Lijst Vlag en Wimpels 2012

Keepvogel en Kijkvogel - Wouter van Reek

Geplaatst 3 sep. 2012 02:47 door susan *   [ 3 sep. 2012 02:48 bijgewerkt ]


In september 2011 was er in het Haags Gemeentemuseum een grote tentoonstelling gewijd aan het werk van Pieter Mondriaan. In samenwerking met uitgeverij Leopold werden er ter gelegenheid van deze tentoonstelling twee kunstboeken voor kinderen uitgegeven. Voor kinderen vanaf negen jaar Mister Orange (Truus Matti) en voor de kleintjes het prentenboekKeepvogel en Kijkvogel van Wouter van Reek. Beide boeken kregen een Zilveren Griffel. 
Keepvogel, volgens zijn schepper een ´doodgewone superheld´ deelt zijn avonturen al geruime tijd met de jonge televisiekijkers. In 2009 verscheen hij voor het eerst in een prentenboek samen met zijn vaste vriend, het hondje Tungsten. 

Keepvogel komt tijdens een wandeling Kijkvogel tegen die een nieuwe toekomst zoekt. Keepvogel vindt dit niet nodig ´als je afwacht komt de toekomst toch vanzelf?´ Maar Kijkvogel maakt toch iets in hem wakker. Keepvogel wil geen onbekende dingen mislopen en daarom besluit hij er op uit te trekken. Hoe verder hij komt, hoe onbekender alles wordt. Uiteindelijk komen Keepvogel en Tungsten aan in een grote stad vol haastige reizigers, felle lichten, perrons, trappen en piepende remmen. Het zo druk dat Keepvogel Tungsten kwijt raakt. Tijdens zijn zoektocht naar het hondje ontmoet hij Kijkvogel weer, die hem meeneemt naar zijn atelier. Als Tungsten weer opduikt dansen Keepvogel, Kijkvogel en hun honden op de ´allernieuwste allermodernste allerwildste´ muziek en dan weet Kijkvogel het: zo ziet de nieuwe toekomst eruit! 

De kracht van het boek zit vooral in de illustraties die het werk van Mondriaan vermengt met de stijl van Van Reek. Zo loopt Keepvogel door het werk van Mondriaan, dat steeds abstracter wordt, naar de drukte van de stad. De zoektocht van Keepvogel in het New York van Mondriaan is prachtig, zeker in het kader van ondersteunend prentenboek bij een Mondriaantentoonstelling. 
De tekst in het prentenboek is voor jonge kinderen niet makkelijk. Het zoeken naar´een nieuwe toekomst´ is een erg abstracte opdracht. Er wordt gezocht naar iets dat hoe verder je komt steeds onbekender wordt en in de verte nóg onbekender is. Het doel komt in zicht bij een ondergrondse trein als Keepvogel uitroept ´De toekomst komt nu echt dichterbij´ en uiteindelijk is die nieuwe toekomst dan dansen op de muziek van een swingend plaatje (!). 
Het is duidelijk dat het verhaal moest eindigen bij het topstuk uit het Haags Gemeentemuseum, deVictory Boogie Woogie, dat de nieuwe toekomst representeert. Dat was wellicht in 1944 het geval, maar dat is nu een rare conclusie. En daar zal de verbazing van de kleuter niet stoppen. In de laatste zinnen ontkent Tungsten er moderner uit te zien terwijl de lezer toch duidelijk ziet dat hij in een nieuwe stijl is afgebeeld. 

Keepvogel en Kijkvogel is door de Penseeljury 2012 bekroond met een Vlag en Wimpel en dat is meer dan terecht. Met de toekenning van een Zilveren Griffel in de categorie tot zes jaar heb ik meer moeite. Voor kinderen die dit boek lezen los van de Mondriaantentoonstelling is het een onsamenhangend en moeilijk verhaal. 


Keepvogel en Kijkvogel 
Wouter van Reek

Leopold, 2011     € 13,95

Juffrouw van Zanten en de zeven rovers - Mathilde Stein

Geplaatst 29 jun. 2012 14:33 door susan *   [ 29 jun. 2012 14:34 bijgewerkt ]

Een opvoedkundige die terecht komt in een dievenbende is een bekend thema in de kinderliteratuur. Mathilde Stein werkt het op haar manier uit in het prentenboek Juffrouw Van Zanten en de zeven rovers. In een tekst op rijm heeft het verhaal aanvankelijk het verwachte verloop: zeven rovers overvallen een postkoets, niet wetende wie er in die koets zit. Ze maken al snel kennis met de passagier: ´Aangenaam heren, ik ben juffrouw Van Zanten, op-voed-des-kun-di-ge van mijn beroep. Uw kind onbeleefd? Geen normen? Geen waarden? En veel te brutaal, zoals hier in deze groep?´
De juffrouw neemt het heft in handen en gaat met de rovers mee naar hun grot. Het is daar natuurlijk een enorme bende en manieren hebben de rovers ook niet, werk aan de winkel dus: ´neuzen snuiten, haren kammen, zilver poetsen, pakjes aan. Netjes buigen voor een dame, altijd in de houding staan´. Bij de matrozenpakjes die de rovers aanmoeten trekken ze hun grens, maar jufrouw Van Zanten is daarvan niet onder de indruk, ze is van plan de rovers mee te laten doen aan een wedstrijd, ze wil de titel ´kampioen opvoeden´. De jongste rover haalt zijn broers over aan deze wedstrijd deel te nemen, hij heeft zo zijn eigen plannetje voor de wedstrijddag, een roversplan.
De dag verloopt heel anders dan juffrouw Van Zanten had gehoopt en in plaats dat de rovers een carrièreswitch maken, doet de jufrouw dat: ´Ze rooft en ze steelt en ze schiet als de beste, heeft minder manieren, maar des te meer pret. ´Je bent nooit te oud om te leren, dát zegt ze. En weet je? Zo is het maar net.´

Dorine de Vos heeft het boek geïllustreerd, het is haar prentenboekdebuut. De Vos is vooral bekend van haar speelse en kleurige (interieur)ontwerpen die onder andere te zien zijn in café Schlemmer in Den Haag of Hotel New York in Rotterdam.
De Vos heeft zich uitgeleefd, ze is van mening dat er in een prentenboek veel te zien en te ontdekken moet zijn. In een gemengde techniek laat ze inderdaad heel wat zien.
De illustraties volgen het verhaal, maar voegen er ook kleine dingen aan toe. Zo zien we wat de rovers doen als ze wachten op de postkoets, de lezer kan een studie maken van de bagage van de juffrouw en er is te zien dat in het ogenschijnlijk welopgevoede gezelschap nog steeds roversgeintjes worden uitgehaald. Het is jammer dat sommige figuren ´wegvallen´, wat is er bijvoorbeeld gebeurd met het vogeltje van juffrouw Van Zanten?

De lay-out van het boek is erg druk. De illustraties zijn gevuld met veel details, kleurrijk en de tekst, in een geschreven letter, is afgedrukt tussen de tekeningen.
De rijmende tekst heeft hier en daar wel wat hulp van de voorlezer nodig, ´beroep´ op ´groep´ en ´ongepast´ op ´te zware last´ laten rijmen zijn geen hoogstandjes.

De opvoedkundige uitdaging is niet voor niets een terugkerend thema in de kinderliteratuur, veel kinderen zullen van deze uitwerking genieten. Juffrouw van Zanten en de zeven rovers is een geslaagd prentenboek, vooral als je houdt van drukke volle kleurige illustraties.

Juffrouw van Zanten en de zeven rovers
Mathilde Stein (tekst) en Dorine de Vos (ill)
Lemniscaat, 2011 € 14,95
 

Papa, hoor je me? - Tamara Bos

Geplaatst 29 jun. 2012 14:29 door susan *   [ 29 jun. 2012 14:30 bijgewerkt ]

´Papa, hoor je me?´vraagt Polle aan zijn vader die op een ziekenhuisbed in de woonkamer ligt. Zo begint het boek over ´de liefste papa van de wereld.´ Aan de rand van het bed bespreekt Polle met zijn overleden vader wat er is gebeurd:´Papa, weet je nog dat je me uitlegde wat er in je lijf gebeurde? Je vertelde over gemene soldaatjes. Soldaatjes die alles kapotmaakten. De soldaatjes wonnen, dat vond je heel erg. En ik ook. ´
Het huis loopt ondertussen vol met bezoek. Polle praat verder en haalt herinneringen op:´Weet je nog papa, dat we naar de kermis gingen´, ´Weet je nog papa, dat we gingen schaatsen?´ en ´Nu je dood bent, durf ik het wel te zeggen. Heel soms vond ik het jammer dat je mijn vader was, heel, heel soms. Dat was meestal op het voetbalveld.´
Polle praat verder op weg naar het crematorium:´Papa, hoor je me. Je ligt nu in de auto. (…)We gaan naar het crematorium (…) Verbranden doet geen pijn als je dood bent (…) Dat is het enige fijne van dat je dood bent. Dat je geen pijn meer voelt.´
Teruggekeerd van de crematie blijft Polle in gesprek:´Meteen toen ik het huis binnen kwam, wist ik het. Papa, je bent weg, echt weg. (…) Mam hoopt dat je op een wolkje zit. Ergens boven in de lucht. En dat je naar ons kan kijken. (…) Ik vind het fijn om tegen je te praten. Ook al zeg je niks meer terug. Ik blijf tegen je praten. (…) Want je blijft altijd mijn papa. En ik weet dat je me hoort.´

In deze krachtige korte zinnen laat Tamara Bos haar hoofdpersonage vertellen over de dood van zijn vader. De strijd tegen de ziekte wordt vergeleken met een superlang strategospel. Dit gevecht wordt uitgebeeld in de illustraties van Annemarie van Haeringen. We zien het rode leger aan komen sluipen, terwijl het blauwe leger zit te picknicken onder zijn vaandel. Er volgt een lange strijd, die uiteindelijk leidt tot de dood van de blauwe bevelhebber.
Tussen de illustraties over de strijd, zien we ook andere momenten uit het leven van de blauwe bevelhebber, momenten waarover Polle vertelt: we zien hem op het ijs en op de kermis, we zien hem met een stok lopen en liggend op het bedt dat ´zoemt.´ Op de laatste bladzijde is de achtergrond voor het eerst niet wit, er is een roze gloed gekomen, als een zonsopgang, en we zien bevelhebber papa zwaaiend op een wolk.

Papa, hoor je mij is een pareltje. In eenvoudige zinnen wordt met weinig woorden veel verteld. Hetzelfde kun je zeggen van de illustraties die in prachtige beelden hetzelfde verhaal vertellen.
Een kinderboek over de dood wordt al snel als een therapeutisch hulpmiddel gezien en daar is dit boekje zeker ook voor geschikt. Maar het verdient meer, het is ook een mooi boek om ´zomaar´ voor te lezen als opstapje naar een gesprek over ziekte, dood en houden van elkaar.

Papa, hoor je me?
Tamara Bos (tekst) en Annemarie van Haeringen
Leopold, 2011 € 12,95
 

Verhalen voor de vossenbroertjes - Lida Dijkstra

Geplaatst 15 jun. 2012 05:43 door susan *   [ 15 jun. 2012 05:43 bijgewerkt ]

De kinderboekenweek met de uitreiking van de Griffels ligt nog maar net achter ons, als een sterke nieuwe kandidaat voor een Griffel zich meldt: Lida Dijkstra. Dijkstra heeft al menig kinderboek geschreven en diverse prijzen daarvoor ontvangen. Deze keer pakt ze een oude traditie op, ze voegt zich bij de vertellers over de vos Reinaert.
Het episch dierengedicht Van de vos Reynaerde werd in de 13e eeuw door ene Willem aan het papier toevertrouwd. Van deze versie is bekend dat het teruggrijpt op eeuwenoude verhalen.
Er zijn vele bewerkingen van het Reinaertverhaal verschenen; uit mijn eigen boekenkast haalde ik een vertaling van het oorspronkelijke gedicht door Arjaan van Nimwegen en onvergetelijk is de gerapte versie van het verhaal die Charlie May maakte in 2008 (Reinaert de vos…gerapt, uitgeverij Holland).
Dijkstra pakt het op haar eigen wijze aan en schreef het ´langverwachte vervolg op Van den vos Reynaerde.’

De lezer maakt kennis met de zonen van Reynaert, twee vossenbroertjes met een aardje naar hun vaartje, want aan het begin van het verhaal rennen de broertjes voor hun leven na een diefstal. Ze botsen echter tegen een boze beer aan, Bruun, raadsheer van de koning. Hij brengt de vosjes naar huis en staat daar oog in oog met Hermeline ´de trouwe vrouw van Reynaert de vos.´ Ze bezweert Bruun dat Reynaert vol berouw op pelgrimstocht is gegaan en niemand weet waar hij momenteel verblijft.
Reynaerts vrouw vergoelijkt de diefstal van haar zonen, maar Bruun neemt de zaak hoog op: ´Een kwade boom brengt kwade vruchten voort.´ De nieuwsgierigheid van de vossenbroertjes wordt gewekt, heeft Bruun hun vader gekend? Reynaert is al zo lang van huis´ dat hun herinnering mistig was´, ze snakken naar verhalen over hun vader. Bruun en Hermeline willen graag vertellen over de illustere vos; moeder Hermeline vertelt over zijn listigheid, maar Bruun beschuldigt haar van geschiedvervalsing en vertelt de broertjes over het trieste lot van Coppe de kip, vermoordt door Reynaert en met grote droefenis door haar familie begraven. De reactie van de vossenbroertjes op het verhaal: ´zonde om kip te begraven fluisterde Rosseel in het oor van zijn broer. ´Ja zonde´, beaamde Reinaerdijn. ´Ik houd van kip.´´Ik ook,´zei Rosseel. ´Maar ik raak in de war van kip. Is kip nou om te eten of om mee te praten?`
Het is niet de laatste keer dat de vossenbroertje in verwarring worden gebracht, ze krijgen verschillende verhalen over hun roemruchte vader te horen en wat is de achterliggende boodschap, is hun vader een held of een schurk?
Het verhaal eindigt op de jaarlijkse hofdag van koning Nobel waar Bruun de koning belooft dat de geschiedenis zich niet zal herhalen, hij zal er persoonlijk voor zorgen dat niemand meer last zal hebben ´van die rode boefjes.´ De vossenbroertjes, die alles afluisteren, zinnen op wraak als een onverwachte bezoeker ingrijpt.

De bewerking van Dijkstra voegt zich naadloos in de Reynaerttraditie. Zowel in het verhaal als in het woordgebruik is sprake van een luchthartige speelsheid. Delen van het verhaal grijpen terug op de bekende verhalen, maar Dijkstra beschrijft ook nieuwe vossenstreken.
De tekst oogt als een lang gedicht, maar is niet op rijm, het is wel poëtisch. Ze beschrijft een wereld die klein is ´door de grijze damp´ waar een ´koppel smienten´ verschalkt dreigt te worden, er wordt hier en daar ´een peut´ uitgedeeld en als moeder gaat vertellen neemt ze ´op de schemel´plaats.´

Dit prachtig uitgegeven boek wordt opgesierd met een groot aantal gekleurde tekeningen van Thé Tjong-Khing. Deze gelauwerde illustrator heeft zich uitgeleefd. Beer Bruun is groot, gespierd en voorzien van stoere halsbanden en riem, maar zijn hoofd is opvallend klein. Hermeline oogt o zo onschuldig, of toch niet? Met subtiele middelen weet de illustrator dat over te brengen. Origineel en kundig heeft Thé Tjong-Khing de eigenaardigheden van de dieren subtiel gevangen en weergegeven in zijn illustraties.

Verhalen voor de vossenbroertjes
Lida Dijkstra (tekst) en Thé Tjong-Khing (ill)
Pimento, 2011 € 14,95
 

Ik heet Olivia en daar kan ik ook niks aan doen - Jowi Schmitz

Geplaatst 15 jun. 2012 05:34 door susan *   [ 15 jun. 2012 05:35 bijgewerkt ]

´1. Ik ben hier op doorreis. 2. Niemand weet hier iets van mij. 3. Mijn moeder hoeft dus nog niet dood te zijn.´


Met dit lijstje in haar hoofd start tienjarige Olivia haar eerste schooldag in een nieuwe omgeving na het overlijden van haar moeder. Met haar vader deelt ze het grote verdriet dat haar moeder is overleden aan een slopende ziekte. Het is echter haar vader die de spelregels van het rouwproces bepaalt. Hij wil na de crematie direct naar een andere omgeving ´op doortocht´. Olivia en haar vader stappen in hun boot en varen af naar een gehuurde kapsalon. De boot wordt in de tuin gezet en Olivia´s vader probeert een klantenkring op te bouwen. Volgens Olivia huilt haar vader heel vaak ´hij is nogal een huilebalk´ en is het duidelijk dat hij zijn vrouw erg mist. Olivia houdt haar verdriet binnen, ze vertelt in haar nieuwe omgeving niet dat haar moeder overleden is en ze huilt ook niet, al drukt het verdriet zwaar.
Olivia heeft mooie, warme momenten met haar vader, maar het is ook duidelijk dat hij teveel opgeslokt wordt door zijn eigen verdriet en de zorg voor zijn dochter op aantal punten te kort schiet. Dat kan niet goed blijven gaan.
De titel van het boek, Ik heet Olivia en daar kan ik ook niks aan doen, is veelzeggend. Er spreekt zowel de berusting in de feiten uit als de toon waarop de hoofdpersoon en verteller van het verhaal haar wereld tegemoet treedt.
Jowi Schmidt is een kei in het weergeven van veel in enkele zinnen: ´De vrijdagavonden zijn tot nu toe het beste geluk, aan de rest van de week moeten we nog werken´.
´Verwerken? Wat is dat nou weer? Natuurlijk kende ik het woord wel, maar wat betekende het nou echt? Hoe moest je een dode moeder ´verwerken´? Wat moest je doen als iemand doodging de niet dood mocht gaan?´
Ze gebruikt ook mooie beeldspraken: ´Met Milena erbij werd ik een lompe reus. Als wij een schets waren geweest dan had zij meer lijntjes´.

Een boek over rouwverwerking is een delicate kwestie. Het verdriet moet geloofwaardig worden neergezet zonder dat het uitloopt in pathetische scènes of gebagatelliseerd wordt. Daar is de schrijfster goed in geslaagd. Het verdriet van vader en dochter is invoelbaar. Olivia houdt zich lang groot en daaruit spreekt de liefde voor haar vader, maar uiteindelijk wordt zijn egoïstische verdriet onhoudbaar en zullen vader en dochter een betere balans moeten vinden.
In het verhaal wordt ook duidelijk dat het leven doorgaat en er geen tijdloze doortocht bestaat. Zowel Olivia als haar vader maken nieuwe vrienden en bijna ongemerkt wordt er een nieuw leven, zonder de geliefde vrouw en moeder, vormgegeven.

Ik heet Olivia en daar kan ik ook niks aan doen is een goed geschreven boek over rouwverwerking dat gekenmerkt wordt door de quasi berustende toon van de tienjarige Olivia die uiteindelijk haar verdriet ook op een minder afstandelijke manier naar buiten brengt. Zo komt er ruimte om verder te leven, met slechts de glimlach van haar moeder binnen handbereik.

Ik heet Olivia en daar kan ik ook niks aan doen
Jowi Schmitz
Lemniscaat, 2011 € 14,94
 

Mijn opa en ik en het varken Oma - Marjolijn Hof

Geplaatst 15 jun. 2012 05:27 door susan *   [ 15 jun. 2012 05:27 bijgewerkt ]

´Ik heb zin om pannenkoeken te bakken´, zei mijn opa. ´Nee hè´, zei ik. ´Niet alweer.´´Ik kan bijna niet wachten´, zei mijn opa. Hij hield het keukenschort omhoog. ´Vooruit dan maar´, zei ik´. ´Een stuk of zes. Meer niet.´

Dit citaat typeert de verhouding tussen een opa en zijn kleinkind. Opa is nogal grenzeloos: als hij pannenkoeken bakt weet hij van geen ophouden, als hij in opdracht van zijn kleindochter boos wordt, dan duurt dat twee dagen, als het kleinkind aangeeft later een neushoorn te willen worden schiet opa te hulp door haar gras te eten te geven en een echte neushoorn als voorbeeld naar het huis te halen en als opa niet meer van het dak af durft zorgt zijn kleindochter voor zichzelf tot ze, na twee dagen, opa met een list van het dak af weet te krijgen.
Deze verhalen over opa en zijn kleindochter zijn dus zeker niet de doorsnee verhalen die veelvuldig in dit genre geschreven worden. De logeerpartijen vinden in een vacuüm plaats, wat de achtergronden zijn van de beide hoofdpersonen wordt niet beschreven.
Dat de bezoeken van de kleindochter aan opa niet eeuwig durend zijn blijkt uit het verhaal waarin het kleinkind van opa vraagt dat hij zich voorbereid op een toekomst dat ze niet meer komt logeren: ´je weet toch dat ik steeds ouder wordt? Op een dag is het voorbij, dan kom ik niet meer logeren (…).Over een paar jaar krijg ik een vriendje, en wie weet verhuis ik wel naar een andere plaats heel ver weg.´ Gelukkig heeft de kleindochter een oplossing bedacht en moet opa aan de computer. Ook hier weet opa weer geen maat te houden en hij vult al snel zijn dag met het spelen van computerspelletjes met zijn nieuwe vrienden.
De humor van het boek drijft op deze grenzeloze opa en zijn verstandige kleindochter. Vaak begint een verhaal met een fantasievolle ingeving van opa of de kleindochter. Opa verklaart bijvoorbeeld dat het ´dingendag´ is waarop je wat terug doet voor de dingen in je omgeving en ze met respect behandelt, of opa en kleindochter gaan vol de wedstrijddag 1 april in, wie zal de ander het meest voor de gek kunnen houden? De uitwerking van deze initiatieven is altijd groots en overdreven en kan daarin grappig zijn.

Marjolijn Hof schreef eerder succesvolle boeken voor wat oudere kinderen, waarvan Een kleine kans de bekendste is. Dit boek werd overladen met prijzen en wordt momenteel verfilmd. De schrijfstijl van Hof is nog altijd prettig om te lezen, de dialogen tussen opa en kleinkind zijn grappig, soms ontroerend en goed geschreven.
Het boek is geïllustreerd door de eveneens gelauwerde Judith Ten Bosch. In 2001 vertegenwoordigde zij Nederland op de grote kinderboekenbeurs in Bologna. Ze illustreerde al vele boeken. Haar stijl kenmerkt zich door het tekenen van figuren die stevig omlijnd zijn en ze kan op overtuigende wijze beweging in een illustratie brengen, bijvoorbeeld als opa pannenkoeken bakt straalt de verrukking er vanaf af, de pannenkoeken zweven om zijn hoofd terwijl hij alweer in een kom beslag staat te roeren.
Ik ben niet zo gecharmeerd van de weergave van de hoofdpersonen, de opa oogt wat te jong en de kleindochter ziet er niet aantrekkelijk uit, haar hoofd is te groot, ik vraag mij af of de lezers zich met haar willen identificeren.

Mijn opa en ik en het varken Oma is een goed geschreven boek dat drijft op de humorvolle en liefdevolle omgang tussen opa en kleindochter. Mij spreken de grenzeloze overdrijvingen niet aan, maar voor wie daar van houdt zal zeker genieten van dit boek.

Mijn opa en ik en het varken Oma
Marjolein Hof (tekst) en Judith Ten Bosch (ill)
Querido, 2011 € 13,95
 

Beste Bregje Boentjes - Mathilde Stein

Geplaatst 14 jun. 2012 05:45 door susan *   [ 14 jun. 2012 05:45 bijgewerkt ]

Eerder deze week besprak ik het prentenboek Juffrouw Van Zanten en de zeven rovers dat geschreven is door Mathilde Stein. Stein heeft nóg een prentenboek uitgebracht: Beste Bregje Boentjes. Dit boek is heel anders van toon, het is een ´briefroman,´ en de illustraties van Chuck Groenink hebben een andere kwaliteit en uitstraling dan het werk van Dorine de Vos.

Op de eerste pagina maken we kennis met Bregje, ze staat wat verloren in een halletje, met een plooirokje aan, een vestje, een dichtgeknoopte blouche en de schouders wat opgetrokken, ze maakt geen gelukkige indruk. Dat begrijpt de lezer maar al te goed als ze lezen wat Bregjes moeder haar allemaal toeroept: ´Brèèègje! (…) Ben je nou verdorie nóg niet weg? Schiet toch eens op! En wel je jas aandoen, en de boodschappentas niet vergeten, en niet met vreemde mannen praten, en…´
Maar Bregje hoort het maar half, want op de deurmat ligt een brief met haar naam erop. Wie stuurt háár nu een brief? Ze pakt hem op en fantaseert wat er in zou kunnen staan: een uitnodiging van Signore Batisto Giovanni Prospero Carlotti om bij het circus te komen misschien, of is er zojuist een vreselijk fout ontdekt en is haar echte moeder de koningin? Wellicht is het een van drukletters aan elkaar geplakte brief van de geheime dienst die hebben gezien hoe goed Bregje zich onzichtbaar kan maken. Het is ook mogelijk dat er ´Darling Bregje´ boven de brief staat en Mel Glitzstein, de wereldberoemde regisseur, haar perse wil hebben voor een hoofdrol in zijn nieuwste film.
Wat er in de brief staat komt de lezer niet te weten, want voor ze hem opent stapt ze ´met lichtjes in haar ogen´ de wijde wereld in, een onbekende toekomst tegemoet.

Mathilde Stein heeft zich uitgeleefd in al deze verschillende brieven die vol zitten met kleine grapjes: mag de hartstochtelijke sjeik Abu Dhabi Bregje komen halen op zijn vliegende tapijt? De koningin komt natuurlijk langs in haar gouden koets, en de erfenis die Bregje per brief ontvangt is drie giljoen zeven miljard vierhonderdachtendertig miljoen dollar en dan zijn de Preston-Jones-snoepfabrieken zelf uiteraard niet meegerekend.

Niet alleen Stein leeft zich uit, illustrator Chuck Groenink doet dat ook. Met de eerste illustratie geeft hij zijn visitekaartje af: de lezer ziet de lange wat tuttige Bregje met een prachtige gezichtuitdrukking kijken naar dat veelbelovende voorwerp op de deurmat. Naast Bregje kan de lezer ook de andere kant van de deur zien, een rustige Amsterdamse straat met bomen badend in warm licht.
Vervolgens leeft Groenink zich uit in al die verschillende mogelijkheden die de fantasie van Bregje heeft opgeroepen: we zien haar zwieren aan een trapeze in het circus, verlegen op de kussens zitten bij de sjeik, in een lange regenjas met pittige rode laarsjes eronder een voorbijganger besluipen en wegrennend voor een mummie op de filmset.
Het kleurgebruik van Groenink is warm en de lay-out oogt rustig ondanks de vele, vaak grappige details die hij in zijn illustraties verwerkt. Zo zien we tussen de portretten aan de koninklijke muur iemand die wel erg lijkt op prins Bernard en op de muren in de stad zien we de aankondigingen van Bregjes prestaties in het circus en de film.
In deze illustraties zijn de brieven geplaatst die ook een passende lay-out hebben variërend van koninklijk briefpapier tot een vlekkerig velletje.

Beste Bregje Boentjes is een heerlijke ode aan de fantasie die prachtig is uitgewerkt in woord en beeld.

Beste Bregje Boentjes
Mathilde Stein (tekst) en Chuck Groenink (ill)
Lemniscaat, 2011 € 14,95
 

Lieve kleine Rolf - Nadia Shireen

Geplaatst 14 jun. 2012 05:36 door susan *   [ 14 jun. 2012 05:38 bijgewerkt ]

Rolf is een lieve kleine wolf, dat zie je zo. Hij is zachtgrijs, hij heeft grote ogen en een lieve grijns op zijn snoet. Zo´n wolfje heeft natuurlijk vrienden, de breiende oma Bodde bijvoorbeeld, of de drie biggetjes. Rolf houdt van taarten bakken en hij eet altijd zijn groenten op. Een lieve kleine wolf dus. Rolf heeft wel eens gehoord dat niet alle wolven lief zijn en hij schrikt dan ook behoorlijk als hij een grote boze wolf tegenkomt. Deze grote zwarte wolf met zijn priemende ogen en zijn bek vol tanden wil niet geloven dat Rolf een echte wolf is, want wolven zijn niet lief, ´wolven zijn groot en slecht´.
Rolf wil graag bewijzen dat hij een echte wolf is en zal de grote boze wolf eens laten zien dat hij heus wel kan huilen bij volle maan, of een huis omver kan blazen. Maar Rolf kan dit helemaal niet en dan blijft er nog maar één ding over dat kan bewijzen dat hij een echte wolf is: een mens opeten!

Lieve kleine Rolf is het debuut van de Londense Nadia Shireen. Dat ze al jong het werk van Roald Dahl verslond zie je terug in dit prentenboek. Haar taalgebruik zegt in korte zinnen precies genoeg, een zin als ´hij eet altijd zijn groenten op´ zegt direct dat Rolf duidelijk een lieve brave wolf is. Roald Dahl staat ook bekend als de schrijver van de onverwachte twist in het verhaal en ook dat zien we bij Shireen terug. Ze voert de spanning op als Rolf wordt uitgedaagd oma Bodde op te eten: ´dan gebeurt er opeens iets vreemds met Rolfje. Er groeit iets wilds en gemeens in hem..´ Deze keer is het de grote boze wolf die een verassing wacht, maar op de laatste bladzijden is het de lezer die op het verkeerde been wordt gezet als het verwachte happy end uitblijft. Dit onverwachte einde, de grote boze wolf eet oma Bodde en Rolfje op, doet mij als volwassenen wel in de lach schieten, maar of deze wrange wending in het verhaal ook door jonge kinderen op prijs wordt gesteld betwijfel ik.
De tekst geeft veel voorleesplezier omdat er vaak sprake is van het opbouwen van spanning.

De illustraties zijn uitgevoerd in zachte tinten, alleen de grote boze wolf is zwart met helgele ogen. De hoofdpersonen zijn neergezet tegen een witte of simpele achtergrond en de illustraties kennen niet veel details. Het samenspel tussen de illustraties en de tekst is mooi uitgewerkt, een belangrijk deel van het verhaal wordt in de illustraties verteld.

Lieve kleine Rolf
Nadia Shireen

De Vries- Brouwers, 2011 € 15,90
Dit boek kreeg De Leespluim van januari 2012
 

Iggy & ik - Jenny Valentine

Geplaatst 12 jun. 2012 04:15 door Onbekende gebruiker   [ 14 jun. 2012 05:31 bijgewerkt door susan * ]

De Britse schrijfster Jenny Valentine kennen we tot nu toe alleen als auteur van jeugdboeken. Haar boeken zijn in Nederland over het algemeen goed ontvangen; op kinderboekenpraatjes besprak ik Mierenkolonie en Het dubbelleven van Casssiel Roadnight. Iggy en ik is het eerste deel van een serie boeken voor een jong lezerspubliek, in Engeland verscheen deze zomer het vierde deel.

Het verhaal draait om de belevenissen van de vijfjarige Iggy zoals die worden verteld door haar achtjarige zusje Flo. Iggy is een grappige eigenwijze kleuter met een sterk willetje waar het gezin enigszins beducht voor is ´want als mijn zusje boos is, dan kan ze heel vervelend zijn en dan moeten we precies doen wat ze zegt´ en zo lukt het Iggy nogal eens haar zin te krijgen, bijvoorbeeld als ze niet langer Sam, maar Iggy wil heten.
Verteller Flo is een aardig meisje dat veel geduld met haar zusje heeft, al valt het soms niet mee de oudere zus te zijn: ´Als je Iggy´s grote zus bent, dan is altijd alles jouw schuld, ook ademhalen, want zelfs ademhalen kan Iggy op het idee brengen om iets stouts te doen´. Als Iggy weer iets heeft uitgehaald hoort Flo dat al snel aan haar ´liegstem´, al is de schade van haar daden ook zonder die stem wel zichtbaar als Iggy in navolging van haar zus zelf haar haren afknipt.
De zusjes zijn dol op elkaar, Iggy heeft een levendige fantasie en tovert een kamer moeiteloos om in een grot of een kasteel, Flo geniet daarvan en als iets moeilijk is of eng, zoals een nieuwe oppas of een verhuizing, zoekt Iggy steun bij haar grote zus.

De hoofdstukken zijn als losse verhalen (voor) te lezen en de fantasievolle Iggy is een dankbare hoofdpersoon. Valentine brengt haar tot leven en het is vermakelijk om over haar invallen en de uitwerking daarvan te lezen. Flo komt veel minder uit de verf. Zij is de verteller van het verhaal en de lezer ziet vooral met hoeveel geduld en liefde ze haar zusje tegemoet treedt, ze is wel een heel ideale grote zus. Ook de ouders komen niet echt uit de verf, ouders en zus spelen vooral de rol van aangever in de verhalen.

Sandra Klaassen is geen verrassende keuze om dit boek te illustreren, haar speelse stijl past bij het verhaal. De illustraties doen denken aan het werk dat ze maakte voor de Robin boeken van Sjoerd Kuyper.

Iggy en ik
Jenny Valentine (tekst) en Sandra klaassn (ill)
Moon, 2011 € 9,95
 

1-9 of 9