lijst Rondom‎ > ‎

Wie krijgt de Woutertje Pieterse Prijs 2017?

Geplaatst 6 apr. 2017 09:00 door susan *   [ 6 apr. 2017 09:00 bijgewerkt ]


Zaterdag 8 april wordt in Amsterdam voor de 30e keer de Woutertje Pieterse Prijs uitgereikt. De prijs gaat naar ‘het beste oorspronkelijk Nederlandstalige jeugd-of kinderboek’ uit 2016. De jury, bestaande uit Noraly Beyer, Anne-Gine Goemans, Jen de Groeve, Mirjam Noorduijn en Peter de Kan nomineerde eind februari bovenstaande zes boeken. Gekozen werd ‘voor boeken met een universele en tijdloze waarde, waarin tekst en beeld elkaar op bijzondere wijze versterken.’ 

Laten we de kanshebbers eens wat nader bekijken. De afbeeldingen bij de tekst zijn afkomstig uit de genomineerde boeken.

Aap Beer Zebra
 van Bette Westera en Henriëtte Boerendans is een alfabetboek. Boerendans maakte 26 houtsneden van uiteenlopende dieren, Westera schreef daar informatieve versjes bij. Het fraaie werk van Boerendans valt op en werd al diverse keren bekroond. Westera, die eerder de Woutertje Pieterse Prijs won, maakte leuke en soms heel goede versjes bij de illustraties. Toch bereikt de tekst niet het niveau van het prijswinnende Doodgewoon waar alle gedichten raak waren. 







Het grootste en leukste beeldwoordenboek ter wereld van Tom Schamp doet zijn naam eer aan. Het groot uitgegeven boek staat bomvol tekeningen en tekst. De indeling laat het vaste stramien van een woordenboek helemaal los en laat in plaats daarvan een bonte selectie onderwerpen de revue passeren, van ‘wat eten we’ tot ‘olifantengeheugen’. Vaste figuren (zo’n vijftien stuks) bevolken de pagina’s die gevuld zijn met talrijke tekeningen. De klein gedrukte tekst, meestal een verklarend woord en soms een enkele regel, vult het beeld aan. Schamp speelt met tekst en beeld en stort zo een duizelingwekkende hoeveelheid informatie over de lezer uit. Het levert een boek op waar altijd weer nieuwe dingen in te ontdekken zijn. 

Met Stella wordt Gerda Dendooven alweer genomineerd voor een belangrijke prijs. Voor dit prentenboek maakte ze zowel de tekeningen als de tekst. Dendooven vertelt over Stella die als baby wordt opgevist uit zee en uitgroeit tot een reuzin. Ze past letterlijk niet meer in haar omgeving en wordt steeds eenzamer. Daarom besluit ze op een dag weg te gaan, op zoek naar een plek waar ze gelukkig kan zijn. Dendooven schrijft verdienstelijk, maar haar schrijfstijl kan niet tippen aan de teksten van (de ook genomineerde) Toon Tellegen, Benny Lindelauf of Lida Dijkstra. Haar illustraties zijn, zoals altijd, van hoog niveau. 

Zowel Toon Tellegen als Sylvia Weve mogen zich opnieuw verheugen op een kans de Woutertje Pieterse Prijs te winnen. Weve kreeg in 2015 (met Bette Westera) de prijs voor het al eerder genoemde boek Doodgewoon. In Op een ochtend vroeg in de zomer laat ze een andere kant van haar talent zien. Dat kunnen we niet zeggen over de tekst van Toon Tellegen, die al twee keer de Woutertje Pieterse Prijs won. Het in 1994 bekroonde boek Bijna iedereen kon omvallen is vergelijkbaar met het nu genomineerde boek. De kwaliteit van Tellegens werk is onomstreden, maar het is de vraag of meer van hetzelfde een dubbele bekroning waard is. De combinatie Weve/Tellegen vind ik minder geslaagd. Weve vult de verhalen van Tellegen gedetailleerd in en laat zo weinig ruimte voor de lezer om de enigszins vervreemdende verhalen van Tellegen met eigen beelden aan te vullen. 

In 2012 kreeg Lida Dijkstra al een eervolle vermelding van de Woutertje Pieterse jury voor haar boek Verhalen voor de vossenbroertjesDe ring van koning Salomo heeft raakvlakken met dit boek. Ook nu baseert Dijkstra zich op bestaande verhalen waar ze haar eigen draai aan geeft. De tekst van het boek is veelzijdig, evenals de illustraties van Martijn van de Linden die het verhaal ondersteunen. Van der Linden won vorig jaar de Woutertje Pieterse prijs samen met Edward van de Vendel voor het boek Stem op de Okapi. In vergelijking met dit boek zijn de illustraties minder veelzijdig en origineel. 





Het laatste genomineerde boek is Hoe Tortot zijn vissenhart verloor van Benny Lindelauf en Ludwig Volbeda. Ook Lindelauf won al eerder de Woutertje Pieterse Prijs voor zijn boek De hemel van Heivisj. In het genomineerde boek zien we opnieuw de meesterverteller aan het werk. Hij vertelt weer een meeslepend verhaal, maar de cynische hoofdpersoon vraagt om een andere stijl dan zijn eerdere boeken. In het gelaagde verhaal speelt de schrijver met absurditeit en serieuze emoties. De rijke volle illustraties van Volbeda passen goed bij Lindelaufs stijl. De gedetailleerde tekeningen ondersteunen niet alleen het verhaal, maar vullen het ook op een unieke manier aan. Het resultaat is een enerverende lees-en kijkbeleving. 

Mijn Woutertje Pieterse Prijs gaat naar Lindelauf en Volbeda voor hun unieke persoonlijke stijl én voor de meerwaarde die hun samenwerking oplevert.