, een korte beschrijvingen van andere boeken van dezelfde auteur, een leuke wetenswaardigheid en vijf tips om verder te lezen. 
De illustratoren krijgen wat minder ruimte, bij hen geen lofrede en ook komen we er niet achter wat op hun nachtkastje ligt. Wel wordt hun werk besproken en zeggen ze er ook zelf iets over. En natuurlijk worden er boeken besproken die ze hebben geïllustreerd. 
De vijfentwintig thema´s zijn niet voor niets verzameld onder het kopje Grabbelton, want de inhoud is divers. Er zijn overzichten in opgenomen, bijvoorbeeld van troostboeken, kinderdetectives, roemruchte beren, kunstprentenboeken, zoek-en kijkboeken of sinterklaasboeken. Ook worden de favoriete boeken van de Kinderjury op een rijtje gezet, zes scheppingsverhalen besproken, komt de kinderpoëzie aan de orde en is er een overzicht van aanstormend illustratietalent. 

De auteurs hebben zich bij hun keuze onder andere laten leiden door de verkrijgbaarheid van de boeken die ze bespreken. Toch zal het niet meevallen een aantal boeken te pakken te krijgen. Klassiekers als Zwart als inkt ( Wim Hofman) of Kleine Sofie en Lange Wapper (Els Pelgrom) zijn al jaren uit druk en boeken van voor 2000 zullen ook in de bibliotheken niet altijd voorhanden zijn. 
De opzet om een speels en toegankelijk boek over de Vlaamse en Nederlandse kinder-en jeugdliteratuur te maken is absoluut geslaagd. Naast de vele blokjes tekst, die je met een gerust hart door elkaar kunt lezen, staat het boek boordevol illustraties, veelal in kleur. Er valt veel te ontdekken, ook voor de kinderboekenkenner. 

Het boekenboek 
Mirjam Noorduijn en Veerle Vanden Bosch 

Leopold, 2016     € 34,99

De kansen en de kanshebbers op de Gouden Griffel 2016

Geplaatst 4 okt. 2016 02:48 door susan *   [ 4 okt. 2016 03:31 bijgewerkt ]


2015 was een rijk kinderboekenjaar en dat zien we terug in de bekroningen van de Griffeljury. Ze deelden het maximale aantal Zilveren Griffels uit en bijna alle Vlag en Wimpels. Alleen in de categorie Poëzie bleven twee Vlag en Wimpels liggen wegens het geringe aanbod. 

Je kunt altijd discussiëren over de verdeling van de prijzen, soms zie je nu eenmaal liever dat een boek een Griffel krijgt in plaats van een Vlag en Wimpel. Toch is het lijstje winnaars een prachtig lijstje en zijn er tien kwalitatief goede en mooie boeken bekroond. 
De Griffeljury staat na het toekennen van de Zilveren Griffels voor de lastige vraag wie het goud zal krijgen. Alle tien boeken komen in aanmerking omdat ze allemaal oorspronkelijk Nederlandstalig zijn. Wat zou ik graag de discussie gevolgd hebben, want het zal geen makkelijke keuze zijn geweest. Wat heeft de jury tegen elkaar afgewogen? 
Vonden ze de teksten van Tjibbe Veldkamp en Edward van de Vendel sterk genoeg als ze los van de illustraties beoordeeld worden? Waardeert de jury dat Imme Dros haar jonge lezerspubliek niet uit het oog verliest? Vergelijkt de jury het werk van Joke van Leeuwen met haar eerdere werk en kan het genomineerde boek die vergelijking doorstaan? Houdt de jury überhaupt rekening met eerdere bekroningen? Willen ze Joke van Leeuwen, Toon Tellegen, Hans en Monique Hagen en Ted van Lieshout nogmaals bekronen voor vergelijkbaar werk? Hoeveel waarde hecht de jury aan vernieuwing? Hoeveel gewicht legt Akvelds en Van de Vendels originaliteit in de schaal? Speelt toegankelijkheid een rol? Gaat Anna Woltz haar eerste Gouden Griffel winnen met een boek dat veel kinderen zal aanspreken, of gaat Daan Remmerts de Vries er voor de derde keer met goud vandoor met een boek over een jongen waarmee de meeste kinderen zich lastig zullen kunnen identificeren en dat van een (in mijn ogen) psychiatrische stoornis een te makkelijk oplosbaar probleem maakt? 

In ieder geval staan er vanavond elf auteurs op het toneel die tien prachtige boeken hebben geschreven. Als ik alles tegen elkaar afweeg zie ik graag Anna Woltz winnen omdat ze geweldig schrijft en veel kinderen haar boek graag zullen lezen. Maar ook Imme Dros zou een leuke winnaar zijn. Na zestien Zilveren Griffels is haar die ene gouden van harte gegund. We zullen het zien. Vanavond rond half negen is de winnaar van de Gouden Griffel bekend. 

De genomineerden staan hier op een rijtje:

1-10 of 64