Lijst Zilveren Griffels 2012

Mijn Gouden Griffel gaat naar...

Geplaatst 2 okt. 2012 02:02 door susan *


Aan de vooravond van De Kinderboekenweek vindt traditiegetrouw het kinderboekenbal plaats. Tijdens dit feest wordt bekend wie de Gouden Griffel 2012 krijgt. Acht bekroonde boeken dingen mee, Ik en de rovers van Siri Kolu valt af omdat de Gouden Griffel niet wordt toegekend aan een buitenlands boek. Welk boek krijgt mijn Gouden griffel? 

Eerst moet ik opmerken dat er boek gemist wordt tussen de Zilveren Griffels, namelijk Verhalen voor de vossenbroertjes van Lida Dijkstra. Onbegrijpelijk dat de jury dit boek slechts een Vlag en Wimpel toekende. Het is prachtig geschreven en staat in de lange traditie van Reynaerdverhalen waar het een originele draai aan geeft. Dit boek steekt met kop en schouders uit boven de gekozen boeken in de categorie zes tot negen jaar: Mister Orange van Truus Matti en Vuurbom van Harm de Jonge. Deze boeken krijgen van mij geen goud. Bij Matti zit het opgelegde stramien, een verhaal over Mondriaan, in de weg. Het verzwakt de compositie en zeggenschap van het boek. Harm de Jonge schreef een goed opgebouwd degelijk en nostalgisch verhaal. Mooi voor zilver, maar in dit gezelschap zeker niet goed genoeg voor goud. 
Keepvogel en Kijkvogel  van Wouter van Reek vind ik al rijkelijk bedeeld met een Zilveren Griffel. De bekroning van de illustraties is terecht, maar het verhaal is nauwelijks geschikt voor de leeftijdsgroep: op zoek gaan naar de toekomst is voor de in het hier en nu levende kleuter met beperkt tijdsbesef wel veel gevraagd. Los van de Mondriaantentoonstelling is het een vaag en moeilijk te begrijpen verhaal. 
Verrassend vond ik de keuze voor Je beste vriendin Anne van Jacqueline van Maarsen. Ik hoop dat de bekroning dit boek meer bekendheid geeft, want dat verdient het. Van Maarsen vertelt een evenwichtig en indrukwekkend verhaal en doet dat in een goede stijl. Maar qua taalgebruik kan ze niet tippen aan de concurrentie. 
De beste van het lijstje zijn: O rode papaver, boem pats knal! van Sjoerd Kuyper, Toen kwam Samvan Edward van de Vendel, Winterdieren van Bibi Dumon Tak en Driedelig paard van Ted van Lieshout. Deze vier boeken zijn uitzonderlijk goed geschreven. En niet alleen dat, deze auteurs kunnen mooi schrijven voor kinderen, ze verliezen hun beoogde lezerspubliek niet uit het oog. Alle vier verdienen ze goud en de een boven de ander verkiezen wordt al snel een kwestie van smaak. 

Maar ik kies toch, en wel voor Driedelig paard van Ted van Lieshout omdat hij een vorm van dichten heeft ontwikkeld die nieuw is en daarmee de meest originele van de vier. Bovendien zijn de illustraties ook bijzonder, al speelt dat bij de toekenning van een Griffel geen rol. Eigenlijk had ik verwacht dat Ted van Lieshout De Boekensleutel zou krijgen. Het is een boek dat een sleutelmoment in de kinderliteratuur zou kunnen markeren: het heeft een bijzondere tekst van hoge kwaliteit én bijzondere illustraties eveneens van hoge kwaliteit. 
Vanavond weten we waar de voorkeur van Griffeljury ligt, ik ben benieuwd.

De winnaars van de Penselen, het Palet en de Boekensleutel

Geplaatst 29 sep. 2012 03:14 door susan *   [ 29 sep. 2012 03:16 bijgewerkt ]

Op 26 september werden De Gouden Penseel, Het Gouden Palet en De Boekensleutel uitgereikt.
Het Gouden Palet was voor Kitty Crowther voor haar boek Kleine Man en God. Een conservatieve keuze, Crowther heeft al veel internationale prijzen gewonnen. Opmerkelijk na de consternatie van vorig jaar waarin de Penseeljury de kwaliteit van buitenlandse illustratoren zo hoog achtte dat ze, tegen de regels in, de Nederlandse illustratoren passeerde. Ik had er meer van verwacht. 
Sieb Posthuma kreeg de Gouden Penseel  voor Een vijver vol inkt.  Het Muizenhuis van Karina Schaapman bleef zilver. Een terechte en onomstreden keus. Sieb Posthuma is uitgedaagd om in navolging van Nederlands grootste illustratoren de versjes van Annie M.G. Schmidt te illustreren. Dat deed hij in zijn eigen stijl en met zijn eigen vakmanschap. Ook de oudere lezers, die hiervoor hun vertrouwde beelden moesten los laten, kunnen zijn interpretatie waarderen. Hoera voor Sieb dus. 
Bij de penseeluitreiking werd ook een Boekensleutel toegekend. Wat mij betreft een onduidelijke prijs. Een´sleutel´ suggereert dat we te maken hebben met een erkenning voor een boek waarvan verwacht wordt dat het een sleutelfunctie kan hebben in de kinderliteratuur. Maar ik zit er helemaal naast met mijn interpretatie. Deze prijs, die bij hoge uitzondering wordt toegekend aan een kinderboek dat ´bijzondere perspectieven biedt´, lijkt eerder een vergaarbak voor boeken die niet makkelijk in een categorie te plaatsen zijn en zowel voor de griffeljury als voor de penseeljury in aanmerking kunnen komen. De Boekensleutel ging naar Het Dierelirium van Javier Sáez Castán en Miguel Murugarren, bewerkt en vertaald door Kees van Kooten die de prijs in ontvangst nam. Ik heb het boek slechts oppervlakkig kunnen bekijken en het lijkt een vermakelijk en origineel boek. Maar waarom daar nu zo´n speciale bekroning,´al twaalf jaar niet uitgereikt´ aan wordt toegekend blijft voor mij een raadsel.

Een vijver vol inkt - Annie M.G.Schmidt

Geplaatst 19 sep. 2012 02:31 door susan *


Op 26 september krijgt Sieb Posthuma een Zilveren Penseel, of misschien wel een gouden, voor zijn illustraties in het boek Een vijver vol inkt. Een boek gevuld met versjes van Annie M.G. Schmidt. Het is niet niks als je gevraagd wordt in de voetsporen van Wim Bijmoer en Fiep Westendorp te treden. Hun werk staat immers in het collectieve geheugen gegrift: de spin Sebastiaan, Dikkertje Dap, de rovers die de maan stelen en de heks van Sier-kon-fleks. Iedere illustrator die zich waagt aan verstoring van deze zekerheden loopt het risico dat de generatie die met deze beelden opgroeide hem zal verwijten wat aan te rotzooien met zijn jeugd. 
Sieb Posthuma was vereerd met het verzoek en besloot er in alle rust aan te werken. Hij trok zich terug in Zweden, probeerde het werk van zijn voorgangers te vergeten en ging aan de slag. 

Een vijver vol inkt bevat 28 versjes van Annie Schmidt. Daar zijn bekende versjes bij zoals Drie ouwe ottertjesHet fluitketeltjeDe mislukte fee en De lapjeskat en er zijn ook wat minder bekende versjes zoals De tijd van elfjes is voorbij en Tante To. De tekenstijl van Posthuma past goed bij het werk van Annie Schmidt: het is kleurig, grappig en losjes.
Het fluitketeltje dat maar blijft fluiten staat in haar netkousen te dansen op het fornuis en het leven in de eikenboom uit Laren wordt breed uitgemeten en vult twee bladzijden. In de bek van krokodil Petijn zien we de nare mensen die op visite komen verdwijnen, de huisgenoten kijken gelaten toe, eentje zwaait er nog even. Het kleurgebruik van Posthuma voegt een dimensie toe, bijvoorbeeld het rood/oranje bij het versje over een kameeltje dat het leven van een koningin ontregelt. Het rood weerspiegelt de warme landen waar kamelen leven, de warmte die de koning voor het kameeltje voelt en de woede van zijn eega die op het tweede plan komt. 
De illustraties krijgen ruim baan, bij enkele versjes zijn er zelfs twee bladzijden beschikbaar. Zo zien we het mislukte feetje in bad bij haar moeder. De stemming is somber ondanks de zachte pastelkleuren en de vrolijke bloemen die ontsnapt zijn aan de jaren zeventig. Hoe anders ziet de volgende bladzijde er uit. Het mislukte feetje, inmiddels een Spree, zit op een troon en iedereen buigt voor haar in een koninklijk blauwgekleurde entourage. 

Het is jammer dat voor de kaft van de bloemlezing zo´n donkere illustratie is gekozen. Weliswaar heel passend bij de titel, Een vijver vol inkt, maar niet passend bij de lichtheid van het werk van Schmidt en Posthuma. 
Sieb Posthuma treedt met dit boek toe tot een illuster gezelschap dat eerder de kans kreeg dit hoogtepunt uit het oeuvre van Annie Schmidt te mogen illustreren. Fiep, Wim, Carl, Jenny, Mance en Peter zullen hem welkom heten. 

Een vijver vol inkt 
Annie M.G.Schmidt (tekst) en Sieb Posthuma (ill) 

Querido, 2011     € 14,95


Kleine Man en God - Kitty Crowther

Geplaatst 17 sep. 2012 03:50 door susan *   [ 17 sep. 2012 03:51 bijgewerkt ]


Het Zilveren Palet, een prijs die de Penseeljury uitreikt aan buitenlandse illustratoren, wordt dit jaar toegekend aan Kitty Crowther voor haar boekKleine Man en God. Zowel de tekst als de illustraties in het boek zijn van haar hand. Het verhaal gaat over een ontmoeting tussen Kleine Man en God. 
Tijdens een wandeling door het bos ziet Kleine Man iets vreemds, het lijkt wel een lichtgevende Barbapapa. De vreemdeling stelt zich voor als God.´Bent u God? Dé GOD?´ Kleine man had zich God heel anders voorgesteld: groot, oud, met een lange witte baard en een strenge blik.´Ik ben dan ook niet dé God, maar gewoon een god.`, stelt God hem gerust. 
Kleine Man en God brengen een genoeglijke dag in elkaars gezelschap door. Ze praten over het uiterlijk van God en God laat zien dat hij zich in van alles kan veranderen, hij pronkt daar graag mee. Hij verandert zich in diverse dieren, in een cowboy en een indiaan, in een oude man met een baard en zelfs in de vader van Kleine Man. Kleine Man nodigt God uit een omelet bij hem te komen eten en daarna gaan ze zwemmen. Kleine Man poedelt in het water en God loopt er over heen want Hij kan niet zwemmen.
Als de avond valt nemen ze afscheid. Kleine Man gaat afwassen met een gelukzalige glimlach om de mond:´er zijn zo van die dagen die je voor eeuwig veranderen´. God keert terug naar zijn wereld, waar zijn vrouw op hem wacht. Ook met haar gaat hij een omelet eten en zelfs zwemmen. 

God wordt in de kunst vaak afgebeeld als een oude man met een baard. De verbazing van Kleine Man als God voor hem staat als een amorfe witte figuur met armen en benen is invoelbaar. Maar als God laat zien dat hij alle gedaantes kan aannemen vanuit deze vorm is het eigenlijk wel logisch dat hij er zo uit ziet. Rond God is een fluoriserende oranje gloed zichtbaar. Deze gloed is ook, soms heel subtiel, in de omgeving te zien: het omringt dieren, planten, bomen en stenen. Kleine Man gloeit aanvankelijk niet, maar als God naar huis is gegaan wordt ook Kleine Man volop omringd door dit wonderlijke licht. 

Crowther, al vaak in de prijzen gevallen met haar werk, heeft een gewaagd en origineel onderwerp uitgewerkt. De gloed die God omringt wordt steeds zichtbaarder naarmate het verhaal vordert en ook de lezer kan zich koesteren aan deze warme vrolijke gloed. 
De wat filosofische tekst is goed te volgen voor kinderen, al zullen volwassenen er veel meer in lezen dan het kind. Wel verwarrend is dat God Kleine Man vertelt dat hij niet weet wat een omelet is en dat hij niet kan zwemmen. Als God thuis komt blijkt hij juist verrukkelijke omeletten te kunnen bakken en graag te zwemmen. Hier zal de voorlezer zijn hersens wel even moeten kraken om deze leugentjes van God te verklaren. 


Kleine Man en God 
Kitty Crowther 

De Eenhoorn, 2011     € 14,50

Keepvogel en Kijkvogel - Wouter van Reek

Geplaatst 25 aug. 2012 03:20 door susan *   [ 25 aug. 2012 03:20 bijgewerkt ]


or susan *
In september 2011 was er in het Haags Gemeentemuseum een grote tentoonstelling gewijd aan het werk van Pieter Mondriaan. In samenwerking met uitgeverij Leopold werden er ter gelegenheid van deze tentoonstelling twee kunstboeken voor kinderen uitgegeven. Voor kinderen vanaf negen jaar Mister Orange (Truus Matti) en voor de kleintjes het prentenboekKeepvogel en Kijkvogel van Wouter van Reek. Beide boeken kregen een Zilveren Griffel. 
Keepvogel, volgens zijn schepper een ´doodgewone superheld´ deelt zijn avonturen al geruime tijd met de jonge televisiekijkers. In 2009 verscheen hij voor het eerst in een prentenboek samen met zijn vaste vriend, het hondje Tungsten. 

Keepvogel komt tijdens een wandeling Kijkvogel tegen die een nieuwe toekomst zoekt. Keepvogel vindt dit niet nodig ´als je afwacht komt de toekomst toch vanzelf?´ Maar Kijkvogel maakt toch iets in hem wakker. Keepvogel wil geen onbekende dingen mislopen en daarom besluit hij er op uit te trekken. Hoe verder hij komt, hoe onbekender alles wordt. Uiteindelijk komen Keepvogel en Tungsten aan in een grote stad vol haastige reizigers, felle lichten, perrons, trappen en piepende remmen. Het zo druk dat Keepvogel Tungsten kwijt raakt. Tijdens zijn zoektocht naar het hondje ontmoet hij Kijkvogel weer, die hem meeneemt naar zijn atelier. Als Tungsten weer opduikt dansen Keepvogel, Kijkvogel en hun honden op de ´allernieuwste allermodernste allerwildste´ muziek en dan weet Kijkvogel het: zo ziet de nieuwe toekomst eruit! 

De kracht van het boek zit vooral in de illustraties die het werk van Mondriaan vermengt met de stijl van Van Reek. Zo loopt Keepvogel door het werk van Mondriaan, dat steeds abstracter wordt, naar de drukte van de stad. De zoektocht van Keepvogel in het New York van Mondriaan is prachtig, zeker in het kader van ondersteunend prentenboek bij een Mondriaantentoonstelling. 
De tekst in het prentenboek is voor jonge kinderen niet makkelijk. Het zoeken naar´een nieuwe toekomst´ is een erg abstracte opdracht. Er wordt gezocht naar iets dat hoe verder je komt steeds onbekender wordt en in de verte nóg onbekender is. Het doel komt in zicht bij een ondergrondse trein als Keepvogel uitroept ´De toekomst komt nu echt dichterbij´ en uiteindelijk is die nieuwe toekomst dan dansen op de muziek van een swingend plaatje (!). 
Het is duidelijk dat het verhaal moest eindigen bij het topstuk uit het Haags Gemeentemuseum, deVictory Boogie Woogie, dat de nieuwe toekomst representeert. Dat was wellicht in 1944 het geval, maar dat is nu een rare conclusie. En daar zal de verbazing van de kleuter niet stoppen. In de laatste zinnen ontkent Tungsten er moderner uit te zien terwijl de lezer toch duidelijk ziet dat hij in een nieuwe stijl is afgebeeld. 

Keepvogel en Kijkvogel is door de Penseeljury 2012 bekroond met een Vlag en Wimpel en dat is meer dan terecht. Met de toekenning van een Zilveren Griffel in de categorie tot zes jaar heb ik meer moeite. Voor kinderen die dit boek lezen los van de Mondriaantentoonstelling is het een onsamenhangend en moeilijk verhaal. 


Keepvogel en Kijkvogel 
Wouter van Reek

Leopold, 2011     € 13,95

´Je beste vriendin Anne´- Jacqueline van Maarsen

Geplaatst 16 aug. 2012 06:23 door susan *   [ 17 aug. 2012 01:56 bijgewerkt ]


Het is een vreemd lot dat Jacqueline van Maarsen treft, de vrouw die ´als de vriendin van´ bekend geworden is. Ze wordt in 1929 als tweede dochter van een Franse moeder en een Nederlandse joodse vader geboren. Ze groeit op in Nederland. Als de nazi’s het land bezetten wordt ze als Joods kind aangemerkt en steeds verder uit de maatschappij verdreven. Ze moet haar school verlaten en gaat naar het Joods Lyceum. Daar ontmoet ze Anne Frank die na een aantal dagen verklaart dat ´Jacque´ haar beste vriendin is. De meisjes trekken dagelijks met elkaar op tot 6 juli 1942 als Anne ineens verdwijnt. Jacque denkt dat de familie Frank naar Zwitserland is gevlucht en ze is teleurgesteld dat Anne geen afscheidsbrief heeft achter gelaten. 
Jacque´s moeder zet ondertussen alles op alles om haar kinderen als niet-joods te laten registreren en dat lukt. De gele ster mag weer van de kleding, Jacque mag alle winkels weer in en ze mag weer naar een ´gewone´ school. Dat geldt niet voor haar vriendinnen en haar vaders familie waarvan de een na de ander verdwijnt. 
Na de oorlog wordt beetje bij beetje duidelijk dat veel joden de oorlog niet hebben overleefd. Jacque hoort van Otto Frank, die aanvankelijk nog hoop heeft dat zijn dochters leven, dat Anne gestorven is. Hij laat Jacque een gedeelte uit Anne´s dagboek lezen, het zijn twee brieven die Anne aan haar beste vriendin schreef. Als het dagboek wordt uitgegeven leest ze het helemaal. Van Maarsen kan dan nog niet vermoeden hoe beroemd dat kleine meisje dat zij kende zou worden. 
Pas in 2003 schreef Van Maarsen twee boeken over haar leven en over haar herinneringen aan Anne Frank. Mede op verzoek van haar kleinkinderen bewerkte ze haar verhaal tot het jeugdboek´Je beste vriendin Anne´ . 

In het boek beschrijft ze vier perioden: eerst de periode vanaf haar vierde verjaardag tot de ontmoeting met Anne Frank, dan de oorlogsperiode waarin ze bevriend is met Anne en tot slot de periode kort na de oorlog. Het verhaal is vanuit de beleving van het kind dat Van Maarsen was geschreven en dat doet ze overtuigend.  
Het verhaal begint op haar vierde verjaardag, een heerlijke feestelijke dag waarop ze nog geen besef heeft van het naderende onheil. Haar leven kabbelt rustig verder, al zijn er wel veranderingen: de familie moet kleiner gaan wonen omdat vader steeds moeilijker werk kan vinden, kindermeisje Frollijn wordt ontslagen, de volwassenen fluisteren met bezorgde gezichten over het toenemend antisemitisme en in de klaslokalen verschijnen steeds meer kínderen die gevlucht zijn uit Duitsland. Als de Duitsers Nederland bezetten lijkt er aanvankelijk weinig te veranderen. Maar voor joden geldt dit niet. Van Maarsen beschrijft de beperkingen, de ongerustheid en het toenemende gevoel van onbehagen. Daarnaast beschrijft ze dat het leven ook gewoon doorgaat. Jacque en Anne houden zich bezig met hun vriendinnen, jongens, huiswerk en gein maken. Deze mengeling van harde realiteit en gewoon meisjesplezier is aangrijpend om te lezen en kruipt onder de huid. Over de vriendschap met Anne schrijft Van Maarsen openhartig. De meisjes zijn heel verschillend: Anne is altijd druk en op de voorgrond, Jacque is veel rustiger. Ze hebben lol samen, al krijgt Jacque het soms benauwd omdat Anne haar zo claimt. 
In het derde deel beschrijft Van Maarsen onder andere haar ontmoetingen met Otto Frank die haar graag hoort praten over Anne. Van Maarsen beschrijft hoe weinig belangstelling er na de bevrijding is voor het lot van de joden. Ook hier klinkt de stem van de toen zestien jarige Jacque die schippert tussen haar beide werelden: wel jood/niet jood. 

Het lijkt overbodig in 2011 nog een boek uit te geven met het zoveelste verhaal rond Anne Frank. Maar dit is niet zomaar een verhaal. Dit verhaal maakt van Anne Frank weer een gewoon meisje. Een kwebbelkous die de wereld graag naar haar hand zette. 
Daarnaast is het boek veel meer dan een verhaal over Anne Frank, het is vooral het verhaal van Jacqueline van Maarsen. Door haar bizarre levensloop op deze knappe manier te beschrijven heeft ze een belangrijke periode uit de geschiedenis tot leven weten te wekken voor de kinderen van nu. De Griffeljury erkent deze bijzondere prestatie en gaf het boek, terecht, een Zilveren Griffel. 

´Je beste vriendin Anne´ 
Jacqueline van Maarsen 


Querido, 2011     € 12,95

Mister Orange - Truus Matti

Geplaatst 5 aug. 2012 05:23 door susan *   [ 5 aug. 2012 05:23 bijgewerkt ]

Wie aan Pieter Mondriaan denkt, denkt niet direct aan de kleur oranje. De schilder (1872-1944) is immers vooral bekend door het gebruik van de primaire kleuren. Toch noemt de hoofdpersoon van het verhaal, Linus, de schilder ´Mister Orange´ omdat hij wekelijks bij hem een kistje sinaasappels aflevert. Bij deze wekelijkse overdracht leert Linus de schilder, zijn ideeën en zijn werk steeds beter kennen en begrijpen.
Het verhaal over de New Yorkse Linus, zoon van een groenteboer die met zijn gezin moet ploeteren om de eindjes aan elkaar te knopen, is de kapstok die schrijfster Truus Matti gebruikt om over de laatste maanden van het leven van Mondriaan te kunnen schrijven. De schilder werkt dan aan het schilderij Victory Boogie Woogie dat nu als topstuk in het Haags Gemeentemuseum hangt.

Het boek Mister Orange is voortgekomen uit een samenwerkingsverband met het Gemeentemuseum in Den Haag ter gelegenheid van een Mondriaantentoonstelling. De gesprekken tussen Linus en Mondriaan over kunst en de gedachten van Linus over dit alles zijn dus onvermijdelijk. Dat levert nogal eens gekunstelde gesprekken en overpeinzingen op en deze zijn niet de sterkste kant van het boek. Die sterke kant zit in de beschrijving van het dagelijkse leven van Linus en zijn familie: hoe je vrij over straat kunt rennen als eindelijk je schoenen eens passen, over de armoede die zo vanzelfsprekend is dat Linus er niet over nadenkt, over de gemengde gevoelens die het oproept als jouw grote broer naar Europa vertrekt om te vechten tegen de Nazi´s en de hoop dat stripheld Superman werkelijk in staat is om mensen te beschermen. Truus Matti schrijft prachtig over vriendschap en over de kracht van fantasie.

Mister Orange is een goed geschreven boek, dat waarschijnlijk beter tot zijn recht was gekomen als het niet in een stramien geperst had moeten worden. De Griffeljury vond het echter goed genoeg en kende het boek een Zilveren Griffel toe, een mooi vervolg op de eerder toegekende Vlag en Wimpel voor het debuut van Truus Matti (Vertrektijd uit 2007).

Mister Orange
Truus Matti

Leopold, 2011 € 14,95

 

Vuurbom - Harm de Jonge

Geplaatst 16 jul. 2012 02:43 door susan *   [ 16 jul. 2012 02:43 bijgewerkt ]

Het begint met een ongewone vriendschap tussen Jimmie en Bram. Jimmie is een bescheiden jongen die Bram bij toeval ontmoet als hij door de achterbuurt Zwarte Oost naar huis fietst. Bram maakt makkelijk contact en voor Jimmie er erg in heeft zijn ze vrienden. Het is een complexe vriendschap. Bram heeft gekke invallen, neemt het voortouw in spannende ondernemingen en trekt Jimmie mee in zijn onderzoek naar De Wet van Oorzaak en Gevolg; Bram wil weten hoe mensen op iets reageren.
Als het verhaal begint ligt Jimmie in het ziekenhuis, hij heeft brandwonden en een verband voor zijn ogen, het gevolg van een brand in het zomerhuis van Bram. Jimmie was daar met zijn klasgenoten en Bram. Zijn herinneringen aan de gebeurtenissen zijn vaag, maar Jimmie weet nog dat hij een vuurbom in zijn handen had. Heeft hij die bom naar Bram gegooid en is hij nu een moordenaar?
De belangrijkste mensen die aan zijn bed verschijnen zijn, naast zijn moeder, politieman Ratelbuis en de Molukse verpleegster Agnes. Ratelbuis met zijn kraaienstem en de geur van een garage om zich heen peutert de herinneringen aan die middag een voor een los. Agnes ontfermt zich over Jimmie, ze verzorgt hem liefdevol, stuurt Ratelbuis weg, leest Jimmie voor met een stem´zo zacht als een poetsdoekje´ en geeft hem een ´dondersteen´ om zijn angsten de baas te worden.

De lezer wordt meegenomen in de herinneringen en angsten van Jimmie. Er ontvouwt zich een spannend verhaal waarin steeds duidelijker wordt wat er die middag in het zomerhuis is gebeurd. De vorm is goed gekozen en houdt de aandacht vast. Gehoor en geuren spelen een grote rol in het verhaal, wellicht omdat Jimmie niet kan zien. Zo ruikt Bram naar vuur, wat soms een lekker luchtje is´de geur van een afgestreken lucifer´ en soms stinkt naar´een pan die te lang op het vuur stond.´
De sfeer in het verhaal is nostalgisch, het lijkt zich in de jaren zeventig af te spelen. De jongens vermaken zich met een knikkerbaan terwijl ze naar de muziek van Queen luisteren. Facebook, mobiele telefoons, Twitter, het lijkt niet te bestaan. Ook de namen van de bijfiguren klinken als een jongensboek: Slikkie Spaan ´een licht criminele jongen´ en Wormhout, ´een wat stijve man, die graag een grijs pak draagt.´
Vuurbom verdient zijn Zilveren Griffel voor de prachtige opbouw en de mooie schrijfstijl die het verwarrende nostalgische sfeertje ruimschoots goed maken.

Vuurbom
Harm de Jonge
Van Goor, 2011 € 14,99
 

Het Muizenhuis - Karina Schaapman

Geplaatst 29 jun. 2012 14:14 door susan *   [ 29 jun. 2012 14:15 bijgewerkt ]

Het Muizenhuis ´bedacht, gemaakt en geschreven´door Karina Schaapman is de grootste kinderboekenhit van 2011. Binnen een half jaar is het zes keer herdrukt, ruim 50.000 exemplaren verkocht en al in diverse talen vertaald. Wat is er nu zo leuk aan Het Muizenhuis? Het Muizenhuis zelf!

Schaapman liet zich inspireren door een van haar favoriete boeken uit haar jeugd, Het Muizenboekje van Clinge Doorenbos. Het begon met het maken van een patchworkdekentje en daar hoort natuurlijk een bedje bij en een bedje vraagt om een kamertje en zo begon een bouwproject dat drie jaar heeft geduurd. Het Muizenhuis is twee meter breed en drie meter hoog en is een organisch bouwwerk met heel veel verschillende kamers. Eigenlijk is het een complete muizenmaatschappij, want naast woonkamers, slaapkamers en badkamers zijn er ook werkplaatsen, winkels, een opwerkingsfabriek en voorraadkamers. Daarbij is Schaapman niet willekeurig te werk gegaan, bij het bouwen van het huis is er al voor iedere kamer een verhaal verzonnen.
De gedetailleerdheid van de inrichting is in een beschrijving nauwelijks recht te doen. De kijker wordt steeds weer verrast door allerlei grappige details en door bekende voorwerpen op miniformaat, zoals banenendozen, lp-hoezen of het dagboek van Anne Frank. Het huis heeft een nostalgische sfeer, mede veroorzaakt door het gebruik van originele stoffen uit de jaren vijftig, zestig en zeventig. Schaapman kon over deze stoffen beschikken omdat in de familie stalenboeken bewaard zijn gebleven die op deze manier een mooie bestemming hebben gekregen. Ook kunstenaars werkten mee en maakten minischilderijen en beelden. Henk Schiffmacher voorzag zelfs een van de bewoners van een echte zeemanstatoeage.
Al in een vroeg stadium heeft Schaapman besloten dat de kindermuizen Sam en Julia (in mensenleeftijd acht jaar) de hoofdpersonen in het verhaal moesten zijn. De verhaaltjes die Schaapman rond de bewoners maakte zijn geïnspireerd op haar eigen kindertijd en haar ervaring als moeder. Schaapman wil in haar boek de wereld in het klein laten zien, een wereld die uitnodigt veel te ontdekken, een wereld waar je ook eens bij de buren gaat kijken en waar je kunt leren ´dat als je er anders uitziet of andere gebruiken en rituelen bij de buren meemaakt, dat niet bedreigend hoeft te zijn, maar dat je er wat van leert, dat het je verrijkt.´
De verhaaltjes zijn eenvoudig en beschrijven dagelijkse gebeurtenissen zoals het bakken van pannenkoeken, een bezoek aan de voddenboer of een visite bij opa die zeeman is. Vooral Julia doet veel nieuwe ervaringen op: ze maakt een Sjabbatmaaltijd mee en ze ondervindt dat wassen met een wasmachine niet zo eenvoudig is. De verhaaltjes zijn gericht op jonge kinderen, voor wat oudere kinderen zijn ze te simpel. Voor de jonge lezer zou het fijn zijn ergens in het boek een overzicht van Het Muizenhuis te hebben zodat ze kunnen overzien waar Julia en Sam zich bevinden en dat alles met elkaar samenhangt.
De inhoud van de verhalen wringt hier en daar: hoe logisch is het dat achtjarige Sam moet helpen met de baby´s verschonen en de was moet doen? Tekst en illustraties sluiten soms krampachtig op elkaar aan, zo zit Sam ineens te lezen terwijl in de tekst staat dat hij samen met Julia een sleutel aan het verstoppen is.
Stilistisch is de tekst niet sterk, het is een zwaktebod om aan het begin van het boek uit te leggen hoe de karakters van de hoofdpersonen zijn, dat wordt vanzelf wel duidelijk als het boek gelezen wordt. Het taalgebruik van Schaapman is hier en daar krampachtig door onnodige herhalingen en het veelvuldig gebruik van bijwoorden. Ze legt veel uit en moet de kunst van het weglaten nog onder de knie krijgen. Ondanks deze tekortkomingen is er aan deze simpele verhalen wel plezier te beleven. Hoogtepunten waar beeld en verhaal goed bij elkaar komen zijn de afbeeldingen waar Sam een pannenkoek op zijn hoofd krijgt en Julia onder de waterpokken zit.

Het Muizenhuis heeft zijn definitieve plek gekregen in de Openbare Bibliotheek van Amsterdam (vlak bij het Centraal station) op de afdeling kinder-en jeugdboeken. Iedereen kan het daar gratis gaan bekijken en dat is een aanrader.

Het Muizenhuis
Karina Schaapman

Rubinstein, 2011 € 14,95

Het citaat in de recensie is afkomstig uit een informatieboekje over Het Muizenhuis, uitgereikt bij de feestelijke overdracht van Het Muizenhuis aan de Openbare Bibliotheek in Amsterdam.
Het Muizenhuis heeft een eigen website: www.hetmuizenhuis.nl
Dit boek kreeg De Leespluim van april 2012
 

Driedelig paard - Ted van Lieshout

Geplaatst 12 jun. 2012 16:01 door susan *   [ 12 jun. 2012 16:01 bijgewerkt ]

Schrijven over het nieuwste boek van veelzijdig kunstenaar Ted van Lieshout is een uitdaging omdat er zo veel over te zeggen is en het uiteindelijk onvermijdelijk uitmondt in één zin: ga dat boek kopen en laat je verassen.

Driedelig paard bestaat uit drie componenten: tekst, beeldsonnetten en illustraties/vormgeving. Ik bespreek ze los van elkaar, maar een van de sterke kanten van het boek is dat deze elementen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Ted van Lieshout laat in Driedelig paard de traditionele vorm van poëzie los en introduceert het ´blokgedicht´. Dit is een stuk tekst dat eruit ziet als een blok, dus een doorlopende tekst zonder alinea´s of stukken wit. De inhoud is ´een bericht zonder kop of staart´. Op zijn weblog heeft Van Lieshout een discussie proberen uit te lokken of een blokgedicht wel een écht gedicht is en wat dan de verschillen zijn tussen poëzie en proza. Wat mij betreft een zinloze discussie. Het is duidelijk dat een blokgedicht een taalspel is, maar wel een taalspel waar de inhoud van de tekst een belangrijke rol speelt.
De gekozen vorm geeft de auteur veel woorden in handen, er kan ook echt een verhaal verteld worden. Door het ontbreken van een kop, een inleiding of een titel wordt de lezer bij ieder gedicht in het diepe gegooid. Eerst wordt de vraag opgeroepen waar Van Lieshout de lezer mee naar toe neemt en wie hij aan het woord laat, gevolgd door de vraag waar het verhaal naar toe zal gaan. Omdat veel blokgedichten iets absurdistisch hebben stapt de lezer altijd een ongewis avontuur in.
Deze avonturen zijn vaak verrassend: zo komt een knappe meneer een schoolklas binnen om een damesschoen te laten passen, behaagt het de koningin Basje Buitenhuis te benoemen tot Ridder in de Orde van de Blokkendoos en wordt de droevige dood van mevrouw M.J. de Ruyter beschreven die ´hedenochtend is gesneuveld in de uitverkoop´.
Niet alle gedichten zijn absurdistisch, er zijn er ook die ontroeren zoals het gedicht over een kind dat een lieve moeder wil die een appel voor hem schilt, of het gedicht waarin de verteller vraagt ´zal er ooit iemand zijn die voor het raam zit en naar buiten kijkt en dan gelukkig is omdat ik buiten aan het lopen ben en dat een mooi gezicht vindt?´.
De blokgedichten zitten vol met verrassende woordkeuzes, gedachtesprongen en beeldend poëtisch taalgebruik.

Naast de gedichten zijn in het boek beeldsonnetten opgenomen. Beeldsonnetten bestaan niet uit woorden, maar uit beelden die geordend zijn volgens de structuur van het sonnet. Van Lieshouts beeldsonnetten zijn altijd fascinerend, niet in de laatste plaats door de verrassende voorwerpen waaruit ze bestaan.
In Driedelig paard staan beeldsonnetten van onder andere radijzen, lepeltjes, peren, noga en knijpers. Ze zijn direct herkenbaar als sonnet, maar toch allemaal anders. Soms zijn de voorwerpen ritmisch, bijna strak geordend en bij andere sonnetten is de vorm speelser maar blijft herkenbaar, ondanks, of dankzij, kleine verschillen in de afgebeelde voorwerpen. De sonnetten zijn ogenschijnlijk eenvoudig, maar zeer geraffineerd.

Ted van Lieshout heeft de bundel zelf vormgegeven en alles klopt. Het lettertype, de kleurschakering en de toegevoegde illustraties. De illustraties zijn grafisch weergegeven vormen, die soms over de tekst heen zijn gedrukt. Ze hebben dan met die tekst te maken, een vissenstaart bij een gedicht over een zeemeermin bijvoorbeeld, of een rode puntmuts bij de beschrijving van het droevige lot van de doodgebeten kabouter.

Driedelig paard is een prachtig boek, waar heel veel in te ontdekken valt en heel veel te genieten. Ga dat boek kopen en laat je verassen.

Driedelig paard
Ted van Lieshout
Leopold, 2011 € 13,95

1-10 of 14